Waar vandaan: Gezond leven > Gezondheid > Incontinentie
Incontinentie
Ongeveer 5 op 100 Belgen hebben last van onvrijwillig urineverlies. Nog steeds durft een groot aantal onder hen er niet over praten of hulp zoeken. Toch is het probleem in 75 tot 85% van de gevallen te verhelpen.
![]() |
Inhoud:
![]() |
De nieren filteren afvalproducten uit
het bloed tot urine. Die komt via de urineleiders
in de blaas terecht.
Als de hoeveelheid urine in de blaas groot
genoeg is, voel je aandrang tot plassen.
Door de sluitspier te ontspannen en de
blaas samen te trekken, kan de urine via
de urinebuis het lichaam verlaten.
Bij incontinentie verlies je onvrijwillig
urine. Het is geen ziekte, maar een symptoom
dat verschillende oorzaken kan hebben.
Je kan er op elke leeftijd mee te maken
krijgen.
Ouderen hebben meer kans dan jongeren
en vrouwen meer dan mannen.
Vormen van incontinentie
De meest voorkomende vormen van incontinentie
zijn inspanningsincontinentie, aandrangincontinentie
en overloopincontinentie. Ook gemengde
vormen komen voor.
Inspanningsincontinentie
Bij inspanningsincontinentie kan de sluitspier
een plotse verhoging van de spanning of
druk in de blaas niet meer aan. Dit kan
bv. zijn wanneer je niest, hoest of iets
optilt. De oorzaak kan een verslapping
van de bekkenbodemspieren zijn. Vooral
vrouwen hebben last van deze vorm van
incontinentie.
Zwangerschap en bevalling, menopauze,
operatie van de baarmoeder veelvuldig
heffen en tillen, zwaarlijvigheid, chronische
constipatie of een verkeerde plastechniek
kunnen aan de basis liggen.
Aandrangincontinentie
Bij deze vorm van incontinentie trekt
de blaaswand onwillekeurig samen en lekt
de blaas. Je hebt een plots opkomende,
niet te onderdrukken drang om te plassen,
zodat je het toilet soms niet tijdig bereikt.
Aandrachincontinentie komt voor bij mannen
en vrouwen.
Tot de mogelijke oorzaken behoren vergroting
van de prostaat, infectie van de urinewegen
en inname van cafeïne.
Overloopincontinentie
Wanneer je druppelsgewijs urine verliest
omdat je blaas overvol is, heb je last
van overloopincontinentie. De blaas kan
grote volumes urine bevatten zonder dat
je ooit het gevoel van een volle blaas
hebt. Bij het plassen wordt meestal niet
alle urine verwijderd.
Overloopincontinentie komt meer voor bij
mannen dan bij vrouwen en vooral op oudere
leeftijd. Mogelijke oorzaken zijn vergroting
van de prostaat, het niet goed function
ervan van het sluitmechanisme van de blaas,
een tumor of sommige geneesmiddelen (bv.
antidepressiva).
Behandeling
De laatste jaren heeft de behandeling
van incontinentie een grote vooruitgang
geboekt. Een juiste diagnose en behandeling
lossen nu reeds in 75 tot 85% van de gevallen
incontinentie definitief op. Daarom neem
je het best zo snel mogelijk contact op
met je arts en informeer je hem/haar voldoende
over hoe lang de klacht bestaat, hoe vaak
het voorkomt en in welke omstandigheden.
De arts zal dan een lichamelijk onderzoek
en een urine-onerzoek doen om de precieze
oorzaak en de soort incontinentie te achterhalen.
Soms zijn bijkomende onderzoeken nodig.
Nadien kan je starten met een aangepaste
behandeling.
Blaastraining
Wanneer je vaak op een dag naar toilet
moet, kan je kinesist je tips geven om
je blaas onder controle te houden. Op
vaste tijdstippen plassen kan een hulpmiddel
zijn. Door de tijdsspanne tussen twee
urinelozingen langzaam te verlengen, verhoog
je je blaascapaciteit en zal je een aantal
keren minder moeten plassen.
Oefeningen
Heel wat incontinentieproblemen hebben
te maken met verslapte bekkenbodemspieren.
Het verstevigen van deze spieren aan de
basis van het bekken zorgt ervoor dat
ze de blaas beter ondersteunen. Je gaat
best eerst naar een kinesist om de oefeningen
aan te leren. Nadien kan je ze zelf dagelijks
thuis doen.
Geneesmiddelen
Naargelang het soort incontinentie kan
je arts overwegen om geneesmiddelen voor
te schrijven. Meestal zijn die slechts
een onderdeel van de behandeling.
Operatie
Bij incontinentie grijpen dokters niet
meer zo snel operatief in. In sommige
gevallen is een operatie toch aangewezen,
bv. om de blaas en blaashals beter te
ondersteunen, bij prostaatproblemen of
om een kunstmatige sluitspier in te brengen.
Hulpmiddelen
In bepaalde gevallen is een definitieve
oplossing van onvrijwillig urineverlies
niet mogelijk. Afhankelijk van de graad
van incontinentie zijn er verschillende
hulpmiddelen voor mannen en vrouwen beschikbaar.
Het is belangrijk om na overleg met je
arts, apotheker, verpleegkundige of verantwoordelijke
van de mediotheek of thuiszorgwinkel,
hulpmiddelen uit te proberen en het best
geschikte hulpmiddel te kiezen.
Absorptiematerialen
Inlegluiers, broekluiers en verbanden
bestaan uit drie lagen. De bovenste laag
is zacht om irritatie tegen te gaan en
laat de urine onmiddellijk doorlopen naar
de tweede laag. Deze is opgebouwd uit
een speciale stof die de urine omzet in
een soort gel, waardoor één
klein verband veel urine kan opvangen
en de geur tegelijk verdrijft. De derde
laag is van plastic en laat geen vocht
door.
-
Voor mannen bestaan er plastic zakjes die aan het been worden vastgemaakt. Over de penis wordt een huls geschoven waarop een buisje past dat naar het zakje loopt. Zo vloeit de urine van de penis in het zakje aan het been.
- De verblijfskatheter is een dun buisje dat in de blaas wordt gebracht en waardoor de urine kan afvloeien. Dit kan zowel bij mannen als vrouwen.
- Stel het plassen niet te lang uit. Wanneer
je steeds wacht tot je de urine bijna
niet meer kan ophouden, kan je blaasproblemen
krijgen.
- Neem op het toilet een natuurlijke zithouding
aan met de voeten vlak op de grond, de
benen lichtjes gespreid.
- Onstpan je bekkenbodemspieren en laat
de urine stromen zonder je buikspieren
aan te spannen of te persen. Onderbreek
het plassen niet want dat kan leiden tot
resturine in de blaas.
- Neem rustig de tijd om de blaas volledig
te ledigen.
- Maak je bekkenbodemspieren sterker door
ze regelmatig op te spannen . Je kan controleren
hoe je bekkenbodemspieren onspannen wanneer
je eenmaal plots aan het plassen onderbreekt.
Dit is slechts een controlemiddel en geen oefening om incontinetie te voorkomen.
- Spreid je vochtinname over de hele dag.
Het is belangrijk 1,5 tot 2 liter per
dag te drinken, om uitdrogingsverschijnselen,
nierproblemen en urineweginfecties te
vermijden
- Drink niet te veel koffie, thee en alcohol.
Deze dranken werken vochtafdrijvend en
kunnen de blaaswand irriteren.
- Voorkom inspanningsincontinentie door pre- en postnatale gymnastiek.
Om problemen van urineverlies bij bejaarden en mensen met mobiliteitsproblemen te voorkomen of te verminderen, helpen volgende tips:
- Maak het toilet gemakkelijker bereikbaar
door bv. een voldoende grote toiletruimte,
een bed op aangepaste hoogte zodat je
er gemakkelijk uit kan, een goed bereikbare
lichtschakelaar, een toiletverhoger zodat
je gemakkelijker kan gaan zitten of beugels
en handgrepen voor extra steun.
- Kies aangepaste kleding die vlot opengaat, bv. met velcro of rits.
Bron: "Incontinentie" van de CM
| | | | | In favorieten opslaan | | |






