Chirurgische ingrepen bij borstkanker
Wie de diagnose borstkanker krijgt, staat een heel parcours te wachten om de ziekte te bestrijden. Eén van de stappen in de behandeling is een chirurgische ingreep. Vroeger was dat een uitgebreide en zeer ingrijpende operatie, maar gelukkig is dat inmiddels geëvolueerd naar beperkte en borstsparende ingrepen. Een operatie voor borstkanker bestaat altijd uit twee delen: een operatie die de tumor in de borst verwijdert en een operatie van de oksel. In de borstchirurgie ontstond de consensus dat voor kleine tumoren een borstsparende operatie gevolgd door bestraling even effectief is als een amputatie van de borst. Daarnaast toonden studies aan dat het wegnemen van niet-aangetaste okselklieren zinloos is.
Vroeger werden bij een borstoperatie alle klieren in de oksel verwijderd. Het grote nadeel hierbij was dat er blijvende gevolgen waren voor de patiënten. Zo worden vele ex-borstkankerpatiënten geconfronteerd met lymfoedeem en functiebeperking van de arm.
Gelukkig ontdekten onderzoekers in de jaren ’90 dat okselklieraantasting geen willekeurig fenomeen is, maar dat het volgens een vast patroon verloopt. Dankzij deze ontdekking is het principe van de sentinelklierbiopsie ontwikkeld. Als de eerste drainerende klier van de tumor geen kwaadaardige cellen bevat, is het zo goed als zeker dat ook de andere klieren in de oksel tumorvrij zijn. De sentinelklier, ook wel schildwachtklier genoemd, is de eerste lymfeklier die via een lymfevat rechtstreeks in verbinding staat met de tumor. Om die op te sporen, gebruikt men de combinatie van een radioactieve stof (technetium) en een blauwe kleurstof. Beide stoffen worden ingespoten ter hoogte van de tumor. Met een gammasonde worden de klieren opgespoord die de radioactieve stof bevatten. Zo weet de chirurg welke van de klieren in de oksel de sentinelklieren zijn. Enkel die klieren worden dan verwijderd en tijdens de borstoperatie naar het labo gestuurd. De anatomopatholoog voert een snelonderzoek uit en na ongeveer een half uur is het resultaat gekend. Als de sentinelklieren tumorvrij zijn, is een okselklieruitruiming niet nodig. Als er toch sporen van de tumor gevonden worden, verwijdert de chirurg onder dezelfde narcose de andere klieren. In de dagen na de operatie wordt de sentinelklier nog verder onderzocht. Het kan dus voorkomen dat de patiënt toch nog een tweede operatie nodig heeft om alle okselklieren weg te nemen.
Er zijn wel enkele voorwaarden om in aanmerking te komen voor een sentinelklierprocedure. Zo mogen er geen ‘verdachte’ klieren in de oksel voelbaar zijn. Is dat toch het geval, dan moet er een punctie gebeuren van alle klieren die een verdacht echografisch aspect hebben. Het wordt ook steeds gebruikelijker om bij bepaalde tumoren eerst chemotherapie te geven en pas nadien de chirurgische ingreep te plegen. Hierdoor kan de gevoeligheid van de tumor aan de chemo beter opgevolgd worden en de samenstelling van de chemotherapie aangepast worden.
Wat is dat eigenlijk ‘lymfoedeem’?
Lymfoedeem, of het syndroom van de dikke arm, kan ontstaan als gevolg van de chirurgische behandeling. De okselklieren worden verwijderd, waardoor er een zwelling kan ontstaan door een ophoping van lymfevocht: het lymfoedeem.
Een lymfoedeem zorgt voor zwellingen, een zwaar gevoel, stijfheid, pijn en functiebeperking van de armWanneer de lymfeklieren worden verwijderd, wordt het lymfestelsel verstoord. In het begin vangt het organisme deze situatie op. Daarna stagneert de lymfe in de overgebleven klieren tot het vocht ‘overloopt’ en naar de nabijgelegen weefsels stroomt. Dat veroorzaakt zwellingen, een zwaar gevoel, stijfheid en zelfs pijn. De bewegingen van de aangetaste arm, voorarm, pols en hand worden beperkt en de huid is minder soepel. Sommige handelingen (zoals een jas aantrekken) worden moeilijk. Ook armbanden of ringen dragen is niet langer vanzelfsprekend. Lymfoedeem is niet gevaarlijk, maar kan een zeer lastige bijwerking zijn voor sommige vrouwen.
Bij sommige vrouwen valt de zwelling amper op, bij andere is het oedeem zo groot dat het een echte handicap wordt. Bij de meeste patiënten duikt lymfoedeem op tussen het eerste en tweede jaar na de operatie, hoewel sommige vrouwen er de eerste dag na de operatie al last van krijgen. Soms duurt het zelfs vijftien of twintig jaar voor deze bijwerking de kop op steekt, als gevolg van een verwonding of een infectie.
Meer weten over lymfoedemen? Bezoek de Pink Ribbonwebsite.
Roeien tegen het syndroom van de dikke arm
In de jaren ‘90 werd aan borstkankerpatiënten afgeraden om met hun arm te bewegen na de operatie. Professor Don McKenzie (British Columbia University te Vancouver) toonde met zijn onderzoek aan dat armbewegingen helpen om het fenomeen van de ‘dikke arm’ te bestrijden. Daarom mochten 10 (ex-)borstkankerpatiënten met Pink Ribbon mee gaan roeien in Venetië onder begeleiding van Pink Lioness Venetië, een roeiclub voor vrouwen met borstkanker. De 10 Belgische vrouwen gaan na hun trip naar Venetië mee aan de wieg staan van een Belgisch roeiproject. De bedoeling is om zo veel mogelijk
(ex-)borstkankerpatiënten in een bootje te krijgen. De projectoproep van Pink Ribbon 2016 staat dan ook volledig in het teken van de gevolgen van de chirurgische behandeling in de strijd tegen borstkanker. Pink Lioness is alvast een mooi project in deze lijn.
0 reacties