Waar vandaan: Literatuur > Poëzie van de dag > Een vlucht kraanvogels

Poëzie van de dag


Een vlucht kraanvogels

Een vlucht kraanvogels

Betoverd en overweldigd
door zoveel schoonheid
valt zonder afspraak
alles stil in ons.

Dit moet de poort zijn
en het zolang gezochte strand
van 't paradijs,
de langverloren mythe
van het beloofde, onbetreden
door mensenvoeten,
voor altijd verboden
geroofde land.

Het doet aan noordse landen denken
en oude sagen die wij lazen
als kind nog,
aan onmetelijke meren, woudomzoomd,
waarvan de diepten
de warme schoot van de aarde kennen
en de dreun
van dat immense hart.

Hier droomt de stilte
in een late gulp van zonlicht
dat door de nevels breekt
en 't fijnste bladgoud tovert
op de oude eiken
waaronder we staan
aan de rand van de onmetelijke plas.

Het water heeft nu alle tinten
die je alleen in dromen kent
met vlekken goud van 't fijnste
filigraan dat rimpelend trilt
in 't spiegelbeeld
van wilde zwanen
met rechte hals en fiere
elegantie.
De zwellende nevelbanken
geven een wisselende,
onwezenlijke doorkijk
op waterplassen verderop
waar we de honderden brandganzen
meer vermoeden dan zien
hun klokkende roep
breekt niet de stilte
van bois de rose en sepia aan de horizon.

Op de lange strekdam
die de wateren scheidt
zolang al, vallen in witte en zwarte vlokken
de honderden meeuwen en kievitten
op hun roestplaatsen.
De late zon schaatst sierlijk
en volmaakt synchroon
in vele brede, dempende bundels
over de plas
en streelt nog even
als voor een avondzoen
de duizenden vogels
die op het water rusten.

Alleen heel hoog
is er nog licht en blauw,
net of de zon nog wacht
op de zeldzame epiloog
die komen gaat.
De stilte is volkomen,
zelfs 't jonge paartje op de bank
stopt nu het minnekozen
en kijkt.. en wacht.
Een enkel blaadje
laat geruisloos los
spiegelt zich even in de grote
plas waar het nu rusten gaat
gedragen en gewiegd
door het grote wonder van leven.

Dan komen ze,
nog net voor de nacht de bomen vult
met duister en de laatste lichten dooft.
Hun heldere zangerige roep
gaat hen vooraf,
voor we hen zien,
scherp en zwart geëtst
op de stervende avond,
de lange stelten gestrekt
en ze,in brede, sierlijke bocht,
breed remmend op de vleugels,
naar 't water glijden.
Ze zijn er, geen duizenden,
en veel te laat om ze te tellen,
de kraanvogels,
en wij mochten ze zien
door een kiertje
van een verloren paradijs

Give



Zelf poëzie insturen?
Dat kan: stuur naar poezie@seniorennet.be !
Let op: u moet zélf de auteur zijn van het gedicht om toelating te geven voor publicatie op SeniorenNet.