Ergens in een piepklein dalletje
leefde achter een klein walletje
een prinses zo mooi
in een glazen kooi,
zeer zeker geen niemendalletje.
Een prins zal haar komen redden, ooit,
in prachtig brokaat gewaad getooid
rijdend op een paard
met een lange staart,
voorzeker, maar wanneer weet men nooit.
Tot zolang droomt zij vol verlangen
van een leven vrij, niet gevangen,
hoopt op bevrijding,
smacht vol verwachting
naar zijn kus, ... met blozende wangen
Dit is slechts een sprookje, tot mijn spijt
maar maak mij daarvoor toch geen verwijt.
Dromen zijn bedrog, …
… of misschien niet, ... toch ?
De prins zoekt zijn prinses wereldwijd.
(Op ieder potje past een deksel)
Dit gedicht werd ingezonden door rdckx
6 reacties
In haar strijd op een bestaan waar man en vrouw
- elkaar aanvullend - samenleven in evenwicht en
gelijkwaardigheid, zonder haat, nijd, superioriteit,
gewoon in harmonie. Utopie ?
rdckx