Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Depressie
Depressie
Inleiding
Een depressie is een verzameling van symptomen, waarbij centraal
staan: een verlaagde, sombere stemming, verlies van energie en initiatief,
vermoeidheid en sociaal terugtrekgedrag. Naast deze symptomen kan
er een scala aan klachten zijn.
Iedereen voelt zich wel eens moe, somber en lusteloos, heel normale
klachten die optreden als reactie op tegenvallers, verlies en andere
vervelende gebeurtenissen in het leven. Vaak gaat het om en relatief
kortdurende periode in tegenstelling tot een depressie, die meer is
dan alleen een sombere stemming en ook vaak veel langer duurt.
Voorkomen
Een op de vijf mensen maakt tijdens zijn leven een depressie door.
Momenteel zijn er ongeveer een miljoen mensen in Nederland die een
depressie hebben. Tien procent van de mannen en twintig procent van
de vrouwen maken in hun leven een depressie door. Dat verschil heeft
te maken met dat vrouwen eerder hulp zoeken en mannen eerder geneigd
zij om de depressie weg te drinken, meer mannen dan vrouwen zijn aan
alcohol verslaafd.
De incidentie (aantal nieuwe gevallen per jaar) van depressie tijdens
zwangerschap varieert van 8 tot 10%
Symptomen
-
Psychologische symptomen
-
depressieve stemming
neerslachtigheid, bedroefdheid, somberheid, hopeloosheid, gedeprimeerdheid; soms is die verlaagde
stemming 's ochtend het ergste ("dagschommelingen") -
anergie
vermoeidheid, verlies van energie, initiatief en kracht -
angst
-
formele denkstoornissen (stoornissen van de vorm van het denken)
problemen met concentreren en geheugen, denkremming en besluiteloosheid -
inhoudelijke denkstoornissen
gedachten over schuld, zelfverwijt, waardeloosheid en verlies van zelfrespect
-
-
Gedragsmatige symptomen
-
sociaal terugtrekgedrag, verlies van interesse in de omgeving
-
anhedonie
verlies van het vermogen plezier te beleven -
psychomotore agitatie of remming
onrustig of juist geremd gedrag -
verminderde productiviteit
-
suïcidaliteit
-
huilbuien
-
-
Functionele symptomen
(betreft wel vitale of biologische functies)- eetstoornissen
afgenomen (meestal) of toegenomen eetlust -
slaapstoornissen
in- en of doorslaapstoornissen, vroeg wakker worden, of juist slaapzucht -
seksuele stoornissen
verminderde behoefte (libidoverlies) -
lichamelijke klachten
obstipatie (meestal) of diaree
- eetstoornissen
- Psychotische Symptomen
In 10 à 15% van de depressies is er sprake van psychotische kenmerken, d.w.z. er is een gestoorde toetsing van de realiteit. Dit uit zich bij een psychotische depressie meestal in wanen (oncorrigeerbare gedachtedwalingen). Meestal is de inhoud van die wanen in overeenstemming met de depressieve stemming (stemmingscongruent): de thema's staan in het teken van persoonlijke tekortkomingen, falen, schuld, dood, straf of nihilisme. Vroeger werd een dergelijke psychotische depressie ook wel een melancholie genoemd.
Verloop
Een depressie kan geleidelijk ontstaan, maar ook acuut, d.w.z. van het ene op het andere moment. Zonder behandeling kan een depressie na enkele weken weer overgaan, soms kan het maanden of jaren duren. Gemiddeld duurt een niet behandelde depressie vier tot zes maanden. Een depressie is soms eenmalig, maar meestal heeft men last van meerdere depressieve episoden.
Oorzaken
Een depressie wordt meestal veroorzaakt door een combinatie van factoren.
-
Biochemische factoren
Onderzoek heeft uitgewezen dat er bij een depressie sprake is van een verstoring van de balans van bepaalde stoffen (serotonine en noradrenaline) in de hersenen.
-
Biogenetische factoren
Het blijkt dat er ook een erfelijke component van belang is. Kinderen, ouders en broers en zusters van een depressieve persoon hebben een kans van ongeveer 15 % om zelf depressief te worden. Bij mensen die geen naaste familieleden met een depressie hebben, is die kans maar 2 tot 3 %.
-
Psychosociale factoren
Ingrijpende negatieve (echtscheiding, dood, verlies van werk etc.) en positieve gebeurtenissen (krijgen van een kind, promotie) kunnen veel spanning (stress) oproepen. Veel stress bij iemand die er gevoelig voor is, kan leiden tot een depressie.
Het sociale leven is ook van belang bij het ontstaan van een depressie. Als het sociale leven bevredigend is, kan dat bijdragen aan het voorkomen en genezen van een depressie. Met andere woorden van belang is goede vrienden, een stabiele relatie en bevredigend werk of bezigheden.
-
Psychische factoren
Naast de genoemde factoren is het verleden (geschiedenis) van grote invloed op hoe iemand denkt, voelt en handelt, wat zijn of haar normen en waarden zijn, hoe hij of zij met zichzelf en anderen omgaat. Met name het opkroppen van boosheid speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van een depressie.
Onverwerkte ervaringen uit het verleden leiden onder meer tot het blokkeren van pijnlijke gevoelens die horen bij die ervaringen. Het blokkeren van die pijnlijke gevoelens draagt ook weer bij tot het ontstaan van een depressie.
-
Organische factoren
- Stemmingsstoornis door een middel
Sommige medicijnen (bijvoorbeeld sommige medicijnen tegen een hoge bloeddruk en slaapmiddelen) en diverse drugs (bijvoorbeeld alcohol, amfetamine en cocaïne) kunnen een depressie (en een manie) veroorzaken - Stemmingsstoornis door een somatische aandoening
Sommige lichamelijke aandoeningen (bijvoorbeeld hersenbloeding en schildklieraandoeningen) kunnen een depressie (en een manie) veroorzaken
- Stemmingsstoornis door een middel
Seizoensgebonden patroon, oorzaak
Een gangbare theorie is die van de verstoorde biologische klok (dag- en nachtritme). Via het netvlies krijgen we zonlicht binnen, dat via de pijnappelklier tot chemische processen in de hersenen leidt. De stoffen die daar aangemaakt worden (bijvoorbeeld melatonine) regelen onze biologische klok. Iedereen maakt dat 's avonds aan, patiënten met een winterdepressie maken deze stof overdag al in grote hoeveelheden aan. Het melatoninegehalte heeft weer effect op het serotoninegehalte. Er wordt gedacht dat winterdepressiepatiënten extra veel licht nodig hebben om de biologische klok goed te regelen.
Behandeling
Farmacotherapie
Medicatie bestaat meestal voornamelijk uit een antidepressivum, soms
wordt (tijdelijk) een benzodiazepine voorgeschreven tegen angst en
slecht slapen. Als het antidepressivum na circa zes weken geen effect
heeft wordt vaak overgeschakeld naar een ander antidepressivum. Bij
een psychotische depressie wordt naast het antidepressivum een antipsychoticum
gegeven.
Bij therapieresistente depressies kan aan het antidepressivum lithium
worden toegevoegd. Toevoegen van lithium aan een antidepressivum heeft
bij ongeveer 50% van de patiënten met een therapieresistente
depressie effect.
Er is nauwelijks gecontroleerd onderzoek naar combinatie van antidepressiva
bij therapieresistente depressies, de onderzoeken die uitgevoerd zijn
betreffen meestal kleine aantallen patiënten. In alle onderzoeken
is de respons na combinatie ongeveer 60%. Dat lijkt hoog, maar bij
bijna alle onderzoeken is het de vraag of dat door de combinatie komt.
Vaak is de combinatie een verkapte dosisverhoging, of de SSRI verhoogt
de spiegel van het klassieke antidepressivum of nog één
uit een reeks van methodologische tekortkomingen. In de onderzoeken
ontbreken de noodzakelijke controles en het vergelijk met andere combinaties,
zoals toevoegen van lithium of ECT. De frequentie en ernst van bijwerkingen
valt over het algemeen mee, in een op enkel gevallen is er sprake
van bijvoorbeeld een serotoninesyndroom. Er zijn geen gegevens over
de effecten en bijwerkingen van combinaties en geen objectieve gegevens
welke combinatie eerst in aanmerking zou moeten komen. De conclusie
van de auteurs die de bestaande literatuur onderzochten is dat combinatie
van antidepressiva geen vooraanstaande plaats verdient bij behandeling
van therapieresistentie.
Psychotherapie
Een aantal vormen van psychotherapie is werkzaam is bij de behandeling
van een depressie. Ze zijn ongeveer even effectief als medicatie.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de combinatie van medicatie en psychotherapie
de beste resultaten bij de behandeling van een depressie geeft.
Er zijn vele vormen van psychotherapie, belangrijker dan de keuze
van de therapievorm, is de keus van de therapeut. Ga daarbij op uw
gevoel af, als het niet klikt bespreek dat met de therapeut en maak
desnoods een afspraak met een ander.
Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT)
IPT ziet in een depressie een op jeugdervaringen gestoelde, inadequate
reactie op situaties waarin de bestaanszekerheid op het spel staat.
Doel van de therapie is die inadequate reactie door doelmatiger gedrag
te vervangen. De jeugdervaringen worden niet besproken; IPT richt
zich uitsluitend op het heden. Eerst worden de manieren waarop de
patiënt met de bedreigende situatie omgaat, zijn gevoelens, gedachten
en verwachtingen, zo nauwkeurig mogelijk in kaart gebracht. Vervolgens
wordt hem uitgelegd dat zijn reacties passen bij een depressie, een
ziekte die over het algemeen een goede prognose heeft maar tijdelijk
leidt tot sociale beperkingen.
Samen met de patiënt probeert de behandelaar de activiteiten
van de patiënt te ordenen in belangrijkheid, na te gaan welke
situaties de klachten vergroten en welke deze verminderen. Zo kunnen
activiteiten met een lage prioriteit komen te vervallen. De patiënt
krijgt het advies belastende situaties in het begin maar te vermijden
en situaties met een positief effect na te streven. Impliciet geeft
dit aan dat de patiënt in belangrijke mate greep kan hebben op
de stresserende omstandigheden. Tijdens de behandeling worden één
of twee problemen op relationeel oftewel interpersoonlijk gebied nader
geëxploreerd. Vaak gaat het om abnormale rouwreacties, strijd
tussen personen over sociale rollen, moeizame overgangen van de ene
sociale rol naar de andere (levensfaseproblematiek) en sociale tekortkomingen.
Cognitieve Gedragstherapie (CT) van Beck
Elektroconvulsietherapie (ECT)
In bijzondere gevallen is ECT geïndiceerd: - indien een snelle
respons gewenst, zoals bij ernstige suïcidaliteit, weigering
voedsel of vocht
- bij een depressie met psychotische kenmerken
-
indien er sprake is van resistentie voor medicatie
- indien medicatie gecontra-indiceerd is
Lichttherapie
Lichttherapie wordt toegepast bij patiënten met een zogenaamde
winterdepressie. Het idee is om een winterdag met kunstmatig zonlicht
te verlengen tot een zomerdag met volspectrumlicht (licht dat is samengesteld
uit alle kleuren van de zon, met de intensiteit van zonlicht op een
normale heldere dag). De intensiteit van dit volspectrumlicht is 10.000
lux. Het volspectrumlicht is in speciale lichtbakken ingebouwd, die
worden gebruikt voor lichttherapie (circa vier weken dertig minuten
per dag voor een lichtbak). Bij zo'n tachtig procent van de winterdepressiepatiënten
verdwijnen hierdoor de klachten geheel of gedeeltelijk. Naast toepassing
door sommige RIAGG's en ziekenhuizen, kan men ook zelf een lichtbak
kopen of huren. De Vereniging voor Winterdepressie-patiënten
in Nederland (VvWN) verhuurt lichtbakken op niet-commerciële
basis.
Runningtherapie
Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat runningtherapie effectief
is in het verminderen van ontstemming bij depressieve patiënten.
Sint-Janskruid (Hypericum perforatum)
Sint-Janskruid (bijvoorbeeld Solgar®) wordt aanbevolen bij milde
tot matig ernstige depressies. Belangrijk is dat het Sint-Janskruid
professionele hulp niet mag en kan vervangen. Sint-Janskruid lijkt
effectiever dan een placebo bij de kortdurende behandeling van milde
tot matig ernstige depressies. Bijwerkingen treden significant minder
vaak op in vergelijking met de eerste generatie tricyclische antidepressiva.
De kanttekening bij deze positieve resultaten is dat er maar relatief
weinig onderzoek is verricht naar de effectiviteit en bijwerkingen
van Sint-Janskruid. In één dubbelblind onderzoek (in
2000) bleek Sint-Janskruid even effectief als sertraline (Zoloft®)
bij milde tot matig ernstige depressies. In 1996 werden in een artikel
23 onderzoeken met een totaal van 1757 ambulante patiënten met
milde tot matig ernstige depressies geëvalueerd. Sint-Janskruid
bleek statistisch significant superieur aan een placebo en even effectief
als een standaard antidepressivum.
Het gebruik van Sint-Janskruid of van preparaten met Sint-Janskruid
erin, kan de werking van geneesmiddelen verminderen. Het kruid kan
onder meer de werking van bepaalde HIV-geneesmiddelen, de anticonceptiepil
en antistollingsmiddelen reduceren. Daarom raadt het ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het gebruik van Sint-Janskruid
in combinatie met geneesmiddelen af. Mensen die zowel medicijnen als
Sint-Janskruid gebruiken, wordt geadviseerd contact op te nemen met
hun apotheker, huisarts of specialist en niet zelfstandig het gebruik
te staken. Vrouwen die alleen een anticonceptiepil gebruiken kunnen
wel zelfstandig stoppen met het innemen van Sint-Janskruid.
| | | | | In favorieten opslaan | | |
|
Een vraag of een probleem op SeniorenNet? Kijk dan in het Helpcentrum (klik hier). Als je het daar niet kan vinden, helpen we je via e-mail op support@seniorennet.be. |





