Waar vandaan: Anekdote > Overige (198) > zand op de schouw
zand op de schouw
Moet er geen zand zijnNooit heb je willen lopen, maar ik heb je leren lopen zie. Terwijl dat de eieren koken, de petatten opstaan, de preisoep trekt en de plumplumpudding pruttelt op het vuur. Lopen zal je terwijl mijn nagellak droogt, de hete lijm van mijn bloemstuk opstijft en terwijl ik scrabble speel met mijn beste vriend. Ik laat je lopen met horten en stoten en als het niet rap genoeg gaat begin je terug van voren af aan. Phoe, één simpele beweging met mijn hand en je kunt opnieuw vertrekken.
Je hebt altijd gedacht dat je de sterkste was. Met veel lawaai en met de vuist op tafel. Je eiste en dwong mij te werken, me zelf af te sloven, wassen en plassen. Nooit genoeg. Zelfs in bed was je niet te houden. Al de opgespaarde energie van de dag brak los in de nacht. Op-dringerig met geweld en brute kracht.
Ik vroeg me altijd al af: hoe kunt je zó lui zijn overdag en zó actief 's nachts. Om tien uur kwam je uit je nest. De koffie stond dan al lang klaar. Terwijl ik stond te zwoegen in de wasserij, vuile was uit jutten zakken trok, las meneer zijn krant. Jouw lunch: glazen boter-hammen, bij Wiske op het hoekske en die lijmde en slijmde tot mijn zuurverdiende centjes op waren. Ik kwam thuis, moe en afgesloofd. Wat vond ik daar? Ne zatte vent op de zetel, een gedekte tafel nog van 's morgens in de keuken en een onderbroek van de dag tevoren op de grond in de badkamer. Met je zatte botten begon je dan te reclameren, dirigeren en comman-deren.
"Is mijn hemd nog niet gestreken? Daar mankeert nog een knoop aan mijne frak, waar ligt mijn beste broek, Nog in de was zeker? Is het eten nog niet gereed?"
Zo ging dat maar voort, den hele dag. Je dacht er niet aan dat ik ook moe kon worden hé manneke, manneke van niks, manneke pís.
Iedere avond moest je vers eten hebben, en alle dagen kon ik sleuren met bonen, verse wortelen, prei, soepselder, petatten, ajuinen, melk en brood.
Tot, ik zal het nooit vergeten die dag, het stoofvlees was op en de beenhouwer was al gesloten, maar daar was nog katteëten. Ik maakte de bus open, en zette alles in de micro. Ik maakte een goede ajuinsaus en gaf volop al het vlees aan u, meneer. Met je zatte botten proef-de je niks, en na de goedkeuring van je maag zakte je voor de TV.
Van dan af maakte ik er een sport van, alles heb ik je leren eten. Met beetjes ineens en overgoten met cremesauskes: afval voor den hond, mijnheer de beenhouwer, wat groen uit de spoorberm. Ik ken niets van kruiden of onkruiden, maar jij speelde alles naar binnen. Slokke-rig stortte je op jouw eten zoals in bed op mij; zat en hongerig.
Er moet iets gebeurd zijn, een vergissing, ik zeg het nog eens, ik ken niets van kruiden en van champignons in het bos nog minder. Het waren nochtans schone, rode, met witte stippen. Die zijn zeker zeldzaam dacht ik nog, maar er stonden er zoveel van die soort onder die boom. Ik zal maar ineens genoeg pakken besloot ik en ze belanden allemaal in je soep. Precies tomatensoep met champignons.
Jij had niet zoveel honger die dag want na de soep werd je wat stilletjes, pre-cies wat krampen. Had je misschien wat teveel gedronken bij Wiske? Daarna heeft het niet lang meer geduurd, de dokter kwam te laat. Een hartinfarct zei hij. Dat zijn toch slimme man-nen hé die dokters.
Ik heb je laten cremeren in de verbrandingsoven, dat is modern tegenwoordig. Daarna uitstrooien op de strooiweide. Wiske was daar ook. Met een pelsen frak, van mijn zuurver-diende centjes waarschijnlijk.
Diezelfde avond ben ik terug naar het kerkhof gegaan. Ik wou een herinnering, ik vond er nog wat assen. Thuis prutste ik de zandloper open en gooide het zand in de bloembak. Daarna deed ik er wat van je asresten in. Je was een beetje koppig, nattig, van de avondmist. Ik droogde je op de schouw en ik liet je lopen van de morgen tot de avond. Je hebt nooit willen lopen maar met één simpele beweging draai ik je om en je begint van voren af aan.
Anekdote ingestuurd door Daems Bart ( ) op 29-04-06 (ID 583)