Waar vandaan: Anekdote > Overige (198) > Lange Jules
Lange Jules
Een van de 35 anekdotes uit de autobiografie van Gerard
Lange Jules
Augustus 1950. Een aanhoudend broeierige zon die de velden en het gras verkleurt. Insecten en ongedierte bij de vleet, vooral wespen die zich als het ware te land, ter zee en in de lucht vestigen. Overal blijken zij aanwezig en getergd door de overmatige warmte vertonen zij een opvallende agressiviteit.
Mijn vriend Theo - twee jaar ouder dan ik - tegen wie ik opkijk omwille van zijn schietkwaliteiten met de katapult, is een specialist in het ontdekken van wespennesten. Op de meest onverwachte plaatsen en plekjes weet hij ze te situeren. Het lijkt gemakkelijk als ge hun vliegspoor volgt. Vergeet het maar! Ik ken het intelligentiequotiënt niet van die wezens, maar aan misleidend vernuft ontbreekt het hun alleszins niet.
Genietend van de late avondzon zitten we naast een ex-korenveld in het bruinverbrande gras. Aanpalend loopt een weinig gebruikte veldweg die dwars door een bos gaat om te eindigen op een verharde weg.
Op enkele meters van onze rustplaats ontdekt Theo zijn zoveelste wespennest. Een piepklein gaatje in de grond vlak naast de weg. Er is wel geen vliegende wesp te bespeuren, maar Theo is formeel in zijn ontdekking. Hij zal mij eens demonstreren op welke manier die beestjes in grote getallen hun nest verdedigen.
Met de vaste ingrediënten steeds op zak als katapult, elastiekjes gesneden uit de binnenband van een fiets, een behoorlijk eindje dunne touw en loden knikkers, begint hij ijverig te zoeken naar een stokje dat de wespentoegang moet afsluiten.
Ons aandachtig zoeken - want ik wil hem helpen - wordt plots onderbroken door gezang vanuit de verte. Met de hand voor de ogen als zonneklep kijken we benieuwd naar die optimist en herkennen in hem Lange Jules. Die naam had uiteraard te maken met zijn lengte, geaccentueerd door zijn tengere figuur.
Jules is gekend als “drapeaunier “ zoals hij zichzelf betitelt, wat staat voor vlagdrager bij de dorpsharmonie. Een tweede herkenningspunt is zijn niet te laven dorst. Enkel bier mag door zijn keelgat en dat heeft zijn reden. Beroepshalve functioneert hij als plafonneur, plakker gelijk ze in de volkstaal zeggen. Bier verdrijft kalkaanslag en van plakken blijven verstaat hij de kunst.
Intussen heb ik de juiste stok gevonden. Een lang koordje wordt eraan vastgemaakt en Theo ploft de stok in de wespentoegang. Luister eens! Ik luister met mijn linkeroor op de grond kort bij de ingang en hoor binnen een hels lawaai. De wespen gedragen zich woest en het tumult verergert in crescendo.
Op het hoogtepunt van die agressiviteit is Lange Jules zwalpend gesukkeld tot op een tiental meters van het wespenhol. Met de draad in de hand en veilig achter een bremstruik wordt de verlossing van de wespen ingezet. Een ruk aan het touwtje en binnen de kortste keren hangt de lucht vol geïrriteerde beestjes die het niet op onze dronkeman begrepen hebben.
Het zingen gaat plots over in uitlatingen van “ Miljaar de miljaar! Weg vuiligheid! Godver....... en andere schietgebeden. Zijn voortschrijden als in de processie van Echternach maakt een bruuske overgang in hardlopen. Hoe harder hij loopt, hoe harder hij vloekt !
Theo en ik turen hem na en zijn tevreden. Geen enkele wesp heeft ons gestoken en nadat Lange Jules uit het zicht verdwenen is, komt de wespenpopulatie verspreid terug naar het nest. Ze blijven niet lang. Theo heeft erin gewaterd en de beestjes vinden dat blijkbaar geen interessante opfrissing na hun onverhoedse aanval.
Drie weken later - Lange Jules was juist terug uit het ziekenhuis - ontmoette zijn echtgenote mijn moeder op de markt. Het mens maakte haar beklag over het (wespen)lot dat Jules trof, maar verheugde zich in de belofte van het slachtoffer om zich nooit meer te bezatten buitenshuis. “Hij is nu voor eens en voor altijd geleerd”!
Toen ik Theo dezelfde dag op de hoogte stelde van dat gesprek, keken we beiden triomfantelijk naar elkaar. Wij hadden immers een goede daad gesteld door Jules zijn drankzucht in te tomen.
Anekdote ingestuurd door Gerard Stinissen op 25-01-04 (ID 148)