Waar vandaan: Reisverhalen > Europa ( 520 ) > Corsica mei 2003 en september 2003

Corsica mei 2003 en september 2003

 

Reisverslag Corsica

10.5.2003 tot 17.5.2003

 

 

Vrijdag 9 mei

We vertrekken rond 8 h ’s morgens (mijn man en ik, mijn zoon en zijn vriendin), de auto volgestouwd en we hebben een kleine 1300 km voor de boeg tot aan Livorno in Italië waar we zullen inschepen. Tegen 23h30 zijn we een 10-tal km van onze Livorno verwijderd.

 

Zaterdag 10 mei – temp. 19° Bewolkt tot zonnig

Onze boot de Moby-Freedom vertrekt om 10 h en om 13h20 ontschepen we in Corsica. Het regent een beetje.

Als we om 15h30 in Solenzara aankomen, wacht ons een aangename verrassing: het appartement dat we hebben gehuurd is ruim en prachtig gelegen. Het ligt op een heuvel, zo een 100 m van de zee. Ons terras geeft ons een prachtig zicht op de zee en op de glooiende tuin. Beneden ligt tussen de palmbomen en een goed onderhouden gazon een zwembad met uitnodigende ligstoelen. Ondertussen is ook de zon tussen de wolken verschenen. Het uitzicht is werkelijk adembenemend.

 

Zondag 11 mei – temp. 22° Zonnig

We gaan voor onze eerste uitstap in de omgeving van Corte. We maken daar een voettocht door de Gorges de Tavignano die toch ruim 4 h in beslag neemt. De wandeling voert ons langs de flanken van de bergpas langs een stenig pad. Er hangt een kruidige geur in de lucht van de bloeiende maquis. Ongeveer halverwege kan je een duik nemen in een ijskoude poel, maar alleen mijn zoon is zo dapper. De terugweg naar Solenzara voert ons langs een indrukwekkende bergpas.

 

Maandag 12 mei – temp. 24° Zonnig

Vandaag rijden we naar Zonza. De weg voert ons over een paar bergpassen en over de Col de Bavella. Bij de tweede bergpas, de Bocca d’Illarata op 990 m hoogte parkeren we de wagen en maken een wandeling naar de waterval Piscia di Gallo. De wandeling lijkt wel een decor uit een western en is bijzonder mooi. Daarna rijden we verder naar Zonza en Levie. Net over Levie bezoeken we de opgravingen van 2 Torreaanse nederzettingen. Deze wandeling van ca. 1h30 voert ons door een sprookjesachtig bos met enorme granietrotsen. Deze plaats werd al bewoond 6000 jaar v. C. Men ziet er o.a. een soort vesting van natuurlijke holtes in de rotsen, dichtgebouwd met rotsblokken zodat verschillende ruimtes ontstaan. Met een walkman op het hoofd die voor de nodige uitleg zorgt, dwalen we over de resten van een dorp uit het bronzen tijdperk tot aan een tweede nederzetting die tot aan de Middeleeuwen werd bewoond. Totaal onverwacht zien we bij een modderpoel enkele wilde zwijnen. De gevlekte dieren keren ons boos de rug toe en verdwijnen in het struikgewas.

De bergpas die we tijdens de terugweg over rijden is bijna volledig verwoest door brand. Het is een luguber landschap met zwartgeblakerde stammen en puin zover het oog reikt.

Rond 18h30 zijn we terug in Solenzara waar Chris en Katrien nog een verkwikkende duik in het zwembad nemen.

 

Dinsdag 13 mei – temp. 25° Zonnig

Het is de bedoeling om vandaag in Aleria eerst even de plaatselijke markt te bezoeken en daarna het fort De Matra en de Romeinse opgravingen. Helaas en nogmaals helaas: er is helemaal geen markt en het museum en de toegang tot de opgravingen zijn gesloten wegens staking.

We gaan dan maar terug naar Solenzara waar we de jachthaven bezoeken, en brengen de rest van de dag door aan  het zwembad en aan het rotsstrand onder een stralende zon.

 

Woensdag 14 mei – temp. 24° Zonnig

Op deze zonnige maar winderige dag gaan we vroeg op pad. We gaan naar de menhirs van Pallagui. De weg daar naartoe leidt ons langs een prachtige rotskust en dan door de met maquis bedekte heuvels. Midden in niemandsland (geen huis, geen landbouw), in de prachtige natuur, parkeren we de auto. Nog 1.5 km te voet langs een stoffig weggetje door de maquis en we komen wij de menhirs van Pallagui met zijn 260 stenen (megalieten). Je vraagt je af hoe ze de soms 2 m hoge stenen daar gebracht en zo geplaatst hebben, dat ze er duizenden jaren nadien nog staan, en wat de betekenis ervan is.

Na dit mooie tochtje gaan we naar Sartene “de meest Corsicaanse stad van allemaal”. Het oude stadsgedeelte is een doolhof van nauwe steegjes, trappen en portaaltjes. Er staat een oude Genuese burcht. Na ons bezoek aan Sartene rijden we terug en houden halt in Porto Vecchio. Dit havenstadje ligt aan een prachtige baai en aan alles is te merken dat het druk door toeristen wordt bezocht. De stranden aan de rand van de stand zijn net droomstranden: beschutte baaien met wit zand en de zee intens blauw.

Als afsluiter van de dag gaan we uit eten in een tot restaurant omgebouwde schaapstal waar men alleen traditionele Corsicaanse gerechten serveert. Erg lekker voor stevige eters!

 

Donderdag 15 mei – temp. 21° Zonnig

We ondernemen opnieuw een voettocht vandaag, in de omgeving van Corte. Via een 15 km lange en heel smalle weg rijden we door de Gorges de la Restonica tot op 1370 m hoogte. Daar begint onze wandeling (ik moet het eigenlijk klimpartij noemen) naar het Melo meer op 1711 m hoogte. Via de steile rotshelling en via twee ijzeren ladders en een heel steile klauterpartij met een ketting als houvast, bereiken we het mooie bergmeer. De afdaling vraagt (voor wat mezelf betreft) heel wat concentratie. Op de terugweg maken we nog een korte wandeling naar de Cascades des Anglais.

’s Avonds zitten we op ons terrasje na te genieten van de mooie dag en we bewonderen het lichtspoor dat de volle maan op de zee achterlaat.

 

Vrijdag 16.5 – temp. 23° Zonnig

De hele dag is vandaag bestemd voor een bezoek aan Bonifacio, de meest zuidelijk gelegen stad. Het is een versterkte stad gebouwd boven op indrukwekkende kliffen. De stad ligt erg geïsoleerd en had in vroegere tijden slechts één toegangspoort. Het was een door de natuur beschermde nederzetting. We bezoeken de oude binnenstad en keren daarna terug naar de haven. Daar maken we en boottocht van 1h zodat we de stad en de mooie kalksteenkliffen kunnen zien vanop de zee. Men ziet ook juist onder de oude stad de diagonale lijn in de kliffen waar de trap van de koning van Aragon is. De trap dateert uit de jaren 1400 en telt 189 treden.  Het bootje vaart ook de grot van Sohagonato in. Het is een natuurlijke schuilplaats voor schepen en heel bijzonder. Rondom de kliffen is de zee turkoosblauw en heel helder. Dit tochtje was zeker de moeite waard en is een mooie afsluiter van onze laatste dag.

 

Zaterdag 17.5 temp. 21° Bewolkt

Het zit erop. We hebben ingepakt en vertrekken naar Bastia waar onze boot om 14 h vertrekt. We hebben nog even de tijd om in Bastia rond te lopen. De stad maakt een vervuilde en wat verpauperde indruk. Maar zelfs in de haven is het zeewater heel helder en zie je de vissen tot diep in het water.

 

Besluit

Corsica is een van die plekjes waar ik zeker nog terug wil gaan. Het is een betoverend mooi eiland dat niet voor niets “Ile de Beauté” wordt genoemd. Op zijn eerder kleine oppervlakte (het eiland is maar 183  km lang en max. 80 km breed) heb je een hele grote verscheidenheid van natuur: je hebt er de zee met witte stranden, rotsstranden, beschutte baaien met kiezelstranden, je hebt de met maquis bedekte heuvels, en je hebt er het hooggebergte. De hoogste toppen liggen rond de 2600 m. Het eiland telt slechts 250000 inwoners waarvan 40% wonen  in de steden. Er woonden al mensen op Corsica zo een 6000 jaar v. C. Het heeft een heel interessante geschiedenis, is ongeveer door iedereen bezet geweest.

Ik kan mij alleen maar in superlatieven over dit eiland uitdrukken.

 

 

Reisverslag Corsica

13.9.2003 - 27.9.2003

 

 

 

Vrijdag 12.9

We vertrekken rond 8 h ’s morgens en tegen 21 h zijn we tot op 30 km van Genua, waar we morgenochtend om 9 h met de boot vertrekken.

Het wordt een lange nacht in de auto.

 

Zaterdag 13.9

De boot vertrekt stipt om 9 h en komt stipt op tijd om 14 h in Bastia aan. De zon schijnt in Corsica ! We hebben nog ca. 3 h te rijden tot in Cargèse, langs een trouwens prachtige bergroute. Onze gastheer en gastvrouw staan ons in Cargèse al op te wachten. We hebben voor de eerste week een appartementje particulier gehuurd. De 2de week zullen we naar Lumio verhuizen.

We waren al telefonisch gewaarschuwd (2 dagen voor ons vertrek!) dat het appartementje waterschade had geleden en dat dit niet zou opgelost zijn. Maar afgezien van de waterschade, valt het hele optrekje tegen. Het is klein met zeer lage plafonds en het is oud. Het heeft duidelijk zijn beste tijd gehad. Het is wel netjes en van alles voorzien en mooi gelegen met uitzicht op de baai van Cargèse.

We zullen er maar het beste van maken.

 

Zondag 14.9 – Zonnig 27°

Na een nacht van zeer slecht slapen (veel te warm) gaan we vandaag naar Ajaccio. Ajaccio heeft een mooie jachthaven en een vissershaven en ook nog een mooi zandstrand. De binnenstad heeft enkele charmante pleintjes en elke dag is er markt. Verder is Ajaccio bekend als verblijfplaats van Napoleon eind 17de eeuw, wiens huis te bezoeken is. De charmezanger Tino Rossi is in Ajaccio begraven. Mijzelf is vooral de Place Marechal Foch bijgebleven (een beetje een mini-Rambla).

Enkele kilometer over Ajaccio liggen de Sanquinaires-eilanden. Een wandelingetje van een half uurtje brengt ons langs de rotsen tot op de uiterste landpunt waar we een mooi zicht op de eilanden hebben.

We sluiten deze zondag af met een lekker etentje op het terras van een charmante taverne in Cargèse.

 

Maandag 15.9 – Zonnig 27°

Vannacht heeft het flink gewaaid, maar de dag begint alweer zonnig. Met de wagen rijden we richting Col de Vergio (1477 m). Onderweg stoppen we voor een wandeling van ca. 1h naar de watervallen van Aitone. Hiervoor moeten wij door een prachtig bos met hoge dennen en sparren, sommige tot 300 jaar oud. Op de Col de Vergio zelf doen we opnieuw een wandeling. Deze brengt ons eerst naar de “Bergeries de Radule” (schaapherderhutten) die in het prachtige rotslandschap volledig geïntegreerd zijn, en dan gaat het verder naar de “Cascades de Radule”. Het is een wandeling door een bijzonder mooi gebergte en door een ongerepte natuur. Er leven heel wat zwijntjes in de bossen op de Col de Vergio. We hebben er toch verschillende gezien. Op de weg vind je ze ook, alsook berggeitjes en koeien die vrij langs de wegen grazen.

Het is een mooie, goedgevulde dag geworden.


 

Dinsdag 16.9 – Zonnig 24-29°

Eerst staat er een wandeling in de Gorges de Spelunca op het programma. De weg ernaartoe loopt via Piana en door zijn prachtige “calanches” of kreken. Deze weg is van een adembenemende schoonheid en wordt in iedere reisgids vermeld. Dit is al een voorproefje voor morgen want dan gaan we nar Piana.

Onze wandeling begint bij een gerestaureerde Genuese brug en voert ons, steeds in de nabijheid van de rivier de Spelunca, door de nauwe, hoge kloof. Wij eindigen bij een oude (niet gerestaureerde) Genuese brug en verpozen een tijdje op de witte rotsen in de rivier, die van een woeste schoonheid is. We nemen dezelfde weg terug.

Dan rijden wij naar Porto waar een Genuese toren het stadje symboliseert. Porto ligt immers in een scherpe, diepe baai en is door zijn unieke ligging een toeristische attractie. Niet ver van Porto ligt het natuurreservaat van Scandola, een ongerept rotslandschap met rijke fauna en flora, doch ontoegankelijk voor bezoeker en allen via de zee te bezichtigen. Hierna keren wij terug naar Cargèse.

 

Woensdag 17.9 – Zonnig 27°

Waar we gisteren al een glimp van opvingen, krijgen we vandaag in al zijn pracht te zien: de “calanches” of kreken van Piana. Eerst doen we met de auto de weg van Piana naar Porto nog een over. In de voormiddag is het licht nog niet te fel en kan naar hartelust gefilmd worden. Ik kan oprecht zeggen dat dit één van de mooiste brokjes natuur is, die ik ooit heb gezien. De hemelsblauwe lucht, de azuurblauwe zee, de oranjerode woeste rotspartijen met hier en daar war groen en de grillige kustlijn zijn een adembenemend schouwspel. En dan mag ik nog de heerlijke kruidige geur van de maquis, die overal waarneembaar is, niet vergeten. Nadat we de auto hebben geparkeerd, gaan we langs een stenig pad door een van de kreken naar beneden. We hebben een mooi zicht op de golf van Porto en de verschillende inhammen. Na een uurtje zijn we terug bij de auto. Daarna gaan we een stukje van het oude muilezelpad doen, dat vroeger liep van Ota naar Piana. Het steile pad loopt aan de bovenkant van de kliffen en geeft een uitzonderlijk beeld van alle kreken en grillige rotsen. Het is gewoonweg prachtig. De afdaling voert ons door de geurige maquis. We rijden dan naar het strand van Ficaloja, een plekje van wit zand genesteld tussen de rotsen. Na wat zonnebaden aan het strand en een frisse duik in zee rijden we nog naar Capo Rosso d.i. een 300 m hoge rots met toren en met alweer een schitterend uitzicht.

 

Donderdag 18.9 – Zonnig 26°

We rijden vandaag een stukje boven Porto tot op de Col de la Croix. Daar begint een wandelpad door de maks steil naar beneden tot op een wondermooi verlaten strandje (tuara). Het zandstrand ligt helemaal genesteld in een diepe inham. Omdat dit strand alleen via een ruim 45 min. Durende wandeling of via de zee te bereiken is, zijn er weinig mensen. Het is puur natuur. In de turkooisblauwe zee kan men rustig zwemmen. We blijven er een poosje en beginnen dan aan de 1.5 h durende vermoeiende klim terug. Op de terugweg rijden we nog even naar het strand van Bussaglia, een tussen de rotsen gelegen kiezelstrand. Je kunt er via het strand door de verschillende kreekjes dwalen. Het is totaal verschillend van het idyllische strandje van Tuara, maar heeft meer een woeste schoonheid.

Het is ruim 18 h als we terug zijn en we kijken verlangend uit naar ons aperitiefje.


 

Vrijdag 19.9 – zonnig 26°

Het is onze laatste dag in Cargèse en die besteden we helemaal aan Cargèse zelf. Ons optrekje bevindt zich in een dorpshuis midden in het dorp. We zijn de enige toeristen tussen de vriendelijke dorpsbewoners. Cargèse ligt op een heuvel en iedere straat ligt een niveau hoger. Meestal kan je via een trap van de ene straat naar de andere. Iedere mogen worden we vriendelijk gegroet door de omwonenden en elke avond staat een oude dame bovenaan de trap te wachten om een praatje te maken.

Vandaag wandelen we dus door Cargèse en nemen een kijkje in de erg mooie Griekse ‘katholiek met Griekse rithen) kerkje. We gaan ook naar het kleine haventje. In de namiddag blijven we zonnen op het strand en zoeken verkoeling in zee.

 

Zaterdag 20.9 – Zonnig 28°

We verlaten zonder spijt ons appartementje en verhuizen naar Lumio. De weg van Porto tot Calvi loopt langs de kust en door de maquis. De weg is smal, bochtig, de omgeving ongerept en woest. Een tegenligger kruisen is soms een hele opgave. Je ziet bijna geen dorpen, er zijn geen zijwegen, het is niet bebouwd, geen landbouw, er is alleen maar natuur. We rijden door Calvi, dat een charmante indruk maakt, en komen dan in Lumio aan, in de Residentie Club Arinella. Een vriendelijke ontvangst, een heel mooi appartementje met terras en zicht op zee, en we voelen ons de koning te rijk.

 

Zondag 21.9 - Zonnig 26°

Het is vandaag de 57ste verjaardag van mijn man en om te bewijzen dat hij nog even fit en vitaal is als eentje van 3x7 doen we vandaag een serieuze wandeling. We vertrekken om 10h30 voor wat uiteindelijk een 6h30 durende tocht zal worden door de Balagne nl. in het keteldal van Bonifato. Ons doel is de grote hangbrug van Spasinata. Het kost ons 3 h van moeizaam klimmen en klauteren, met enkele heel moeilijke passages. De hangbrug, een wiebelend geval van ca 12 m boven de rivier is natuurlijk een hele uitdaging. De terugweg, hoewel afdalend, vraagt al evenveel inspanning. Moe maar tevreden van onszelf, gaan we ’s avonds naar Calvi uit eten. Het is onze eerste kennismaking met dit leuke stadje. Vlak bij de kerk gaan we op een terrasje genieten van een heerlijk menu. In een halfuur tijd zit het hele terras bomvol. Als dan nog een heel goede gitarist enkele mooie nummers ten gehore brengt, heeft Calvi, het lekkere eten en de charmante sfeer ons helemaal ingepalmd.

 

Maandag 22.9 – Zonnig 26°

Eerst brengen we een bezoek aan Calvi. Er is een mooi zandstrand, een redelijk grote, maar verzorgde haven, met aan de kaai terrasjes en winkeltjes. Boven de haven heb je een oude Genuese Citadel en een oud stadsgedeelte.

Even buiten Calvi ligt de Pointe de la Revellata, een schiereiland. De zee rond het schiereiland is vooral bekend bij duikers. Na ons bezoek aan Calvi en het schiereiland maken we een rondrit door de Balagne, die het achterland van Calvi vormt. Het is een ruig berglandschap met pieken tot 2000 m, en met kleine dorpjes al het ware tegen de flanken geplakt. We houden halt in enkele van die dorpjes o.a. Pigna. Pigna heeft slechts een 70 inwoners, en straatjes van amper 1 m breed, volledig met stenen geplaveid. Er worden nog enkele oude ambachten zoals het maken van gravures, aardewerk en  muziekdozen, uitgeoefend. Ook Aregno is een mooi dorp met een hele oude Romaanse kerk evenals San Antonio, een hooggelegen middeleeuws dorp, dat helemaal boven op een rotspunt is gebouwd en vanwaar men een uitgebreid uitzicht heeft op de Balagne en de zee.


 

Dinsdag 23.9 – Bewolkt 23°

Het is de hele dag bewolkt en tegen de avond regent het een beetje, en er is veel wind. De zee is woelig en voor het eerst kunnen we de branding horen tot in ons appartement. Wij rijden naar de Asco-vallei. Op de weg daarheen willen we het schildpaddendorp bezoeken. Het is helaas gesloten voor bezoek. In de Gorges van de Asco-rivier maken we een wandeling vertrekkend bij een oude Genuese brug. Tijdens de terugrit naar huis bezoeken we nog het dorpje Lama, een dorpje met de huisjes tussen de rotsen gezaaid (een beetje te vergelijken met Pigna).

Dat was het voor vandaag.

We ontvingen ook nog het goede nieuws dat Martijn geslaagd is voor zijn herexamens en dus afgestudeerd.

 

Woensdag 24.9 – Zonnig 23°

In de voormiddag gaan we naar het stadje Ille Rousse. We slenteren er even rond, maar het stadje bekoort ons niet erg. We doen dan een wandeling boven Lumio naar het verlaten dorp Occi.

Het waait de hele dag erg hard en de zee is zeer woelig. De rest van de dag blijven we op het strand en op de rotsen kijken naar het woeste water dat rond de rotsen kolkt en hoog opspat.

We gaan ’s avonds in Calvi uit eten.

 

Donderdag 25.9 – Bewolkt/Zonnig 23°

Er is nog steeds veel wind. We rijden naar Cap Corse tot het dorpje Monza. Het landschap waardoor we rijden is zeer mooi, alleen is het jammer dat hele stukken door bosbrand zijn verwoest. Monza is speciaal, de huizen lijken lukraak tussen de kliffen te zijn gebouwd. En dan is er nog de magnifieke Tour de Monza uit de 18de eeuw (ditmaal geen Genuese toren!) helemaal boven het dorp. Monza heeft een lelijk vaalgrijs strand. 600 traptreden leiden ernaartoe. Volgens “De Trotter” zou de kleur een gevolg zijn van het storten van asbestafval uit de mijnen van Canari. We keren terug en houden halt in St. Florent, een mondain stadje gelegen in een baai en omzoomd door de bergen. Onze weg terug voert ons langs de woestijn van Agriates: een woest, dor, met maquis bedekt berglandschap. Zeer ontoegankelijk want er zijn geen wegen, er is niets, alleen enkele paden waar je te paard of met een 4x4 doorheen kan. Het is een groot stuk (zeker 40 km) ongerepte natuur. We volgen te voet een pad door deze woeste streek. Het lijkt wel buitenaards!

We zijn vroeg terug en nog steeds giert de wind en zijn er grote golven met witte schuimtoppen op zee. Een schrille tegenstelling met de spiegelgladde zee van enkele dagen geleden.

 

Vrijdag 26.9 – Zonnig 24)

De wind is gaan liggen en het is weer rustig en zonnig. Maar er is iets niet in orde met de auto. Dus eerst een garage vinden. Na veel over en weer getelefoneer worden we door VW naar een garage van Europ Assistance gestuurd. Daar moeten we om 14 h zijn. We vullen de tijd met een wandeling die begint bij de monding van de rivier Ostriconi. Langs een mooi lang zandstrand lopen we rond de vele kreekjes en duinen, langs de rotsen en steeds langs de zee. Hier en dar is een zand of kiezelstrandje. Schitteren gewoon!

Om 14 h zijn we bij de garage en moeten we de auto een paar uur achterlaten. Tijd voor een wandelingetje in Ille Rousse en een terrasje. Om 16 h halen we de wagen terug op (met nieuwe batterij) en kunnen we opgelucht naar huis.

Dit was het einde van een paradijselijke vakantie.

Morgen om n14h30 vertrekt de boot uit Bastia.

 

Moet ik er nog iets aan toevoegen: Corsica heeft gewoonweg alles: de zee, de bergen, de bossen, de mooie dorpjes en stadjes, de overweldigende natuur, het zonnig weer en het “ietsje” dat maakt dat je er steeds terug wil keren. Zoals een Française zo treffend zei tegen mij “c’est magique”.

 

 

 

 

 

 

 

Reisverhaal ingestuurd door annieop 02-07-04 (ID 158)