Waar vandaan: Reisverhalen > Afrika ( 98 ) > Malawi diary

Malawi diary

Malawi diary


door Walter Deproost

 

 

1. Voorbereiding en vertrek

 

Toen ik voor de eerste keer naar Malawi reisde, samen met mijn vriend Eddy Van Gool, had de term "diary" voor mij een heel andere betekenis. In de ongeveer 100 woorden die mijn parate woordenschat Engels toen nog rijk was, kwam dat woord niet voor en van de Nederlandstalige verklaring van een gelijkluidende term hoef ik zeker geen tekening te maken. Dit maar om te zeggen dat er geen twijfel mag over bestaan dat de titel naar mijn dagboek van deze reis verwijst.

In samenspraak met de huisarts, werd een 2-tal maanden voor het vertrek een schema voor de noodzakelijke inentingen en andere aangewezen medicatie opgemaakt. Tegen tetanus, hepatitis A, buiktyfus, polio en malaria moesten de noodzakelijke voorzorgen genomen worden. Ook werd een kleine apotheek samengesteld om mee te nemen in geval van ... Een breedspectrum antibioticum, een ontsmettingsmiddel, een drastisch middel tegen diarree, muggenolie, zonnebrandcrème en een aantal steriele injectienaalden werden aangeschaft en in de koffers geladen. Voldoende diafilms, een onderwaterhuis voor de camera, batterijen voor de flitslamp en de camera zijn voor mij de belangrijkste zaken en die neem je best vanuit Europa mee.

Woensdag 14 september is het eindelijk zover. Mijn twee koffers wegen samen ongeveer 30 kg, maar een oud-leerling die ons aan de balie op de luchthaven verwelkomt, zorgt voor geen verdere problemen. Gelukkig wordt de handbagage niet op de weegschaal gezet en worden we uitgewuifd door de respectievelijke familieleden zodat we om 17u35 vertrekken van Deurne-Antwerpen met een Fokker richting Schiphol. Een kleine 40 minuten later zijn we reeds op de luchthaven nabij Amsterdam waar we enkele uren tussentijd hebben voor de grote uitstap. We kuieren wat rond in de immense tax-free-zone, kopen ons enkele bakjes koffie met begeleiding van een jonge klare en begeven ons rond halftien naar Gate F4 voor de vlucht KL 563 Dar es Salaam, Lilongwe. Om 22u30, ruim een kwartier later dan voorzien, staat onze Mac Douglas op de startbaan. Het verlate vertrek, zo horen we via de boordradio, was te wijten aan een aantal passagiers die vanuit Frankfurt enige vertraging hadden opgelopen en die men nog de kans wou geven aan boord te komen.

Schiphol in de namiddag

De ongeveer 9 uren durende vlucht naar Dar es Salaam, de belangrijke kusthaven van Tanzania, verloopt vlekkeloos. De maaltijden aan boord zijn eetbaar, de bestelde Rioja wijn bevalt beter alsook de cognac als pousse-café. Tijdens de nachtvlucht kan ik toch een uurtje inslapen, dank zij de "Beverly Hills III" die op de videoschermen wordt vertoond. De gratis geleverde koptelefoon, met aansluiting op de individuele klankinstallatie via de zetel, blijft heel de nacht op mijn hoofd met één van de drie klassieke muziekkanalen als tijdverdrijf. Rond 5u 's morgens - het kan misschien ook iets later geweest zijn - komt de dag achter de raampjes op en maak ik wat foto's van een prachtige zonsopgang.

Rond 8u15 landen we in Dar es Salaam waar de meeste passagiers hun eindbestemming hebben. Wij mogen voor drie kwartier het vliegtuig verlaten en ons naar de transitzone van de luchthaven begeven. Een broeierige hitte overvalt ons bij het verlaten van onze luchtreus. Ik ga maar even terug binnen om me van wat overtollige kledij te ontdoen en stap even later fier in mijn nieuwe Malawi-T-shirt het luchthavengebouw binnen. Bij het tonen van mijn transitpas aan een lokale vrouwelijke agente werd ik er vriendelijk op gewezen dat ik moest attentie nemen op "my fly". Toen ik na enkele herhaalde pogingen van de dame liet blijken dat ik er weinig van begrepen had, wees ze zeer discreet naar de gapende sluiting van mijn broek en was er weer een woord van mijn vocabularium toegevoegd.


we overvliegen de Kilimandjaro

 

 

Om 9u stappen we weer in onze, nu slechts voor éénderde gevulde MD-11 en taxiën naar de startbaan. Over de boordradio vernemen we van de gezagvoerder dat er een probleem is met één van de motoren en dat we voor een nazicht terugkeren naar de plaatselijke installaties. Een half uur later heeft een meegereisde KLM-technicus het probleem opgelost en wordt opgestegen. Rond 11u landen we op Kamuzu Airport in Lilongwe en proeven de eerste Malawi-lucht. Na het afgeven van de inkomkaart en het controleren van reispas en bagage komen we in het zeer nette luchthavengebouw. We begeven ons naar de bar op de 1ste verdieping voor een welverdiende Carlsberg. We genieten van het mooie landschap en het uitzicht op de landingsbaan, in afwachting van Stuart Grant die ons rond 15u zou ophalen.

 

2. Verblijf bij onze Engelse gastheer

 

 

wachten op onze gastheer op de luchthaven

 

Het is amper 13u wanneer we Stuart en zijn zoon David reeds kunnen begroeten en op de hartelijke verwelkoming volgt een eerste drink. Het zal niet onze laatste zijn, want het bekende Deense merk dat plaatselijk wordt gebotteld is van een zeer goede kwaliteit. Op de parking worden we opgewacht door Esther, de lieve echtgenote van Stuart, waarmee we ook algauw een vriendelijke babbel starten. Vooral mijn reisgezel Eddy natuurlijk, die heel wat meer engelse bagage in zijn marge heeft. De Nissan Urvan waarmee Stuart ons ophaalt is reeds behoorlijk gevuld met inkopen voor het bedrijf en de families, maar onze bagage en ook wijzelf kunnen er gelukkig nog bij. De eerste kilometer voorbij de luchthaven volgen we een normale wegbedekking maar kort daarop snort de bestelwagen over het Afrikaanse zand, met daarin de nodige oneffenheden, om niet van putten en kuilen te spreken. Gelukkig volgt na enkele kilometer een echte "highway" die in niets moet onderdoen voor wat we uit België gewoon zijn.

 

 

de highway Lilongwe-Salima, 100 km goeie asfalt

 

Deze snelweg brengt ons in een uurtje naar Salima waar nog enkele inkopen moeten gebeuren en waar we in het enige postkantoor van de regio postzegels kopen voor de zichtkaarten die we willen versturen. De laatste 20 km richting Kambiri Point zijn een peulschil en om 15u30 arriveren we op ons logement bij de familie Grant en blikken tevreden over de baai nabij ons verblijf.

Onze bungalow is netjes en kan rustig concurreren met vele toeristenverblijven die we in Europa kennen. Het uitpakken van onze bagage is niet zo dringend, een rondleiding op het domein spreken ons meer aan. David, die eerst volgende week zijn schoolopleiding in Mzuzi zal voortzetten, is onze gids voor de komende dagen. Om 20u is het "dinner-time" en verzamelen we met zijn allen, gasten (en dat zijn wij twee voorlopig) en de familie Grant in de eetkamer van onze bungalow, waar we verder ook alle maaltijden zullen gebruiken als we ter plaatse blijven. De maaltijd is grandioos. Als dat hier zo elke dag is komt er zeker gewicht bij. Na het eten wordt de familie in België getelefoneerd om hen over onze goede aankomst te berichten. Mijn familie is blijkbaar niet thuis, maar bij Van Gool wordt een geruststellend bericht zeer geapprecieerd. Om 22u duiken we in bed. Eddy weet 's anderdaags het relaas te vertellen over het inslapen : "Eén, twee, drie, snurk ...". Gelukkig heeft hij oorstopjes meegenomen die de ergste schokken moeten opvangen.

Vrijdag 16 september. Om 6u15 wordt ik zonder aanwijzing wakker en trek naar de badkamer voor een korte schoonmaakbeurt. Onze kok Jerie klopt 10 minuten later op de raampjes van ons slaapvertrek en zorgt vrij snel voor koffie. Om 8u is het ontbijt. Vrij uitgebreid, zoals de Engelse traditie voorhoudt: verse fruitsla, vruchtensap, eieren, worstjes, spek, jam, toast, vraag maar op.

 

 

vissers op het strand repareren hun netten

 

We maken een fikse ochtendwandeling op het kilometerslange strand aan de andere kant van de heuvel. We ontmoeten er lokale vissers die druk bezig zijn hun uitgespreide netten op het zand te herstellen. Wanneer deze mensen merken dat ik foto's maak van hun activiteiten, komen ze graag hun naam en adres dicteren met de vraag hen achteraf de kiekjes te sturen. Afgezien van de hutten en de meterslange droogrekken, waarop ze hun vissen in de brandende zon te drogen leggen, verschilt het stranduitzicht niet zo veel van een natuurlijke kust langs onze Noordzee. Wanneer we enkele uren later terug in onze thuishaven aankomen weet Stuart ons te vertellen dat we "within an hour" met de boot naar de oostkust kunnen vertrekken. De lunch wordt een uurtje vervroegd en wij pakken snel de noodzakelijke materialen voor een nachtje verblijf aan de andere zijde van het meer. Wanneer we om 15u nog niet vertrokken zijn wordt ons duidelijk dat de term "within an hour" in Afrika een andere betekenis heeft dan bij ons. Dit maar om te vertellen dat het bijna half vier was toen we met de "Lady Diana" de kust verlieten. De naam van de dieselboot waarmee we ook later de meeste uitstappen zullen maken, wijst op de royalistische houding van de echte Brit.

 

3. Uitstap naar de oostkust

 

De overtocht van het meer levert geen problemen op. Er is haast geen wind zodat het oppervlak, weliswaar niet rimpelloos, geen hoge golven vertoont. Ook voor de driekoppige bemanning wordt het een pleziervaart. Steven, de vaste schipper van de boot, laat zich onderweg aan het roer graag vervangen door één van de andere scheepslui en legt zich languit op de boeg van het schip. Aangezien de afvoerdarm van de waterpomp een serieuze lek heeft moet de bemanning zowat om het halfuur de romp van de boot leegmaken. Dit is blijkbaar voor hen een automatisme waarmee ze telkens in enkele minuten klaar zijn. De dieselmotor van onze boot dreunt de ganse tijd met meer dan voldoende decibels, zodat het weinig zin heeft een rustig gesprek met je reisgezel te beginnen. De tocht duurt gelukkig enkele uren zodat wij ons terdege in gebarentaal kunnen oefenen. Om 17u30, en daar kan je in Afrika uw klok op gelijkstellen, zien we de zon aan de einder in zee verdwijnen en zijn tevens blij dat we ook reeds de oostkust ontwaren. Het is ruim 18u en bijna donker wanneer we Makanjila bereiken. De "Lady Diana" kan natuurlijk niet op het zandstrand aanleggen en onze noodzakelijke bagage en proviand wordt met "Little Willy", het meegereisde paddelbootje, aan land gebracht.

 


op het strand zijn we direct omringd door de dorpskinderen

 

Op het lichtglooiende zandstrand zijn we direct omringd door de kinderen van het achterliggende dorp. Dank zij de bemoeienissen van onze bemanning laten de kinderen ons enkele meters zand vrij, waar we in het halfduister ons tentje opstellen. Wanneer we enkele minuten later op het zand zitten en enkele boterhammen met de inhoud van een blikje visconserven naar binnen werken, denken we met heimwee terug aan de andere zijde van het meer waar het weldra "dinner-time" zal zijn. De kinderen volgen elke beet die we in het brood zetten met wijde ogen en ook al is het echt donker geworden, we voelen dat de volwassen bevolking ons van ver in de gaten houdt. Onze bootslui Steven, Brown en Flair zijn inmiddels op stap in het achterliggende dorp en we zijn dan ook heel blij wanneer ze rond 20u terug op het strand aankomen en al het materiaal dat we niet onmiddellijk nodig hebben voor de nacht, met "Little Willy" terug aan boord van de grote boot nemen. Eddy en ik zitten nog een uurtje op het kille zand te mijmeren en in het licht van de volle maan naar het meer en de omgeving te staren.

Om 21u beginnen we aan een eerste poging tot slapen. Al vlug wordt het ons duidelijk dat het meegebrachte tentje, ondanks de uitdrukkelijke vermelding in de reclamefolder van “Makro”, niet voor twee volwassen personen geschikt is. Het is daarenboven vrij kil in ons nachtverblijf en mijn sweater en jeansbroek kunnen daar weinig aan verhelpen. Een uur later zitten we terug op het strand en praten over dingen die we waarschijnlijk al eens eerder aan mekaar verteld hebben. Maar wat doe je hier anders? Rond 23u ondernemen we een tweede poging tot nachtrust. Het tentje is nog altijd even klein, de luchtmatrassen nog even smal en ongezellig en de temperatuur nog iets gedaald. Ik zoek in de duister naar mijn duikpak en probeer dat over mijn lichaam te draperen in de hoop wat extra warmte te krijgen. Inmiddels horen we nog immer tam-tam-geroffel en tropische klanken in het nabijgelegen dorp en dat zal spijtig genoeg tot 3u in de morgen voortduren. Achteraf hebben we van onze bemanning vernomen dat er die nacht een soort besnijdenisfeest in het dorp heeft plaatsgehad. Je moet maar geluk hebben dat mee te maken zonder daarvoor een supplement te betalen. Wanneer ik om 2u 's nachts, haast ten einde raad, voor een volgende sigaret uit de tent sluip, zie ik een feeëriek lichtspel op het water. Lokale vissers zijn enkele kilometer buiten de kust in een halve cirkel met hun van carbuurlampen voorziene boten op Usipa-jacht. Usipa is de inheemse benaming voor Engraulicypris sardella, een langwerpig sardienachtig visje van een 10-tal cm lengte, dat door de bevolking erg gewild is als voedsel en dat in grote zwermen in het open water voorkomt. Rond 3u staken de tam-tam-klanken en proberen we voor de zoveelste keer de ogen te sluiten.

 

 

om 5u30 staat de maan nog boven het meer


Zaterdag 17 september. Rond 5u30 realiseer ik me toch misschien een uurtje geslapen te hebben en kruip slecht gehumeurd uit de verdomde tent. De zon probeert de kille morgen te verwarmen, maar op mij krijgt ze weinig vat. Het strand ligt er nog verlaten bij, maar daar komt snel verandering in wanneer de twee blanken zich op het zand vertonen. Je weet niet vanwaar ze blijven komen, maar al snel zijn we omringd door enkele tientallen kinderen die ons nu wel eens in volle licht willen aanschouwen. Ik heb gelukkig enkele kg zuurtjes meegenomen, zodat we ze allen zoet kunnen houden. Eén van de kinderen heeft een geïmproviseerde voetbal mee en samen met enkele makkertjes geeft hij een demonstratie tijdens ons ontbijt. Het verbaast me dat ze, de met koord omwonden prop papier, zo handig kunnen door de lucht sturen. De boterhammen met speculaas staan in schril contrast tot het Engels ontbijt van gisteren en van lekkere koffie kunnen we enkel dromen. Om 8u nemen we afscheid van de lieve kinderen en de dorpelingen die ons van ver nog vriendelijk uitwuiven, niet vermoedend dat ze ons een onvergetelijke nacht hebben bezorgd.
We stevenen met de "Lady Diana" anderhalf uur langs de kust richting Eccles Reef, waar een duikteam van Stuart bezig is met cichliden te verzamelen. De mannen zijn nog druk in de weer en vanop onze boot zien we hoe ze telkens met zijn twee langs het rif afdalen om de bestelling compleet te krijgen. Elke duiker is verbonden met een luchtslang aan de compressor op de boot. Het meer is vrij woelig en de golven spatten hoog op tegen de uitstekende toppen van het rif. Niettegenstaande de koude zuidenwind "Mwera" in deze maand geen normaal verschijnsel zou mogen zijn, hebben we die toch ook maar lekker meegemaakt. De golven zijn nog meer dan hoog genoeg en geregeld voelen we het frisse water over de boeg in onze boot binnenwaaien. Na een poosje gaat de wind toch rustig liggen en genieten we van de laatste uurtjes van de overtocht.
Rond 16u arriveren we blijgezind in Kambiri Point en wanneer Jerrie ook nog snel voor koffie zorgt is het doorstane leed snel vergeten. We maken kennis met Sue en Collin Syks, een Engels koppel dat bevriend is met de Grant's en die voor enkele dagen van de geboden gastvrijheid genieten. Deze lui, die we later ook vrienden mogen noemen, organiseren bootsafari's op de Shire rivier, maar daarover hebben we het later nog. Na het avondeten wordt nog even nagepraat en dan is het bed-time. Ik hoor Eddy nog onder de douche stappen maar dat was ook de laatste herinnering aan deze dag. Snurk, snurk ...

 

4. Nieuwe gasten arriveren op Kambiri


Zondag 18 september. Om 6u30 uit de veren, zonder wekker, zonder problemen. Om dit ook aan het thuisfront te bewijzen ga ik buiten wat foto's maken, maar achteraf kan dat thuis niemand overtuigen. Ik zou me een toestel moeten aanschaffen waarbij op de print tegelijkertijd datum en tijd worden afgedrukt. Na het ontbijt stappen we in het VW-busje van Collin en bezoeken enkele hotels langs de kust, richting Senga Bay. Het "Kambiri Resort Hotel" dat we eerst betreden is enkele dagen geleden geopend, nadat er ongeveer voor een periode van acht jaar was aan gewerkt. Het is een mooi verblijf voor de schaarse toeristen die er al zijn. We drinken uit beleefdheid een Carlsberg en gaan op weg naar het volgend hotel, "Livingstonia Beach Hotel". Dit is een prachtig oord, tevens langs de kust van het meer, met een mooi gebouwencomplex en een 25 meter zwembad voor de gasten. De uitbater die een Nederlander is, geeft ons de kans nog even onze moedertaal te oefenen, want voor de rest moet ik me hier proberen in het Engels verstaanbaar te maken.

hier gaan we het nieuwe onderwaterhuis uittesten

Na de lunch wil ik wel even het onderwaterhuis met de camera testen. Alles wordt mee naar de rotskust van Kambiri Point genomen en te water gelaten. In minder dan een halve minuut sta ik terug op het strand met een onderwaterhuis waarin naast de camera ook meer dan één cm water staat. De behuizing wordt geopend en de camera geprobeerd. Geen enkel signaal meer; ook het terugspoelen lukt niet. Dan maar openmaken zonder terugwinden. Niet alleen de buitenkant is nat, ook binnen zit water en de film is vochtig. We haasten ons naar ons verblijf en trachten de camera droog te krijgen met behulp van een haardroger. Daarna nieuwe batterijen in de camera en opnieuw testen. Geen signaal, geen teken van leven. Ik voel me niet te best, maar er zijn ergere dingen in het leven ... Een dubbele whisky als aperitief, die kan ik gebruiken. Er wordt na het eten nog wat gelachen om het gesnurk dat Stuart en ikzelf tijdens de nacht produceren. Eddy lacht gelaten en ondergaat ... Hij was vooraf verwittigd. Het is nogal laat wanneer we naar bed trekken, maar vooral Eddy is blij dat Stuart deze namiddag muskietennetten boven de bedden heeft geïnstalleerd.

Maandag 19 september. Rond 4u horen we Stuart met twee nieuwe gasten in onze bungalow aankomen. Ze slapen aan de andere kant van het gebouw en maken verder geen kabaal, na een vlucht die 15 uur vertraging had. Om 6u30 klopt Jerrie op de raampjes en zetten we ons in de tuin met de camera, waarvoor menig schietgebedje werd gezegd. En dat heeft zijn vruchten afgeworpen. De camera functioneert zoals het moet en ik ben gelukkig dat er weinig volk te been is om mijn vreugdedans mee te maken. Twee onbekende en slaperige gezichten verschijnen uit onze bungalow. Dat zijn de nieuwe gasten, Uwe en Ute Demski. Ze hebben slechts 3 uur nachtrust achter de rug en gisteren meer dan 16 uur op de luchthaven van Schiphol doorgebracht.

 

in elke boom zitten aalscholvers op Namalenje Island

 

Na het ontbijt vertrekken we met zijn vieren naar Namalenje eiland. Dat is slechts een uurtje varen en goed merkbaar vanop het Grant domein. Wanneer de boot zich op enkele meter van de rotskust aanmeert kunnen we het idyllische landschap aanschouwen. Het eiland is amper een vierkante kilometer in oppervlakte en de rotsen zijn grotendeels met kleine tot iets grotere boompjes begroeid. In haast elke boom zitten één of meerdere aalscholvers die de ganse tijd een schreiende keel opzetten. Door het massale voorkomen van deze visjagers zijn de meeste stenen met een witte laag uitwerpselen van de vogels bedekt, zodat het van ver bijna aan een sneeuwlandschap doet denken. Als je rustig de rotsen van het eiland exploreert zie je af en toe ook varanen met een lengte van meer dan één meter, die als echte zonnekloppers van de warme stralen genieten. Je kan ze echter niet dicht benaderen, dan verdwijnen ze angstvallig tussen de stenen.

Snorkelend verkennen we een deel van de rotskust. We zien natuurlijk enorme hoeveelheden cichliden. Na een uurtje snorkelen houden we het voorlopig voor bekeken; Ute is vermoeid, Uwe mooi rood gebrand. Ook in het water neem je best voorzorgen tegen zonnebrand. Je kan best een duikpak verdragen, zeker als je wat langer te water wilt blijven, ofwel een T-shirt aanhouden, al was het maar om zich tegen de loodrecht-boven-je-kop-staande-zon te beschermen.

Dinsdag 20 september. Tijdens het ontbijt stelt Stuart voor dat we met zijn vieren naar de oostkust vertrekken voor twee dagen. Twee nachten op het strand! Onze Duitse vrienden weten niet beter, ze vinden het zelfs overbodig een tent mee te nemen. Ze hebben er ten andere geen bij. Wij bereiden ons iets beter voor dan de eerste keer; dus nu zeker dekens meenemen. Rond 16u komen we bij Makanjila aan. Het duikteam van Stuart is reeds aanwezig en de chef van het team adviseert ons verder te varen richting Masinje, waar we rustig kunnen verblijven. We landen in Nalungu Fisherman Camp, een klein vissersdorpje met veel hutten.

Terwijl we ons tentje opslaan op het strand worden we weer bekeken als het zesde wereldwonder door de negertjes. Brown warmt ons een potje water op het houtvuur, zodat we ons op een lekkere kop oploskoffie trakteren. De nacht wordt gelukkig wat warmer dan vorige keer maar het tentje blijft even klein. Een paar uur meer slaap zitten er deze keer wel in; een goede nachtrust is echter iets anders.

de zon komt op achter de baobab

Woensdag 21 september. Om 5u15 is er al heel wat beweging op het strand. Ik sluip uit de tent en maak foto's van de opkomende dag. De maan staat nog boven het meer en contrasteert tegen de subtiele grijze wolkenloze hemel. Wanneer ik me omdraai kan ik de opgaande zon achter een stoere baobab op beeld vastleggen. Na het ontbijt vertrekken we richting Masinje waar een aantal onderwateropnamen worden gemaakt. Tegen het middaguur stevenen we naar een kustdorpje bij de monding van de Nsinje rivier. We lunchen ons reispakket onder een boom achter het strand. Eén van de lokale jongeren lokt me mee voor een wandeling buiten het dorp. Ik leen de pantoffels van Eddy want het zand is me te heet onder de voeten. Wanneer we na een kwartiertje bij de Nsinje rivier aankomen staat mijn gids over het water te turen maar vindt niet wat hij me wou tonen. Wanneer ik hem in mijn beste Engels vraag of hij me "hippo's" wil laten zien, blijk ik het bij het rechte eind te hebben maar de nijlpaarden waren niet meer te bespeuren. Bij mijn terugkomst verbaast het me dat mijn "engelbewaarder" Eddy zeer ongerust was over het lange wegblijven en de blijdschap dat hij zijn pantoffels terughad. We varen enkele kilometer terug naar het zuiden en willen nog wat onderwaterfoto's maken bij een rotskust. Het water is er echter zo troebel dat het verloren moeite en kosten zijn. Om 15u beslissen we met zijn vieren om maar terug de overtocht aan te vatten. Een volgend nachtje strandslapen spreekt ons niet zo direct aan en we snakken weer naar de lekkere keuken van Jerrie.

 

5. Trip naar Likoma en Chisumulu Island

 

Vrijdag 23 september. Na een weekje Afrika maken we er een rustdag van. We maken wat opnamen op het domein en voornamelijk van de buiten- en binneninstallaties van het "Cichliden Center". Na de lunch beginnen we met koffers pakken want we vertrekken vanavond voor een vijfdaagse trip naar Likoma. Stuart voorziet ons ook van proviand voor deze trip, want op Likoma zal niet veel te verkrijgen zijn. Na het avondmaal brengt Stuart ons met de bestelwagen naar de inscheephaven Chipoka, zowat 50 km van Kambiri Point gelegen. Mister Chirwa, die wekelijks de trip met de Ilala naar het noorden meemaakt, is onze begeleider. Eddy gaat samen met Chirwa de tickets voor de bootreis bestellen.

 

 

de Ilala ligt voor anker

 

We beslissen "first class" te varen, een besluit waarvan we later geen spijt hebben gehad. Na een uurtje kadezitten bij onze bagage komt de boot "Ilala" in zicht. Hij blijft enkele honderden meters van de kade voor anker. De diepgang langs de kade is niet toereikend zodat alle passagiers met sloepen aan boord moeten gebracht worden. Door de connecties van Stuart hebben wij het voorrecht om met een sleepboot naar de Ilala gebracht te worden. De kapitein van de sleepboot begeleidt ons bij de opstap van de Ilala. Bij het betreden van de boot wordt het ons duidelijk waarom een ingewijde ons komt helpen. De toestanden die we bij het opstappen van de passagiersboot meemaken zijn moeilijk te beschrijven en zullen misschien niet volledig duidelijk overkomen. We klauteren tussen een onherkenbare donkere mensenmassa die meer dan opgepropt tegen mekaar aanzitten of aanliggen. Komt daarbij nog een indringende stank van alle goederen die her en der opgestapeld liggen. Zakken met gedroogde vis en inlands meel verspreiden een geur waarvan je vreest in ademnood te geraken. Na heel wat geklauter en "pardons", wanneer we op één of andere voet of been belanden, bereiken we de trap die ons naar het bovendek moet leiden. Daar aangekomen is het een hele verademing en lijkt het alsof we op een karig bewoond eiland zijn toegekomen. De bagage wordt ons door bereidwillige helpers nagebracht en de bar op het dek brengt soelaas. Terwijl er beneden nog druk aan en afgevaren wordt met passagiers en koopwaar genieten we met volle teugen van het Deense bier. Rond 2u 's nachts is men nog immer bezig met het transport van en naar de wal. Onze dorst is inmiddels meer dan voldoende gelest en we blazen onze luchtmatras op en installeren ons op het dek voor een nachtje openluchtslapen. De zware dieselmotor van de Ilala dreunt de ganse nacht en geeft ons tijdens onze slaap de indruk dat we over het Malawi meer zweven.

Zaterdag 24 september. Wanneer ik om 5u30 ontwaak op het bovendek en met slaperige ogen de omgeving overschouw, zie ik dat we nog immer in de haven van Chipoka voor anker liggen. Normaal gesproken hadden we al een heel eind gevorderd moeten zijn op onze trip, maar ja ... dit is Afrika. Een half uur later wordt het anker gelicht en zet de boot zich eindelijk in beweging. We varen langs de Maleri eilanden en wat later zien we onze thuishaven Kambiri Point voorbijschuiven. Ook de Mbenji eilanden liggen op de route maar daarna is het urenlang enkel nog water dat we te zien krijgen. Na de middag - we hadden volgens het oorspronkelijke tijdschema al op Likoma moeten zijn - leggen we aan bij Nkhotakota. We zijn dan toch reeds halverwege. Ook daar is er een oponthoud van bijna twee uur om reizigers aan wal te brengen en nieuwe passagiers en materiaal aan boord te zetten.


Het is al stikdonker wanneer we rond 20u bij Likoma eiland aankomen. Het plaatselijke duikteam van Stuart o.l.v. Barnabas Mnkhwamba komt aan boord en deze kennismaking wordt gevierd met ... Sorry dat ik niet altijd het merk kan noemen, anders denkt iedereen met stevige alcoholici te maken te hebben. Al ons materiaal wordt door bereidwillige handen aan wal gebracht en wij volgen gedwee in de duisternis, op weg naar ons verblijf, het "Akuzike Super Resthouse" waar de vriendelijke uitbater Eddie ons in twee kraaknette kamers onderbrengt. We hebben weinig moeite om in slaap te geraken.

 

 

St. Peters kathedraal stamt uit het begin van de 20ste eeuw

 

Zondag 25 september. Rond 6u zijn we al te been en gaan in het nabijgelegen café-restaurant ontbijten. Gelukkig hebben we alle nodige ingrediënten meegebracht. Warm water en oploskoffie is ter plaatse wel beschikbaar. In de voormiddag gaan we met Barnabas naar de St. Peters kathedraal om de liturgische zondagsviering mee te maken. Het is een zeer sfeervolle kerkdienst met gebeden waarvan we geen woord verstaan maar met prachtige Afrikaanse gezangen die vanop het oksaal door een koortje meisjesstemmen, onder begeleiding van inheems slagwerk, de grote ruimte een feestelijk karakter geven. Na de dienst geeft de pastoor, die de oom van Barnabas is, ons een rondleiding door de kathedraal, die door Anglicaanse missionarissen aan het begin van de 20ste eeuw is opgericht. Hij vertelt ons dat dit één van de grootste kerkgebouwen is uit Centraal-Afrika. Het is in alle geval een monument dat je niet direct op een eiland met enkele honderden inwoners zou verwachten.

Wanneer we in de late namiddag terugkeren naar onze verblijfplaats weet de restauranthouder Eric te vertellen dat hij een kip heeft die hij voor ons kan klaarmaken als avondmaal. Dat is een meevaller. We hebben de uitbater deze morgen ook geld betaald om ons een bak bier en frisdrank te kopen en Barnabas heeft hem 5 liter benzine gegeven, zodat de generator kan werken om het bier te koelen. Op Likoma eiland is namelijk geen stroomvoorziening en het wordt dan ook gezellig wanneer 's avonds enkele lampen gaan branden en de muziekinstallatie Europese discomuziek over het eiland loslaat.

we vertrekken met het duikteam naar Chisumulu Island

Maandag 26 september. Om 6u15 zitten we reeds op het terras bij Eric voor het ontbijt want om 7u worden we opgehaald door het duikteam voor een tocht naar Chisumulu eiland. Daar doen we twee duiken op twee verschillende plaatsen. Uwe en ik nemen elk een luchtslang mee voor de duik en krijgen op die manier zuurstof via de generator en een drukvat op de boot. Wanneer ik op het einde van de tweede duik toch al een hele tijd enkele meter onder het wateroppervlak de cichlidenfauna lig te fotograferen, krijg ik het gevoel minder lucht via het mondstuk naar binnen te krijgen. Ik vertrouw deze zaak niet te best en ga even boven water ter controle. Een twintigtal meter verder zie ik de boot en Barnabas die de generator terug probeert te starten. Mijn reisgezellen zien dat er wat foutloopt en halen een hulpeloze gelegenheidsduiker uit zijn benarde positie. Bedankt jongens, het is mij genoeg voor vandaag. We varen terug richting Likoma en gaan als toetje nog op zoek naar krokodillen langs de rotskust. We hebben geluk want van op enkele meter afstand kunnen we een paar dieren op de rotskust fotograferen.

Dinsdag 27 september. Om 6u horen we toeter van de Ilala die bij het eiland aanlegt. Vermits de Ilala de enige boot is die over het meer een lijndienst verzorgt moeten we vandaag onze terugtocht aanvangen. Zoniet moeten we tot volgende week dinsdag wachten. Uwe heeft deze nacht koorts gevat en verschijnt niet op het ontbijt. Wanneer we om 7u30 aan boord gaan nemen we een rillende vriend mee. Op het eerste dek staan reeds een groot aantal kartons met cichliden gevuld, die Chirwa van de noordelijke vangplaatsen Chilumba, Usisya en Nkhata Bay heeft meegebracht. Het Likoma-team brengt ook nog een groot aantal kartons en aparte zakken aan boord zodat de eerste verdieping van de Ilala langs beide kanten met gestapelde dozen wordt versierd. De sympathieke kapitein van het schip, Mister Lameck Mponda, biedt Uwe en Ute een gratis kajuit aan. Uwe blijft echter liever onder bescherming van een afdak in openlucht op de matras liggen. Hij krijgt een koortswerend middel, zodat zijn temperatuur wat daalt maar enkele uren later heeft hij opnieuw 40,3° C. Na een frisse douche wordt hij toch in de kajuit gelegd voor de laatste uren van de tocht. Intussen heeft de kapitein de mensen aan wal verwittigd dat er een zieke aan boord is en wordt ook Stuart van het nieuws op de hoogte gebracht. Wanneer we om 23u Chipoka bereiken worden we als eersten aan wal gebracht, waar een chauffeur van Stuart ons opwacht en onmiddellijk naar het district hospitaal van Salima rijdt. Daar krijgt Ute de raad een aspirine te nemen en wordt een druppel bloed genomen die de volgende dag zal worden onderzocht. Maar het resultaat daarvan is nooit bekend.

 

6. Trip naar Lake Malawi National Park

 

Woensdag 28 september. We slapen tot 8u. Dat is laat en niet van onze Afrika-gewoonten. We verdelen onze dag met het maken van dia's van cichliden in een foto-aquariumpje en de zorgen om Uwe. Deze brengt echter de ganse dag in bed door, afgewisseld met een groot aantal bezoeken aan het toilet. Het gaat hem niet goed. Eten, noch drinken blijft in de maag en hij beslist om morgen terug naar zijn heimat te vliegen. Het blijkt uiteindelijk een goede beslissing want de pret is er voor het echtpaar nu wel af.

zicht op het domein van Stuart Grant

Donderdag 29 september. In de voormiddag rijden we naar Salima om wat inkopen en souvenirs te zoeken. Tawera, de oudste dochter van de familie Grant, begeleidt ons naar de stad. We slenteren in de twee plaatselijke supermarkten en bezoeken daarna de kleurrijke markt buiten het centrum. Groenten en fruit gaan in de bestelwagen en wij kopen enkele "chitenche's" voor onze vrouwelijke familieleden. Deze bonte doeken worden door de inheemse vrouwen als kleed rond het lichaam gedrapeerd en dienen tevens om de kleine kinderen op de rug mee te dragen. Na de lunch nemen we afscheid van Ute en Uwe, die door Stuart naar de luchthaven gevoerd worden. Uwe is tijdens de laatste dagen een tiental kilo's afgeslankt en vreest voor een acute darminfectie. Eddy en ik gaan wat wandelen in de omgeving om het trieste afscheid te vergeten. We klimmen op de heuvel van Kambiri Point en nemen wat panoramische opnamen van de omgeving.

Vrijdag 30 september. In de voormiddag snorkel ik een uurtje langs de rotsen van Kambiri Point terwijl Eddy zich met zijn vislijn langs het water installeert. Het water is me te troebel en ook Eddy heeft geen geluk. De vissen negeren zijn haak. Rond de middag komen twee nieuwe gasten ons voor de volgende week gezelschap houden : Krzystof en Andrei, twee Poolse cichlidenliefhebbers. Met Stuart worden afspraken gemaakt voor een volgende trip. We kunnen morgen voor een meerdaagse reis met de Lady Diana naar Cape Maclear vertrekken.

Zaterdag 1 oktober. Na de lunch vertrekken we voor een drie en een half uur durende vaart naar het zuiden. Rond 17u installeren we ons in "Stevens Resthouse" bij Cape Maclear. De netheid kan er wel niet optornen tegen het verblijf dat we op Likoma gekend hebben, maar dat is voor de meeste rugzaktoeristen die we daar ontmoeten geen bezwaar. Het zijn meestal Engelse en Amerikaanse jongeren die er logeren, maar we horen ook een jonge Fransman zijn beste Engels bovenhalen. Het restaurant, waar je best vroegtijdig kan bestellen - zoniet heb je niets meer - serveert die avond "Chambo". Gelukkig eten we bij kaarslicht, zodat de zwartgerookte vellen aan de buitenkant van de vis niet te erg storen.

ingang van Lake Malawi National Park

Zondag 2 oktober. Na het ontbijt laten we onze meegebrachte zuurstofflessen vullen in de plaatselijke duikclub die door een Duitser wordt gerund. Dan vertrekken we met onze boot naar het nabijgelegen Thumbi West eiland voor een duik. Op de terugtocht naar Cape Maclear vaart onze schipper langs de rotskusten van Otter Point, die velen zich van de plaatjes uit verschillende boeken wel zullen herinneren. Na de middag varen we door de Ilala Gap, een smalle engte tussen Nankumba schiereiland en Domwe eiland, voor een volgende duik. Op de oever zit ons een jonge baviaan te bekijken. Nu begrijpen we ineens waarom de plaats in de buurt zich Monkey Bay noemt.

Maandag 3 oktober. We varen met de Lady Diana naar Monkey Bay om brandstof voor onze boot te kopen. We gebruiken deze gelegenheid om het dorp en de haven te bezoeken. In de haven krijgen we een rondleiding op de Mtendere. Dit schip is wel heel wat recenter van bouw dan de Ilala, maar ligt voor herstelling aan de kade. Deze boot werd tijdens de laatste jaren haast uitsluitend gebruikt om de vluchtelingen uit Mozambique terug naar hun thuisland te brengen na de jarenlange burgeroorlog aldaar. Bij onze terugkeer houden we halt bij Domwe eiland waar we een volgende duik maken. De rotskust aldaar bestaat schijnbaar uit aaneengekoekte kiezel. De aanwezige algen maken de stenen spekglad en het is moeilijk aan land te komen. Enkele meters buiten de oever gaan de rotsen steil naar de diepte en we zien de Mbuna-populatie zich aan de Aufwuchs tegoed doen.

Dinsdag 4 oktober. We pakken onze bagage bij elkaar want we gaan stilaan terug richting Kambiri Point. Vooraleer Cape Maclear te verlaten, brengen we een bezoek aan het vroegere verblijf van de familie Davies. Het is een net huisje op het strand met een mooi uitzicht op het meer en Thumbi West eiland. Ook het vroegere vishuis is nog intact en wordt nu door het "Department of Fisheries" gebruikt. We zetten koers naar Mumbo eiland waar we aanmeren voor een duik. Tegen de middag bereiken we op de terugweg het eerste van de drie Maleri eilanden, met name Nakantenga. In de late namiddag zijn we terug op Kambiri en maken we kennis met vier nieuwe gasten die de dag voordien zijn toegekomen.

Woensdag 5 oktober. Tezamen met de vier Duitstalige Zwitsers Peter, Bernhard, Hans en Andreas plannen we een uitstap naar het Liwonde National Park, een wildreservaat langs de Shire rivier. Met onze huurwagen en Eddy als chauffeur, bereiken we na iets meer dan drie uur Liwonde.

een olifant langs de oever van de Shire River

Donderdag 6 oktober. Deze voormiddag maken we met een safariboot een tocht van bijna 4 uur op de rivier. We passeren langs honderden nijlpaarden en onderweg zien we ook enkele kudden Afrikaanse olifanten langs het water. Ook tientallen Nijlkrokodillen liggen gegroepeerd of eenzaam op de zanderige oevers. Verder waterbokken, apen, waterschildpadden en een grote variatie aan gevogelte. We nemen afscheid van Sue en Collin die deze bootsafari's organiseren en maken een omweg naar Zomba, de vroegere hoofdstad van Malawi. Het is reeds laat in de namiddag en we beklimmen met onze terreinwagen het Zomba plateau, waar een mooi panoramisch zicht over de omgeving mogelijk is. Na een bezoek aan de plaatselijke markt en een nacht verblijf in het vorstelijke 'Governement Hostel' rijden we de volgende morgen terug naar Kambiri, want 's avonds vertrekken de Zwitsers voor een tiendaagse tocht naar Likoma.

Nadat we tijdens de laatste dagen van ons verblijf nog een bezoek brengen aan de hoofdstad Lilongwe wordt er uitgebreid afscheid gevierd en zijn we zeer gelukkig dat Stuart ons voor de volgende 'Cichlidenshow' in Antwerpen en zending vissen vanuit Mozambique belooft. Een maand om nog lang aan terug te denken is ons voorbijgevlogen, maar we zijn toch blij onze respectievelijke partners morgen te mogen weerzien.

Reisverhaal ingestuurd door Walter Deproost ( ) op 20-02-06 (ID 402)