Waar vandaan: Anekdote > Overige (198) > Naar de tandarts op volle zee
Naar de tandarts op volle zee
(een probeerseltje)Naar de tandarts op volle zee
In de tweede helft van de jaren zeventig ben ik geplaatst op de torpedobootjager H M Amsterdam en wordt ik -s’nachts wakker van een opkomende kiespijn maar haal de ochtend half wakkend en slapend.
Ik eet nog wat en ga dan naar de ziekenboeg en krijg een poedertje voor de steeds erger wordende pijn. De ziekenpa kijkt in mijn mond of er iets is te zien. Nee dus en neem de poeder (Ascal) in tegen de pijn.
Tijdens de koffie komt hij bij me om te zien of het gaat. De poeder schijnt te zijn uitgewerkt en de pijn komt weer op. De ziekenpa gaat naar de 1ste officier -chef inwendigedienst- om te overleggen wat er moet gebeuren. Ik wordt opgebeld met de mededeling dat ik na de middaghap met de heli naar de meevarende kruiser zal worden overgebracht vanwege dat ze daar een komplete ziekenboeg annex tandarts faciliteiten hebben.
Dat is mij bekend omdat ik reeds eerder op de kruisers heb gevaren. Dat houdt in dat ik dan met de sling (een stevige leren lus) onder mijn oksels door onder aan de heli naar de kruiser zal worden gebracht. Het zit me niet mee omdat ook de wind harder wordt en varen nu met een windkracht Bft 7.
Rond de klok van twee, na de middagrust, zal de transfer plaatsvinden. Ik neem nog een Ascal in om de pijn te baas te blijven. 13.45h. wordt het kontje van de jager gereed gemaakt voor de transfer wat inhoudt dat er brandslangen worden uitgelegd en op druk worden gebracht voor het geval dat. Dit wordt in jargon “helirol” genoemd en weten de ingedeelden wat hen te doen staat. De druk op de slang wordt getest en er worden vaten ossenbloed neergezet voor het geval er met schuim moet worden gespoten Ook wordt de railing geklapt en de loop geschut recht omhoog gevlucht (verticaal bewegen van het geschut heet ‘vluchten’ en horizontaal is ‘baksen’) zodat er niets kan blijven achterhangen.
De heli zal tevens enige andere zaken naar ons toe meenemen waaronder post. Ik krijg een zogenaamd “dompelpak” -quick koningstitel-, een snel aan te trekken waterwerend pak- aan wat betekend dat ik, als ik in het water mocht vallen, niet nat zal kunnen worden. Ook een helm behoort tot de attributen die ik krijg aangemeten.
Als de heli boven het achterdek hangt en de spullen worden met de lier naar benden gelaten wordt deze met een metalen stang aangeraakt die met een koperendraad aan het schip is vastgemaakt om de statise spanning af te leiden welke de sneldraaiende rotorbladen van de heli opwekken die je, als persoon, een flinke oplazer kan geven. Ik sta in de volle “downwash” -de lucht die naar beneden wordt geblazen door de grote rotor- en krijg de ‘sling’onder mijn oksels door en doe mijn armen recht naar beneden. Rustig wordt de kabel ingehaald en voel dat ik omhoog wordt getrokken. De lier trekt mij van het dek en ik blijf even hangen totdat de “marshaller” -de man die aan dek seinen doorgeeft aan de vlieger- ten teken dat hij buiten het schip gaat hangen. Ik hang schuin onder de heli vanwege de harde dwarswind.
Nu wordt ik pas opgelierd en binnen de heli getrokken en, na een seintje van de man die mij helpt, koers gezet naar de kruiser. Daar zijn we in een oogwenk en zie ik dat de heli ook hier weer door een man op het achterdek van de kruiser wordt gedirigeerd. Ook hier ontbreekt een helidek dus wordt dezelfde procedure weer herhaald, laat men mij zachtjes naar beneden gaan en pas op dek zakken totdat ook hier een metalen staf de statise spanning heeft afgevoerd van de helikopter.
Snel wordt ik uit de sling geholpen en duik het schip in. Net achter de lichtsluis - dubbele deur- doe ik de helm af en trek het pak uit. Ik weet de weg in dit schip en loop dus rechtstreeks naar de ziekenboeg en een deurtje ernaast is de ruimte voor de tandarts. We gaan nu aardig te keer op het zeetje maar

gaan na deze operatie met de heli op een gunstiger en rustiger koers over maar stilliggen is er niet bij.
De tandarts is reeds ingelicht per bericht van de verbindingsdienst en weet dus dat ik kom. Ik wordt uitgenodigd in de stoel te gaan zitten en wordt netjes, zoals dat hoort, bijna plat gelegd en krijg een spanband over mijn buik die moet voorkomen dat ik van de behandelstoel afpletter. De onderzoekslamp wordt op mijn mond gericht en de zaak wordt eens grondig bekeken.
Na een korte diagnose komt er dan de mededeling dat ik de kies beter meteen kan laten trekken, er zit een fikse ontsteking onder de kies die niet meer is te redden. De tandarts overlegt even met mij en besluit dan de koe maar bij de horens te vatten en er maar meteen uithalen. De assistent legt alles gereed en de tandarts zelf snoert zich rond zijn middel vast in een brede leren band zodat hij allebei de handen vrij heeft op het zeetje. Hij staat nu schuin achter mij ingesnoerd en begint mij de verdoving toe te dienen. Ondanks dat we gunstig op de wind liggen gaan we nog behoorlijk te keer en liggen we geen moment even rustig.
De prikken zitten erin en nu even wachten totdat het spul gaat werken. Gunstige bijkomstigheid is dat de pijn van de ontsteking nu ook weg gaat. Na ruim een minuut of tien wordt er gekontroleerd of de verdoving werkt. Hij prikt met een haakje in mijn tandvlees en voel niets. Het gereedschap om de kies er uit te halen ligt al gereed en het feest kan beginnen. Het ding blijkt stevig vast te zitten en er is geen beweging in te krijgen. De tandendokter wil hem nu doormidden boren en hem er dan uitttrekken.
Een vreemd gevoel met die boor; geen pijn maar je voelt wel dat er wat mee wordt gedaan. Dan is het door en de volgende poging om de rotte kies uit de kaak te trekken begin. nu gaat het toch wel voorspoediger en in een oogwenk is er een stuk uit. Dan de rest en die komt nu ook snel los en er hangt dan ook nog de ontsteking of zo aan. Een bloederig geheel komt mee. Dan wordt het gat, na gekontroleerd te zijn op andere ongerechtigheden, opgevuld met een soort gaas en watten met een bruin goedje erop. Bloedstelpend en ontsmettend krijg ik als boodschap mee.
Sla de middagpot maar over en begin vanavond maar voorzichtig met de broodmaaltijd, adviseerd de tandarts, want dan kan de wond een beetje bijtrekken. Zo gauw ik uit de stoel en buiten de behandelruimte ben krijg ik de mededeling dat ik middags laat met het lichtelastentuig tijdens oliedladen weer naar mij eigen schip ga. Omdat het aan dek, behalve in een oppertje, niet best is met dat slechte weer en holle zee, sla ik mijn bivak op in het ooff. verblijf, beter bekend als de Gouden Bal en begint het lange wachten.
Maar ik verveel me gruwelijk en besluit naar de brug te gaan en vraag aan de dienstdoende wachtsofficier of het mij gepermiteerd is op de brug te verblijven. Een kort ‘ja’ geeft mij toestemming en ga ergens in een hoekje staan. mijn aanwezigheid is bekend bij de hele bemanning en dit gebeurd wel vaker. Na de middagrust om rond 14.00h. wordt er thee rondgedeeld en ik probeer ook een mok naar binnen te werken. Het gaat redelijk en het voelt goed.
Na tweeën worden diverse oefeningen gedraaid en is het op de brug, zoals gewoonlijk tijdens oefeningen, een gekkenhuis. Ik heb een mooi windvrij plekje gevonden op BB brugvleugel zolang ze deze koers blijven voorliggen. Zachtjes aan kruipt de tijd en wordt het schip gereed gemaakt voor het overnemen van olie en een paar onderdelen.
Ik ga naar beneden en hijs me weer in het dompelpak. Als ik midscheeps kom zijn ze net de lijnen aan het overschieten en wordt aan deze dunnen lijn een tweede wat dikkere overgetrokken en dan de lijn die het moet doen. Deze wordt aan het schip vastgezet en daar komt de olieslang over naartoe.Een andere lijn is voor het lichte latentuig en is inmiddels ook gespannen. Als eerste gaat er een zwaar testgewicht heen en weer. Dan ben ik aan de beurt en kijk voor het laatst even alles na. Helm op en riempje vast.
Ook aan deze lijn kan een sling bevestigd worden en mag ik mijn bovenlijf en armen er doorheen steken en wordt de lus aangehaald. Ook hier is een deel van de railing geklapt zodat deze geen opstakel vormt tijdens de operatie.
De kabel wordt strak getrokken en mijn sling wordt er met een musquetonhaak aan vast geklikt. De lijn komt nog strakker te staan en kom met mijn voeten los. Dan begint de kwartiermeester met een soort van verkeerspannenkoek te zwaaien ten teken dat ze op de jager kunnen gaan trekken. Even later hang ik in de sling met de voetjes boven water midden tussen de schepen. Het water schiet met een rotgang witschuimend onder mij door en varen de schepen knap dicht bij elkaar. Nu ik er zelf tussenhang lijkt het wel alsof ze nog dichter bij elkaar varen dan in werkelijkheid is.
Achter mij vaart de “guard”, en schip dat in aktie komt als er wat gebeurd. Dat is een standaardprocedure als er lasten/olie wordt overgegeven. Ik word snel naar de nadere kant getrokken en omdat de schepen, op het moment dat ik de A’dam nader, net weer even dichter bij elkaar komen, trek ik mijn benen op om niet met mijn benen tegen de romp van het schip te slaan. Ik ben weer terug op mijn eigen bootje. Ik word geholpen om van de lijn af te komen, de sling wordt er af gehaald en gaat weer terug om drank en onderdelen over te brengen. Het waait behoorlijk hard en moet worden vastgehouden om naar een waterdichte buitendeur te lopen. Ga door de lichtsluis en ga op een haspel zitten om even uit te blazen en trek vervolgens het pak uit en zet de helm af. Ik breng meteen alles naar de centrale bergplaats waar het hele binnenschip wordt gekontroleerd.
Het loopt tegen 17.00h. dus kan meteen proberen of ik wat naar binnen kan krijgen en ga aantafel. gelukkig is de verbinding tussen de schepen ook verbroken, hebben we de olietanks weer vol en kunnen dus nu een wat gunstiger en rustiger koers varen om van de avondmaaltijd te genieten. De pijn is verdwenen maar voel wel dat er behoorlijk wat geweld is gebruikt om mij van de rotte kies te ontdoen. De maaltijd gaat er wel in want ik heb de warme lunch overgeslagen op advies van de smoelsmid.
Na de maaltijd ga ik een uurtje in de zithoek zitten en zak een beetje weg met de ogen dicht. Om 20.00h. komt de kofie in het verblijf en neem een bakje. Dan vind ik het tijd om mijn kooi op te zoeken en ga lekker plat. Tomorrow is an other day. Deze dag is voor mij toch afgeschreven, ben een kies armer maar twee ervaringen rijker. Ik kom tot de slotsom dat, ook op volle zee, de medise verzorging bij de ‘baas’ in goede handen is.
Anekdote ingestuurd door Ab Woudstra ( ) op 15-05-09 (ID 1055)