Deel via

Zehetmair sweet Zehetmair

Gevat, glashelder en to the point: dit is een bescheiden poging een recensie af te leveren die leest zoals het Zehetmair Quartett op de tweede avond van het Klarafestival speelde.

Klarafestival zoomt in op migratie, ballingschap en identiteit

Moet ik het viertal dat in Studio 4 van Flagey op de planken stond dan überhaupt nog wel voorstellen? Want de veelzijdige primarius van deze strijkersformatie ken je ondertussen al, of toch bijna: Thomas Zehetmair, naast vermaard chambrist ook creatief solist én dirigent van voornamelijk kamerorkesten. Samen met zijn vrouw, de altiste Ruth Killius, vormt dit Oostenrijks-Duitse paar het stevig kloppende hart van een ensemble dat sinds 1994 zijn/haar hoogstpersoonlijke successtory schrijft. Op de tweede stoel zit nu al meer dan tien jaar de Pool Jakub - Kuba - Jakowicz, tevens een vooraanstaand pleitbezorger van de muziek uit zijn vaderland. En de meest recente aanwinst, sinds maart 2014, vinden we op cello terug: Christian Elliott, naast stichtend lid van het Raeburn Quartet en het Phoenix Piano Trio ook aanvoerder in het Irish Chamber Orchestra, is een nog jonge Canadees die kamermuziek ademt en voor deze positie getipt werd door zijn bekende collega Steven Isserlis.

Achter de naam Zehetmair Quartett gaat dus een bij uitstek internationale microkosmos schuil. Het kwartet gaf daarmee onbewust invulling aan de actuele thematieken waarmee het Klarafestival dit jaar nog tot en met 24 maart uitpakt. Onder de noemer Home sweet home wordt daarbij ingezoomd op migratie, ballingschap en identiteit, elementen die in min of meerdere mate ook in de levens en werken van de drie h’s op het programma – Hofstetter, Haydn en Hindemith – terug te vinden zijn. Zo zag Hindemith, een bijzonder controversieel kunstenaar in de ogen van de nazi’s, zich gedwongen om eerst naar Zwitserland en vervolgens naar de VS te vluchten, ook al kwam zijn vijfde strijkkwartet nog voor deze periode van ontworteling tot stand (1923). Met de hymnische trage beweging uit zijn zogenoemde ‘Kaiserquartett’ (1797) schonk Haydn Duitsland na de Eerste Wereldoorlog een even mooi als krachtig symbool van eenheid: zijn volkslied. En Hofstetter? Die werd in 1964 plotsklaps beroemd als de componist van zes strijkkwartetten die eerder als het opus 3 aan niemand minder dan Haydn waren toegeschreven (1777). Soms is de link met identiteit dus héél letterlijk te nemen.       

Lichtvoetige, spontaan gefraseerde muziek die vloeide en charmeerde dat het een lieve lust was

Gevat. Inderdaad, zo klonken de hoekdelen van Hofstetters levenslustige vijfde kwartet. Woord en wederwoord in het openingsdeel waren van meet af aan snedig (Presto). Maar verder niet de minste zweem van overhaasting, wél lichtvoetige, spontaan gefraseerde muziek die vloeide en charmeerde dat het een lieve lust was. Ook in het afsluitende Scherzando haakten de verschillende partijen en motiefjes precies bij elkaar in. Stuwende tussenspurtjes verlevendigden de interpretatie. Frivole speelsheid was van begin tot eind troef. En tussendoor klonk een gloedvol, verfijnd geaccentueerd Menuetto. Dat dit werk populairder is gebleven dan de overige kwartetten uit de bundel, heeft het weliswaar te danken aan het zorgeloze, haast dromerige Andante cantabile. Deze serenade, waarvan de melodie prettig blijft plakken, werd bijzonder fraai geïntoneerd. Maar het waren zeker ook de beheerste nuances in de geplukte gitaarbegeleiding – zowel dynamisch als qua tempo – die zorgden dat dit plaatje helemaal af was. 1-0 dus voor het Zehetmair Quartett.  

Glashelder. Met Hindemith verdubbelde het kwartet nog vóór de pauze zijn score. Wordt het recentste werk op het programma doorgaans naar het einde geschoven, dan doen een uitgekiende Zehetmair en co het net even anders. En zo’n kleine ingreep maakte het concert eens zo boeiend. Want niettegenstaande er in het opus 32 zeker nog traditionele kenmerken aanwezig zijn, kon dit qua contrast natuurlijk wel tellen. Bovendien, en veel belangrijker nog: het Zehetmair Quartett toonde zich zowel technisch als interpretatief een meer dan betrouwbare gids, ook al is het avant-gardistische idioom van veel 20ste-eeuwse muziek lang niet altijd simpel te bevroeden. Zo werd de dissonante totaalklank van de fuga uit de eerste beweging (Lebhafte Halbe) door het nauwkeurige lijnenspel tegelijk groots en inzichtelijk gemaakt. Het geheel wreef, maar botste niet. Dat de eerste en tweede viool deze avond niet naast, maar tegenover elkaar zaten – een praktijk die in menig orkest wel eens vaker voorkomt – droeg hier zeker en vast toe bij. Het altijd spannende, soms ook dreigende muzikale betoog bezat bij vlagen een onmiskenbare energie en voortvarendheid. Deze kwamen in het verstilde tweede deel (Sehr langsam, aber immer fließend) dan wel tot stilstand, maar dat deed aan de expressiviteit niets af. Op een buitengewoon frêle, ja zelfs onthechte manier werd er toch ritme en sfeer gemaakt. De daaropvolgende Kleiner Marsch huppelde daadwerkelijk crescendo, totdat deze groteske zachtjes plaatsmaakte voor een zeer geladen slot. Het Zehetmair Quartett stelde alles in het werk om zowel de structuur als de grondstroom van de Passacaglia, een fuga én variatiereeks in één, bloot te leggen. Haast organisch kwam hun doorleefde vertolking tot een zinderend orgelpunt. Het moge duidelijk zijn: dit ensemble kreeg de Paul-Hindemith-Preis van diens geboortestad Hanau niet voor niets.

Zo werd aan elke pupiter uitgeblonken,
en toch een opmerkelijke intimiteit gecreëerd

To the point. Haydns keizerlijke strijkkwartet, onderdeel van zijn laatste zesling in het genre, mocht het geplande drieluik afronden. En jawel, een eens gedreven, dan weer ronduit wulps en ten slotte ook krachtig Zehetmair Quartett maakte zijn hattrick compleet. Het viertal ging recht naar het hart van dit werk, niet in het minst in het Poco adagio, cantabile. Je denkt dat je dit deuntje al kende? Welnu, het is een vlag die in de handen van zowel Haydn als het Zehetmair Quartett verschillende muzikale ladingen dekt. Zo werd aan elke pupiter uitgeblonken, en toch een opmerkelijke intimiteit gecreëerd. Het resultaat was magistraal én meeslepend. In de buitendelen sprong dan weer vooral het sprekende samenspel in het oor. De schwung zat er daarbij van in het begin goed in (Allegro), al kwamen de musici ook plechtig én dansant uit de hoek. In de verrassend dramatische finale (Presto) speelden eerste en tweede viool een puntig duel tegen elkaar uit, terwijl de beide middenstemmen hun plaats in het kapittel duidelijk opeisten. O contradictie, maar dit was voldragen teamwork.        

Deze klassiek-modernistische avond begon als een zoet snoepje, kreeg tussendoor een transparante en tegelijk broze verpakking, en eindigde met een verlangen naar meer. Zehetmair sweet Zehetmair, heel graag tot op een volgende muzikale traktatie!

PS: toewijding, het is voor dit topkwartet geen hol begrip. Met de tweede beweging uit – jawel! – Hindemiths vierde strijkkwartet (Sehr energisch. Schnelle Achtel) kwam de traktatie er sneller en vooral feller dan verhoopt.

WAT: Roman Hofstetter (1742-1815) / Joseph Haydn (1732-1809) – Strijkkwartet in F, Hob.III:17 (opus 3 nr. 5) | Joseph Haydn  – Strijkkwartet in C, ‘Kaiserquartett’, Hob.III: 77 (opus 76 nr. 3) | Paul Hindemith (1895-1963) – Strijkkwartet nr. 5 in F (opus 32)
WIE: Zehetmair Quartett [Thomas Zehetmair (viool), Kuba Jakowicz (viool), Ruth Killius (altviool), Christian Elliott (cello)] 
WAAR: Studio 4, Flagey, Brussel
WANNEER: vrijdag 10 maart 2017 – Klarafestival nog tot en met 24 maart 2017

Foto: (c) Keith Pattison

Auteur: Tim De Backer

0 reacties

Login Registreer

Login met

Tim De Backer

Muziekliefhebber
Muziekliefhebber
Tim De Backer raakte in zijn studententijd gepassioneerd door klassieke muziek en schrijft die goedaardige microbe sinds enkele jaren van zich af voor de website Klassiek Centraal - dé Webstek voor de Muziekliefhebber (m/v)!
www.klassiek-centraal.be.

Recente Artikels

Gerelateerde Artikels