Waar vandaan: Literatuur > Poëzie van de dag > Als men mij vragen zou
Poëzie van de dag
Als men mij vragen zou Als men mij vragen zou Norge te beschrijven - Zal ik vertellen over de ijle wind die, getemperd door een frele zon, Misschien moet ik wel het zuivere water vatten Neem ik je mee naar het zachte, glooiend Gudbrandsdal Of zal ik vertellen van de oude huizen in intiem palet neergeplant Probeer ik de stille schoonheid van Haukeliseter te beschrijven? Daarom : lààt me mijn herinneringen, hoe onvolkomen ook, Robert Embrechts
waarmee zou ik dan het best beginnen?
Ik kan het juiste blauw niet vinden noch de de vele tonen wit en grijs
van de wolkenplukken die tussen groenig-witte rotsen drijven,
zich spiegelend in zovele fjorden – stille sloepen in de geest.
de heideplakken streelt langs de Peer Gyntvegen,
waarvan de ruigheid mij tot in de vezels raakt -
of van de minuscule vennen, her en der verstrooid
als spiegels, die toegang geven tot het mysterieus verleden?
dat in oneindig veel variaties doorheen de watervallen bruist:
over ’t kleurenspel van miljarden druppels in het licht,
die hun vochtige sluier spreiden over de bemoste stenen
voor het zich weer verder spoedt?
waarover in de verte Jotunheimen waakt, de huizen van de reuzen?
Er zit iets dreigends in hun flanken en besneeuwde toppen
die fluisterend oude sagen uit lang vervlogen tijden zingen,
bevolkt door trollen en hun grollen, klein en groot.
aan de voet van Haakonhallen, waar vorsten koning werden?
Eeuwenlang klopte hier het hart van Bergen, met zicht op verre einders,
door Grieg en Holberg in lied en vers bezongen en beschreven,
waar elke steeg een eigen doorkijk biedt op vroeger.
Dit greep mij nog het meeste aan, ik zal die aanblik blijven koesteren:
daar, boven de Hardangervidda in één tent, met uitzicht op het meer
word je één met water, vuur en aarde, maar raakt je bovenal de geest
van dit ongerepte Noorse land dat je nooit meer echt verlaat.
laat me verder dromen van de bergen en de dalen
en van de band die van mensen vrienden maakt
die, eerder nog dan onvolmaakte woorden,
onze reis beschrijft door Trollenland.
Laat, aan het eind van mijn verhaal,
als alle woorden zijn geschreven, het laatste punt gezet,
mijn gedachten noordwaarts drijven
om er te verwijlen op de plaatsen waar ik voelde
hoe hemel en aarde in elkaar verglijden.
Laat me mijmeren tussen ‘t groene mos en zilveren heide,
opgaan in de stilte van de Peer Gyntvegen
dankbaar denkend aan de jaren die zich aan elkander regen
tot een haast oneindig snoer van ogenblikken die ik koester
maar die ik dan uit handen geven zal.
Laat me nog één keer kijken in het heldere water van de fjorden
die zo peilloos diep de stralende hemel in zich bergen,
zodat, rimpelloos haast, op het deinen van de tijd,
gespiegeld maar toch herkenbaar
ook mijn eigen diepe wezen bovendrijft.
Of laat me maar, daar boven de Hardangervidda,
zitten bij het meer op Haukeliseter
en niets méér zijn dan lucht en water,
terwijl het vuur vanbinnen zachtjes dooft,
zodat ik mij langzaam los kan maken van de aarde.
Een snek zet dan koers naar mijn laatste einder,
de drakenkop afgetekend in een late avondzon -
het zeil bolt zacht in een koele avondbries.
Ik vaar alleen en kijk dan niet meer om -
Ginds wordt weer op mij gewacht.
Robert Embrechts
Zelf poëzie insturen?
Dat kan: stuur naar poezie@seniorennet.be !
Let op: u moet zélf de auteur zijn van het gedicht om toelating te geven voor publicatie op SeniorenNet.