Waar vandaan: Actueel >
Actueel - Levensverwachting blijft stijgen
| Archief |
De levensverwachting in België blijft stijgen. In 2001 bedraagt ze 75,42 jaar voor de mannen en 81,67 jaar voor de vrouwen. In 2000 waren de cijfers respectievelijk 75,08 jaar en 81,42 jaar. Dat is een toename op één jaar tijd van 124 dagen (of 0,34 jaar) bij mannen en van 91 dagen (of 0,25 jaar, precies één seizoen) bij vrouwen. Het verschil tussen de twee geslachten is daarmee weer een beetje kleiner geworden, namelijk 6,25 jaar tegen 6,34 het jaar voordien. De levensverwachting van mannen gaat er in alledrie de gewesten sterker op vooruit dan die van vrouwen. Het verschil in levensverwachting tussen de twee geslachten bedraagt in Vlaanderen nu nog 5,86 jaar, tegen 6,02 jaar in Brussel en 7,05 jaar in Wallonië. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest daalde de vrouwelijke levensverwachting opnieuw licht. De cijfers zijn gebaseerd op de sterftetafels van het jaar 2001 (en 2000) en werden berekend door het Nationaal Instituut voor de Statistiek.
Vrouwen leven een dertiende langer dan mannen
In 2001 bedraagt de vrouwelijke levensverwachting op landelijk vlak 81,67 jaar. Met 82,30 jaar (0,8 procent boven het landelijk gemiddelde) hebben Vlaamse vrouwen duidelijk de hoogste levensverwachting. Brusselse vrouwen hebben een gemiddeld te verwachten levensduur van 81,36 jaar (0,4 procent onder het landelijk gemiddelde); vrouwen uit Wallonië van 80,66 jaar (1,2 procent onder het landelijk gemiddelde).
Mannen hebben een lagere levensverwachting: op landelijk vlak gemiddeld 75,42 jaar. Ook voor mannen is de verwachte levensduur in Vlaanderen het hoogst: 76,44 jaar (1,4 procent boven het landelijk gemiddelde). In Brussel bedraagt de gemiddelde levensverwachting van mannen 75,34 jaar (0,1 procent onder het landelijk gemiddelde) en in Wallonië 73,61 jaar (2,4 procent onder het landelijk gemiddelde). Bij mannen zijn de verschillen in levensverwachting tussen de gewesten groter dan bij vrouwen.
Mannen lopen in op vrouwen
Dat vrouwen een hogere levensverwachting hebben dan mannen, is natuurlijk geen nieuw gegeven. Ooit is de kloof trouwens een stuk kleiner geweest. Tot ergens in de jaren 80 is het verschil groter geworden, maar sindsdien is het elk jaar wat afgenomen. Demografen uit Nederland, Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk, Noorwegen, Zweden, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk kwamen tot dezelfde vaststelling: mannen zijn hun “achterstand” op vrouwen aan het inhalen. Meestal wordt verondersteld dat dit komt doordat de verschillen in levensstijl en in risicogedrag (verkeer, roken, voeding, alcohol, medische controles, blootstelling aan zon) aan het afnemen zijn, maar harde bewijzen voor deze hypothese ontbreken voorlopig nog.
De kloof is ook nog lang niet gedicht; in 2001 mochten Belgische vrouwen nog steeds hopen om 6,25 jaar langer te leven dan mannen. Het verschil in levensverwachting tussen de twee geslachten is in Wallonië (7,05 jaar) beduidend groter dan in Brussel (6,02 jaar) en in Vlaanderen (5,86 jaar).
De levensverwachting is tussen 2000 en 2001 sterker toegenomen bij mannen (plus 0,34 jaar) dan bij vrouwen (plus 0,25 jaar). Tussen 1999 en 2000 steeg de levensverwachting van mannen nog met 0,21 jaar en die van vrouwen met 0,04 jaar. De levensverwachting bij vrouwen is zelfs - voor het tweede jaar op rij - heel licht gedaald in Brussel (min 0,03 jaar). Vorig jaar was er niet alleen een lichte afname in het hoofdstedelijk gewest, maar ook in Wallonië. In Vlaanderen gaat het aantal verwachte levensjaren er, alle verhoudingen in acht genomen, vrij fors op vooruit: plus 0,43 jaar bij mannen en plus 0,37 jaar bij vrouwen.
Hoogste levensverwachting in Vlaams-Brabant
De levensverwachting werd eveneens berekend op het niveau van de provincies, maar dan - omwille van de betrouwbaarheid van de gegevens - voor periodes van drie jaar (periode 1999 tot 2001). Uit deze berekeningen blijkt dat Vlaams-Brabantse mannen en vrouwen de hoogste levensverwachting hebben. In de Vlaamse provincies wordt men over het algemeen ouder dan in de Waalse provincies. Alleen Waals-Brabant is een uitzondering; de levensverwachting daar ligt meer in de buurt van die in de Vlaamse provincies. De levensverwachting in Brussel situeert zich daartussenin.
Uit de cijfers blijkt ook opnieuw dat inwoners van ons land met een vreemde nationaliteit een iets hogere levensverwachting hebben dan Belgen. Het verschil bedraagt telkens ongeveer een half jaar: 0,52 jaar bij mannen en 0,50 jaar bij vrouwen.
De gevaarlijke kaap van 40
In de sterftetafels van 2001 vallen de meeste overlijdens op de leeftijd van 81 jaar bij mannen en op de leeftijd van 89 jaar bij vrouwen. In Vlaanderen wordt dat hoogste stervenstal bereikt op respectievelijk 84 jaar (mannen) en 89 jaar (vrouwen), in Wallonië op 81 jaar (mannen) en 89 jaar (vrouwen) en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest piekt het aantal overlijdens op de leeftijd van 84 jaar (mannen) en 88 jaar (vrouwen). Opvallend is de stijging met een derde (plus 33,5 procent) van de sterftekans van mannen van 41, vergeleken met die van mannen die een jaar jonger zijn. Ook in het jaar 2000 werd een dergelijke ruk naar boven vastgesteld; toen ging het om een toename van de sterftekans met 41,7 procent.
Ook bij vrouwen is er een soortgelijke stijging, zij het dat ze - toch in 2001 - iets vroeger komt. Vrouwen die er 40 zijn, zien hun sterftekans met 43,6 procent stijgen ten opzichte van vrouwen van 39. In de sterftetafels van 2000 was er voor 40-jarige vrouwen geen bruuske opstoot, wel voor 41-jarige (plotselinge stijging van de sterftekans met 22,9 procent).
De recentste gegevens over de doodsoorzaken tonen rond die leeftijd een drastische stijging van de twee belangrijkste oorzaken: kanker en hart- en vaatziekten. Misschien is dit het moment waarop ongezonde levensgewoonten hun tol beginnen te eisen?