Als u dit leest is Jolien al sinds enkele weken heengegaan. Waar naartoe, dat weet niemand, maar dat ze nog lang in heel wat hoofden zal blijven leven, staat zo vast als een huis.
Jolien Verschueren overleed op vrijdag 2 juli. Ze was amper 31 jaar, 1m62 klein en 46 kilo licht en ze droeg een zware bril. Ze combineerde het beroep van lerares lichamelijke opvoeding met de min of meer halftime job van… cyclocrosser. Noch voor het een, noch voor het andere leek zij helemaal geschikt, aangezien ze nu niet direct als een forse atlete oogde. Het hielp waarschijnlijk wel dat ze les gaf aan kindjes uit het kleuteronderwijs, die zeker nog naar haar opkeken, uiteraard omdat ze boven het klasje uitstak, wel omdat er ‘iets’ van haar afstraalde, iets van gedrevenheid vooral. Voor haar sport boekte ze met haar gestalte in bepaalde omstandigheden wel voordeel. Mijn pluszoon Vincent, bijna vijftiger en stevige fietser, maakte kennis met haar, tijdens zijn vele tochten doorheen de Vlaamse Ardennen. Of beter: kennis met haar vader Freddy, die dochterlief al eens inviteerde hem en die makker die Vincent intussen geworden, op hun lange tochten te vergezellen. Vincent daarover:
Ik kon het soms niet geloven dat zij zo’n zware sport als veldrijden beoefende. En daarin ook voorname wedstrijden won. Op de vlakke wegen had zij soms moeite om ons, goed getrainde midlifers, te volgen, maar eens er ook maar een beetje te klimmen viel, hingen wij, haar pa en ik, bijna hijgend aan haar wiel.
Jolien Verschueren triomfeerde tot tweemaal toe in de Koppenbergcross, een heuse klassieker, verreden over de meest legendarische helling uit de omgeving van Oudenaarde. Ook in andere wedstrijden, waarin heuvels de voornaamste hindernis uitmaakten en nog uitmaken, was zij in haar beste doen en zo goed als ongenaakbaar.
Maar dan, drie jaar geleden, moest Jolien aan de slag met de smerigste vijand die men zich kan indenken: kanker. Zij ging onder het mes voor het verwijderen van een kwaadaardig gezwel in het hoofd. Het werd een zware ingreep, maar het tengere en tegelijkertijd taaie Jolientje overwon, ook gedreven door die ene, grote ambitie: zij wilde absoluut weer crossen. En zij deed dat ook, na een lange en zware periode van herstel en revalidatie. Aanvankelijk geraakte zij niet verder dan de helft van de opgelegde afstand, maar het liep stilletjesaan beter en beter, vooral als de weg omhoog ging. Helaas sloeg de ziekte opnieuw toe. Plots was er van haar geen sprake meer. Tot, ja tot die fatale 2de juli. Het was mijn vrouw die mij vroeg of ik een zekere… Jolien Verschueren kende. Want die was overleden.
Onmiddellijk kreeg ik weer het beeld voor de geest van die eerste (en enige keer) dat ik haar ontmoette. Als voorzitter van de ‘Vriendenkring der Flandriens’, verbonden aan het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, organiseerde ik daar en samen met mijn bestuursleden, een aantal praatavonden per winter. Voor ene ervan hadden we Jolien Verschueren gevraagd en ik was zo verwonderd dat frêle vrouwtje te zien binnenkomen en met stevig stap naar het podium te klimmen. Zoals het mij trof dat het ogenschijnlijk timide kampioentje met haar ‘parler’ zeker niet moest onderdoen tegen andere atleten die met haar aan de gesprekstafel zaten. Ik weet nog dat net toen bij mij een soort spijtgevoel omkwam, spijt omdat ik in mijn lange loopbaan als wielerjournalist, zo goed als nooit aandacht had besteed aan de vrouwenkoersen. Van bij mijn debuut tot een lang eind in mijn carrière werd die tak van het wielrennen veel te schaars bevolkt met deelneemsters, die amper het etiket atlete verdienden en zeker niet bij als ‘dames’ mochten beschouwd worden. Enkele uitzonderingen niet te na gesproken. Maar dat evolueerde met de tijd naar een niveau, waarmee ze zo goed als voet naast de mannen kunnen zetten. En die evolutie zal niet stoppen, er komt zeker nog meer en groter talent bij. Alleen: iemand zoals Jolien Verschueren, dat kleine, frele meisje met zware bril en met een enorme aanleg om bergjes te beklimmen, zullen we niet zo gauw zien verschijnen.
Daarom ook zal ‘Jolientje uit Kruishouten’, nog lang gemist worden.
Auteur: Robert Janssens
3 reacties