Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Communicatie met dementerenden

Communicatie met dementerenden

Communiceren met dementerenden, die informatie vind je op deze pagina.
Familieleden en verzorgers vragen zich dikwijls af hoe ze moeten praten met een demente persoon. Hoe moeten ze die verwarde, dikwijls onverstaanbare uitleg begrijpen? Is een gesprek nog wel mogelijk? Beseft die starende vrouw of man nog wel dat wij er zijn, dat we met hem/haar bezig zijn?

Op deze pagina gaat het over contact maken met dementerenden. En dit betekent veel meer dan praten. We gaan proberen langs allerlei kanalen de gedachten en gevoelens van de betrokkene te weten komen. Tezelfdertijd gaan we proberen de persoon te laten merken dat we hem horen, begrijpen en vooral, dat we er zijn.

Het probleem waar we voor staan is in feite een dubbel probleem. Ten eerste geraken de jcommunicatiekanalen, waar we als gezond persoon probleemloos over beschikken, geblokkeerd. Maar daarnaast wordt ook de gedachtenstroom steeds chaotischer. Gedachten en gevoelens zonder enige samenhang overspoelen de dementerende. Deze begrijpt ze zelf niet. Probeer maar eens te praten met iemand die zichzelf niet begrijpt en bij wie bovendien de gewone taal afbrokkelt. Dat is de dubbele uitdaging waarvoor familieleden en verzorgenden geplaatst worden. Dat is waar deze pagina over gaat.

Hierbij ook onze dank aan de Vlaamse Alzheimerliga voor het bezorgen van deze informatie.

Inhoud:

Wat is communicatie? Welke zijn de gangbare communicatiekanalen?

Communicatie betekent dat mensen gevoelens en gedachten meedelen aan elkaar. 'Ik voel me verdrietig'. 'Ik zal je vanavond om acht uur aan het station opwachten.' Deze communicatie kan verschillende gedaanten aannemen. Een gewone mededeling, zoals een afspraak, kan je gemakkelijk meedelen via woorden. Je kan ze uitspreken, neerschrijven, doorfaxen, telefoneren, enz.
Voor een feitelijke (rationele) boodschap zijn woorden een ideaal communicatiekanaal. Enigszins anders wordt het wanneer we gevoelens wensen mee te delen. Mensen kunnen wel zeggen dat ze verdrietig zijn, maar de boodschap wordt veel duidelijker wanneer dit ook blijkt uit hun gelaatsuitdrukking, lichaamshouding of gedrag. Wie weent, hoeft niet meer te zeggen dat hij verdrietig is.

Deze eenvoudige voorbeelden illustreren een aantal opvallende kenmerken van communicatie:

  • Communicatie heeft niet alleen met feiten, maar ook met gevoelens te maken.
  • Er zijn uiteenlopende communicatiekanalen. Het gesproken woord is er slechts één van. Naargelang van de aard van de boodschap (feiten of gevoelens) kan een ander kanaal meer geschikt zijn.
  • Ook gedrag is een vorm van communicatie. Wie kortaf reageert, toont dat hij niet goed gehumeurd is.

Woorden vormen slechts een eerste kanaal en zijn in feite vooral geschikt voor feitelijke boodschappen.

De lichaamstaal, houdingen en gebaren, vertellen meer over de innerlijke gemoedsgesteltenis. Je kan eraan zien of iemand tevreden is of niet, bang of vol zelfvertrouwen.

Andere kanalen laten dan weer toe te tonen of je iemand graag ziet of niet. Zo is er de nabijheid. Mensen die je graag hebt, mogen dichter bij je staan; voor anderen wijk je achteruit. Ook aanrakingen en vooral de manier waarop, vormen een duidelijke boodschap. Zo is er een hemelsbreed verschil tussen een formele handdruk en een innige kus. Een duw of een vuistslag vormen een duidelijk signaal van afkeer.

Bijzondere eigenschappen van de diverse kanalen

De kennis van deze kanalen is belangrijk in de omgang met dementerenden, omdat ze niet allemaal samen verloren gaan, zodat communicatie toch nog mogelijk blijft. Daarom worden de voornaamste communicatiekanalen even op een rijtje gezet.
Het verbale kanaal betekent het gebruik van woorden, via spraak, geschrift en zo meer.
Het paraverbale kanaal verwijst naar de gebaren die bij die woorden gemaakt worden. Het vertelt meer over de innerlijke toestand van de spreker.
Het kinetische kanaal duidt de houding aan. Iemand kan een ongeïnteresseerde houding aannemen, een geconcentreerde houding, een rustige houding...Ook deze houding zegt vooral iets over de innerlijke gemoedstoestand.
Het proxemische kanaal verwijst naar de afstand. Wanneer twee personen dicht bij elkaar naar elkaar gebogen zitten, is er sprakevan intens contact. Een formaal contact zal steeds op enige afstand gebeuren.
Het haptische kanaal duidt op aanraking. De manier waarop en de plaatsen waar mensen elkaar aanraken, vertelt heel veel over hun gevoelsrelatie op het moment zelf. Aanraking is wellicht de sterkste vorm van gevoelscommunicatie.
Al deze kanalen zijn evenwaardig, maar tezelfdertijd ook verschillend. De volgorde waarin ze hierboven beschreven werden, is niet willekeurig gekozen.

  • Ten eerste geeft de volgorde aan welke meer geschikt zijn voor feitenboodschappen (de eerste) en welke meer voor gevoelsboodschappen (de onderste).
  • Een tweede verschil is de mate waarin men zich bewust is van deze boodschappen. Mensen weten (hopelijk) goed wat ze zeggen, maar zijn zich minder bewust van de gebaren die ze daarbij maken of de houding die ze erbij aannemen. Dit geldt ook voor de toehoorder, want deze is zich meer bewust van wat de andere persoon zegt, maar niet van diens gebaren of houding. Verrassend daarbij is dat mensen zich sterker laten beïnvloeden door booschappen die ze onbewust ontvangen. Wie een droevige of blijde speech houdt, zal zijn toehoorders meer beïnvloeden door houding en gebaren dan door de woorden die hij gebruikt.
  • Een derde eigenschap is dat de bovenste kanalen verschillen van volk tot volk, maar de onderste veel minder. Zo zijn er zeer veel verschillende talen op de wereld, waardoor we tolken nodig hebben om elkaar te verstaan. Maar hoe meer men gebruik maakt van gevoelskanalen, hoe minder dit hindert. Ook al kennen we geen Arabisch, toch hebben we er geen moeite mee om te herkennen of een Arabier boos of blij is, gerust of angstig. De gevoelstaal is dus een universele taal. Via die kanalen kunnen mensen uit de hele wereld toch goed met elkaar communiceren. Dit verklaart wellicht ook waarom kinderen met verschillende talen elkaar zo goed begrijpen.

Hoe takelen deze communicatiekanalen af bij dementering?

De volgorde van bovenvermelde lijst vertelt ons ten slotte ook iets over de ontwikkeling van de communicatie bij kinderen en de aftakeling bij dementering. De laatst vermelde kanalen (aanraking en nabijheid) ontwikkelen zich bij de baby als eerste, wanneer de moeder voorovergebogen haar baby knuffelt. Haar gefrazel heeft op dat moment voor de baby nog geen betekenis, maar stimuleert de taalontwikkeling.
Bij dementie draait dit fenomeen zich om. Eerst verdwijnt de verbale taal, vervolgens de gebarentaal. De gevoeligheid voor nabijheid en aanraking blijft wellicht tot op het einde bewaard. Mogelijk heeft dit te maken met het verdwijnen van de verstandelijke functies. Het is logisch dat naarmate het rationele denken aftakelt, de daarbij horende vorm van communicatie verdwijnt. In de plaats daarvan wordt het gevoelsmatige belangrijker en dus ook de kanalen die veeleer gericht zijn op gevoelscommunicatie.
We merken dan ook dat bij dementen, naarmate de taal afneemt, hun gevoeligheid voor de houding van de andere, diens nabijheid en aanrakingen toeneemt. We zien hoe dementerenden duidelijk rustiger worden, wanneer ze op een kalme manier verzorgd worden, maar prikkelbaar worden wanneer de verpleegster zelf gejaagd is. We zien ook hoe zwaar dementerende mensen, die vroeger veeleer afstandelijk waren, nu ontspannen door toedoen van een strelende hand. Dit toont aan dat contact mogelijk blijft, zelfs lang nadat het laaste woord gesproken is!!

Dementering: een chaos in de gevoels- en gedachtenwereld

Beginnend dementerende ouderen ervaren hoe bepaalde verstandelijke vaardigheden hen ontglippen. Ze komen niet meer op de naam van hun kinderen, het rekenen gaat niet meer vlot, voorwerpen raken zo maar verloren... Ze voelen dat hun iets overkomt, dat controle verloren gaat. Ze worden bang, proberen zoveel mogelijk risicosituaties te vermijden, zoeken hulp. De gedachtengang van deze personen is nog realistisch. Zij beseffen de situatie waarin ze zich bevinden, weten wie de anderen zijn en ergeren zich aan zichzelf en anderen wanneer het misloopt. Omstaanders kunnen zich heel goed inleven in de situatie van de betrokkene, juist omdat de gedachtengang nog zo logisch is.

Wanneer de dementie verdergaat, wordt het heel anders. Herinneringen uit het verleden gaan zich versmelten met feiten uit het heden. De verpleegster van nu wordt de dochter van vroeger, die dringend moet berispt worden. De geur van een medebewoonster roept herinneringen op aan een buurvrouw op wie men vroeger erg gesteld was. De hoofdverpleger met baard wordt het strenge schoolhoofd. Zo overspoelen allerlei gedachten en gevoelens de bejaarde, zonder dat er enige lijn of logica in te vinden is. De demente zelf begrijpt al deze gevoelens niet, maar ondergaat ze wel. Volwassenen hebben geleerd dat ze hun gevoelens niet zomaar mogen tonen. Deze remming gaat verloren. De gevorderde demente gaat alle gevoelens ongezouten uiten, door luidop te lachen, te schelden, te slaan.

Het gebeurt ook dat ze hun gevoelens uiten op een bizarre manier. Gedrag zoals het hamsteren van eten, het verzamelen van papiersnippers of andere prullaria, het verschuiven van stoelen en allerlei andere handelingen zijn wellicht allemaal pogingen om greep te krijgen op deze emotionele chaos.
Hoe de chaos er bij de zwaar dementerende, verstomde en verstijfde bejaarde uitziet, kunnen we alleen maar vermoeden. Wellicht dien je dit als volgt voor te stellen. De demente persoon hoort langs allerlei kanten geluiden, ziet allerlei beelden, ruikt allerlei geuren, waarvan hij er bijna geen begrijpt. Het ene moment reageert hij gelaten en laat het over zich heen gaan. Op andere momenten wordt deze kakafonie hem te veel. Hij reageert agressief en gespannen, maar kan er niets aan doen.

Doel van communicatie met dementerenden: hen laten weten dat ze niet alleen zijn

Het is duidelijk dat in al deze stadia contact erg belangrijk is. Alle mensen, dus ook dementerenden, ervaren steun wanneer ze beseffen dat er ook in de moeilijkste momenten personen zijn op wie ze kunnen rekenen. Het is dan ook van groot belang dat wij er voortdurend in lukken hen te doen beseffen dat we in de buurt zijn, dat we hen niet alleen laten, hoe erg de dementie ook mag zijn.
Natuurlijk is het wel zo dat de manier waarop we gaan proberen contact te leggen en boodschappen door te geven, zal verschillen volgens het stadium van de dementering.
De beginnend dementerende heeft behoefte aan iemand waarvan hij weet dat deze hem begrijpt, hem ondersteunt en liefst op een onopvallende manier helpt stommiteiten en vergissingen te voorkomen, zodat hij zich althans ten opzichte van anderen kan handhaven. Hoewel er reeds duidelijk verstandelijke stoornissen aanwezig kunnen zijn, zal de taal meestal nog behoorlijk functioneren. Het is dan meestal mogelijk via woorden met elkaar te praten. Maar toch is vanaf dit moment de relatie niet langer gelijkwaardig. De verantwoordelijkheid ligt bij de niet-dementerende partij. Zelfs als het contact nog behoorlijk is, mag van de demente niet meer verwacht worden dat hij alles begrijpt, dat hij logisch redeneert en dat hij zich redelijk zal gedragen. Veel hulpverleners weten maar al te goed dat zij onverdiend vaak een heleboel verwijten te verduren krijgen voor fouten waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn. Zij beseffen ook wel goed dat de demente er eveneens niet aan kan doen. Maar dit belet niet dat dergelijke verwijten erg pijnlijk kunnen zijn.
Vermits woorden nog wel verstaan worden, kan de verzorgende proberen de persoon uit te leggen hoe de situatie ineen steekt, wat hij komt doen, wie hij is....
Als men aan een aantal regels aandacht geeft, kan dit nog enige tijd lukken. Wanneer de demente zo ver gevorderd is dat heden en verleden door elkaar lopen, is een rationeel gesprek niet langer mogelijk. Meestal zal de woordentaal dan ook al herleid zijn tot een onverstaanbaar gebrabbel. Op dat moment is een verstandelijk gesprek, gericht op feiten, niet langer mogelijk. Men lukt er niet meer in uit te leggen wie men is, wat men komt doen. Het blijft echter wel mogelijk gevoelens over te brengen. Daardoor kan men proberen te begrijpen wat de demente voelt en denkt. In een aantal opzichten wordt dit nu zelfs gemakkelijker. De demente kan immers zijn gevoelens niet langer verbergen. anderen vertonen dan weer bizar gedrag (zoals hamsteren, verzamelen), waardoor het moeiljk wordt juist te weten wat ze willen. Maar toch is het meestal mogelijk alvast hun basisgevoel te kennen. Zijn ze boos, blij, ongerust,...
Op zijn beurt kan de zorgdrager via intonatie, houding en aanraking de demente het gevoel geven dat er iemand in de buurt is die hem wil troosten of geruststellen; van wie hij niet bang hoeft te zijn. En al is dat niet hetzelfde als zeggen wie men is en wat men juist komt doen, het betekent al heel wat.
Wellicht is communicatie voor zwaar dementerende, verstarde bejaarden nog belangrijker. Hierbij gaat het vooral om aanraking, nabijheid. Voor de demente, die overvallen wordt door een kakafonie van geluiden, beelden en geuren, moet het rustgevend zijn wanneer zij via een warme hand op de wang, een aangename geur of een zacht geluid het gevoel krijgt dat er iemand is die haar koestert, die over haar waakt. Het moet zoiets zijn als een boei voor een drenkeling.
Communicatie met dementerenden vraagt dus een aanpassing per stadium van dementering. In de volgende paragrafen wordt dan ook, op een zo concreet mogelijke manier; per stadium van dementering beschreven hoe je dit best aanpakt.

Hoe communiceer je met een beginnend dementerende?

De beginnend dementerende ervaart verstandelijke stoornissen, die hem beangstigen en boos maken. Gelukkig is in het begin de taal nog behoorlijk aanwezig. Toch vallen een aantal veranderingen al op. We zien een verarming van de taal. De zieke gebruikt steeds minder woorden en heeft het ook moeilijker om op bepaalde woorden te komen. Ook de geheugenstoornissen spelen hem duidelijk parten. Halverwege de zin is hij soms als vergeten wat hij nu juist weer wilde zeggen.
Dit geldt ook wanneer wij tegen de dementerende zelf praten. Hij gaat steeds minder woorden begrijpen en wanneer het gesprek te veel beroep doet op het geheugen (bv. omdat we te lange zinnen gebruiken), gaat het ook niet lukken. De betrokkene zal dat overigens niet laten merken. Hij knikt 'ja' alsof hij aandachtig luistert en alles begrepen heeft. Het is pas wanneer hij een niet ter zake doend antwoord geeft, dat blijkt dat hij het niet verstaan heeft.
Naast de achteruitgang van de taal valt op dat de bejaarde ook meer en meer problemen gaat krijgen met de spelregels van een gesprek. De dementerende springt van de hak op de tak, wacht zijn beurt niet af en onderbreekt de andere, verandert ongevraagd van onderwerp, beseft niet meer dat hij op een vraag moet reageren met een antwoord. Ook dat zal elk gesprek bemoeilijken.
Toch kan een gesprek nog behoorlijk verlopen indien men volgende spelregels in acht wil nemen.

  • Verwacht geen diepgaand gesprek. Praat over eenvoudige, concrete dingen. Reageer vooral op onderwerpen waar de demente belang aan hecht.
  • Neem de leiding van het gesprek en geef duidelijk aan wanneer het zijn beurt is om te reageren of wanneer hij begint af te dwalen.
  • Wees geduldig en vertraag het tempo van het gesprek. Dit kan je doen door zelf rustig te praten en de bejaarde de tijd te geven om te reageren.
  • Praat steeds over één onderwerp. desnoods deel je de boodschap die je wil geven.
  • Gebruik korte zinnen en eenvoudige woorden.
    Stel vragen die een kort antwoord vereisen, maar wees wel geduldig wanneer de persoon spontaan begint uit te weiden.
  • Ondersteun je woorden met gebaren, wijs voorwerpen aan...
  • Beperk het aantal deelnemers aan het gesprek.
  • Zorg dat de demente steeds je gezicht ziet terwijl je hem aanspreekt. Oogcontact is heel belangrijk.
  • Spreek met een lage stem, doe je stemhoogte dus NIET stijgen zoals je tegenover een klein kind doet. Het getuigt van respect en bovendien is een lage stem voor ouderen beter verstaanbaar.

Probeer tijdens het gesprek ook voortdurend rekening te houden met de gevoelsboodschap die je dementerende uitzendt. Als je dat doet, verklein je de kans dat je in een twistgesprek verzeild raakt.
Volgend voorbeeld kan dit verduidelijken.

Een zoon kwam zijn beginnend dementerende vader halen om te helpen in de tuin. Vaders hobby was immers tuinieren. Nu vader in een rustoord was, meende de zoon hem een plezier te doen met hem te gaan halen om te helpen. Maar zeer tot zijn verbazing begon vader te argumenteren dat men dat van een man van zijn leeftijd toch niet meer kon eisen, dat zijn rug overigens niet meer toeliet en dat zijn hart ook niet meer zo sterk was. De zoon weerlegde alle argumenten en nam vader willens nillens mee. Het werd een ramp. Vader spitte zeer slordig, pootte de aardappelen veel te dicht bij elkaar, strooide het zaad op een hoopje...

De zoon had niet begrepen dat vader enkel maar argumenten gezocht had omdat hij niet wilde laten merken dat hij in feite niet meer graag wilde omdat hij - terecht - vreesde dat hij het niet meer zou kunnen.
Had de zoon tijdens het gesprek eventjes aandacht gegeven aan de onderliggende boodschap van de vader, dan hat hij zichzelf en zijn vader heel wat problemen bespaard.

Hoe communiceer je met een gevorderd dementerende?

Bij gevorderd dementerenden lopen heden en verleden, realiteit en fantasie door elkaar. De demente zelf heeft geen vat meer op de gedachten en de gevoelens die hem overvallen. De remmingen zijn weg, waardoor hij alle gevoelens zo maar laat zien. Voor de omgeving wordt het allemaal onbegrijpelijk, zeker wanneer de taal zo verarmd is dat er in feite weinig meer dan wat samenhangend gebrabbel overblijft. Toch is het belangrijk dat de dementerende het gevoel behoudt dat er iemand is die hem begrijpt en wil steunen.
Vanaf dit moment wordt het belangrijk veel aandacht te hebben voor de gevoelsboodschap. Zelfs wanneer we heel duidelijk verstaan wat de bejaarde zegt, bv. 'ik wil naar huis' is het belangrijk zich meer te concentreren op de gevoelsboodschap dan wel die boodschap letterlijk te nemen. De gevoelsboodschap die in dit voorbeeld schuilgaat, is niet zozeer dat de betrokkene naar huis wil (waar hij vroeger als kind woonde), dan wel dat hij de geborgenheid en vertrouwheid van thuis mist. Het bekijken van vertrouwde foto's of een babbel over thuis kan al veel helpen. De bejaarde dame, die 's nachts gaat winkelen omdat er niets in huis is tegen dat de kinderen komen, heeft in de eerste plaats het gevoel dat ze zeer veel werk en zorgen heeft. Door te beloven dat je mee gaat winkelen en door een babbel over het vele werk en zorgen die kinderen met zich meebrengen, ga je zeker meer bereiken dan met de boodschap dat de kinderen al lang uit huis zijn.
Dikwijls kunnen we de gevoelens van de demente ook afleiden uit het gedrag. Een wenende demente vraagt om getroost te worden, ook al weten we niet waarom ze verdrietig is. En een woedende bejaarde is duidelijk boos, ook al is er in de situatie geen directe aanleiding te bespeuren. De zieke dient dan gekalmeerd te worden. Vaak is het onmogelijk te begrijpen waarom de bejaarde nu boos of verdrietig is, omdat hij het ons zelf niet kan vertellen. In dergelijke gevallen kan het soms helpen om te noteren in welke omstandigheden (welk moment, bij welke activiteit, bij welke persoon) de betrokkene zo wordt; Soms lukt men er namelijk in om hierin een patroon te herkennen, waaruit bijvoorbeeld blijkt dat de demente vooral kwaad wordt wanneer een bepaalde persoon aanwezig is. De persoon in kwestie hoeft daarom nog geen enkele fout gemaakt te hebben. Een rationele verklaring is dikwijls niet te vinden, maar in dat geval weet men tenminste welke situaties en/of personen men best kan vermijden.
In vele gevallen is het niet mogelijk ook maar enige verklaring of aanleiding voor het gedrag te ontdekken. Dan is het ook niet mogelijk het gedrag te begrijpen. In dat geval kan men maar één ding doen, nl. onvoorwaardelijk gevoelsmatig reageren. Je vraagt je niet langer af waarom iemand boos of verdrietig is en of dit terecht is of niet. Je constateert gewoon het gevoel en reageert kalmerend of troostend, luisterend en begrijpend naargelang van de situatie.
In sommige situaties is het zelfs onmogelijk bepaalde gedragingen te begrijpen. Wat bezielt de demente bejaarde die alle snippertjes opraapt, de stoelen steeds naar het midden verschuift, voordurend rondloopt, over de tafel wrijft of rafelt aan de zoom van haar kleed? Dikwijls is het in dergelijke gevallen moeilijk te achterhalen welke (gevoels-)betekenis daar achter zit. Toch zie je aan de hardnekkigheid waarmee de bejaarde dit doet, dat dergelijk gedrag voor hem wel een zekere betekenis moet hebben, maar het is zo bizar dat je zelfs de gevoelsbetekenis ervan niet kan achterhalen.
In dergelijke situaties lijken twee adviezen geschikt. Ten eerste is het belangrijk dat je beseft dat de demente dit niet zo maar doet. Je hoeft hem dus niet tegen te houden, zolang dat gedrag geen gevaar oplevert. Laat de stoel die hij verzet heeft, staan als deze niet hindert. Je kan zelfs verder gaan en het gedrag nadoen. Dolende bejaarden worden soms rustiger als je mee stapt, anderen kijken je dankbaar aan wanneer je hen helpt papiertjes verzamelen.
Een bejaarde die over de tafel wrijft, kalmeert soms wanneer men begint mee te 'boenen'.
Naarmate de dementering toeneemt, wordt gevoelscommunicatie belangrijker. De bejaarde wordt meer beïnvloed door de intonatie, de houding en de nabijheid van de personen in de omgeving. Wanneer je met woorden niet kan zeggen dat je er bent, zijn er nog voldoende mogelijkheden om te laten voelen dat je er bent.

Communiceren met zwaar dementernde mensen: kan dat nog?

Over de leefwereld van de zwaar dementerende bejaarden weten we weinig. Wellicht nemen ze nog allerlei geluiden, geuren, beelden... waar, die ze niet begrijpen. Op sommige momenten storen ze niet, maar op andere ogenblikken wordt het teveel. De bejaarde heeft geen enkele manier meer om hierop te reageren. Er is bijna geen beweging, geen taal en geen gelaatsuitdrukking. De communicatiemiddelen zijn bijna volledig geblokkeerd. Meestal zijn de spieren (en dus lichaamshouding) er gespannen.
De laatste jaren worden meer en meer ervaringen beschreven die er op wijzen dat zelfs in dit stadium contact mogelijk is. Contact betekent hier gewoon de ervaring 'dat men niet alleen is'. Je kan dit vergelijken met het contact tussen een moeder en baby. Men ziet dat zwaar dementerende ouderen hun spieren gaan ontspannen en alerter gaan rondkijken bij aanraking en streling, bij het horen van zachte muziek, bij het ruiken van een frisse geur. Momenten van verzorging, zoals een ochtendtoilet, baden of het geven van eten, kunnen uitgroeien tot een moment van intense koestering en contact. Langzaam ontwikkelt zich in de betere rustoorden een vorm van comfortzorg die er juist op gericht is van al deze momenten van zorg momenten van koestering en contact te maken. Maar ook in de thuiszorg kan een heerlijk bad, met zachte muziek en heerlijke geuren een moment van contact betekenen.
De overeenkomsten met het verzorgen van een baby zijn hier wel erg opvallend. En wellicht geldt dat ook voor het belang van dergelijke momenten. Geen enkele buitenstaander twijfelt aan het belang en de intensiteit van het contact tussen een moeder en haar baby. Wellicht zijn gelijkaardige contactmomenten, zoals onder meer tijdens het eten geven, tussen zorgverlener en zwaar dementernde bejaarden even belangrijk en even intens.
Hulpverleners betreuren vaak dat ze niet méér kunnen doen en dat ze weinig contact hebben. Maar wie zegt dat ze niet alles doen? Waarom zegt men zoiets nooit over een moeder en haar baby? Doet die dan veel meer?

Besluit

Dementen verliezen hun taal en verliezen de greep op hun gedachtengang. Dit zijn twee grote hinderpalen in een rationele omgang met de demente. Maar dit betekent niet dat communicatie niet langer mogelijk is. Naarmate de dementering vordert, dient de communicatie zich meer te richten op de onderliggende gevoelens, die achter woorden, houding en gedrag schuil gaan. Wie voor dementerenden zorgt, dient ook meer en meer bewust gebruik te maken van de andere communicatiekanalen, zoals gebaren, houding, nabijheid en last but not least: aanraking. Op die manier lukt men er wel niet meer in de bejaarde duidelijk te maken wát er gebeurt, maar kan men op zijn minst proberen een sfeer van veiligheid en vertrouwdheid te scheppen. Dat moet men volhouden tot op het einde. En het móét lukken, want er is geen andere weg...

Bron: Vlaamse Alzheimer Liga


Je mening is belangrijk! Was deze pagina nuttig?



Een vraag of een probleem op SeniorenNet?
Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.be.

Like ons op Facebook

Zoek binnen SeniorenNet:

Joke (29) uit Stekene

Je kan op SeniorenNet altijd heel veel interessante zaken op terugvinden. Of het nu gaat over het nieuws of bijvoorbeeld erfenissen. Er is altijd wel iets over te vinden op SeniorenNet.

Meer over Joke :
  • Uitzendconsulente
  • 29 jaar
  • Bezoekt ons enkele keren per maand
  • Niet getrouwd
  • Geen kinderen
  • Hobby's: zwemmen, tennis, dansen,...

Poll

Gebruikt u meettoestellen (bloeddruk, cholesterol,..) om uw gezondheid op te volgen?