Waar vandaan: Actueel >
Actueel - Heb ik nog eerbied voor jouw grijze haren?
| Archief |
Onder het motto "Streven naar een samenleving
voor alle leeftijden" hebben de Verenigde Naties 1999
uitgeroepen tot het Internationale Jaar van de Senioren. Wij
maken nu een stand van zaken.
De vergrijzing: we worden er allemaal mee geconfronteerd,
de ene wat sneller dan de andere. Maar naast de verkleuring
van onze scalp staat het begrip vergrijzing ook voor het voortdurend
toenemende aantal senioren. Dit wereldwijde fenomeen creëert
een aantal compleet nieuwe uitdagingen die niet voor niets
worden samengevat als "demografische tijdbom".
In 2025 zal het aantal 65-plussers op wereldschaal verviervoudigd
zijn, vergeleken met 1955. Het aandeel van deze leeftijdsgroep
in de totale bevolkingspiramide zal dan van 5,3% (1965) gestegen
zijn naar 10%. In de westerse industrielanden zal die aangroei
nog groter zijn (20% of meer).
Het aantal ouderen neemt niet alleen toe, we worden ook ouder
dan onze voorvaderen. De afgelopen eeuw is de levensverwachting
in de westerse landen gestegen met 25 jaar, dankzij het terugdringen
van de kindersterfte en van typische ouderdomsziekten. Dat
is een even grote winst als dezen, die werd geboekt tijdens
de voorgaande 5.000 jaar. Voor de 21ste eeuw wordt een minstens
even spectaculaire sprong vooruit verwacht dankzij preventiemaatregelen,
de strijd tegen diverse aandoeningen en een betere beheersing
van het verouderingsproces. De gemiddelde levensverwachting
op wereldschaal zou wel eens kunnen stijgen van 66 jaar naar
110 of zelfs 120 jaar, volgens tal van wetenschappers de uitstekende
grens die de mens kan bereiken. Anderen beweren dat de gentechnologie
ook deze barrière zal doorbreken.
Niet alleen de levensverwachting, maar ook de levenskwaliteit
van senioren gaat er flink op vooruit. In de jaren '50 gingen
ouderen in de industrielanden gemiddeld op hun 65ste naar
het rusthuis - vandaag is die gemiddelde leeftijd opgelopen
tot 81. Er zijn ook veel meer voorzieningen: thuiszorg, mantelzorg
van familie of buren. Senioren kijken ook anders tegen zichzelf
aan. Ze zijn energiek, en zien hun pensionering niet langer
als een einde, maar als een nieuw begin.
Dreigende kloof
Maar de medaille heeft ook een keerzijde en roept tal van
pertinente vragen op. Wie zal instaan voor de finaciering
van de behoeften van deze oudere bevolking? Zal de veroudering
aanleiding geven tot een economische stilstand? Welke politieke
invloed zullen de senioren hebben? Zal het ouder worden niet
dikwijls gepaard gaan met gezondheids- en financiële
problemen? Verschuift ook het culturele accent in onze maatschappij
die de jeugd verafgoodt, naar de ouderen? En welke gevolgen
heeft het feit dat die ouderen overwegend vrouwen zullen zijn?
In de westerse landen betekent de vergrijzing een zware druk
op de verlaging van de pensioenleeftijd en op de finaciële
leefbaarheid van de pensioenstelsels. In de ontwikkelingslanden
is de evaluatie nog ingrijpender, want daar zal in 2025 drievierde
van alle 65-plussers wonen, terwijl het traditionele familieleven
uit elkaar valt, de overheid het laat afweten en privé-initiatieven
voor solidariteit zo goed als onbestaande zijn. Het gevaar
is niet denkbeeldig dat er een kloof ontstaat tussen de ouderen
en de actieve bevolking.
Tal van opportuniteiten
Anderzijds vormen gepensioneerden niet alleen een economische
onzekerheid, maar ook een opportunitiet. In de Verenigde Staten
bevatten de pensioenfondsen begin '00 maar liefst 2.700 miljard
dollar, een spaartop die in tal van economische activiteiten
wordt geïnvesteerd. Senioren zijn ook gegeerd als consument.
In Japan en de Verenigde Staten leggen tal van bedrijven zich
toe op het invullen van de nieuwe behoeften van de 50-plussers:
reizen, vrijetijdsbesteding, wonen. Farmaceutische bedrijven
kijken ook met argusogen naar deze doelgroep. Begrijpelijk,
want terwijl 65-plussers in de geïndustrialisteerde landen
grosso modo 15% van de bevolking uitmaken, nemen zij wel 30%
van het totale geneesmiddelenverbruik voor hun rekening. Ook
politiek zullen de democratische landen hun programma's moeten
aanpassen. In de jaren '20 van de 21ste eeuw zullen de babyboomers
van weleer in Amerika zo'n 30% van de kiezers uitmaken.
Zes hardnekkige mythen over oud zijn
Naar aanleiding van de Werelddag van de gezondheid, die op
7 april 1999 plaatsvond onder het motto "Prettig oud
worden, betekent actief blijven", werden 6 hardnekkige
mythen over oud zijn aangepakt. we sommen ze even op:
- De meeste bejaarden leven in de geïndustrialiseerde
landen. Fout: van alle 65-plussers ter wereld (580 miljoen),
leven er 355 miljoen in ontwikkelingslanden. In 2020 zal
deze verhouding 1 miljard/700 miljoen bedragen. - Ouderen lijken allemaal op elkaar. Fout: er zijn meer
verschillen qua gezondheid, fysieke en intellectuele capaciteiten
tussen twee mensen van 80 jaar dan tussen twee kinderen
van 10 jaar. - Mannen en vrouwen verouderen op dezelfde manier. Fout:
zowel biologische als sociale en economische factoren maken
dat vrouwen normaal langer leven. - Ouderen zijn per definitie kwetsbaar. Fout: normaal kunnen
mensen zichzelf behelpen tot op hogere leeftijd, hoewel
ziekten en de manier van leven daar natuurlijk een invloed
op hebben. - Ouderen dragen niet meer bij tot de samenleving. Fout:
heel wat ouderen verrichten nog tal van taken buiten het
gebruikelijke beroepscircuit (vrijwilligerswerk, informele
taken). In de toekomst zullen we trouwens hoogstwaarschijnlijk
langer moeten werken in de westerse landen. - Ouderen vormen een belasting voor de economie. Fout: heel
wat ouderen blijven aan de slag. Bovendien betekenen de
diverse stelsels van sociale zekerheid, die stilaan ook
in ontwikkelingslanden tot stand komen, een degelijke bescherming
tegen armoede.
Bron: Onafhankelijk Ziekenfonds en communicatieambtenaar
van de Werelddag van gezondheid.