Man doet wetenschappers versteld staan!
Als jongetje was Jan J. een bijzonder rustig kind, dat geen tekenen van speciale eigenschappen vertoonde. Zowel zijn ouders als de verschillende kleuterjuffen getuigen dat hij bijna een beetje te normaal was. Hij had geen driftbuien, at braaf zijn bordje leeg, lustte alleen geen spruitjes.
Zijn lichtelijk verontrustte ouders hadden reeds meermalen hun spruit laten testen, maar ook daar bleek niets speciaal, behalve dan een iets bovengemiddeld IQ. "Jan was gewoon niet gewoon op een gewone manier" zei zijn moeder.
De wetenschappers stonden versteld. "Niets kan dit fenomeen verklaren" was het enige wat de doktoren en psychologen konden zeggen.
Maar de overdonderende waarheid zou pas later blijken. Pas tijdens zijn studies aan de universiteit begon Jan J. te begrijpen wat er nu zo speciaal was: hij kon zich niets, maar dan ook niets herinneren van welk voorafgaandelijk leven dan ook. Het was alsof hij nooit eerder geleefd had!
Talrijke testen door de allergeleerdste doktoren en professoren konden dit vermoeden alleen maar beamen. Iedereen stond sprakeloos.
Ook de geleerdste theologen en guru's konden slechts tot een enkele conclusie komen. "Wij zeggen het niet graag, maar alles lijkt er op te wijzen dat er geen leven na de dood is" zeggen enkelen, "en dus ook geen reincarnatie en zo." De meerderheid der theologen sprak zich niet uit, waarschijnlijk om conflicten met hun vakbroeders te vermijden en niet afgesloten te worden van hun voornaamste bron van inkomsten.