Deel via

Waar wil iedereen toch naartoe?

December 2015
Na bijna dertig jaar huwelijk gaat Willem van Ringelensteijn (56) op zichzelf wonen. Met zijn echtgenote heeft hij besloten tot een ‘time-out’. Hun kinderen stemden hiermee in. Speciaal voor SenNet Magazine schrijft hij een column over hoe hij dit proces beleeft en ervaart, tot op het bot, tot aan de einddatum van hun ‘akkoord’: een jaar na dato… Lees hier het vijfde deel van zijn pakkende verhaal.

 

/110/Rene/schreeuww.jpgMoest ik het van de daken schreeuwen? Of stil houden? Ik had ervoor gekozen om beperkt ruchtbaarheid te geven aan onze nieuwe situatie, en mijn verhuis. Toegegeven, er was een zekere schaamte, maar die diepgewortelde desinteresse in wat de rest van de wereld ervan zou vinden, woog zwaarder. Voorts had ik geen enkele behoefte om op vragen in te gaan, of om uitleg te geven, uit welke hoek ‘de belangstelling’ ook mocht komen. Ik was alleen mezelf verantwoording schuldig, niemand anders. Het was mijn lot, ik moest dat dragen, en ik deed dat zoals ik gewoon ben. Aan medeleven of compassie, koude of warme, heb ik nooit enige boodschap gehad. En dan, het circuit in onze contreien zou al wel op de hoogte zijn, zeker? De incestueuze tamtam gaat snel en draagt ver. Het bleef rustig, werd stil. Een enkele keer vroeg ik me af of ik nog wel bestond voor al die leuke, aardige, voorkomende gezelligerds die ik tot voor kort nog tot de vrienden- of kennissenkring placht te rekenen. Van menigeen heb ik, met die constatering, in gedachten afscheid genomen. Het voelde bevrijdend om ook het sociaal kader eens tegen het licht te houden, te schonen, en van ballast te ontdoen. “Adieu poppenkast; tot nooit!”

Ik merk, de laatste weken, dat zij een reserve inbouwt, bewust maar wat geforceerd, want het wil haar niet heel vlot afgaan. Speelt ze een rol? Zo ja, dan lijkt die haar niet echt op het lijf geschreven. Zou ze daar zelf voor gekozen hebben, uit eigen beweging? Of heeft ze zich laten inspireren door anderen, door een of meer van die goede raadgevers die hun leven lang al een toonbeeld en uithangbord zijn van waar het in de wind slaan van adviezen toe kan leiden? Door hun gepalaver over hoe een time-outer zich zou moeten gedragen, in het keurslijf van het grootste-gemene-deler-verwachtingspatroon? Volgens de goeroes? Of de boekjes? Of –God verhoede- volgens hun eigen bekrompen ideeën, hoe zij zélf een time-out zouden inrichten? Dat je je dan coûte que coûte zou moeten distantiëren van die etter? Dat je dat zwart stuk verleden moet loslaten, weer eens echt leuke dingen moet gaan doen, inhalen wat jaren is blijven gisten, je laten zien in het uitgaansleven, losgaan, feesten en fuiven, nachtbraken, boemelen? Andere mannen ontmoeten? Dat je die kans moet grijpen om een beter lot uit de loterij te treffen? Allé, stel dat zij inderdaad een ander tegen het lijf loopt? Of ik? Ik … En dan de verleiding niet kunnen weerstaan? En het wordt wat? Wat dan? De klap die je niet ziet aankomen, komt altijd het hardst aan. Die zal pijn doen, vrees ik, wreed veel pijn, voor de één al direct, voor de ander misschien wat later. Verdriet. Spijt, ook.

Wat wil ze? Waar wil ze heen? Vrouwen denken en spreken in raadsels  Vorige week stelde ze voor om de werkzaamheden die ik voor haar verricht, voortaan op uurbasis te verrekenen. Zo zou ik in elk geval wat inkomsten hebben om mijn zelfstandige status te rechtvaardigen. Het was lief gedacht, maar biedt –de grilligheid van haar humeuren indachtig- geen enkele garantie voor de continuïteit die ik zoek of nodig heb. Ik mag nu factureren, maar tegen een tarief dat in geen verhouding staat tot mijn kennis en ervaring, niet gerelateerd is aan de aard en complexiteit van het werk, en zelfs niet over alle uren die ik presteer. Schamel als het is, is het een begin.

/110/Rene/trouw.jpgMijn betere vrienden liet ik weten hoe de vork in de steel zat, ook als zij er niet toe kwamen om de juiste vragen te stellen; halve waarheden mochten immers geen hele leugen worden. Het nieuws sloeg in als ‘Little Boy’ op Hiroshima. Niet het feit zelf, wel het moment. Nota bene op ons huwelijksfeest, zo werd me verteld, waren er weddenschappen afgesloten over hoe lang ik ‘mijn’ huwelijk zou volhouden. Drie jaar was het hoogste bod geweest. Nu, een dertig jaar verder, moest ik ze blijven teleurstellen. Ik vertelde dat de relatie, sinds het doorhakken van de warrige knoop, warmer en inniger was dan die tijden was geweest, dus alleszins niet ten einde. Dat we elkaar nog regelmatig zagen, zoenden, enzovoortsten. Dat we vaker dan ooit als voltallig gezin bijeen waren, aperitiefden, kookten, aten. Dat we … Ik hoor het me nog zeggen, en luister dikwijls de woorden terug die ik koos. Ik hoop vurig dat het juist was wat ik had betoogd, dat het niet mijn perceptie was, geen illusie. Die afstandelijkheid die ik proef, zit me niet lekker, en plaatst meer en vaker vraagtekens bij dat relaas. Want, wat wil ze? Waar wil ze heen? Vrouwen denken en spreken in raadsels. Een voorschot op de toekomst willen nemen, is als koffiedik kijken, ingewanden lezen, zeker wanneer niets is wat het lijkt. Ergens van binnen voel ik me lam geslagen, murw, een deel van mij dan toch. Desondanks probeer ik optimistisch te blijven. Nee, blijf ik positief, als altijd. Proberen is niet aan de orde, is immers geen werk-woord.

De time-out heeft zijn nut bewezen, tot hier toe. Wel is het nieuwe van het experiment er af, nu alHadden we elkaar, het ‘ons’, toch niet nóg een kans moeten geven, anders dan het tijdelijk uiteen gaan? Relatietherapie, dan? Hoewel ik er heilig niet in geloof, heb ik de mogelijkheid ooit geopperd. Voor mezelf had ik daar de voorwaarde aan gekoppeld eerst eens een week of twee aaneen niet uitgescholden, gekleineerd of gedenigreerd te worden, met name niet ten overstaan van de kinderen. De suggestie deed ik in het heetst van onze Titanenstrijd. Geen wonder dus dat aan mijn stille voorwaarde niet werd voldaan. Achteraf bezien is dat maar beter ook. Ik heb nooit begrepen wat mensen ervan weerhoudt om hun eigen problemen te onderkennen, en op te lossen. Wat moet je als je zo geboren bent? Zelf dan zo’n traject ingaan? De time-out heeft zijn nut bewezen, als remedie, tot hier toe. Wel is het nieuwe van het experiment er af, voor mij wel, nu al. Het zij zo; uitzitten is het devies. Misschien hebben de goden er een andere bedoeling mee dan ik kan bevroeden, en een andere toekomst voor mij in petto?

/110/Rene/zand.jpgOnze kinderen wil ik niet betrekken bij onze besognes, en zij laten mij doen net zoals ik me ook nooit heb willen bemoeien met hun relaties. Ik zie hen zo nu en dan, minstens eens per week, op zondag, maar spreek hen vaker, en geniet van ze, houd immers van ze, zielsveel, van alle drie. Maar wacht eens! Zo had het moeten zijn: elkaar zo nu en dan zien, veel eerder al! Gezien hun leeftijd hadden ze het huis immers al jaren geleden uit moeten zijn. Alle jongen moeten het nest op een zeker moment verlaten. Zo werkt de natuur. Mijn opvoedkundige taak, zo vond ik, was op hun twaalfde, veertiende, zo goed als ten einde. Ik weigerde de familiegeschiedenis in te gaan als de vleesgeworden definitie van gekte. Het bij herhaling hetzelfde zeggen en elke keer opnieuw hopen op een andere, namelijk de wél gewenste uitkomst, kwam me de strot uit. Mijn betrokkenheid bij hun wel en wee, hun toekomst, hield natuurlijk niet op, houdt nooit op. Ze hebben recht op alle hulp en advies om op eigen benen te leren en te kunnen staan. Het moet er echter wel een keer van komen… Dat is hun verantwoordelijkheid, hun plicht ook, naar zichzelf, en naar ons, ouders. In dat verband stelde ik dikwijls dat hun moeder en ik ooit voor elkaar gekozen hadden, uit liefde, maar dat we door die onophoudelijke zorg voor hen –intussen vijfentwintig jaar non-stop- gewoonweg niet meer aan elkaar toe kwamen. Dat zij zich moesten realiseren dat wij recht hadden op meer tijd voor onszelf, voor een genieten van en met elkaar, nu we dat nog konden, voordat we oud en versleten en dement en wat al niet zouden zijn. Dat het aan hén was om ons dat te gunnen, zo langzamerhand. Mijn opzet faalde voor twee derde. De beide heren kwamen weer thuis wonen, eerst de ene, toen de ander. Zij had daar geen moeite mee. Ik wel. We waren achteruit geëvolueerd, zo wist ik, ofwel terug bij ‘af’.

Ik vraag me wel eens af of we mogelijk niet lijden aan een folie à deux, een aandoening, een gedeelde, die voorkomt bij personen die een dusdanig sterke emotionele band hebben dat hun beider psyches ineenvlechten, waardoor zij één en dezelfde hallucinatie gaan delen? Nu, ik kan me een naargeestiger diagnose voorstellen, en er zijn me al zwartgalliger etiketten opgeplakt. Ik denk dat ik hier wel mee kan leven? Toch niet. Liever heb ik dat wij elkaar zien en ervaren zoals het –en dat geloof ik waarachtig- ooit bedoeld is geweest, dat wij voor elkaar geboren zijn. Vergeef me?

Auteur: Willem van Ringelensteijn

1 reactie

Monique1
Ik wou dat ik het talent had zoals de auteur om de dingen die in een fase van een mensenleven gebeuren zo te beschrijven
22/12/15 17:43 REAGEER

Login Registreer

Willem van Ringelensteijn

Columnist
Columnist
De auteur is werkzaam als communicatie-adviseur en copywriter. Daarnaast schrijft hij reportages, columns, biografieën, jubileumuitgaven, boeken, etc., al dan niet in eigen beheer gepubliceerd of uitgegeven.

Meer artikels van Willem van Ringelensteijn

Recente Artikels

Gerelateerde Artikels