Men kan mij er onmogelijk van verdenken iets tegen de fiets, tegen het fietsen of tegen de fietsers te hebben. Ik was gedurende 44 jaar beroepsjournalist (schrijvende pers) in het wielrennen en zag het materiaal van die sporters evolueren van elegant naar indrukwekkend. Ik keek naar- en schreef met bewondering - over de prestaties van die sporters en stelde vast dat die grote kampioenen (en ook de mindere goden) de doorsneemens inspireerden om er ook met zo’n ding op uit te trekken. Van in het begin van de 20ste eeuw al zorgde ‘de koers’ er voor dat de gewone mensen de fiets (toen algemeen ‘velo’ genoemd) gingen gebruiken voor de dagelijkse verplaatsingen, naar het werk bijvoorbeeld.
Met het almaar drukker wordend verkeer is men mettertijd de fietser (samen met de voetganger) gaan beschouwen en zelfs wettelijk catalogeren als de zwakkere weggebruiker en ik ben de eerste om dat niet alleen toe te juichen, maar ook te respecteren, bijvoorbeeld als ik zelf met de auto de straat op ga. Dat gebeurt nog altijd (te?) vaak en bij herhaling moet ik vaststellen dat, tenminste in de stad, die zwakke weggebruiker (de fietsende vooral) meer en meer naar de heerser in het verkeer wil evolueren.
Ik woon in Gent, studentenstad bij uitstek en rij al eens meer rond op uren dat die studenten op school verwacht worden. En dan weet je, als je het zelf niet meemaakt, amper wat er met de arme automobilist gebeurt. De fietsende ‘zwakke weggebruiker’ komt dan, als het nog donker is, de weg op zonder licht (en liefst in zwarte kledij), blijkt dan niet de minste kennis van de wegcode te hebben of te willen respecteren (voorrang van rechts bijvoorbeeld) en vliegt met de hoogste snelheid en bij herhaling van de ene kant van de straat naar de andere. Als het toegelaten is van met twee naast mekaar te fietsen moet het, naar hun mening, ook mogelijk zijn om dat met drie, of meer, te doen. Zelfs een automobilist als ik, die alle begrip opbrengt, aanvaardt dan maar moeilijk dat die ‘zwakke weggebruikers’ niet eens de beleefdheid opbrengen om toch eens even achter mekaar te gaan rijden als er een gemotoriseerd iemand langs wil komen en daarbij de regel van één meter afstand wil respecteren. Wat ik van beide kanten als een vorm van beleefdheid beschouw, beleefdheid die helaas helemaal uit het verkeer aan het verdwijnen is. Ook en soms vooral bij de automobilisten.
Over die regel van ‘één meter afstand’, wil ik tenslotte ook nog iets zeggen. Ik zie ook wel dat niet alle chauffeurs daar respectvol mee omgaan, maar wat gezegd van fietsers die het zelfs, gezeten op het zadel, niet kunnen nalaten hun gezellen te verblijden met sms'jes, zonder handen rijdend en dus al eens geneigd zijn een gevaarlijke zwieper te maken.
Ik beken: decennia geleden heb ik dat ook gedaan, dat fietsen zonder handen aan het stuur. Ik ervaarde dat ik zo mijn rijwiel behoorlijk onder controle kon krijgen en houden, maar toch… De gsm was er nog niet om al rijdend berichtjes in te tikken en met zoveel minder auto’s kon je al eens meer zo’n zwieper maken en gegarandeerd accidenten vermijden.
Ik besef dat ik nu bij velen als een ouwe kniesoor overkom. Maar wie mij niet gelooft mag, op het ochtendspitsuur, altijd eens met mij door de stad rijden. Veel praten kunnen we tijdens zo’n verkenning wel niet doen, want dan is achter het stuur de scherpste aandacht vereist.
Auteur: Robert Janssens
4 reacties
Ik zou het op prijs stellen als de fietsersbond haar leden opriep om de wegcode te respecteren als fietser.Sommige fietsers maken misbruik van de term ,zwakke weggebruiker.In dat geval ,bij een aanrijding met een auto,mogen de fietsers van mij alle eigen schade voor hun rekening nemen.,ook lichamelijke.Wie de wegcode overtreed vraagt om een aanrijding.Zo alle verkeersdeelnemers de wegcode respecteren is het al moeilijk genoeg.
1) Rijbewijs voor fietsers vanaf 12 jaar,
2) Fietsbelasting invoeren om de fietsinfrastructuur te bekostigen naar analogie met de verkeersbelasting op auto's. Deze belasting zal hoger zijn voor "koersfietsen",
3) nummerplaat van voldoende grootte zodat verkeersovertreders kunnen opgespoord worden.
Misschien moeten we wat meer aandacht geven aan begrip, verdraagzaamheid en respect voor elkaar, de straat is er tenslotte toch voor iedereen.
En, waarom hogere belasting voor koersfietsen ?
Fiets en auto, twee complementaire noodzakelijkheden in het menselijke bestaan. Fietser en automobilist, dat is een andere affaire : twee opposanten in dagelijks conflict.
Het strijdterrein : een niet aangepaste wegeninfrastructuur door overheid en plaatselijk bestuur jarenlang verkwanseld en opgeofferd aan economische belangen.
The woke fietser eist zijn plaats op in het hectische vierwielenverkeer.
Een terechte eis, maar net zoals aan alle rechten, zijn ook daar verplichtingen aan verbonden, zoals kennis van de verkeersregels (eikel punt) en
zin voor verantwoordelijkheid met inbegrip van verdraagzaamheid en geduld,
voorzeker van het machtige leger van automobilisten maar gewis ook van de
zwakke individuele fietser. En waar het de jeugd betreft, ja, wij waren ook ooit jong. Scholen en ouders “to the rescue”. Opvoeden, opvoeden, opvoeden…….
Een goed verwoord cursiefje, Robert, to the point, dat de eigentijdse problematiek
waar menigeen van wakker ligt, duidelijk naar voren brengt.