Waar vandaan: Weetjes > Taaltip
Taaltip van de week
Wat is juist: ze bieden de pleegkinderen een warme thuis of een warm thuis?
Thuis kan zowel een het-woord als een de-woord zijn, dus zowel een warme thuis als een warm thuis is correct. In België wordt thuis als de-woord beschouwd, in Nederland als het-woord.
Als thuis wordt opgevat als de-woord, wordt het bijvoeglijk naamwoord dat voorafgaat, altijd verbogen: onze warme thuis, die gezellige thuis, een goede thuis.
Als thuis wordt opgevat als het-woord, wordt het bijvoeglijk naamwoord alleen verbogen als het voorafgegaan wordt door het, dit, dat, een bezittelijk voornaamwoord of een vooropgeplaatste genitief. In andere gevallen blijft het bijvoeglijk naamwoord voor thuis onverbogen. Voorbeelden: ons warme thuis, dat gezellige thuis, Fiens nieuwe thuis, een goed thuis, zo'n fijn thuis.
30 april 2012
Bron: Taaltelefoon