Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Communicatie met dementerenden
Communicatie met dementerenden
Communiceren met dementerenden, die informatie
vind je op deze pagina.
Familieleden en verzorgers vragen zich dikwijls
af hoe ze moeten praten met een demente persoon.
Hoe moeten ze die verwarde, dikwijls onverstaanbare
uitleg begrijpen? Is een gesprek nog wel mogelijk?
Beseft die starende vrouw of man nog wel dat wij
er zijn, dat we met hem/haar bezig zijn?
Op deze pagina gaat het over contact maken met dementerenden. En dit betekent veel meer dan praten. We gaan proberen langs allerlei kanalen de gedachten en gevoelens van de betrokkene te weten komen. Tezelfdertijd gaan we proberen de persoon te laten merken dat we hem horen, begrijpen en vooral, dat we er zijn.
Het probleem waar we voor staan is in feite een dubbel probleem. Ten eerste geraken de jcommunicatiekanalen, waar we als gezond persoon probleemloos over beschikken, geblokkeerd. Maar daarnaast wordt ook de gedachtenstroom steeds chaotischer. Gedachten en gevoelens zonder enige samenhang overspoelen de dementerende. Deze begrijpt ze zelf niet. Probeer maar eens te praten met iemand die zichzelf niet begrijpt en bij wie bovendien de gewone taal afbrokkelt. Dat is de dubbele uitdaging waarvoor familieleden en verzorgenden geplaatst worden. Dat is waar deze pagina over gaat.
Hierbij ook onze dank aan de Vlaamse Alzheimerliga voor het bezorgen van deze informatie.
Inhoud:
- Wat is communicatie? Welke zijn de gangbare communicatiekanalen?
- Bijzondere eigenschappen van de diverse kanalen
- Hoe takelen deze communicatiekanalen af bij dementering?
- Dementering: een chaos in de gevoels- en gedachtenwereld
- Doel van communicatie met dementerenden: hen laten weten dat ze niet alleen zijn
- Hoe communiceer je met een beginnend dementerende?
- Hoe communiceer je met een gevorderd dementerende?
- Communiceren met zwaar dementerende mensen: kan dat nog?
- Besluit
Wat is communicatie? Welke zijn de gangbare communicatiekanalen?
Communicatie betekent dat mensen gevoelens en
gedachten meedelen aan elkaar. 'Ik voel me verdrietig'.
'Ik zal je vanavond om acht uur aan het station
opwachten.' Deze communicatie kan verschillende
gedaanten aannemen. Een gewone mededeling, zoals
een afspraak, kan je gemakkelijk meedelen via
woorden. Je kan ze uitspreken, neerschrijven,
doorfaxen, telefoneren, enz.
Voor een feitelijke (rationele) boodschap zijn
woorden een ideaal communicatiekanaal. Enigszins
anders wordt het wanneer we gevoelens wensen mee
te delen. Mensen kunnen wel zeggen dat ze verdrietig
zijn, maar de boodschap wordt veel duidelijker
wanneer dit ook blijkt uit hun gelaatsuitdrukking,
lichaamshouding of gedrag. Wie weent, hoeft niet
meer te zeggen dat hij verdrietig is.
Deze eenvoudige voorbeelden illustreren een aantal opvallende kenmerken van communicatie:
- Communicatie heeft niet alleen met feiten, maar ook met gevoelens te maken.
- Er zijn uiteenlopende communicatiekanalen. Het gesproken woord is er slechts één van. Naargelang van de aard van de boodschap (feiten of gevoelens) kan een ander kanaal meer geschikt zijn.
- Ook gedrag is een vorm van communicatie. Wie kortaf reageert, toont dat hij niet goed gehumeurd is.
Woorden vormen slechts een eerste kanaal en zijn in feite vooral geschikt voor feitelijke boodschappen.
De lichaamstaal, houdingen en gebaren, vertellen meer over de innerlijke gemoedsgesteltenis. Je kan eraan zien of iemand tevreden is of niet, bang of vol zelfvertrouwen.
Andere kanalen laten dan weer toe te tonen of je iemand graag ziet of niet. Zo is er de nabijheid. Mensen die je graag hebt, mogen dichter bij je staan; voor anderen wijk je achteruit. Ook aanrakingen en vooral de manier waarop, vormen een duidelijke boodschap. Zo is er een hemelsbreed verschil tussen een formele handdruk en een innige kus. Een duw of een vuistslag vormen een duidelijk signaal van afkeer.
Bijzondere eigenschappen van de diverse kanalen
De kennis van deze kanalen is belangrijk in de
omgang met dementerenden, omdat ze niet allemaal
samen verloren gaan, zodat communicatie toch nog
mogelijk blijft. Daarom worden de voornaamste
communicatiekanalen even op een rijtje gezet.
Het verbale kanaal betekent het gebruik van woorden,
via spraak, geschrift en zo meer.
Het paraverbale kanaal verwijst naar de gebaren
die bij die woorden gemaakt worden. Het vertelt
meer over de innerlijke toestand van de spreker.
Het kinetische kanaal duidt de houding aan. Iemand
kan een ongeïnteresseerde houding aannemen,
een geconcentreerde houding, een rustige houding...Ook
deze houding zegt vooral iets over de innerlijke
gemoedstoestand.
Het proxemische kanaal verwijst naar de afstand.
Wanneer twee personen dicht bij elkaar naar elkaar
gebogen zitten, is er sprakevan intens contact.
Een formaal contact zal steeds op enige afstand
gebeuren.
Het haptische kanaal duidt op aanraking. De manier
waarop en de plaatsen waar mensen elkaar aanraken,
vertelt heel veel over hun gevoelsrelatie op het
moment zelf. Aanraking is wellicht de sterkste
vorm van gevoelscommunicatie.
Al deze kanalen zijn evenwaardig, maar tezelfdertijd
ook verschillend. De volgorde waarin ze hierboven
beschreven werden, is niet willekeurig gekozen.
- Ten eerste geeft de volgorde aan welke meer geschikt zijn voor feitenboodschappen (de eerste) en welke meer voor gevoelsboodschappen (de onderste).
- Een tweede verschil is de mate waarin men zich bewust is van deze boodschappen. Mensen weten (hopelijk) goed wat ze zeggen, maar zijn zich minder bewust van de gebaren die ze daarbij maken of de houding die ze erbij aannemen. Dit geldt ook voor de toehoorder, want deze is zich meer bewust van wat de andere persoon zegt, maar niet van diens gebaren of houding. Verrassend daarbij is dat mensen zich sterker laten beïnvloeden door booschappen die ze onbewust ontvangen. Wie een droevige of blijde speech houdt, zal zijn toehoorders meer beïnvloeden door houding en gebaren dan door de woorden die hij gebruikt.
- Een derde eigenschap is dat de bovenste kanalen
verschillen van volk tot volk, maar de onderste
veel minder. Zo zijn er zeer veel verschillende
talen op de wereld, waardoor we tolken nodig
hebben om elkaar te verstaan. Maar hoe meer
men gebruik maakt van gevoelskanalen, hoe minder
dit hindert. Ook al kennen we geen Arabisch,
toch hebben we er geen moeite mee om te herkennen
of een Arabier boos of blij is, gerust of angstig.
De gevoelstaal is dus een universele taal. Via
die kanalen kunnen mensen uit de hele wereld
toch goed met elkaar communiceren. Dit verklaart
wellicht ook waarom kinderen met verschillende
talen elkaar zo goed begrijpen.
Hoe takelen deze communicatiekanalen af bij dementering?
De volgorde van bovenvermelde lijst vertelt ons
ten slotte ook iets over de ontwikkeling van de
communicatie bij kinderen en de aftakeling bij
dementering. De laatst vermelde kanalen (aanraking
en nabijheid) ontwikkelen zich bij de baby als
eerste, wanneer de moeder voorovergebogen haar
baby knuffelt. Haar gefrazel heeft op dat moment
voor de baby nog geen betekenis, maar stimuleert
de taalontwikkeling.
Bij dementie draait dit fenomeen zich om. Eerst
verdwijnt de verbale taal, vervolgens de gebarentaal.
De gevoeligheid voor nabijheid en aanraking blijft
wellicht tot op het einde bewaard. Mogelijk heeft
dit te maken met het verdwijnen van de verstandelijke
functies. Het is logisch dat naarmate het rationele
denken aftakelt, de daarbij horende vorm van communicatie
verdwijnt. In de plaats daarvan wordt het gevoelsmatige
belangrijker en dus ook de kanalen die veeleer
gericht zijn op gevoelscommunicatie.
We merken dan ook dat bij dementen, naarmate de
taal afneemt, hun gevoeligheid voor de houding
van de andere, diens nabijheid en aanrakingen
toeneemt. We zien hoe dementerenden duidelijk
rustiger worden, wanneer ze op een kalme manier
verzorgd worden, maar prikkelbaar worden wanneer
de verpleegster zelf gejaagd is. We zien ook hoe
zwaar dementerende mensen, die vroeger veeleer
afstandelijk waren, nu ontspannen door toedoen
van een strelende hand. Dit toont aan dat contact
mogelijk blijft, zelfs lang nadat het laaste woord
gesproken is!!
Dementering: een chaos in de gevoels- en gedachtenwereld
Beginnend dementerende ouderen ervaren hoe bepaalde verstandelijke vaardigheden hen ontglippen. Ze komen niet meer op de naam van hun kinderen, het rekenen gaat niet meer vlot, voorwerpen raken zo maar verloren... Ze voelen dat hun iets overkomt, dat controle verloren gaat. Ze worden bang, proberen zoveel mogelijk risicosituaties te vermijden, zoeken hulp. De gedachtengang van deze personen is nog realistisch. Zij beseffen de situatie waarin ze zich bevinden, weten wie de anderen zijn en ergeren zich aan zichzelf en anderen wanneer het misloopt. Omstaanders kunnen zich heel goed inleven in de situatie van de betrokkene, juist omdat de gedachtengang nog zo logisch is.
Wanneer de dementie verdergaat, wordt het heel anders. Herinneringen uit het verleden gaan zich versmelten met feiten uit het heden. De verpleegster van nu wordt de dochter van vroeger, die dringend moet berispt worden. De geur van een medebewoonster roept herinneringen op aan een buurvrouw op wie men vroeger erg gesteld was. De hoofdverpleger met baard wordt het strenge schoolhoofd. Zo overspoelen allerlei gedachten en gevoelens de bejaarde, zonder dat er enige lijn of logica in te vinden is. De demente zelf begrijpt al deze gevoelens niet, maar ondergaat ze wel. Volwassenen hebben geleerd dat ze hun gevoelens niet zomaar mogen tonen. Deze remming gaat verloren. De gevorderde demente gaat alle gevoelens ongezouten uiten, door luidop te lachen, te schelden, te slaan.
Het gebeurt ook dat ze hun gevoelens uiten op
een bizarre manier. Gedrag zoals het hamsteren
van eten, het verzamelen van papiersnippers of
andere prullaria, het verschuiven van stoelen
en allerlei andere handelingen zijn wellicht allemaal
pogingen om greep te krijgen op deze emotionele
chaos.
Hoe de chaos er bij de zwaar dementerende, verstomde
en verstijfde bejaarde uitziet, kunnen we alleen
maar vermoeden. Wellicht dien je dit als volgt
voor te stellen. De demente persoon hoort langs
allerlei kanten geluiden, ziet allerlei beelden,
ruikt allerlei geuren, waarvan hij er bijna geen
begrijpt. Het ene moment reageert hij gelaten
en laat het over zich heen gaan. Op andere momenten
wordt deze kakafonie hem te veel. Hij reageert
agressief en gespannen, maar kan er niets aan
doen.
Doel van communicatie met dementerenden: hen laten weten dat ze niet alleen zijn
Het is duidelijk dat in al deze stadia contact
erg belangrijk is. Alle mensen, dus ook dementerenden,
ervaren steun wanneer ze beseffen dat er ook in
de moeilijkste momenten personen zijn op wie ze
kunnen rekenen. Het is dan ook van groot belang
dat wij er voortdurend in lukken hen te doen beseffen
dat we in de buurt zijn, dat we hen niet alleen
laten, hoe erg de dementie ook mag zijn.
Natuurlijk is het wel zo dat de manier waarop
we gaan proberen contact te leggen en boodschappen
door te geven, zal verschillen volgens het stadium
van de dementering.
De beginnend dementerende heeft behoefte aan iemand
waarvan hij weet dat deze hem begrijpt, hem ondersteunt
en liefst op een onopvallende manier helpt stommiteiten
en vergissingen te voorkomen, zodat hij zich althans
ten opzichte van anderen kan handhaven. Hoewel
er reeds duidelijk verstandelijke stoornissen
aanwezig kunnen zijn, zal de taal meestal nog
behoorlijk functioneren. Het is dan meestal mogelijk
via woorden met elkaar te praten. Maar toch is
vanaf dit moment de relatie niet langer gelijkwaardig.
De verantwoordelijkheid ligt bij de niet-dementerende
partij. Zelfs als het contact nog behoorlijk is,
mag van de demente niet meer verwacht worden dat
hij alles begrijpt, dat hij logisch redeneert
en dat hij zich redelijk zal gedragen. Veel hulpverleners
weten maar al te goed dat zij onverdiend vaak
een heleboel verwijten te verduren krijgen voor
fouten waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn.
Zij beseffen ook wel goed dat de demente er eveneens
niet aan kan doen. Maar dit belet niet dat dergelijke
verwijten erg pijnlijk kunnen zijn.
Vermits woorden nog wel verstaan worden, kan de
verzorgende proberen de persoon uit te leggen
hoe de situatie ineen steekt, wat hij komt doen,
wie hij is....
Als men aan een aantal regels aandacht geeft,
kan dit nog enige tijd lukken. Wanneer de demente
zo ver gevorderd is dat heden en verleden door
elkaar lopen, is een rationeel gesprek niet langer
mogelijk. Meestal zal de woordentaal dan ook al
herleid zijn tot een onverstaanbaar gebrabbel.
Op dat moment is een verstandelijk gesprek, gericht
op feiten, niet langer mogelijk. Men lukt er niet
meer in uit te leggen wie men is, wat men komt
doen. Het blijft echter wel mogelijk gevoelens
over te brengen. Daardoor kan men proberen te
begrijpen wat de demente voelt en denkt. In een
aantal opzichten wordt dit nu zelfs gemakkelijker.
De demente kan immers zijn gevoelens niet langer
verbergen. anderen vertonen dan weer bizar gedrag
(zoals hamsteren, verzamelen), waardoor het moeiljk
wordt juist te weten wat ze willen. Maar toch
is het meestal mogelijk alvast hun basisgevoel
te kennen. Zijn ze boos, blij, ongerust,...
Op zijn beurt kan de zorgdrager via intonatie,
houding en aanraking de demente het gevoel geven
dat er iemand in de buurt is die hem wil troosten
of geruststellen; van wie hij niet bang hoeft
te zijn. En al is dat niet hetzelfde als zeggen
wie men is en wat men juist komt doen, het betekent
al heel wat.
Wellicht is communicatie voor zwaar dementerende,
verstarde bejaarden nog belangrijker. Hierbij
gaat het vooral om aanraking, nabijheid. Voor
de demente, die overvallen wordt door een kakafonie
van geluiden, beelden en geuren, moet het rustgevend
zijn wanneer zij via een warme hand op de wang,
een aangename geur of een zacht geluid het gevoel
krijgt dat er iemand is die haar koestert, die
over haar waakt. Het moet zoiets zijn als een
boei voor een drenkeling.
Communicatie met dementerenden vraagt dus een
aanpassing per stadium van dementering. In de
volgende paragrafen wordt dan ook, op een zo concreet
mogelijke manier; per stadium van dementering
beschreven hoe je dit best aanpakt.
Hoe communiceer je met een beginnend dementerende?
De beginnend dementerende ervaart verstandelijke
stoornissen, die hem beangstigen en boos maken.
Gelukkig is in het begin de taal nog behoorlijk
aanwezig. Toch vallen een aantal veranderingen
al op. We zien een verarming van de taal. De zieke
gebruikt steeds minder woorden en heeft het ook
moeilijker om op bepaalde woorden te komen. Ook
de geheugenstoornissen spelen hem duidelijk parten.
Halverwege de zin is hij soms als vergeten wat
hij nu juist weer wilde zeggen.
Dit geldt ook wanneer wij tegen de dementerende
zelf praten. Hij gaat steeds minder woorden begrijpen
en wanneer het gesprek te veel beroep doet op
het geheugen (bv. omdat we te lange zinnen gebruiken),
gaat het ook niet lukken. De betrokkene zal dat
overigens niet laten merken. Hij knikt 'ja' alsof
hij aandachtig luistert en alles begrepen heeft.
Het is pas wanneer hij een niet ter zake doend
antwoord geeft, dat blijkt dat hij het niet verstaan
heeft.
Naast de achteruitgang van de taal valt op dat
de bejaarde ook meer en meer problemen gaat krijgen
met de spelregels van een gesprek. De dementerende
springt van de hak op de tak, wacht zijn beurt
niet af en onderbreekt de andere, verandert ongevraagd
van onderwerp, beseft niet meer dat hij op een
vraag moet reageren met een antwoord. Ook dat
zal elk gesprek bemoeilijken.
Toch kan een gesprek nog behoorlijk verlopen indien
men volgende spelregels in acht wil nemen.
- Verwacht geen diepgaand gesprek. Praat over eenvoudige, concrete dingen. Reageer vooral op onderwerpen waar de demente belang aan hecht.
- Neem de leiding van het gesprek en geef duidelijk aan wanneer het zijn beurt is om te reageren of wanneer hij begint af te dwalen.
- Wees geduldig en vertraag het tempo van het gesprek. Dit kan je doen door zelf rustig te praten en de bejaarde de tijd te geven om te reageren.
- Praat steeds over één onderwerp. desnoods deel je de boodschap die je wil geven.
- Gebruik korte zinnen en eenvoudige woorden.
Stel vragen die een kort antwoord vereisen, maar wees wel geduldig wanneer de persoon spontaan begint uit te weiden. - Ondersteun je woorden met gebaren, wijs voorwerpen aan...
- Beperk het aantal deelnemers aan het gesprek.
- Zorg dat de demente steeds je gezicht ziet terwijl je hem aanspreekt. Oogcontact is heel belangrijk.
- Spreek met een lage stem, doe je stemhoogte dus NIET stijgen zoals je tegenover een klein kind doet. Het getuigt van respect en bovendien is een lage stem voor ouderen beter verstaanbaar.
Probeer tijdens het gesprek ook voortdurend rekening
te houden met de gevoelsboodschap die je dementerende
uitzendt. Als je dat doet, verklein je de kans
dat je in een twistgesprek verzeild raakt.
Volgend voorbeeld kan dit verduidelijken.
Een zoon kwam zijn beginnend dementerende vader halen om te helpen in de tuin. Vaders hobby was immers tuinieren. Nu vader in een rustoord was, meende de zoon hem een plezier te doen met hem te gaan halen om te helpen. Maar zeer tot zijn verbazing begon vader te argumenteren dat men dat van een man van zijn leeftijd toch niet meer kon eisen, dat zijn rug overigens niet meer toeliet en dat zijn hart ook niet meer zo sterk was. De zoon weerlegde alle argumenten en nam vader willens nillens mee. Het werd een ramp. Vader spitte zeer slordig, pootte de aardappelen veel te dicht bij elkaar, strooide het zaad op een hoopje...
De zoon had niet begrepen dat vader enkel maar
argumenten gezocht had omdat hij niet wilde laten
merken dat hij in feite niet meer graag wilde
omdat hij - terecht - vreesde dat hij het niet
meer zou kunnen.
Had de zoon tijdens het gesprek eventjes aandacht
gegeven aan de onderliggende boodschap van de
vader, dan hat hij zichzelf en zijn vader heel
wat problemen bespaard.
Hoe communiceer je met een gevorderd dementerende?
Bij gevorderd dementerenden lopen heden en verleden,
realiteit en fantasie door elkaar. De demente
zelf heeft geen vat meer op de gedachten en de
gevoelens die hem overvallen. De remmingen zijn
weg, waardoor hij alle gevoelens zo maar laat
zien. Voor de omgeving wordt het allemaal onbegrijpelijk,
zeker wanneer de taal zo verarmd is dat er in
feite weinig meer dan wat samenhangend gebrabbel
overblijft. Toch is het belangrijk dat de dementerende
het gevoel behoudt dat er iemand is die hem begrijpt
en wil steunen.
Vanaf dit moment wordt het belangrijk veel aandacht
te hebben voor de gevoelsboodschap. Zelfs wanneer
we heel duidelijk verstaan wat de bejaarde zegt,
bv. 'ik wil naar huis' is het belangrijk zich
meer te concentreren op de gevoelsboodschap dan
wel die boodschap letterlijk te nemen. De gevoelsboodschap
die in dit voorbeeld schuilgaat, is niet zozeer
dat de betrokkene naar huis wil (waar hij vroeger
als kind woonde), dan wel dat hij de geborgenheid
en vertrouwheid van thuis mist. Het bekijken van
vertrouwde foto's of een babbel over thuis kan
al veel helpen. De bejaarde dame, die 's nachts
gaat winkelen omdat er niets in huis is tegen
dat de kinderen komen, heeft in de eerste plaats
het gevoel dat ze zeer veel werk en zorgen heeft.
Door te beloven dat je mee gaat winkelen en door
een babbel over het vele werk en zorgen die kinderen
met zich meebrengen, ga je zeker meer bereiken
dan met de boodschap dat de kinderen al lang uit
huis zijn.
Dikwijls kunnen we de gevoelens van de demente
ook afleiden uit het gedrag. Een wenende demente
vraagt om getroost te worden, ook al weten we
niet waarom ze verdrietig is. En een woedende
bejaarde is duidelijk boos, ook al is er in de
situatie geen directe aanleiding te bespeuren.
De zieke dient dan gekalmeerd te worden. Vaak
is het onmogelijk te begrijpen waarom de bejaarde
nu boos of verdrietig is, omdat hij het ons zelf
niet kan vertellen. In dergelijke gevallen kan
het soms helpen om te noteren in welke omstandigheden
(welk moment, bij welke activiteit, bij welke
persoon) de betrokkene zo wordt; Soms lukt men
er namelijk in om hierin een patroon te herkennen,
waaruit bijvoorbeeld blijkt dat de demente vooral
kwaad wordt wanneer een bepaalde persoon aanwezig
is. De persoon in kwestie hoeft daarom nog geen
enkele fout gemaakt te hebben. Een rationele verklaring
is dikwijls niet te vinden, maar in dat geval
weet men tenminste welke situaties en/of personen
men best kan vermijden.
In vele gevallen is het niet mogelijk ook maar
enige verklaring of aanleiding voor het gedrag
te ontdekken. Dan is het ook niet mogelijk het
gedrag te begrijpen. In dat geval kan men maar
één ding doen, nl. onvoorwaardelijk
gevoelsmatig reageren. Je vraagt je niet langer
af waarom iemand boos of verdrietig is en of dit
terecht is of niet. Je constateert gewoon het
gevoel en reageert kalmerend of troostend, luisterend
en begrijpend naargelang van de situatie.
In sommige situaties is het zelfs onmogelijk bepaalde
gedragingen te begrijpen. Wat bezielt de demente
bejaarde die alle snippertjes opraapt, de stoelen
steeds naar het midden verschuift, voordurend
rondloopt, over de tafel wrijft of rafelt aan
de zoom van haar kleed? Dikwijls is het in dergelijke
gevallen moeilijk te achterhalen welke (gevoels-)betekenis
daar achter zit. Toch zie je aan de hardnekkigheid
waarmee de bejaarde dit doet, dat dergelijk gedrag
voor hem wel een zekere betekenis moet hebben,
maar het is zo bizar dat je zelfs de gevoelsbetekenis
ervan niet kan achterhalen.
In dergelijke situaties lijken twee adviezen geschikt.
Ten eerste is het belangrijk dat je beseft dat
de demente dit niet zo maar doet. Je hoeft hem
dus niet tegen te houden, zolang dat gedrag geen
gevaar oplevert. Laat de stoel die hij verzet
heeft, staan als deze niet hindert. Je kan zelfs
verder gaan en het gedrag nadoen. Dolende bejaarden
worden soms rustiger als je mee stapt, anderen
kijken je dankbaar aan wanneer je hen helpt papiertjes
verzamelen.
Een bejaarde die over de tafel wrijft, kalmeert
soms wanneer men begint mee te 'boenen'.
Naarmate de dementering toeneemt, wordt gevoelscommunicatie
belangrijker. De bejaarde wordt meer beïnvloed
door de intonatie, de houding en de nabijheid
van de personen in de omgeving. Wanneer je met
woorden niet kan zeggen dat je er bent, zijn er
nog voldoende mogelijkheden om te laten voelen
dat je er bent.
Communiceren met zwaar dementernde mensen: kan dat nog?
Over de leefwereld van de zwaar dementerende
bejaarden weten we weinig. Wellicht nemen ze nog
allerlei geluiden, geuren, beelden... waar, die
ze niet begrijpen. Op sommige momenten storen
ze niet, maar op andere ogenblikken wordt het
teveel. De bejaarde heeft geen enkele manier meer
om hierop te reageren. Er is bijna geen beweging,
geen taal en geen gelaatsuitdrukking. De communicatiemiddelen
zijn bijna volledig geblokkeerd. Meestal zijn
de spieren (en dus lichaamshouding) er gespannen.
De laatste jaren worden meer en meer ervaringen
beschreven die er op wijzen dat zelfs in dit stadium
contact mogelijk is. Contact betekent hier gewoon
de ervaring 'dat men niet alleen is'. Je kan dit
vergelijken met het contact tussen een moeder
en baby. Men ziet dat zwaar dementerende ouderen
hun spieren gaan ontspannen en alerter gaan rondkijken
bij aanraking en streling, bij het horen van zachte
muziek, bij het ruiken van een frisse geur. Momenten
van verzorging, zoals een ochtendtoilet, baden
of het geven van eten, kunnen uitgroeien tot een
moment van intense koestering en contact. Langzaam
ontwikkelt zich in de betere rustoorden een vorm
van comfortzorg die er juist op gericht is van
al deze momenten van zorg momenten van koestering
en contact te maken. Maar ook in de thuiszorg
kan een heerlijk bad, met zachte muziek en heerlijke
geuren een moment van contact betekenen.
De overeenkomsten met het verzorgen van een baby
zijn hier wel erg opvallend. En wellicht geldt
dat ook voor het belang van dergelijke momenten.
Geen enkele buitenstaander twijfelt aan het belang
en de intensiteit van het contact tussen een moeder
en haar baby. Wellicht zijn gelijkaardige contactmomenten,
zoals onder meer tijdens het eten geven, tussen
zorgverlener en zwaar dementernde bejaarden even
belangrijk en even intens.
Hulpverleners betreuren vaak dat ze niet méér
kunnen doen en dat ze weinig contact hebben. Maar
wie zegt dat ze niet alles doen? Waarom zegt men
zoiets nooit over een moeder en haar baby? Doet
die dan veel meer?
Besluit
Dementen verliezen hun taal en verliezen de greep op hun gedachtengang. Dit zijn twee grote hinderpalen in een rationele omgang met de demente. Maar dit betekent niet dat communicatie niet langer mogelijk is. Naarmate de dementering vordert, dient de communicatie zich meer te richten op de onderliggende gevoelens, die achter woorden, houding en gedrag schuil gaan. Wie voor dementerenden zorgt, dient ook meer en meer bewust gebruik te maken van de andere communicatiekanalen, zoals gebaren, houding, nabijheid en last but not least: aanraking. Op die manier lukt men er wel niet meer in de bejaarde duidelijk te maken wát er gebeurt, maar kan men op zijn minst proberen een sfeer van veiligheid en vertrouwdheid te scheppen. Dat moet men volhouden tot op het einde. En het móét lukken, want er is geen andere weg...
Bron: Vlaamse Alzheimer Liga
| | | | | In favorieten opslaan | | |
|
Een vraag of een probleem op SeniorenNet? Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.be. |





