Ze was zo jong
toen ze haar kinderen baarde
en hoopvol bij het wiegje zat
De kleine knuistjes nam ze in haar hand
en fluisterde zachte woordjes.
De kinderen werden groot
en dagen regen aan elkaar
van naaien en herstellen
en zorgen voor haar kroost
ze telde nooit de uren.
Ze zag het heengaan van haar lente
de zomer nog in vol ornaat
Het weggaan van haar kinderen
gaf heimwee en een stil verlangen
In haar werd herfst gebaard.
Nu loopt ze door de tuin
haar stap iets trager dan voorheen
Ze telt de rode rozen
en plukt ze een voor een.
Dit gedicht werd ingezonden door Mariette.
Schuilt er in jou ook een dichter? Stuur dan jouw gedicht naar redactie@sennetmagazine.be en wie weet lees je het wel in één van de volgende edities van SenNet Magazine!
0 reacties