Het zwarte goud uit de koolmijn,
bracht hier werk en welzijn.
Kompels, diep onder de grond,
wroeten en zweten, niet gezond.
Zij spraken “puttaal” ongegeneerd.
Boven werd heilige Barbara vereerd.
Zij zorgden voor het dagelijks brood,
dat werd versneden tegen moeders voorschoot.
Ze zijn verdwenen, de diepe schachten van weleer.
Schachtbok en gebouwen van staal en beton,
opnieuw in beheer.
Auteur: Louis Beerten
1 reactie