Bij het weekblad ‘Primo’ vonden ze het opportuun een hele bijdrage te wijden aan het verschijnen van mijn laatste boek, ‘Sukkelaar’, uitgegeven bij Partizaan. Het debuut van een man die een halve eeuw geschreven heeft over wielrennen en nu op 82-jarige leeftijd zowaar romancier geworden is. Prima van… Primo zou ik zeggen, ook en vooral gezien ze van die bijdrage wel werk gemaakt hebben. Ik werd lang ondervraagd door een ervaren journalist en kreeg een even ondervindingrijke fotograaf op bezoek. Om bij mij thuis en in mijn omgeving heel veel kiekjes te schieten. Maar dat bleek als illustratie nog niet voldoende. Mij werd gevraagd nog enkele beelden uit mijn lang voorbije loopbaan van wielerjournalist te zoeken en op te zenden. Helaas heb ik niet heel veel bijgehouden en uit die arme collectie verdwenen mettertijd op de koop toe nog wat foto’s, ter illustratie van de koersboeken, die ik na mijn oppensioenstelling schreef.
Maar kom, ik doorzocht aandachtig het pakje dat nog overblijft en stelde mij de vraag of IK dat wel was, die man die op die documenten stond. Bij dat ene plaatje vond mijn vrouw dat ik een lelijke bril droeg en ik herinnerde me plots dat het om een toen in de mode zijnde, zwaar en duur Diorexemplaar ging. Ik die nooit of nooit naar mode gekeken heb om me gelijk wat aan te schaffen. Verder zag ik mezelf bij Eddy Merckx staan, ergens onderweg. Ik had hem duidelijk tegengehouden op een individuele trainingsrit. Om wat te vragen? Hoe het was en hoe het zondag (in de volgende koers) zou lopen? Had IK het aangedurfd hem daarvoor te laten stoppen? En verder nog: IK, rechtstaande achter een brede tafel, micro in de hand en omringd door hoogwaardigheidsbekleders uit het Italiaanse wielrennen. Voor een toespraak… in het Italiaans zowaar. Was IK dat die zoiets aandurfde.
En tenslotte nog een beeld: ik weer, gezeten aan een feesttafel, tussen de toenmalige Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc en de UCI-voorzitter van dat moment, Hein Verbruggen, twee hoogstgeplaatste heren van mijn leeftijd, met wie ik afsprak om samen met pensioen te gaan. Was IK dat die zoiets ook maar durfde te suggereren. En waren dat allemaal beelden uit wat een geslaagd leven genoemd wordt? Of situeert dat geslaagde leven zich nu, met pensioen en met veel thuis te zijn, bij vrouw en inwonende kleindochter van 18. Met af en toe eens een boek schrijven en er veel te lezen. Om nog niet te spreken over het produceren van al deze cursiefjes. Ik zou niet weten wat te kiezen. Maar: kiezen is verliezen, zo wordt gezegd. Dus koester ik zo lang ik kan de beide, zo van elkaar verschillende periodes uit mijn leven.
Auteur: Robert Janssens
3 reacties
Een heel leven bestaat uit keuzes, goede, minder goede, (en de slechte om te vergeten). De goede dingen ervan mee te nemen, uit de slechte dingen te leren, levenservaring noemt men dat. De enig juiste keuze lijkt mij steeds te gaan voor de dag van vandaag, kop of munt, keuze van het lot, je herinneringen te koesteren maar er niet in verdrinken, ze zijn er die herinneringen om je er in moeilijkere dagen aan op te trekken.
Leven tot je laatste snik.
rita
CARPE DIEM