Waar vandaan: Actueel >
Actueel - Test voor falend hart
| Archief |
Hartfalen komt steeds vaker voor in onze verouderende samenleving. Een test helpt patiënten met een falend hart opsporen. Tot dusver was die diagnose soms moeilijk.
Een gezond hart verpompt in een minuut bijna vijf liter bloed bij rust en twintig liter of meer bij zware inspanning. Als die pompwerking verstoord raakt, bijvoorbeeld door hoge bloeddruk, hartziekte of een infarct, kan het verpompte volume bij rust terugvallen tot 3,5 liter per minuut of minder en zal het volume onvoldoende stijgen bij inspanning. Dan worden delen van het lichaam niet genoeg van energie en zuurstof voorzien. Mensen met zo'n falend hart ondervinden daardoor kortademigheid, vermoeidheid, gezwollen voeten en moeite bij inspanningen. Bij ernstig hartfalen kunnen er hartritmestoornissen ontstaan, die in extreme gevallen kunnen leiden tot hartstilstand en plotse dood.
Een tot twee procent van de volwassenen tot 60 jaar lijdt aan hartfalen, bij 75-plussers loopt het op tot meer dan 10 procent. Het aantal patiënten met hartfalen is de laatste tien jaar sterk gestegen. Dat is voor een groot deel te wijten aan het verouderen van de bevolking. En bij naar schatting ruim de helft van de gevallen is de ziekte nog niet herkend.
De diagnose voor hartfalen gebeurt normaal na een uitgebreid onderzoek door de cardioloog. Vaak maakt die een echocardiogram, waarbij met ultrasone geluidsgolven de beweging van het hart en de stuwing van het bloed in het hart in beeld gebracht worden. Ook andere factoren, zoals de bloeddruk, het cholesterolgehalte en het elektrocardiogram helpen mee het risico op hartziekte in te schatten.
Het zogenaamde systolisch hartfalen, waarbij het hart niet goed samentrekt, is vrij goed te herkennen bij zo'n echocardiografisch onderzoek. De diagnose is een stuk moeilijker wanneer het hart wel goed samentrekt, maar niet goed loslaat en dus ook niet goed vult, het diastolisch hartfalen, dat vooral bij ouderen voorkomt en bij patiënten met een hoge bloeddruk.
In zo'n geval is het voor de arts vaak moeilijk om te oordelen of de kortademigheid van de patiënt te wijten is aan een ziek hart, of aan bijvoorbeeld een probleem in de longen of aan vochtophoping door slecht functionerende nieren.
Een tijdje is er een nieuwe test op de markt waarmee hartfalen en het daaruit volgende risico op plots overlijden preciezer kan worden gemeten.
Het is een eenvoudige bloedtest die de huisarts kan uitvoeren. De test meet de hoeveelheid van het zogenaamde hersen-natriuretisch peptide, kortweg BNP, in het bloed. Dit BNP is een klein eiwit dat aanvankelijk in de hersenen werd gevonden, maar dat in veel grotere hoeveelheden wordt afgegeven door de kamers, de onderste delen van het hart (de bovenste delen van het hart heten voorkamers).
Het BNP is een hormoon dat onder andere de hoeveelheid water regelt die via de nieren uitgescheiden wordt en de uitzetting van de bloedvaten. Wanneer de druk in het hart verhoogt of het hart te sterk uitgerekt wordt, scheidt de kamer meer BNP af. Bij patiënten met hartfalen zorgt het vergrote hartvolume en een grotere druk in het hart voor een verhoogd gehalte BNP in het bloed.
Meerdere farmaceutische firma's hebben een test op basis van BNP of brengen er binnenkort een op de markt. De test wordt nog niet terugbetaald, maar wordt in sommige medische centra in Vlaanderen toch al sporadisch gebruikt. Sommige van die tests meten niet BNP zelf, maar een van BNP afgesplitst stukje eiwit, het pro-BNP .
Als de hoeveelheid BNP of het gehalte van BNP afgeleide stoffen onder een bepaalde drempel ligt, kan hartfalen zo goed als zeker uitgesloten worden. Op basis van deze test kan een huisarts beslissen sommige patiënten niet naar een cardioloog door te verwijzen. De huisarts moet er wel nog rekening mee houden dat de kortademigheid het gevolg kan zijn van andere hartproblemen zoals kransslagaderverkalking of ziekten van het hartvlies of van de hartkleppen. Wie boven de BNP-drempel zit, loopt wel een risico op hartfalen en moet verdere onderzoeken in die richting ondergaan en eventueel geneesmiddelen nemen, zoals de zogenaamde bètablokkers, ace-inhibitoren, diuretica of andere. ,,De BNP-test wordt zeker een belangrijk hulpmiddel in de diagnose van hartfalen'', zegt Thierry Gillebert, diensthoofd Hart- en Vaatziekten van het Gentse Universitaire Ziekenhuis. ,,Het geeft een objectieve maat, die minder van interpretatie afhankelijk is dan de huidige diagnosetechnieken.''
Uit een studie die weldra in het cardiologisch tijdschrift Circulation wordt gepubliceerd, blijkt dat het precieze gehalte aan BNP in het bloed bij patiënten met hartfalen zelfs een vrij nauwkeurige aanwijzing geeft over hoe groot het risico op plotse dood is. Dat kan helpen in de beslissing of de patiënt al dan niet een toestelletje moet ingeplant krijgen dat het hart met kleine elektrische schokjes in het juiste ritme terugbrengt of dat, indien dit niet lukt, het hart 'reset' met een zwaardere schok. Dit levensreddende toestel staat bekend als een defibrillator . De BNP-test is ook heel bruikbaar om patiënten met hartfalen verder te volgen, bijvoorbeeld om te zien of de medicatie haar werk doet.