Waar vandaan: Actueel >
Actueel - Modelbrief terugvordering belastingen
| Archief |
- Deze brief is in BEF opgesteld, de omzetting
naar euro is hiervoor niet nodig -
Deze brief, door beide echtgenoten ondertekend, is - niet
aangetekend - te richten aan de directeur van uw gewestelijk
belastingkantoor. Op de modelbrief is aanslagjaar 1999, inkomstenjaar
1998 ingevuld. Dit omdat de termijn waarbinnen u moet reageren
drie jaar is en dus eind dit jaar afloopt. Voor de jaren nadien
hebt u telkens een jaar meer tijd, voor zover het dan nog
nodig is.
Op uw aanslagbiljet zal u merken dat de belastingvermindering
misschien verschilt van de hier genoemde bedragen. Er zijn
inderdaad kleine verschillen als er kinderen in het spel komen.
Dan wordt de belastingvrije som verhoogd, wat dan weer een
gevolg heeft voor de verschillen tussen geuwden en niet-gehuwden
enzovoorts. De bedragen in de modelbrief zijn basisbedragen.
-------------------------------------------------------------
BETREFT:
Ontlasting van ambtswege bij toepassing van artikel 376 §3
2°
aanslagjaar 1999, inkomstenjaar 1998
artikel: ...(nummer vindt u op het aanslagbiljet)
gemeente van aanslag: ...
datum uitvoerbaarverklaring: ... (vindt u op het aanslagbiljet)
datum van verzending: ...(vindt u op het aanslagbiljet)
Gelet op het feit dat de toepassing van artikel 131 WIB92
wordt betwist en rekening houdend met het feit dat de directeur
der belastingen of de ambtenaar daartoe door de Vlaamse regering
gemachtigd of de door hem gedelegeerde ambtenaar ook ambtshalve
ontheffing verleent van de verminderingen voortvloeiend uit
de toepassing van de artikelen 88, 131 tot 135, 138, 139,
146 tot 156 en 257, voor zover het tot die verminderingen
aanleiding gevend feit door de administratie werd vastgesteld
of door de belastingschuldige aan de administratie werd bekend
gemaakt binnen drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar
waartoe de belasting behoort waarop die verminderingen moeten
worden verleend, dient deze vraag tot ambtshalve ontheffing
m.b.t. het aanslagjaar 1999, die heden (voor 31/12/2001) aan
u wordt bekend gemaakt, als tijdig en ontvankelijk te worden
beschouwd.
De betwiste aanslag werd gevestigd in strijd met het grondwettelijke
gelijkheidsbeginsel. Terwijl wij als gehuwd samenwonenden
bij toepassing van artikel 131 WIB92 slechts aanspraak kunnen
maken op een belastingvermindering van 2 x 130.000 BEF, kunnen
ongehuwd samenwonenden (feitelijk gezin) aanspraak maken op
een belastingvermindering van 2 x 165.000 BEF.
De grondwettelijke regels van gelijkheid en non-discriminatie
sluiten niet uit dat een verschil in behandeling wordt ingesteld
tussen bepaalde categorieën van personen die zich in
een verschillende situatie bevinden. Evenmin is een verschil
in behandeling uitgesloten tussen personen die zich in dezelfde
situatie bevinden, voor zover het verschil in behandeling
alsdan op een objectief criterium berust en redelijk verantwoord
is.
Gelet op het feit dat gehuwd samenwonenden zich in een identieke
situatie bevinden als ongehuwd samenwonenden en rekening houdend
met het feit dat het verschil in behandeling in casu niet
berust op een objectief criterium noch redelijk verantwoord
is, verzoeken wij u dan ook rekening te houden met een belastingvermindering
van 2 x 165.000 BEF en de betwiste aanslag in die zin aan
te passen.
De rechtbank van eerste aanleg in Leuven stelt in een arrest
d.d. 15/06/2000 (Fiscoloog 759 blz. 6) trouwens vast dat gehuwd
en ongehuwd samenwonenden zich in gelijkaardige zoniet identiek
omstandigheden bevinden, maar dat zij voor de toepassing van
het belastingvrij minimum toch anders worden belast. De ratio
legis om aan een alleenstaande een hoger belastingvrij minimum
toe te kennen (vaste kosten die hij alleen moet dragen) geldt
niet t.a.v. ongehuwd samenwonenden, aangezien zij de vaste
kosten, zoals gehuwd samenwonenden, "samen delen en bekostigen".
Dus is het de vraag of het onderscheid in behandeling tussen
gehuwd en ongehuwd samenwonenden al dan niet strijdig is met
het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank besluit daarom dienaangaande een prejudiciële
vraag te stellen aan het Arbitragehof (B.S. 09/08/2000, Fiscoloog
764 blz. 12).
Tenzij u mijn mening deelt en de aanslag herziet, rekening
houdend met de belastingvrije som van 165.000 BEF (ongeïndexeerd)
voor beide echtgenoten, verzoek ik u deze vraag tot ambtshalve
ontheffing in beraad te houden tot na de uitspraak van het
Arbitragehof.
Bij toepassing van de wet betreffende de openbaarheid van
bestuur d.d. 11/04/1994 vraag ik om inzage van mijn fiscaal
dossier.
Hoogachtend,
Om de brief te downloaden als een Word-document, klik hier.
Bron: Gazet van Antwerpen (26-4-01)