Deel via

Opsporing

Bij een afwijking is het belangrijk om weten wat er gebeurt om u gerust te voelen... of om het kwaad met de wortel uit te roeien. Dat is het principe van vroegtijdige diagnose.

De opsporing zelf komt nog vroeger. Dankzij gepaste onderzoeken kunnen artsen eventueel de aanwezigheid van een ziekte opsporen nog voor er symptomen merkbaar zijn. Dat is tijd gewonnen om nog vroeger te kunnen behandelen, met betere kansen op genezing.

Een opsporingsonderzoek laat toe in de bevolking die mensen op te sporen, die ogenschijnlijk gezond zijn, maar die een ziekte in een beginstadium hebben, zelfs voor het opduiken van de eerste symptomen.
Net als bij elke andere medische ingreep zijn er voor- en nadelen. Het is dus heel belangrijk voor en tegen af te wegen, vooraleer tot toepassing over te gaan.

Heel wat mensen verwarren opsporing met vroegtijdige diagnose. Maar opsporing richt zich tot mensen bij wie geen bijzondere afwijking is vastgesteld. Vroegtijdige diagnose daarentegen is erop gericht om de oorzaak van een afwijking zo snel mogelijk na het opduiken ervan aan het licht te brengen.

Geen enkel symptoom is specifiek voor een welbepaalde kanker. Bij aanhoudende afwijkingen is de beste raad nog altijd: raadpleeg uw arts. Dat zal helpen bij de vroegtijdige diagnose van heel wat kankers (mond, keel, huid, blaas, prostaat, klieren, testikels...).

De raad om zo snel mogelijk uw arts te raadplegen, geldt ook in het geval van borst-, baarmoederhals- of darmkanker, wanneer er zich tussen twee onderzoeken een afwijking voordoet. U vindt de in het oog te houden symptomen op www.alarmsignalen.be.

Poll

Wat is jouw favoriete puzzel?