Intro
Het uitgangspunt van de filosofische beschouwingen van Levinas is onze ervaring met het absurde en zinloze bestaan. Dit zinloze is voor de mens angstaanjagend omdat het ongrijpbaar is, niet te vatten. Het gaat over het onpersoonlijke ZIJN, in verschrikking en verbijstering. In het dagelijkse leven tracht de mens dit zinloze van zijn bestaan te ‘vergeten’. Hij trekt zich terug op zijn eigen basis, tracht te genieten van de dingen en geeft daardoor inhoud en smaak aan het leven. Tegelijkertijd tracht de mens zijn omgeving te ordenen, te grijpen en te begrijpen door middel van werken en kennen, arbeid en wetenschap.
De confrontatie
In dit proces van zelfrealisatie en strijd tegen het dreigende en anonieme ZIJN, wordt de mens geconfronteerd met de medemens. In deze confrontatie met De Ander en de onontkoombare verantwoordelijkheid die daaruit volgt, raken we aan de kern van het gedachtegoed van Levinas. De Ander is niet zomaar een medemens, een gezel in ons levensproject of in onze zelfrealisatie. De Ander is veel meer, en opent volgens Levinas een ‘radicaal nieuwe dimensie in de werkelijkheid, een revelatie van het oneindige’. De Ander is een aanwezigheid die concreet is. Het Gelaat van De Ander doorbreekt onze kring van eindigheid.