Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Dementie: Zorgen voor
Zorgen voor... Familieleden betrokken bij een dementieproces
Mantelzorg aan dementerende personen
Thuis zorgen voor een dementerend familielid
Individuele verschillen
Tegenstrijdige gevoelens
Toenemende belasting
Spanning tussen zorgen voor jezelf en zorgen voor de ander.
Zorg kunnen ontvangen. Zorg vragen.
Isolatie
Grenzen aan thuiszorg
Zoeken naar een geschikt rusthuis
De verhuis naar een rusthuis
Aandachtspunten vanuit de instelling
Rouw en verlies bij familieleden van dementerende personen
Typische kenmerken van het rouwen.
Ontkenning, vermijding
Confronterende fase
Aanvaarding, herstel
Besluit
![]() |
Inleiding
Andere familieleden, buren of vrienden die een rol gaan spelen in het zorgdragen voor de dementerende persoon worden de ruimere mantel of secundaire mantelzorgers genoemd. Mantelzorgers zijn enorm belangrijk voor de dementerende persoon. Zonder hen valt elke veiligheid weg en kan de dementerende persoon geheel ontredderd zijn. Weinigen echter zijn voorbereid op de grote verantwoordelijkheid, de vele extra taken en de zware emoties die zorgen voor een dementerende persoon inhouden. Om hen bij deze zware taak te helpen is voldoende en correcte informatie erg belangrijk. Met vragen over thuiszorg kan men terecht bij de maatschappelijke dienst van de mutualiteit of bij een thuiszorgcentrum uit de eigen regio. Zij beschikken over de adressen van hulpverlenende instanties uit de eigen regio. Voor praktische vragen betreffende thuiszorg kan men eveneens terecht bij de Werkgroep Thuisverzorgers vzw. (e-mail: werkgroep.thuisverzorgers@skynet.be) Zij geven de "Gids in de thuiszorg" uit, een handig boekje met veel bruikbare tips voor mantelzorgers. Daarnaast kan het helpen om de zorg in kaart te brengen: Wie doet wat, wie is betrokken bij de zorg, wat zijn de mogelijkheden en de beperkingen van de dementerende persoon. Het boek "24 op 24" van Johan Van Oers kan hierbij een handige hulp zijn.
Mantelzorg aan dementerende personen
Enkele belangrijke vaststellingen vinden wij hierin terug:
Hoewel de mantelzorg stoelt op 'vrijwillige bereidheid' zijn er een aantal tendensen te onderkennen. De zorg voor dementerende personen komt nagenoeg volledig bij de partner en de kinderen te liggen, en dan voornamelijk bij de (schoon)dochters. Inwonen bij de dementerende of in de omgeving wonen, verhoogt de kans om centrale mantelzorger te worden.
Mantelzorgers voor dementerende personen zijn - zo blijkt uit dit onderzoek - in hoofdzaak vrouwen. Mannen en vrouwen zouden de zorgtaken ook kwalitatief anders aanpakken. Bij vrouwen gebeurt het zorgen vanuit een verbondenheid waardoor ze eerder emotionele steun bieden, terwijl bij mannen het accent op taakgericht werken ligt.
In vele Europese landen is het ontwikkelen van nieuwe initiatieven in de thuiszorg voor ouderen een prioritair beleidsthema. In Vlaanderen zag men de ontwikkeling van tussenvormen zoals serviceflats en dagverzorgingscentra, een herdefiniëring van de toelatingscriteria voor de residentiële voorzieningen en de uitvaardiging van het thuiszorgdecreet. Mantelzorg wordt beschouwd als een onmisbare schakel in de opvang van dementerende personen. De inbreng van mantelzorgers in de thuiszorg overschrijdt sterk de bijdrage van professionele hulpverleners.
De onheilspellende prognoses als zou de toekomstige beschikbaarheid en bereidwilligheid van de mantelzorgers gevoelig dalen, worden tegengesproken door het onderzoek van de Boer et al. (1994). Zij stelt dat de wil om de zorg op te nemen voornamelijk rust in persoonlijke en daardoor onvoorspelbare omstandigheden. Feit is dat er historisch gezien nog nooit zo veel en zo lang zorg verleend werd aan ouderen (Dooghe, 1994).
Thuis zorgen voor een dementerend familielid
Individuele verschillen
Door het ziekteproces verminderen de mogelijkheden van de dementerende persoon, verdwijnt de vertrouwde persoonlijkheid en verandert de relatie. Dementie beïnvloedt het ganse gezin. Iedere betrokkene voelt de invloed van de zorg voor de dementerende persoon echter anders. Dit komt onder meer omdat men in een andere fase van de verwerking en aanvaarding zit. Sommige kinderen bijvoorbeeld hebben al veel langer door dat moeder dement is terwijl anderen hier nog lang niet aan toe zijn. Het heeft ook te maken met karaktereigenschappen en met welke relatie men vroeger had met het dementerend familielid. Deze onderlinge verschillen zijn vaak oorzaak van veel misverstanden en conflicten.
Tegenstrijdige gevoelens
Mantelzorgers ervaren heel wat tegenstrijdige
emoties. Enerzijds is er liefde en loyaliteit
voor de dementerende persoon en de voldoening
die men haalt uit het zorgdragen, anderzijds
zijn er ook negatieve gevoelens vanuit een
gebrek aan privacy en de frustratie omdat
men geen controle hebt over wat er gebeurt.
De balans tussen positieve en negatieve
gevoelens hangt af van verschillende factoren:
je voorgaande relatie met de dementerende
persoon, de duur van de zorgperiode, de
verschillende verantwoordelijkheden, de
vooruitzichten, het begrip vanuit de omgeving
en de tijd die men voor zichzelf durft te
nemen.
Heel wat mantelzorgers proberen de negatieve
gevoelens te onderdrukken omdat deze naar
hun eigen aanvoelen niet aanvaardbaar zijn.
Het is echter normaal dat waar mensen geconfronteerd
worden met hun eigen grenzen, zij soms heimelijk
de wens koesteren de zorg te kunnen stoppen,
te kunnen doorgeven aan anderen of de dementerende
persoon weg te willen. Het hebben van dergelijke
gedachten gaat meestal gepaard met schuldgevoelens.
In lotgenotencontacten merken we dat voornamelijk
het delen van deze emoties, bevrijdend kan
werken. Het idee dat zorgen iets vanzelfsprekend
is, kan dan even worden weerlegd.
Toenemende belasting
De toenemende zorgbehoefte maakt dat de
dementerende persoon steeds meer afhankelijk
wordt van de omgeving, De druk op de centrale
zorgdrager neemt toe. Het appèl dat op hem/haar
wordt gedaan, gaat verder dan het zuivere
verzorgingsaspect.
"Mijn man is mijn kind geworden. Ik ben de hele dag bezig met het vervullen van zijn noden: zit hij goed, heeft hij het warm genoeg, heeft hij voldoende gegeten, neemt hij voldoende vocht,... daar waar wij vroeger onze levens samen leefden, leven wij nu het zijne."
De zorg voor een dementerende persoon brengt
stress met zich mee We onderscheiden verschillende
vormen van stress:
Fysieke stress: Weinig slaap, veel
extra werk in het zorgen voor de dementerende
persoon maar ook binnen de andere rollen
die men opneemt, minimaliseren van eigen
lichamelijke klachten, ...
Psychische stress: Verantwoordelijkheid
niet meer kunnen delen, beslissingen moeten
nemen in de plaats van de dementerende persoon,
onmacht en verdriet om de toenemende afhankelijkheid,
onbegrip uit de omgeving, angst om de toekomst,
schuldgevoelens,...
Sociale stress: isolatie, druk van
de omgeving om bepaalde beslissingen te
nemen, onopgeloste conflicten tussen kinderen
onderling of tussen ouders en kinderen kunnen
terug aan de oppervlakte komen en leiden
tot frustratie en woede...
Financiële stress: de zorg voor dementerende
personen heeft zware financiële gevolgen
zowel binnen de thuiszorg als binnen de
(semi)residentiële zorg. Deze zijn vaak
de oorzaak van onderhuidse spanningen of
ruzies binnen de familie.
Voor mantelzorgers kunnen deze stress resulteren
in gevoelens van angst, afkeer, verbittering
en het stopzetten van de hulp.
Spanning tussen zorgen voor jezelf en zorgen voor de ander.
Door de toenemende belasting zal het succes
van de thuiszorg voor een groot deel afhangen
van een goed evenwicht tussen zorgdragen
en het alledaagse leven: zorg voor de kinderen
of kleinkinderen, privacy, contact met vrienden,
even binnenspringen bij de buren, een vereniging,
huishoudelijk werk of een carrière.
Waar men vroeger perfect in staat was om
de verschillende aspecten van het eigen
leven in evenwicht te houden, kan de dementie
van een geliefde daar verandering in brengen.
Dementie eist immers veel van de tijd en
van de aandacht van de centrale mantelzorger.
Meestal voelen mantelzorgers zich volledig
in beslag genomen. Ze hebben nog maar weinig
tijd voor zichzelf of voor kleine dingen,
zoals een bezoekje brengen aan de kinderen
of zelfs maar naar toilet gaan. Deze voortdurende
claim gaat verder dan de fysische zorg.
Daar de taak van een mantelzorger zo stressvol
is, is de tijd die ze voor zichzelf nemen
noodzakelijk. Deze tijd kan gebruikt worden
voor de kleine alledaagse dingen die blijven
liggen of enkel om slaap in te halen. Zorgen
voor jezelf als mantelzorger is minstens
even belangrijk voor de dementerende persoon.
Enkel als de mantelzorger zich goed blijft
voelen, zal de dementerende zich geliefd
en veilig weten. De noden van de mantelzorg
zijn vaak rechtstreeks verbonden met de
zorg aan de dementerende persoon. Zelfzorg
kan voorkomen dat men psychisch en emotioneel
verdrinkt. Het is absoluut noodzakelijk
dat zorg wordt gedragen voor de eigen gezondheid
en dat manieren worden gevonden om met de
zorgsituatie om te gaan.
Zorg kunnen ontvangen. Zorg vragen.
Het lijkt soms alsof de dementerende persoon
en zijn mantelzorger(s) samen op een sneltrein
zitten die dreigt te ontsporen. De snelheid
dient afgeremd te worden opdat de trein
op de rails blijft. Dementerende personen
in de thuissituatie hebben hulp nodig. Niet
alleen van de centrale hulpverlener maar
van een zorgend netwerk van mensen die elk
op hun terrein een steentje bijdragen. De
mantelzorger blijft de spreekbuis maar heeft
nood aan bondgenoten om de zorg en de zorg
om de zorg mee te delen. Mantelzorgers hebben
met andere woorden nood aan anderen die
mee de verantwoordelijkheid opnemen. Ze
zoeken mensen die hen ondersteunen in de
beslissingen die ze moeten maken, die meedenken
over praktische problemen, die respect tonen
voor de zorg, die onzekerheden wegnemen,
die mogelijke oplossingen (bvb. hulpmiddelen)
aanreiken en die hen wijzen op de noodzaak
ook voor zichzelf te zorgen.
Er zijn heel wat mantelzorgers die ervoor
kiezen om de zorg voor de dementerende persoon
alleen te dragen. Ze wijzen elke vorm van
hulp, ook die van andere familieleden en
vrienden resoluut van de hand. Deze weigering
van hulp kan heel wat oorzaken hebben: de
mantelzorger beschouwt de hulp van anderen
als inbreuk op zijn privacy, de dementerende
laat hulp van buitenaf niet toe, mantelzorgers
willen anderen niet belasten met de zorg
of gaan er vanuit dat anderen de zorg niet
zullen aankunnen.
Bij deze zorgdragende familieleden hebben
hulpverleners vaak het gevoel dat ze op
een muur botsen. De aangeboden hulp wordt
afgewezen of beleefd naast hen neergelegd.
Het is echter belangrijk voor zowel de dementerende
persoon als de mantelzorger dat de omgeving
blijft zoeken naar mogelijkheden om in contact
te treden.
Isolatie
Praten over dementie is niet evident. Er
zijn vaak misverstanden en reacties van
onbegrip. Vaak hebben mantelzorgers het
gevoel dat ze beter niet spreken over de
moeilijkheden die ze ervaren. Isolatie is
een vaak geuit probleem. Een aantal oorzaken
spelen hier een rol:
- De centrale mantelzorger wil de dementerende persoon niet verraden door de problemen met de zieke naar buiten de brengen. Ze vermijden gesprekken waarin gevraagd wordt naar de toestand van de zieke of vervallen in standaardantwoorden.
- Een dementerende persoon heeft goede en slechte momenten. Als er bezoek komt lijken de dementerenden plots "normaal" te functioneren. Buitenstaanders hebben dan de indruk dat het allemaal nog meevalt. Ze verwijten de centrale mantelzorger te overdrijven en hechten geen geloof aan de moeilijkheden die door hem / haar worden gesignaleerd.
- Het taboe rond dementie vormt een belemmering om moeilijkheden naar buiten te brengen en mensen uit te nodigen. Er is vaak een gebrek aan kennis over dementie, over de symptomen eigen aan de ziekte, over het verloop van dementeringsprocessen, over het omgaan met dementerende personen. Daardoor worden dementerenden vaak misbegrepen of als kinderen behandeld, wat kan lijden tot moeilijkheden die de mantelzorger kost wat kost wil voorkomen.
- Voor kennissen en vrienden van een dementerende kan de confrontatie met een dementieproces te veel emoties oproepen waar ze niet mee omkunnen, waardoor dezen een gesprek over de dementerende vaak vermijden.
We zijn ervan overtuigd dat de draagkracht
van zorgende familieleden versterkt wordt
door ontmoetingen met mensen die weten wat
dementie betekent, die oog hebben voor de
dementerende persoon als individu en die
ook blijven stilstaan bij moeilijkheden
die door de mantelzorger ervaren worden.
Grenzen aan Thuiszorg
Geen enkele thuiszorgsituatie is gelijk
en toch wordt er graag en vaak vergeleken
met anderen. De keuze om een dementerende
persoon al dan niet thuis te verzorgen kent
vele aspecten die voor de ruime omgeving
niet altijd duidelijk zijn, maar voor de
direct betrokkenen des te meer. In gesprekken
over grenzen aan thuiszorg moeten we steeds
voor ogen houden dat de eigen mening verband
houdt met de eigen situatie of de rol die
je binnen een zorgproces opneemt. Anderen
kunnen bijgevolg anders denken en beslissen.
Het is in alle omstandigheden belangrijk
om respect te tonen voor de, vaak moeilijke,
beslissingen van anderen.
Heel wat zorgprocessen bereiken een punt
waarop de haalbaarheid, wenselijkheid en
het al dan niet verantwoord zijn van de
thuiszorg in vraag gesteld worden. Vanuit
het Expertisecentrum Dementie West-Vlaanderen
Foton ontstond het boek: "Keuzewijzer,
tussen thuiszorg en residentiële zorg"
van Bart Deltour (1999). Keuzeprocessen
zijn nooit eenvoudig omdat beloftes, principes,
emoties, tegenstrijdige meningen en negatieve
ervaringen van anderen onbewust een rol
gaan spelen. Deze elementen kunnen een beslissing
in een bepaalde richting sturen waar niemand
zich nog goed bij voelt. Zowel bij de familieleden
als bij de professionele hulpverleners is
grenzen aan thuiszorg een emotioneel geladen
problematiek en heeft men de neiging om
in zwart-wit termen te spreken over thuiszorg
en residentiële zorg. Daarom het boek Keuzewijzer.
Het doel is een individueel en gezamenlijk
bewustwordingsproces op gang te brengen
en te ondersteunen voor iedereen die bij
de problematiek betrokken is. Aan de hand
van checklists kan men aanstippen welke
elementen meespelen in de concrete situatie.
Er wordt stilgestaan bij 4 aspecten: de
feiten, de mogelijkheden of alternatieven,
de motieven en gevoelens die meespelen en
het afwegen van onderliggende waarden. In
de bijhorende handleiding worden de nodige
instructies gegeven voor het gebruik van
het boek. Er is tevens een hoofdstuk opgenomen
i.v.m. de vragen die men bij een verkennend
contact met een rusthuis kan stellen.
Zoeken naar een geschikt rusthuis
Bij het voortschrijden van het dementieproces
kunnen mantelzorgers zich op een bepaald
moment genoodzaakt zien, om welke reden
dan ook, de stap te zetten naar een residentiële
zorgvoorziening. Het is een beslissing die
zelden zomaar genomen wordt. Meestal wachten
familieleden tot het echt niet anders kan.
Vaak zijn ze de wanhoop en de uitputting
nabij.
Bij de keuze van een rusthuis geldt in België
het principe van keuzevrijheid. De praktijk
leert ons echter dat de meerderheid van
de toekomstige bewoners en/of hun familieleden
nauwelijks stilstaan bij hun keuzemogelijkheden.
Een keuze maken in verband met een nieuwe
woon- en leefomgeving voor een dementerende
persoon vraagt heel wat tijd en energie.
Twee zaken die niet evident zijn in de zorg
voor dementerende personen. Veel te vaak
worden dergelijke beslissingen dan ook op
de lange baan geschoven en wordt in crisis
vlug vlug een keuze gemaakt. Niet zelden
voelt men zich verplicht akkoord te gaan
met het voorstel van een maatschappelijk
werker of huisarts zonder de instelling
en de geboden zorg te kennen.
Om crisisbeslissingen en onnodige ziekenhuisopnames
te voorkomen pleiten wij ervoor om veel
vroeger - op een moment dat opname nog niet
aan de orde is - op zoek te gaan naar een
mogelijke nieuwe thuis voor de dementerende
persoon. Deze voorzorgsmaatregel hoeft geen
voorbode te zijn voor opname, maar kan een
antwoord zijn op de vraag 'wat als er mij
iets overkomt'. In geval van crisis kan
de zorg voor de dementerende persoon, al
dan niet tijdelijk, overgedragen worden
in een omgeving die uw voorkeur geniet.
De naam van een dementerende persoon op
een wachtlijst laten zetten, houdt geen
enkele verplichting in. Men heeft het recht
om aan te geven dat men de opname wenst
uit te stellen tot een latere datum.
De zoektocht naar een geschikte thuis voor
een geliefd persoon is een niet te onderschatten
opdracht. Voor meer informatie is het raadzaam
contact op te nemen met een maatschappelijk
dienst of thuiszorgcentrum.
De verhuis naar een rusthuis
In een verhuissituatie van een dementerende
persoon zijn drie partijen betrokken. Ieder
met eigen verwachtingen, mogelijkheden,
beperkingen en emoties.
- De dementerende krijgt op zeer korte tijd heel wat indrukken te verwerken. Hij / zij wordt geconfronteerd met de sterke emoties van schuld, verdriet, onmacht uit de omgeving. Angst van de dementerende om verlaten te worden, speelt in heel wat situaties een rol. De resterende mogelijkheden, de persoonlijkheid, de betrokkenheid en de sfeer bij opname zullen bepalend zijn voor zijn reacties. Het is naar ons aanvoelen belangrijk dat de dementerende persoon niet onmiddellijk alleen gelaten wordt in de nieuwe thuis. Als het voor de mantelzorger te zwaar valt, kan gezocht worden naar andere vertrouwenspersonen die betrokkenheid en nabijheid kunnen uitstralen. Een glas wijn of stukje taart kunnen bijdragen tot een positieve sfeer. Het aanbieden van duidelijke afspraken binnen een herkenbare structuur kunnen het gebrek aan veiligheid een stuk ondervangen.
- Heel wat familieleden voelen het moment van opname aan als mislukken. Ze worden gedwongen om de zorg aan anderen over te dragen. Ze moeten afscheid nemen van de zorgsituatie van voor de opname. Vaak hebben ze een ambigu gevoel rond de verhuis: rationeel weten ze dat dit de enige haalbare mogelijkheid is om goed voor de dementerende persoon te zorgen, emotioneel hebben ze het gevoel dat de dementerende persoon nooit de optimale zorg zal kunnen krijgen die zij voor hem in gedachte hadden. Zeker in de eerste maanden overheerst het gevoel van verlies. Het vergt veel aandacht van de hulpverleners om aan familieleden duidelijk te maken waar ze hun steentje kunnen bijdragen en hoe ze optimaal betrokken kunnen zijn bij het dagelijks leven van hun dementerend familielid. Zij blijven verantwoordelijk maar kunnen in het nemen van beslissingen nu terugvallen op een groep deskundigen die begaan zijn met het welzijn van hun familielid.
- De hulpverleners willen hun zorg en steun aanbieden aan de dementerende persoon en zijn familie. Om optimaal te kunnen zorgen hebben ze nood aan informatie over de persoonlijkheid en de levensgeschiedenis van de nieuwe bewoner. Ze moeten zicht krijgen op de resterende mogelijkheden en de beperkingen. Familieleden zijn hierbij van het grootste belang omdat ze de schakel vormen tussen heden en verleden. Vanuit het team is het belangrijk dat de nieuwe bewoner en zijn familie niet direct overladen worden met informatie. Uit verhalen van familie blijkt dat een vaste contactpersoon bij wie ze terecht kunnen met vragen, die wil luisteren naar hun beleving, die opvolgt hoe de eerste uren, dagen, weken verlopen en die openstaat voor suggesties i.v.m. de verzorging, van heel groot belang is.
De aanpassing aan een nieuwe omgeving gaat
niet van vandaag op morgen. Het is nodige
dat alle partijen de tijd krijgen om aan
elkaar en aan de nieuwe situatie te wennen.
Een goede communicatie tussen alle betrokkenen
zal de continuïteit in de zorg ten goede
komen.
Aandachtspunten vanuit de instelling
Familieleden en vrienden vormen een onvervangbare
levensschakel. De zorg voor deze belangrijke
partners omvat aandacht voor de moeilijkheden,
de emoties en de vragen waarmee ze kampen.
Bepaalde beslissingen of accenten in de
zorg kunnen voor de hulpverleners overduidelijk
zijn maar voor bezorgde familieleden onbegrijpelijk.
Het is belangrijk dat familieleden en vrienden
op de hoogte zijn van de zorgvisie die binnen
de instelling wordt gehanteerd. Zij moeten
ook het recht hebben om bepaalde gangbare
zaken in vraag te stellen met betrekking
tot de individuele noden van hun familielid.
Zo kan familie er, ondanks de afspraak dat
iedereen in de leefruimte komt eten, voor
kiezen dat hun dementerende persoon op zijn
kamer blijft. Een gesprek over de achterliggende
beweegreden is evenwel noodzakelijk voor
de onderlinge verstandhouding.
In het belang van de bewoners dient de integratie
van familieleden in de zorg voor de dementerende
persoon sterk ondersteund te worden. Zij
dienen uitgenodigd te worden om mee verantwoordelijkheid
te dragen zonder dat de indruk gegeven wordt
dat dit een verplichting inhoudt. Een klimaat
waarin familieleden en vrienden zich aanvaard
en gewaardeerd weten, heeft een positief
effect op het welbevinden van de dementerende
bewoner.
Rouw en verlies bij familieleden van dementerende personen
Een proces van dementie kan een mens emotioneel
heel diep raken. Dat geldt ook voor de naaste
familie en in het bijzonder voor de partner
en de kinderen. Het dementeren van een familielid
betekent voor de directe omgeving steeds
een verliessituatie: het verlies van een
"gezonde" partner, van een "gezonde"
ouder. De ander wordt meer en meer geestelijk
onbereikbaar. Dit wordt des te scherper
aangevoeld wanneer de patiënt een uitgesproken
persoonlijkheidsverandering ondergaat, wanneer
een echt diepgaand gesprek niet langer mogelijk
is of wanneer hij/zij (in een ver gevorderd
stadium van de ziekte) de naaste familieleden
niet meer herkent.
Het dementeringsproces is eigenlijk een
aanhoudende opeenstapeling van verschillende
soorten van verlies: verlies van het vertrouwde
gedragspatroon van de naaste, verlies van
decorum bij de dementerende, verlies van
het vertrouwde rolpatroon, verlies van wederkerigheid,
van onderlinge steun, verstoring van het
evenwicht binnen een familie, verlies van
sociale contacten, verlies van een gezamenlijke
thuissituatie bij opname van de dementerende,
en uiteindelijk verlies van de persoon bij
overlijden.
Verlies aanvaarden gebeurt niet meteen.
Daar is meestal veel tijd voor nodig. Het
proces van afscheid nemen waar partner en
kind doorheen moeten, is te vergelijken
met een rouwproces en verloopt volgens dezelfde
fasen. Hier gaat het enerzijds om een rouwen
over het verlies van de gezondheid van de
partner of de ouder, anderzijds om een rouwen
over de dood die in het vooruitzicht wordt
gesteld. Dit verwerkingsproces dat voorkomt
vóór het verlies van een geliefde persoon
wordt in de literatuur vaak anticiperende
rouw genoemd. Deze term op zich duidt op
een specifiek rouwproces. Maar men anticipeert
niet alleen op het definitieve verlies;
men rouwt NU en TELKENS OPNIEUW. Misschien
kunnen we dan ook beter spreken van een
chronische rouw of beter nog van een rouw
ten gevolge van een chronische ziekte.
Vele elementen van dit rouwen blijken dezelfde
te zijn als bij de normale rouw na een overlijden.
Toch zijn er een aantal duidelijke verschillen.
De partner of ouder is hier nog in leven
en beschikt dikwijls nog over een goede
lichamelijke conditie. Soms is de dementerende
zelfs erg mobiel, levendig en opgewekt.
Dit staat dan ver af van het beeld van de
somatisch zieke en bedlegerige bejaarde.
Een ander belangrijk verschil is dat men
hier door anderen niet wordt beschouwd als
iemand die rouwt. Veelal vindt men geen
steun en begrip in de omgeving. Verder gebeurt
het verlies niet plots. Men merkt zeer geleidelijk
de verminderde mogelijkheden van de bejaarde.
Uit ervaringsgegevens weet men dat de duur
van de "normale" rouw na een overlijden
ongeveer één jaar bedraagt. Het 'anticiperend'
rouwen daarentegen kan verschillende jaren
duren.
Iedereen beleeft het verlies op een andere
manier, mede afhankelijk van:
de aard van de relatie die men had met de
dementerende
soort persoon die men verliest
vader/moeder, partner, zus,...
soort persoon die verliest
aard van de familiebanden
moment in de levensloop
ernst van de ziekte
ernst en frequentie van gedrags- en stemmingsproblemen
...
Typische kenmerken van het rouwen.
Het rouwproces kent een cyclisch verloop,
van crisis naar crisis, met sterk wisselende
gevoelens van ontkenning, verdriet, agressie,
schuld en berusting.
Niet alle elementen hieronder beschreven,
zullen bij één persoon aanwezig zijn. Bepaalde
kenmerken zullen bij de ene rouwende erg
op de voorgrond treden, terwijl ze bij een
ander slechts in mindere mate voorkomen.
Iedereen doorleeft een eigen rouwreactie.
Toch worden enkele typische belevingsreacties
weergegeven, die kunnen worden opgedeeld
in drie fasen.
Ontkenning, vermijding
Het familielid gedraagt zich alsof de dementerende
persoon niet lijdt aan dementie. Men kan
en wil het niet onder ogen zien en vaak
zal men een afstandelijke houding aannemen.
Men zet zich af tegen de diagnose van de
arts en een bezoek aan moeder/vader wordt
uitgesteld. Men stelt zich op alsof men
te doen heeft met iemand die nog over al
zijn mentale mogelijkheden beschikt. Van
de dementerende wordt dan ook een "gezond"
gedrag geëist. Men roept de dementerende
tot de orde en wijst hem/haar op de onverantwoordelijkheid
of op de vreemdheid van het gedrag. Soms
kan dit voor de dementerende persoon een
extra belasting betekenen. Het voortdurend
wijzen op de tekortkomingen confronteren
de dementerende met zijn/haar aftakeling.
Hij/zij wordt dan ook meestal onrustig of
droevig.
Deze ontkenning bij familieleden mag niet
worden aanzien als onverschilligheid, maar
kan worden gezien als een zich afschermen
tegen te intense pijnlijke gevoelens, als
een bescherming tegen het verdriet en de
machteloosheid. Deze fase geeft het individu
de tijd om dingen op een rijtje te zetten
vooraleer het verlies ten volle wordt ervaren.
Ontkenning treedt vooral op in het begin
van het dementeringsproces. Wanneer de dementie
vordert, wordt het volhouden van deze ontkenning
vanzelfsprekend minder en minder haalbaar.
Toch blijft bij sommige familieleden de
ontkenning erg lang bestaan of duikt ze
geregeld terug op.
Confronterende fase
In deze fase is het leed het meest intens.
De ontkenning neemt af en emoties zoals
angst, woede, schuld, eenzaamheid, diep
verdriet, pijn, depressie... volgen.
* Gevoelens van machteloosheid en verdriet
Men voelt een diepe wanhoop, een immens
verdriet. Dit gaat soms gepaard met slaapstoornissen
en een gebrek aan eetlust. Er kunnen ook
lichamelijke verschijnselen optreden: hoofdpijn,
hartkloppingen, een gevoel van beklemming
in de borststreek,... Gevoelens van ontkenning
en depressie, van hoop en wanhoop, kunnen
elkaar geregeld afwisselen.
* Schaamtegevoelens
Gevoelens van schaamte werken vaak erg isolerend.
Sommige mensen sluiten zich volledig af
van de buitenwereld. Niemand mag weten wat
er aan de hand is en ze hebben de neiging
hun ziek familielid te verbergen voor anderen.
* Schuldgevoelens
Gevoelens van schuld zijn meestal aanwezig.
Men is ervan overtuigd dat de arts er te
laat is bijgeroepen en dat men niet tijdig
de ernst van de ziekte heeft ingezien. De
rouwende voelt zich schuldig over ruzies
die men in het verleden met de bejaarde
heeft gehad, op het moment dat die laatste
wellicht reeds ziek was. Het familielid
heeft het gevoel dat hij nooit genoeg voor
de zieke heeft gedaan, en dat hij ook nu
nog steeds tekort schiet. Men verwijt zichzelf
dat men niet meer geduld heeft opgebracht.
Het spreekt voor zich dat deze schuldgevoelens
het omgaan met de dementerende persoon in
grote mate kunnen beïnvloeden. Sommigen
zullen zoveel mogelijk in de plaats van
de patiënt gaan doen. Er is dan een overbetrokkenheid.
Dit kan aanleiding geven tot ernstige conflicten,
zeker in het stadium van een beginnende
dementie, waarbij de dementerende zich overdreven
"bemoederd" of geïnfantiliseerd
voelt. Soms kunnen de acties die de zorgdrager
vanuit zijn schuldgevoelens onderneemt,
de therapeutische inspanningen van professionele
hulpverleners (vb. werken aan zelfstandigheid
e.d.) bemoeilijken.
Schuldgevoelens hebben ook vaak een verlammende
uitwerking. Ze maken het moeilijk de juiste
beslissingen te nemen. De huidige situatie
kan niet realistisch worden ingeschat omdat
er teveel wordt gekeken naar de gemaakte
fouten en naar situaties waarin men tekort
geschoten is. Men wil vanalles goedmaken,
terwijl men aan het einde van zijn krachten
is.
Het is heel gewoon dat personen die zich
nauw verbonden voelen met de dementerende
vroeg of laat schuldgevoelens krijgen. Het
geeft aan dat men het familielid graag ziet.
* Agressieve gevoelens, opstandigheid
De agressie van de familieleden, die onder
meer kan voortkomen uit de onvermijdelijke
gevoelens van machteloosheid, kan zich richten
naar zichzelf, maar soms ook naar de huisarts
of naar andere professionele hulpverleners.
Dit kan zich dan uiten in allerlei opmerkingen
omtrent de behandeling en de verzorging.
Ook tegenover de dementerende zelf kunnen
agressieve gevoelens optreden. De patiënt
kan immers beleefd worden als verantwoordelijk
voor de pijnlijke situatie waarin men zich
nu bevindt. Dergelijke bij zichzelf waargenomen
agressieve gevoelens kunnen op hun beurt
aanleiding geven tot ernstige schuldgevoelens.
Het is belangrijk als familielid, vriend
of hulpverlener deze opstandigheid te erkennen
als een normaal onderdeel van een rouwproces.
* Angstgevoelens
De naaste familie van de dementerende kent
vele angsten: separatieangst, angst voor
verdere dementering, angst voor het onbekende,
angst voor erfelijkheid, angst voor agressie,...
Samengaand met de psychologische kenmerken,
kunnen in deze fase verschillende fysiologische
symptomen optreden, zoals verminderde energie,
verminderde eetlust, maag- en darmklachten,
slapeloosheid, vermoeidheid, hartkloppingen,
duizeligheid, hoofdpijn, rusteloosheid,
kortademigheid...
Aanvaarding, herstel
Na verloop van tijd komen vele familieleden
tot een zekere vorm van acceptatie of aanvaarding
van de toestand. Dit betekent dat men het
bestaan van de ziekte, met alle beperkingen
die erbij horen, onder ogen ziet zonder
daarom in diepe wanhoop te verzinken. Gevoelens
van pijn en verdriet zullen aanwezig blijven,
maar de schuldgevoelens en agressie spelen
een minder grote rol. Aanvaarding betekent
ook dat men zowel voor de patiënt als voor
zichzelf de meest haalbare oplossing kan
kiezen. Men kan dan rekening houden met
het welzijn van de patiënt en met de eigen
draagkracht bij de keuze van de verschillende
alternatieven: zelf de zorg volledig op
zich nemen, ondersteuning door professionele
hulp in de thuissituatie, opname in een
RVT,...
Aanvaarding betekent ook dat de familie
de dementerende heeft leren accepteren als
een veranderende persoon, een persoon die
niet meer dezelfde is als voorheen. En deze
persoon heeft in zijn anders-zijn toch een
plaats gekregen in hun wereld. De dementerende
blijft een belangrijke rol spelen in het
emotionele leven van de familie.
Niet iedereen komt even snel tot een zekere
acceptatie. Een volledige aanvaarding wordt,
zolang de dementerende leeft, wellicht door
niemand bereikt. Sommigen zullen het verlies
echter pas aanvaarden wanneer ze, na het
overlijden van het familielid, het rouwproces
volledig hebben doorgemaakt. Maar ook bij
een goede aanvaarding kunnen elementen van
het anticiperend rouwen zich opnieuw manifesteren,
bijvoorbeeld bij een plotse versnelling
in het aftakelingsproces.
Besluit
Er is nood aan herkenning en erkenning
van dit rouwproces. Familieleden kunnen
steun vinden bij lotgenoten (die zij bijvoorbeeld
kunnen ontmoeten in een praatgroep van de
Alzheimer Liga of in het praatcafé dementie),
bij professionelen en ervaringsdeskundigen.
Ons inziens lijkt het daadwerkelijk rouwen
essentieel om tot een nieuwe relatie, een
nieuwe verbinding te komen. Doorheen het
rouwen komt men tot een zekere rust, tot
een goed evenwicht tussen afstand en betrokkenheid.
Dit lijkt ons noodzakelijk om tot een gezonde
communicatie met de dementerende persoon
te komen, om te komen tot een samenleven
waarbij men er als familie niet onderdoor
hoeft te gaan.
Bron: ECD-Vlaanderen (Expertisecentra
Dementie Vlaanderen). Tel: 070-224 777. Website:
www.ecd-vlaanderen.be.
Onze dank aan ECD-Vlaanderen voor de nuttige
informatie.
| | | | | In favorieten opslaan | | |
|
Een vraag of een probleem op SeniorenNet? Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.be. |






