Is hij nu echt voorbij, die mooie zomer? Mooie, met een vraagteken achter.
Ziek
We hebben allemaal geleden onder de hitte, uw columnist is er zelfs een beetje ziek van geweest. Maar men heeft mij niet veel horen klagen, ik heb niet gedaan wat in alle communicatiemiddelen hoogtij vierde. Dat wil zeggen met de vinger in de lucht dreigen dat, met die felle zon van juli en augustus, de schade stilaan onoverzichtelijk wordt en er nog grotere rampen op ons zullen afkomen. Het kan natuurlijk wel, wie ben ik om dat tegen te spreken? Maar men heeft mij, zelfs bij 35 graden, nooit horen beweren dat morgen de wereld zal vergaan, wat de media ons bijna deden geloven. Misschien is dat omdat ik al zo oud geworden ben, en dat onheil mogelijk en gelukkig voor mij niet zal meemaken? Of gewoon omdat ik mij de zomers uit mijn jeugd herinner, waarin de zon, denk ik toch, even vaak als nu scheen en dezelfde warmte op ons losliet. In mijn geest zitten leuke beelden van lange dagen buiten, van ’s morgens tot ’s avonds, op straat of in de natuur, met amper onderbreking voor een patatje of een koekje.
Hoe anders was dat nu, met een jeugd die elke dag weer moeilijk op gang geraakte, min of meer terecht de schaduw opzocht, maar dan niet om te spelen, wel om te luieren. Of anders gezegd: zich te vervelen. Voor iets anders was het telkens weer… te warm. Moeders vooral keken aandachtig toe of dochter en zoon voor het buitengaan wel de nodige zonnecrème met de hoogste beschermingsgraad gesmeerd hadden en of ze de tube of het potje wel mee hadden.
Smachten naar het nieuwe schooljaar
Het heeft mij verbaasd hoezeer de jeugd dit jaar is gaan trachten naar de start van het nieuwe schooljaar, gewoon om eens wat anders te doen dan lui en soms lamlendig te bekomen van de hittegolf of van een lange nacht op zwier, de nacht die dan toch wat verkoeling bracht.
Wij, oudere mensen, hadden dat destijds niet of weinig, die crème die je nu verplicht bent om te smeren, evenmin als die festivals als enige plaatsen waar, in de koelte van de late en de vroege uurtjes, enige verkwikking te vinden was. Wij kwamen tijdens de dag gewoon buiten en hadden inspiratie genoeg om al die vrije uren plezant te maken. Wij trachtten, in augustus al, nooit naar wiskunde, Nederlands en aardrijkskunde, wij zeurden wel, al naargelang 1 september dichterbij kwam, dat we dan weer in grijze dagen met mist en regen gingen terecht komen en later nog in de kou van de winter.
-Gedaan, die mooie zomer, zouden we vandaag aan het zuchten zijn.
-Oef, het is bijna voorbij, die vreselijke hitte, stelt nu de jeugd van tegenwoordig, jeugd die denkt dat wat we gisteren gehad hebben, geldt als een unicum in de geschiedenis, daarbij vergetend dat het twee jaar geleden ook zo was en ze, twaalf maanden later, haast elke dag aan het jammeren gingen omdat juli 2021 bijna niks dan regen en wind te bieden had. Zij kunnen zich dus ook niet inbeelden dat over onze jeugd – prille of latere, doet er niet toe – ook al eens de zon zo lang of zo fel scheen. En dat we ons nu, met de beste wil van de wereld, niet meer herinneren dat zo’n weer als gevaarlijk, ongezond, ja bijna tragisch ervaren werd.

De zomer van 1976
Neem nu die zomer van 1976, bijna even heet als die van 2022. Toen zijn er ook branden geweest en droge velden en recordtemperaturen en onweders als het dagenlang TE geworden was. Maar diep in het geheugen van opa en oma zal dat niet meer zitten.
Ikzelf weet alleen nog dat in dat jaar Lucien Van Impe de Ronde van Frankrijk won en dat het te doen was in een complete maand met de hoogste temperaturen en zonder regen. Ik zou dat als een volkomen normaal verschijnsel geklasseerd hebben, ware het niet dat er mij toch iets bijzonders overkwam, zij het dan op…vestimentair gebied. Ik was er, in die Tour, bij als reporter en wanneer je als dusdanig gedurende bijna vier weken op gang moet, heb je kleding voor alle weer nodig.
Ook als het op bepaalde dagen helemaal geen zomer is, maar kil en vochtig, moet je bij de start en aan de aankomst op zoek gaan naar renners en begeleiders, die je de nodige informatie kunnen bezorgen. Daarom had ik nood aan een nieuw jasje, dat ik net voor mijn vertrek gaan kopen ben. Het is zo goed als nooit uit mijn koffer geraakt, behalve die ene ochtend, toen het toch wat drupte, zij niet genoeg om het regenen te noemen. Ik profiteerde er wel van om toch eens met dat jasje buiten te komen, zij het meer om te pronken dan om me te beschermen. Hoewel het alleen maar miezelde zocht ik, voor een praatje met een ploegleider, mee bescherming onder de klapdeur, achteraan de stationwagen, waarmee zijn renners begeleid werden. Om een of andere reden moest de chauffeur ineens weg van die plaats op de voorziene parking, vroeg mij beleefd of ik even opzij kon gaan, trok nogal forse die klapdeur naar beneden om te laat vast te stellen dat ik nog niet helemaal weg was. Ik voelde het zware ding met de uiterste punt over mijn rug glijden, over dat nieuwe jasje dus ook, dat voor zijn eerste verschijning buiten ineens op een lange scheur getrakteerd werd. Wat mij nu, zoveel jaar later en als enig vaststaand feit nog laat weten dat het in die Ronde van 1976 maar één dagje (of een half) geregend heeft, haast onmerkbaar lichtjes. Zonder dat incidentje had ik u dit niet kunnen bevestigen.

Speciale maatregelen?
Ik heb ook moeten opzoeken of er, bij die superhoge temperaturen, identiek aan die van de net voorbije weken en maanden, of er dus speciale maatregelen getroffen werden om het voor de deelnemers toch een beetje leefbaar te maken. Niks niemendal. Het parkoers was uitgetekend, de renners moesten er maar door, soms gedurende lange uren, want er dienden ook etappes over nu nog amper gekende afstanden gereden te worden. Oordeel zelf maar: Angers-Caen 235 km, Le Touquet-Bornem (B) 258 kilometer Divonne-les-Bains-L’Alpe d’Huez idem. En dat voor mannen die geen aangepaste voeding kregen, onderweg niet constant met drank bevoorraad werden en ook niet gekleed waren in afkoelende shirts. Ik denk zelfs dat het nog de tijd was van elke ochtend biefstuk eten twee uur voor de start en drankbevoorrading vanop twee of drie posten langs de weg. En daarna niks meer, 40 graden ten spijt.
Desondanks, zo zit het nog altijd in mijn kop, kraaide er geen haan over, dan wanneer zo’n omstandigheden nu organisatoren en specialisten samenbrengt om het lot van de arme sporters te verzachten. Och, ik beweer niet dat het vroeger beter was, integendeel, het zal nu zelfs zoveel minder ongezond zijn. Ik wil gewoon maar zeggen dat met de tijd alles verandert: de hitte is niet meer dezelfde als vroeger, de jeugd evenmin, zeker als het er op aankomt van de vakantie te genieten. Wij deden dat vooral in de dag, zij nu in de nacht, wanneer het in elk geval koeler is. En de coureurs? Wel: die zullen nog immer, bij 35 graden in de schaduw, blijven afzien en over 30 jaar vergeten zijn hoe erg het wel was. Tenminste, als ze gewonnen hebben, zoals Lucien Van Impe dat in 1976 deed.
Auteur: Robert Janssens

1 reactie