Toen ik, 80 jaar oud, besloot mij te wagen aan het schrijven van fictie, ging ik tegenover mijn goede vriend Ief, eigenaar en uitbater van de prachtige boeken- en drankwinkel ‘Books & Booze’ in Gent, de uitdaging aan minstens nog vijf romans te produceren, voor mijn kaarsje uitdooft. Om het enigszins cynisch te zeggen: ik ging daarmee letterlijk tegen de deadline werken.
Ik leerde snel dat het niet zo eenvoudig was, niet direct om verhalen te verzinnen, ook en vooral om alles en iedereen daarin te laten passen. Ik had, als journalist, wel enige ervaring opgedaan met het schrijven op zich, met het snelschrijven vooral. Wat wel de oorzaak zal geweest zijn dat het, met mijn fictie, almaar vlotter - zij het misschien niet beter, daar kan ik helaas moeilijk zelf over oordelen - ging, zodat ik nu bijna aan het einde van het beoogde nummer vijf ben. Op tijd dus, zelfs veel vroeger dan wie ook had kunnen denken.
Wapen tegen miserie
Ik voel me er een beetje verveeld, ja, zeg maar angstig bij. Fictie schrijven is voor mij snel de beste bezigheid voor een oude gepensioneerde (intussen 83) gebleken. En ook als wapen, waarmee heel wat dagelijkse miserie voor een paar uurtjes kan weggetoverd worden.

Het probleem is dat de onderwerpen van de vijf boeken zomaar, zonder veel zoeken of nadenken, zo goed als klaar zaten in mijn kop. Het ene werk sloot naadloos bij het volgende aan, zonder dat het daarom noodzakelijk iets te maken had met het vorige. Maar nu, nu zit er duidelijk nog maar weinig verdere inspiratie in mijn hoofd. Och, ik heb nog andere plannen achter de hand, sinds lang al. Ik ben van in mijn prille jeugdjaren (14/15 jaar) een ‘plakboeker’ geweest. Niet alle dagen en niet constant, knipte en knip ik nog uit de gazetten, maar bouwde daar met de jaren wel wat onderbrekingen in en dat is maar goed ook. Anders had ik een soort hangar moeten huren om alle schriften, classeurs en notaboeken onder te brengen.
Streven naar de perfecte puzzel
Over wat ik bewaard heb, wil ik al sinds lang novelles schrijven, als weergave van wat me toen interesseerde of gevoelsmatig raakte. Ik vind het lang geen onaardig project, maar het kreeg, al naargelang het romanschrijven vorderde, veel minder aantrekkingskracht. Ik heb intussen, met wel wat vallen en opstaan, geleerd dat een roman op je laptopscherm krijgen niet zomaar het weergeven is wat door je geest gaat, hoewel daarmee wel de basis gelegd wordt. Want daarnaast moet je ook al die onderwerpen - die in een novelleboek netjes gescheiden worden - in mekaar weven. Elk stukje dient immers perfect in de puzzel passen. Even verklappen toch wat u, binnen enkele maanden dan, als dat nummer vijf aangeboden wordt. Die ultieme uitdaging met de vriend Ief gaat over een gezin met liefst twaalf kinderen, die elk hun verhaaltje krijgen in een apart hoofdstuk, maar verder ook doorheen heel het boek blijven waren, MOETEN blijven waren. En net dat gebeurt dan niet bij kortverhalen en maakt het romanwerk zo boeiend.

Dus blijf ik er over doordenken om misschien te komen tot mijn grote ambitie: ooit eens een behoorlijk dramatisch verhaal op papier zetten, neergeschreven met veel, heel veel humor. Een traan en een lach dus. Of dat zal lukken, betwijfel ik ten stelligste. Nu nog, straks hopelijk niet meer.
Auteur: Robert Janssens
3 reacties
Milla