We hebben heel de geschiedenis van wielersport door altijd grote kampioenen gehad. Ook in de verste tijden. Nu nog wordt bij herhaling geschreven en gepraat over Cyriel Van Hauwaert – de eerste ‘Leeuw van Vlaanderen’ – en Philippe Thys, drievoudig winnaar van de Tour, de eerste ter zake trouwens in een niet zo lange rij.
Daarna zijn er nog tientallen topcoureurs met Belgische nationaliteit gevolgd, met vanzelfsprekend als absolute topper Eddy Merckx die, maar moet dat nog gezegd worden, op alle terreinen schitterde. In zijn spoor volgden dan Lucien Van Impe, die samen met Johan De Muynck en Michel Pollentier, kwam aantonen dat, in de naoorlogse periode – onze landgenoten ook in grote ronden konden schitteren en winnen. Wat even niet het geval geweest was.
En nu, anno 2022, staan er weer wat jongeren op de eerste rij, of willen daar ten minste zo rap mogelijk geraken, in het spoor van die wel heel bijzondere topper die Wout van Aert is. Met hem kijken we op naar een kampioen die toch nog wat meer te bieden heeft dan een groot aantal van zijn voorgangers, die hij qua resultaten en ondanks zijn toch nog jeugdige leeftijd (27), stilaan aan het bijbenen-, zo niet aan het voorbijsteken is.
Kempenaar Wout van Aert begon als een frêle ventje in de cyclocross, groeide dan redelijk snel uit tot een goed gebouwde atleet, die met een zeker succes de eerder als ongenaakbaar beschouwde Mathieu van der Poel kon bekampen. Belgische- en wereldtitels in de specialiteit kwamen zijn palmares sieren.
Toen Woutje meer en meer Wout geworden was, wilde hij het ook eens op de weg proberen. Hij zou het veldrijden echter niet volledig afschrijven en zette, bijvoorbeeld voor het seizoen ‘21/’22, een beperkt aantal veldritten op zijn programma, als aanloop naar de lenteklassiekers, op de weg dan. Het werden er tien en het was afwachten wat hij zou presteren tegen concurrenten die al enkele maanden bezig waren en van wie verondersteld werd dat ze daarmee op het toppunt van hun kunnen aangeland waren. Het resultaat was verbluffend. Van Aert won negen keer en de ene keer dat het niet lukte, kwam gewoon door materiaalpech. Het was duidelijk dat niemand hem, na het forfait van Mathieu van der Poel, had kunnen kloppen in het wereldkampioenschap cyclocross – zowaar verreden in de VS – maar daar moest hij wegblijven wegens niet passend in zijn aanloopprogramma naar het wegseizoen, waarin Wout nog maar eens wil tonen op hoeveel markten hij thuis is. In de periode van de ééndagsklassiekers mag hij ongeveer alle topritten, waarvoor hij genoeg talent heeft om te triomferen, aanstippen en het is zijn bedoeling na Milaan-Sanremo 2020 minstens nog een van de allergrootste wegkoersen bij te schrijven op zijn erelijst: Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en/of wie weet Luik-Bastenaken-Luik.
Tevens wil hij verder tonen dat hij ook geschikt is om resultaten (tot en met eindwinst) in grote ronden na te streven. Tot nog toe werd hij daarin enigszins afgeremd door het feit dat bij zijn Jumbo-Vismaploeg voor dergelijke opdrachten alle voorkeur gegeven werd aan de Sloveen Primoz Roglic. Maar toen die er in de Tour van 2021 en na een valpartij rap uit moest, trad Wout op alle terreinen uit zijn schaduw. En toonde dat hij ook een echte ronderenner en zelfs een kandidaat eindlaureaat is. Als je in Frankrijk en zoals vorig jaar én massaspurten én tijdritten én een etappe met twee beklimmingen van de Ventoux kan winnen, ben je daar heus niet ver van af.
Wout van Aert heeft echter zoveel meer dan alleen maar fysieke aanleg om een topkampioen te zijn. Hij komt – en dat is niet onbelangrijk – bij het publiek over als een toffe jonge, als “ene van ons” zoals de mensen zeggen. Hij gaat – en dat geldt dan ook wel voor andere toppers uit zijn generatie – duels aan zonder trucjes te verzinnen om die alsnog te winnen. Of de andere te laten verliezen. Bij elke zege is hij bijna jongensachtig blij, bij nederlagen gaat hij nooit mekkeren of de schuld op de schouders van anderen laden.
Natuurlijk doet hij mee in de redelijke strakke planning (qua voorbereiding, eten, recupereren), opgelegd door de specialisten uit zijn team. Maar hij is geen robot geworden, wat sommige andere wel zijn. Op het gepaste moment kan hij nog eens afwijken van de getrokken en strakke lijn en verkoopt zo’n slippertjes zoals een guitige schooljongen dat zou doen. Na zijn zege in het Belgisch kampioenschap veldrijden kondigde hij met de glimlach aan dat hij die avond een groot pak frieten ging eten, met een stevige pint erbij. Dieet of geen dieet.
Aandoenlijk is ook de manier waarop hij met zijn pril gezinnetje omgaat. Dan is hij niet meer de vedette of de kampioen, voor wie alles en iedereen moet wijken. Neen, dan wordt hij de gewone, gelukkige, eenvoudige kerel, die blij is – overwinning of nederlaag – vrouwlief te omarmen en even met het zoontje aan diens tempo naar het podium te stappen. Want Georges kan al lopen hoor, lees je dan zo uit zijn fier blinkende ogen.
Auteur: Robert Janssens
2 reacties