Deel via

Tussen onthechting en inleving

Ze waren vorige week op tournee door de Lage Landen. En op het programma stonden twee van hun naar eigen zeggen meest geliefde strijkkwartetten. Met ook nog Beethoven op de playlist verkeerde het Quatuor Ebène in een niet te missen gulle bui. ‘When we play this quartet, we are proud to be French.’

Muzikaal driegangenmenu

In een revelerend filmpje op YouTube werd enkele jaren terug bij elk van de leden van het Quatuor Ebène gepolst naar hun favoriete strijkkwartet uit het repertoire. Twee van de werken die toentertijd genoemd werden, had het Franse viertal tijdens zijn driedaagse langsheen de Vlaamse podia bij zich. Zowel in deSingel als nadien in de Handelsbeurs en de Sint-Pieterskerk te Leut mocht het publiek zich verlekkeren op een hoogstaand muzikaal driegangenmenu. Het zou totaal ongepast zijn om Mozarts kwartet in re-klein – het geprefereerde stuk van secundarius Gabriel Le Magadure – een voorgerecht te noemen. Het behoort zonder twijfel tot het beste wat de componist in het genre op papier heeft gezet. En Mozart in mineur: dat is altijd iets heel speciaal, denken we maar aan Don Giovanni, het 20ste pianoconcerto en natuurlijk het Requiem. Een strijkkwartet van Beethoven is dan weer bijna altijd een hoofdgerecht, ware het niet dat de maestro met zijn zogenaamde ‘Quartetto Serioso’ een van zijn meest gebalde en tegelijk ook intense stukken afleverde. En dus voorzag het Quatuor Ebène in een flink toetje met het enige kwartet van hun landgenoot Ravel. ‘When we play this quartet, we are proud to be French’, zo klinkt het openhartig bij eerste violist Pierre Colombet. Om nog even in de culinaire beeldspraak te blijven: dit werk is een signature dish van het ensemble. Hun opname van Ravels strijkkwartet leverde het Quatuor Ebène in 2009 niet minder dan de titel Recording of the Year op, hen toegekend door het Britse klassiekemuziektijdschrift Gramophone.

Fluwelen raffinement

Maar de avond werd dus afgetrapt met het tweede van de in totaal zes kwartetten die Mozart aan zijn caro amico Haydn opdroeg (1783). Heb je dit juweeltje nog nooit gehoord, lees dan niet verder, maar klik meteen hier en geniet ten volle van het muzikale genie dat spreekt uit de ronduit prachtige variatiereeks die Mozart als finale van dit kwartet componeerde (Allegro ma non troppo). Het thema werd door het Quatuor Ebène bedachtzaam en met veel overleg gepresenteerd. Pakkender muziek dan dit ga je niet snel vinden. In de briljante mutaties die volgden, kreeg elk van de musici de kans om op het voorplan te treden: van de meticuleuze articulatie van primarius Colombet in de heerlijk zangerige eerste variatie, over de drijvende ritmiek van Gabriel Le Magadure in de robuuste tweede tot de genuanceerde fraseringen van altiste Lise Berthaud – de puike vervangster van de zieke Adrien Boisseau – in nummer drie. Met het Più allegro werd het begin van het thema op een drafje en met de nodige flair hernomen, alvorens een zeer doorleefd orgelpunt te plaatsen. Ook in de drie andere bewegingen werd er met veel overtuiging gespeeld. Het meest beklijvende moment was het subtiele pianissimo bij aanvang van de reprise in het openingsdeel (Allegro moderato). Gewoonweg hemels! Het Andante baadde dan weer in fluwelen raffinement: gracieus, vloeiend en met een minimum aan vibrato. Het menuet ten slotte (Allegretto) bood met zijn geplukte trio en kleurrijke samenspel tussen eerste en altviool zowaar een voorafspiegeling van Ravel.       

De finale werd een nerveus wiegend slot, dat eindigde in een lichtvoetige, maar tegelijk o zo ironische muzikale pointe

Beethovens kernachtige elfde strijkkwartet (1810) is een buitenbeentje in diens kamermuzikale oeuvre. Het duurt amper een twintigtal minuten en getuigt op die manier van een opmerkelijke compressie die haaks staat op de expansieve vormen die de componist in de late strijkkwartetten zo veelvuldig zou hanteren. Dit is een werk waarin Goethes eerste indruk van Beethoven, opgetekend in juli 1812, geheel en al bewaarheid wordt: ‘Zusammengefaβter, energischer, inniger, habe ich noch keinen Künstler gesehen.’ Het even korte als voortvarende Allegro con brio waarmee het opus 95 opent, is een knap staaltje van deze pertinente karakterisering. Samen met Beethoven greep het Quatuor Ebène zijn publiek meteen bij de keel. Zowel de boven- als de onderbouw van hun snedig aangestreken bouwwerk stond op punt. Dynamische tekens, crescendo’s en diminuendo’s werden nauwgezet in acht genomen. Het daaropvolgende Allegretto ma non troppo klonk bijzonder homogeen, maar ging, meer nog dan het Larghetto espressivo, tegelijk ook wat gebukt onder een té slepend tempo. Het was daarentegen in de snellere delen – het Allegro assai vivace, ma serioso en het Allegretto agitato – dat het viertal zijn voornaamste troeven op tafel legde. Het scherzo ontpopte zich tot een spitant imitatiespel, in fel contrast met de twee expressieve triosecties. De finale werd een nerveus wiegend slot, dat eindigde in een lichtvoetige, maar tegelijk o zo ironische muzikale pointe (Allegro). Al bij al was dit een meer dan deugdelijke uitvoering, maar dan zonder de aha-erlebnis die er met Mozart wel was.

Sentiment de pureté  

Beweren dat Ravels strijkkwartet (1903) bij zijn tijdgenoten gemengde reacties opriep, is een heus understatement. De jongeman droeg het werk op aan zijn leermeester Gabriel Fauré (1845-1924), maar die was zelf niet bijzonder ingenomen met het resultaat. Minstens even erg was dat omwille van formele én compositorische bezwaren het stuk ook uitgesloten werd van deelname aan de prestigieuze Prix de Rome, hetgeen in die tijd een groot schandaal veroorzaakte. Gelukkig waren er ook positieve reacties. Ravel, zo schreef criticus Michel-Dimitri Calvocoressi (1877-1944) kort na de première van het strijkkwartet in La Revue Musicale, ‘y a fait preuve, non seulement de ces qualités de délicatesse et d'originalité […], mais encore d'un remarquable sentiment de la pureté de la ligne et de l'équilibre architectural.’ Het Quatuor Ebène bewees vanavond met verve dat het deze partituur tot in de meest fijnzinnige details beheerst. Met evenveel galanterie als precisie manoeuvreerde het ensemble door het dromerige openingsdeel (Allegro moderato – Très doux). Hun interpretatie hield zeer mooi het midden tussen onthechting (thema 1) en inleving (thema 2). Het fascinerende scherzo (Assez vif – Très rythmé), met zijn knap geïntoneerde pizzicato’s en zuiderse ritmiek, gaf blijk van een grote souplesse. Absoluut hoogtepunt was de gedempte derde beweging (Très lent): een onaardse harmonie van sensuele frasen en bedaarde motiefjes. De spontaneïteit in het sluitstuk (Vif et agité) maakte deze vertolking uiteindelijk helemaal af.

Absoluut hoogtepunt was de gedempte derde beweging: een onaardse harmonie van sensuele frasen en bedaarde motiefjes

Delen van het zeer talrijk aanwezige publiek trakteerde het Quatuor Ebène na afloop op een staande ovatie en een unisono applaus. Terecht. Want Ravel inspireerde zijn landgenoten tot veel meer dan enkel fierheid. Tot een jazzy toemaatje – nochtans een handelsmerk van het kwartet – kwam het evenwel niet meer.        

WAT: Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) – Strijkkwartet nr. 15 in d (KV 421) | Ludwig Van Beethoven (1770-1827) – Strijkkwartet nr. 11 in f ‘Quartetto Serioso’ (opus 95) | Maurice Ravel (1875-1937) – Strijkkwartet in F
WIE: Quatuor Ebène [Pierre Colombet (viool), Gabriel Le Magadure (viool), Lise Berthaud (altviool), Raphaël Merlin (cello)]
WAAR: Blauwe Zaal, deSingel, Antwerpen
WANNEER: woensdag 22 februari 2017

Foto: (c) Julien Mignot

 

Auteur: Tim De Backer

0 reacties

Login Registreer

Login met

Tim De Backer

Muziekliefhebber
Muziekliefhebber
Tim De Backer raakte in zijn studententijd gepassioneerd door klassieke muziek en schrijft die goedaardige microbe sinds enkele jaren van zich af voor de website Klassiek Centraal - dé Webstek voor de Muziekliefhebber (m/v)!
www.klassiek-centraal.be.

Meer artikels van Tim De Backer

Recente Artikels

Gerelateerde Artikels