Waar vandaan: Reisverhalen > Afrika ( 98 ) > Reis door Rwanda, het land van de duizend heuvels

Reis door Rwanda, het land van de duizend heuvels

Dag 7 – maandag – 30 december 2002.

Wij werden deze morgen heel vroeg gewekt door het gebed in de moskee en ook de zang van de vele vogels helpt ons ontwaken.Vandaag wordt het een rustige dag te Gisenyi. Even uitblazen van de zware dag van gisteren, wij kunnen lekker genieten aan het Kivumeer. Leo, Marie-Jeanne en Aline krijgen bezoek van Julienne en haar vier kinderen, deze schoonzuster en haar kinderen, bleef als enige van de familie over na de genocide.
Genietend van het zonnetje wachtten we haar op, op het terras van hotel Palm Beach. Het wordt een blij maar ook
een triestig en aangrijpend weerzien. Ja, er is heel wat gebeurd sinds wij hen voor het laatst zagen, in januari
1994. Wat zijn de kinderen groot geworden, ze waren toen nog klein, de jongste was nog een baby. De gruwel van de
genocide haalde ons meer dan negen jaren uit elkaar. De vrouwen moeten even in elkanders armen wenen, en ook
Leo is zeer aangegrepen. Het leven is hard geweest voor Julienne en haar gezin, ze verloor haar man (Leo’s broer)
en moest vluchten als opgejaagd wild, zonder te weten waar naartoe, het werd leven van dag op dag zonder
toekomst, met het verdriet van één na één je familieleden te verliezen.
Wij stellen hen voor aan de medereizigers, en drinken samen iets. Daarna gaan wij naar haar huis, dat ze uiteindelijk na enkele jaren terug kreeg. Het huis was na de oorlog in bezit genomen door teruggekeerde vluchtelingen en jammer genoeg namen deze bij hun vertrek zoveel mogelijk mee, er bleef enkel nog een geraamte over van muren en dak. Ondertussen werd het huis terug enigzinds bewoonbaar gemaakt maar er is nog heel veel werk te doen. Haar armoede treft ons heel diep, en we hopen dat we haar verder, samen met onze vereniging zo goed mogelijk kunnen helpen. Tegen de middag zijn we terug in het hotel om samen met Hilde, Anne en Nieke te middagmalen en bij te praten. De kinderen genieten van al het lekkers, al valt het ons op dat ze angstig zijn, maar men zou van minder getraumatiseerd zijn, dan van al hetgene deze kinderen moesten doormaken tijdens de oorlog. Na het middagmaal gaan wij wandelen op de laan die naar Goma gaat en uitgeeft op het hotel Meridien Izuba. Dit hotel is nog altijd gesloten, wat jammer is. Het was vroeger een van de mooiste hotels van Rwanda, het was daar zalig verblijven, in een prachtige tuin aan het mooie strand van het Kivumeer. Wij komen terug langs het strand, de wandeling doet deugd, maar brengt ook beelden in onze herinnering van massa’s vluchtelingen die hier allemaal samengetroept waren op de vlucht voor de oorlog. Hopeloze mensen, die hun drinkwater uit het meer haalden, colera en lijken. De beelden die de media toen over ons uitspuwde en de angst en het verdriet over onze familie komen terug uit onze herinnering. In de namiddag vertrekt een deel van onze groep richting Kigali, ze gaan vrienden van François in Gitarama bezoeken, we spreken daar morgen namiddag met hen af. Rond 17.00 uur nemen we afscheid van onze neefjes en nichtje, Julienne zien we morgen terug, zij zal ons vergezellen naar Satinsyi. Wij genieten op het strand van een prachtige zonsondergang, die het meer laat baden in alle tinten van zilver tot goud. Die avond valt de stroom om de 10 minuten uit, dus maken wij ons klaar bij kaarslicht. Na de zoveelste stroomonderbreking besluiten wij, ondanks onze reservatie in een ander restaurant, toch maar ter plaatste te blijven voor ons avondmaal. Want wij stellen ons de vraag of het wel veilig is in het donker en te voet. Ons avondmaal smaakt niet echt, we moeten terug veel te lang wachten, want nu met die stroomonderbreking duurt het nog langer dan anders. ‘s Avonds bij kaarslicht op het terras met een lekkere primus, en ‘s nachts dromen van al wat was en is.

Dag 8 – Dinsdag – 31/12/2002.

Vandaag wordt het een moeilijke rit naar Satinsyi, we bezoeken het graf van Leo ‘s moeder. Julienne rijdt mee om ons de weg te tonen. Wij vertrekken rond 10.00 uur. Het is licht bewolkt, wij rijden door een heel mooi landschap, na 30 km verandert de baan in een piste. Dat is nog eens schudden en wippen, gelukkig hebben wij de Jeep met Jean onze goede chauffeur. Het uitzicht verzacht echter de pijn. Het wordt drie uur van langzaam rijden en opletten, op het laatst moeten we over een klein brugje van boomstammen, Jean stapt even uit om na te zien of het doenbaar is met de wagen. Na heel goed manoeuvreren geraken wij er over zonder problemen. Het laatste stuk naar moeders huis doen wij te voet, het is niet te doen met de wagen. Wat een triestige aanblik, de rugo (typische omheining rond het huis) is volledig verdwenen en het huis is aan het vervallen. Niemand wil in het huis wonen daar moeder begraven is naast haar huis in de tuin. De buurman bewaart de sleutel, men gaat hem halen. Het is een wederzijds herkennen,
ondanks dat het van in 1993 geleden is dat we elkaar voor het laatst zagen. Hij herinnert zich ons nog goed, en vraagt in het Rwandees hoe het gaat met onze kinderen, hij weet zelfs hun namen nog, ongelofelijk. Na wat te hebben gepraat laat hij ons in het huis binnen. Binnen is het nog zoals het was toen wij de laatste maal zijn geweest, het is er alleen nog wat stofferiger op geworden.

Wij vragen aan Julienne of wij een paar spullen mogen meenemen voor Eric en Maya (de kinderen van Leo’s andere broer, die in België verblijven) als soevenier van hun grootmoeder. Daarna gaan we naar moeders graf, en moeten ons hiervoor werkelijk een weg banen tussen de beplanting. De kleine oleander die wij 10 jaar geleden uit België meebrachten is een boom geworden, die met zijn kruin van bloemen boven de bananenbomen en boontjes uitsteekt. Zijn wortels zijn door het graf gegroeid. Leo neemt enkele foto’s, hij heeft het heel moeilijk, misschien is het de laatste maal, binnen enkele jaren zal er waarschijnlijk niet veel meer van huis en graf overblijven, het is jammer, maar je kunt de natuur niet tegen houden. Nadien rijden wij naar het ouderlijke huis van Marie-Thérèse, de vrouw van Leo’s andere broer en de moeder van Eric en Maya. Dit huis wordt bewoond door vreemde mensen, deze willen het huis niet terug geven aan de familie. Zij tonen ons een pad naar het huis van een schoonzuster van Marie-Thérèse een beetje lager op de heuvel. Zij is het familielid, dat normaal gezien in het ouderlijk huis zou moeten wonen. Maar ze woont samen met haar drie kinderen (haar man werd vermoord tijdens de genocide) in een armtierig bouwsel. Een wel heel rare situatie, het maakt ons stil vanbinnen. Het begint ondertussen zachtjes te regenen, en wij maken aanstalten om te vertrekken, wij willen niet vastgeraken met de wagen, mocht het hard beginnen te regenen.
Nu rijden wij richting Gitarama, nog een klein stukje slechte baan, en dan is het alsof wij opeens terug in Europa zijn op een heel mooie asfaltbaan. Wij sturen onderweg een smsje naar onze andere groeps1eden, om onze komst te melden en spreken af in restaurant “Le palmier” bij oude kennissen van François. Wij eten er heel lekker: geroosterde Tilapia en nadien de lekkerste geitenbrochette tot nu toe, het smaakt. François en Leo maken daar kennis met Rwandesen die bij hen op school waren in Byimana in de jaren 60 en die zelfs bij hen in de klas zaten. Wat is de wereld toch klein. Daarna bezoeken wij Tarsis een oude bekende, we maken wat grappen met hem over het opkopen van zijn hotel, welke mooi is gelegen maar blijkbaar weinig volk trekt. François voelt zich blijkbaar thuis in Gitarama, wij moeten hem aanmanen om te vertrekken. Wij komen bij donker aan in Kigali om oudejaarsavond te vieren in de “Jaily club” Het eten is lekker. Om middernacht wensen wij elkaar het beste voor 2003 en sturen wij sms wensen naar België. Rond 01.00 uur gaan wij naar ons hotel. Enkelen van onze groep gaan nog even langs in een disco “Le Mango”. Het is wel heel opvallend stil in Kigali centrum,het bruisend nachtleven van weleer is totaal verdwenen.

Surf ook eens naar: http://members.lycos.nl/kinderhulprwanda/

Reisverhaal ingestuurd door Leopold KINET ( ) op 28-11-03 (ID 88)