Algemeen wordt aangenomen dat de grijze november- en de donkere decembermaanden tot nostalgie inspireren. Bij mij was die er ineens in de warme zon van juli, waarin ik als het ware en wel op een prettige manier weer even in herinneringen ging leven. Aanleiding: enkele verrassende, onverwachte telefoontjes of sms-en, die snel op mekaar volgden en wat er uit voortvloeide natuurlijk ook.
1. Willy
Een verre kennis belde met de melding dat ene Willy, een mij zeker nog bekende ex-coureur, mij graag nog eens zou ontmoeten. Willy was, in tegenstelling tot veel sporters uit zijn generatie (zeventiger jaren), totaal uit de belangstelling verdwenen, hoewel hij, als degelijke pistecoureur, al wel eens voor enige opwinding had gezorgd, vooral dan in de zesdaagsen. Willy was een heuse showman, die duidelijk genoot van zijn succes bij het publiek en daarom verbaasde toen hij, na het einde van zijn loopbaan (1985), nooit nog iets van zich liet horen.
Goede band
Als journalist creëerde ik een goede band met hem. Het is niet altijd eenvoudig om over zesdaagsen te schrijven. De renners blijven een stuk in de nacht doorrijden, terwijl uw krant intussen al ingevormd en gedrukt is. Wat er instaat over een bepaalde renner of een bepaald duo mag dan als waardeloos bestempeld worden wanneer bijvoorbeeld de aangehaalde deelnemer na een val uit de competitie verdwenen is. De spektakelnummers van Willy behielden daarentegen wel hun nieuws- en in elk geval hun leeswaarde.
Dus heb ik destijds veel, heel veel met hem gepraat voor hij zo goed als totaal uit het (en mijn) gezichtsveld verdween. Maar daar was hij dan weer, die showman met behoorlijk wat talent als coureur. Nog zo goed herkenbaar overheen al die jaren, nog altijd even praatvaardig en blij mij weer te zien, wat trouwens wederkerig was. We aten in een leuk Italiaans restaurantje, bleven daar gedurende uren zitten, kletsend over het verre verleden.
Francesco Moser
Het probleem waarover hij wilde praten, situeerde zich rond een tv-uitzending over het honderdjarig bestaan van de Gentse zesdaagse. En finaal kwamen wij uit bij… Francesco Moser, die Italiaanse toprenner, die blijkbaar een van de betere vrienden van Willy was, Willy die dus nog wel in de koerswereld verscheen, maar dan wel in het zuiden en niet meer in het westen, waar hij nochtans zijn grootste successen behaalde. Ik was even jaloers op hem, want een van de renners die ik graag had blijven ontmoeten na hun loopbaan was net… die Francesco Moser. Een bijzondere man, van wie ik de twee uurrecordpogingen in Mexico voor de krant mocht volgen. Op 2.000 meter hoogte klom, in januari 1984, de Italiaan met 50,808 km over de grens van de 50 per uur. Gewoonlijk valt een renner die een dergeliijke prestatie geleverd heeft, ongeveer bewusteloos van de fiets, Moser niet. Toen hij vernam dat, terwijl hij aan dat hoge tempo aan het rijden was, een vliegtuig vol supporters – uitgenodigd door zijn sponsor – in de lucht hing richting Mexico, besloot hij speciaal voor hen en enkele dagen na de eerste, nog een tweede poging te wagen. Hij zette toen 51,151 km op de tabellen.
2. Paul
Enkele dagen na de samenkomst met Willy, kreeg ik nog zo’n verrassend telefoontje.
-’t Is Liane hier, je weet wel, de vrouw van Paul…
Natuurlijk wist ik dat, hoewel het hier ging over mensen die ik nog zovele jaren voor Willy had gekend, had ontmoet. Gezien de gezegende leeftijd (91 jaar) die Paul intussen bereikt had, vreesde ik even dat dit telefoontje geen goed nieuws zou brengen, maar neen, Paul had blijkbaar zin om tenminste te weten hoe ik het stelde en bij uitbreiding mekaar toch nog eens te ontmoeten. Wat kan natuurlijk!
Begaafd baanrenner
Paul – een Antwerpenaar - was in de jaren 50 en 60 een begaafd baanrenner, die als stayer een keer wereldkampioen werd en drie Euopese titels pakte. En daarmee – als stijlvolle kerel ook – een stevige populariteit verwierf.
Na zijn loopbaan bleef hij een regelmatige bezoeker van het toen nog florerende Antwerpse sportpaleis en maakte er een gewoonte van na enkele zaterdagmeetings een aantal vrienden bij hem thuis, in de buurt, uit te nodigen. Voor feestjes die al wel eens laat uitliepen. Ik ben daar ook geweest, op die feestjes, en denk daar, na die onverwachte oproep, nog met een zeker genoegen nog terug. Ook als journalist, want wij, in die tijd, leerden de coureurs (en ook de toppers) zoveel beter kennen dan de collega’s van nu, die hoofdzakelijk contact hebben via persconferenties en audiovisiuele gesprekken.
3. Jan
Kwam dan toch wel dat onverwachte mailtje van Jan, die mij meldde dat hij de voorbije Tour oh als zo boeiend had ervaren en het wel leuk zou gevonden hebben daarover nog eens een babbel op te zetten.
Jan was, in de tijd dat ik als wielerjournalist voor Het Laatste Nieuws werkte, chef van de sportredactie. Hij ging daarna voor diezelfde krant politieke hoofdartikels schrijven, die ik bijzonder kon waarderen. Ik was wel niet altijd akkoord met wat hij stelde, maar dat vond ik net fijn, want zo kon ik bijna elke dag een soort ingebeelde discussie met hem voeren.
Na mijn op pensioenstelling zag ik hem nog weinig, hoewel we toch stadsgenoten zijn. Maar ja, zo gaat dat nu eenmaal. Eens het werk gedaan, verdwijnen zelfs de beste relaties uit het oog. Maar nu wou Jan toch nog eens ‘een klapke doen’ en ik ook, dus deden we samen rap ‘een terrasje’, waarop niet we niet alleen die Ronde van Frankrijk onder de loep namen, maar ook herinneringen uit ons gezamenlijk verleden ophaalden.
Mooiste Tour in jaren
Het voornaamste onderwerp bleef echter wel die Tour 2022, beschouwd als een van de mooiste uit de laatste jaren. Een Tour ook waarin heel andere renners dan die van vroeger aantraden. Koers is een sport van lieve jongens en soms zelfs van gentlemen geworden.
-Als je dat vergelijkt met de voetballers, zuchtte Jan...
En ik dacht daarbij dat mijn collega’s van journalisten het in die mooiste Tour ook niet altijd gemakkelijk moeten gehad hebben. Je kunt niet blijven herhalen hoe fantastische het allemaal is. Hoewel dat niet altijd de mooiste kant van die mooie sport geweest is, miste ik toch die fanatieke en soms heel negatieve rivaliteiten van vroeger. Jullie weten het ook nog wel: Van Looy tegen Van Steenbergen, Merckx tegen Van Looy, Poulidor tegen Anquetil, LeMond tegen Hinault. En stelde tijdens ons gesprek, nog maar eens de vraag hoe je kunt ingaan op de diepere persoonlijkheid van de kampioen, als je hem alleen maar op die reeds geciteerde persconferenties aan het woord hoort en hem nooit eens in de intieme kring van kleine feestjes ontmoet, zoals destijds bij Paul.
Een beetje vervelend lijkt ook dat er zich, na Peter Sagan, niet één fantast meer aanmeldt, die af en toe eens voor een extra nummertje zorgt. Zoals Willy destijds zoveel gedaan heeft.
Auteur: Robert Janssens
2 reacties
En ook ik verval geregeld in nostalgische gedachten.
Die Willy was, denk ik, Willy De Buschere.
Paul, is dan weer zeker Pol De Paepe, als jongere furore makende met Severeyns die nadien met grote Rik aanspande.Tijdens de wereldkampioenschappen (jaar?) in Antwerpen heb ik ook , samen met mijn gezel,Hugo Scrae
yen met Pol ook nog een gezellig (vedettenloos) babbeltje gehad.