Aantal banen stijgt, werkloosheid daalt
In Amerika is dit jaar voor het zevende jaar op rij een groei in het aantal banen opgetekend. Ook de werkloosheid laat een gunstige trend zien. Al jarenlang daalt de werkloosheid en op dit moment kent Amerika het laagste werkloosheidscijfer sinds negen jaar:

Dat zijn allemaal cijfers waar beleggers best blij van mogen worden. Toch doen beleggers er goed aan om te kijken naar méér dan alleen het banencijfer en de werkloosheid. Neem bijvoorbeeld de productiviteit. Productiviteit is sinds de oorlog eigenlijk altijd gestegen. Vandaag vlakt die groei bijzonder snel af, naar slechts 0,4% op jaarbasis:

Ook de loongroei laat te wensen over. Die kan maar nauwelijks de inflatie bijbenen. En dat in een omgeving waar praktisch geen inflatie is. Het zijn cijfers die aangeven dat de werkende Amerikaan het moeilijker heeft dan je in de eerste instantie zou geloven, afgaande op de ‘goede’ werkgelegenheidscijfers.
Beurzen lijken zich daar overigens niets van aan te trekken. Zo staan er voor dit jaar al een reeks nieuwe recordstanden op de borden en zijn de beurzen bezig aan een vierde jaar van onafgebroken stijging.
Stagnerende winsten
De winstcijfers van beursgenoteerde bedrijven erkennen echter wel dat Amerikanen het lastiger hebben. Al sinds 2014 stagneert de winstgroei van Amerikaanse ondernemingen. Iets waar veel beleggers, door de aanhoudende bullmarket, nauwelijks naar kijken.

Banencijfers zijn voor beleggers niet meer zo belangrijk om te kijken naar de staat van de economie, maar vooral omdat het een idee kan geven over de volgende stap van het stelsel van de Amerikaanse centrale banken. Een slechte banenmarkt kan een reden zijn om de rente niet te verhogen, terwijl een aantrekkende banenmarkt centrale bankiers juist wel vrij spel geeft.
En een renteverhoging is niet iets waar beleggers om staan te springen. Misschien wel, omdat de beurzen dan steeds minder afhankelijk worden van het financiële infuus van de centrale bankiers en weer moeten kijken naar de echte staat van de economie. Bijvoorbeeld naar de echte werkgelegenheidscijfers.
Want hoe kan het dat beurzen stijgen, terwijl winsten en productiviteit stagneren? Het antwoord ligt bij de centrale bankiers, die nu voor biljoenen aan financiële assets op hun balansen hebben staan. Meer nog dan het totale BBP van bijvoorbeeld Amerika.
Deflatie
Nu de Fed steeds minder redenen heeft om de rente niet te verhogen, wordt het voor beleggers langzaam maar zeker weer tijd om te kijken naar echte cijfers uit de economie. En dan ziet het er niet heel goed uit.
Terwijl veel beleggers staan te juichen om de prachtige cijfers van Google, is het goed om je te realiseren dat dit bedrijf weliswaar twee keer zo groot is als General Electric, maar wel 1/5e van het totale personeel van GE op de loonstrook heeft staan. Dat lijkt verdacht veel op deflatie.
Hetzelfde geldt voor veel meer technologiebedrijven, die nu 21% van de totale S&P 500 innemen. Er kan meer winst worden gemaakt met veel minder werknemers. Natuurlijk goed, maar niet voor de hele economie: die groeit nog steeds op meer werkende burgers die dat doen met een hogere productiviteit.
Dit soort cijfers zijn extra belangrijk, omdat juist kopende Amerikanen de inflatie écht kunnen laten groeien. Het is centrale bankiers in ieder geval nog steeds niet gelukt, ook al hebben ze alle registers opengetrokken.
Nico Pantelis is een gediplomeerd beleggingsadviseur. Hij is de oprichter van Slim Beleggen, een platform dat beleggers van informatie over aandelen, fondsen en andere producten voorziet. Het opzet van het platform is om de beste fondsen te selecteren en te bespreken op basis van een diepgaande analyse. Dat gebeurt in verschillende onderdelen en segmenten van de markt (aandelen, obligaties, gemengd, vastgoed, grondstoffen, goud, enz.). Alle info op www.slimbeleggen.com. Volg ons ook op Twitter @SlimBeleggen
0 reacties