Stefaan Van Laere, hoofdredacteur van uw Nieuwsbrief, was vijf jaar toen Eddy Merckx in 1969 zijn eerste Ronde van Frankrijk won.
Ik, toen net dertig geworden, volgde die Tour als reporter voor Het Laatste Nieuws.
Stefaan heeft uit die indrukwekkende gebeurtenis (de zege van de grootste kampioen aller tijden uiteraard) een verdere passie voor het wielrennen overgehouden, wat mettertijd ook uitdeinde naar groot verlangen om er alles over te lezen, ook en vooral in de kranten.
Ikzelf kreeg, met het volgen van die Ronde 1969, er nog een serieuze impuls bij om verder te doen in die tak van de journalistiek, in de wielerjournalistiek dus.
Stefaan vertelde zopas dat hij, als jonge knaap al, dagelijks twee kranten las: Het Volk en Het Laatste Nieuws. In die eerste gazet werkte toen waarschijnlijk al wel een (bijna) naamgenoot van hem, ene Stefan (met één ‘a’) Van Laere, maar toch koos hij… mij als zijn favoriete reporter. Hij kent mij dus al jaren.
Ik, intussen, wist wel van zijn bestaan, via een paar boeken, over de koers en zelfs een over whisky. Ik veronderstelde in een eerste instantie dat het die mij zo bekende Stefan betrof, die als fantasietje een ‘a’ aan zijn voornaam had toegevoegd. Niet dus en eigenlijk mocht ik daar niet verbaasd over zijn. De Stefan met één ‘a’ ging op redelijk jonge leeftijd met pensioen en als ik mij goed herinner was dat ook omdat hij zich niet kon (of wilde) aanpassen aan het totaal anders werken, met computers dan. Ik herinner mij dat hij op een bepaald moment de enige in een overvolle perszaal van de Tour was die zijn verhalen nog tikte op de draagbare Olivetti, een blauwe denk ik nu nog. Dan wanneer de anderen al min of meer vlotjes omgingen met wat als een voorloper van de laptop mocht beschouwd worden: de Tandy.
Trouwens, in de pers en de drukwereld is die omschakeling naar de digitalisering ook niet zo vlot als gewenst verlopen. Niet alleen Stefan Van Laere had het er moeilijk mee, ikzelf en vele van mijn collega’s geraakten er maar hortend en stotend mee op gang. De arbeiders uit bepaalde drukkerijen weigerden zelfs mee te spelen in die verregaande vernieuwing. Ik herinner mij nog dat bij de befaamde Franse krant ‘Le Parisien Libéré’ gedurende liefst twee jaar gestaakt werd en de productie van het blad dan maar naar… België verhuisde.
Stefaan (met twee a’s) is mij blijkbaar altijd blijven volgen (wat ik een prettige gedachte vind), ikzelf leerde hem pas kennen op het einde van de voorbije winter, toen ik zomaar, lukraak, bedacht mijn eerste roman bij zijn uitgeverij, bij Partizaan, aan te bieden. Waarom ik dat deed, weet ik niet zo goed meer, wat het gevolg was van die beslissing heb ik sinds die dag als een bijzonder prettige ervaring beleefd. Wat begon met een vlotte uitgave van die eerste roman, van mijn ‘Sukkelaar’, loopt door in een verdere samenwerking, om uit te monden op het idee (of is het al een plan?) om onder ons tweetjes een boek te maken. Hoe en waarover (of over de koers in elk geval), dat is nog niet heel duidelijk, bij mij tenminste niet, bij hem waarschijnlijk wel. Dat het tot stand zal komen op de stevigste basis die men zich kan indenken wèl. En die basis lijkt me een prille maar oprechte vriendschap.
Er gebeuren mooie dingen in het leven van de schrijvende mens.
Met 'Sukkelaar' maakte Robert Janssens na eerder 15 wielerboeken geschreven te hebben zijn debuut als romanauteur.
Auteur: Robert Janssens
2 reacties