Waar vandaan: Actueel >
Actueel - Natuur ontplooit zich volledig
| Archief |
Na de paasdagen kregen we te maken met de vierde relatief warme periode sinds 1 februari. Dit leidde opnieuw tot een versnelling in de ontwikkeling in de planten- en dierenwereld. We kunnen er op rekenen dat de natuur zich deze week volledig zal ontplooien zodat de ontwikkelingen hierna minder opvallend zullen zijn.
Als bij toverslag hebben de ontelbare knoppen van Paardebloemen zich na Pasen geopend. Overal siert het geel nu de bermen. Dat is ongeveer even vroeg als vorig jaar toen het Paardebloemen geel vanaf 16 april was te bewonderen. De Paardebloemen concurreren met het geel van het Koolzaad dat ook overal tot bloei is gekomen. De Pinksterbloemen bloeien eveneens volop, die zijn er wel wat eerder dan vorig jaar bij. Het Fluitenkruid zal de komende dagen volop tot bloei komen, ruim een week eerder dan vorig jaar. De laatste Kastanjebomen hebben zich in blad gehuld en de Noorse Esdoorns kwamen tot volle bloei. Wilgen en Berken zitten vol met bloeiende katjes, de meeste pollen in de lucht zijn van deze bomen. Maar ook de eerste grassen kwamen tot bloei zoals de Vossenstaart (Alopecurus), ook een week eerder dan de in de lente van het vorige jaar. De Krentenbomen staan er nu prachtig bij, terwijl de Wilde Kers nog steeds zijn bloemen draagt. De tulpen zijn nu ook in volle bloei gekomen.
Wat kunnen we in de komende dagen nog meer verwachten? In tuinen de bloei van de Paarse Sering, de Japanse of Oosterse Kers (Prunus Serrulata Kanzan) en de Zuilprunus (Prunus Serrulata Amanagana). In de natuur de bloei van het Look zonder Look, de Stinkende Gouwe en de Scherpe Boterbloem. Esdoorns en Berken komen in blad en de bloei van Eiken en Essen zal beginnen. Het eerste blad aan Beuken zal niet lang op zich laten wachten. Ook de Populieren zullen spoedig uitlopen
Lente tegenwoordig eerder
De zachte winters van de laatste jaren hebben hun uitwerking op het groeiseizoen. De bladontplooiing of bloei van bomen en planten in het voorjaar is sinds 1988 aanmerkelijk vervroegd. Uit onderzoek in ons land blijkt dat bijvoorbeeld dat de paardebloem in de jaren negentig gemiddeld rond 15 maart tot bloei kwam. Dat is een maand eerder dan in het tijdvak 1975-1988. Klein Hoefblad (bloei tegenwoordig rond 26 februari) en speenkruid (bloei nu rond 2 maart) kwamen gemiddeld bijna vier weken eerder in bloei.
Duitse onderzoekers, die gebruik maken van een netwerk van tuinen in verschillende Europese landen komen tot vergelijkbare resultaten. Deze tuinen, waarvan er een te vinden is bij de Wageningen Universiteit, zijn speciaal ingericht voor onderzoek van de invloed van klimaatveranderingen op bomen en planten.
In de jaren 1943-1968 werden dergelijke waarnemingen verricht door het KNMI in De Bilt. Daarvoor was een beroep gedaan op tal van vrijwilligers. Uit dat onderzoek bleek dat de hoeveelheid warmte vanaf 1 februari, de warmtesom, maatgevend is voor het moment van het tot bloei komen en ontplooiing van het blad. Op basis hiervan konden indertijd ook voorspellingen worden gedaan. De winters zijn nu echter zó zacht, dat de ontwikkelingen in de natuur vanaf 1988 vaak al in januari beginnen. De warmtesom zou tegenwoordig beter vanaf 1 januari bepaald kunnen worden. De behoefte aan warmte verschilt sterk: hazelaars hebben soms begin januari al voldoende warmte gehad om tot bloei te komen, terwijl acacia's pas in juni zover zijn.
Eerder in de 20e eeuw zijn in de omgeving van Wageningen waarnemingen gedaan door de Nederlandse Phaenologische Vereniging. Uit gegevens van die periode blijkt dat de bloeitijd varieert met de temperatuur. In de jaren vijftig en begin zestig was sprake van een steeds vroeger beginnend bloeiseizoen, daarna begon het seizoen weer later. In 1988, 1989 en 1990, toen de winters extreem zacht waren, stond alles veel eerder in bloei. Sindsdien lagen de data steeds heel vroeg met uitzondering van 1996, toen de winter en ook de maand maart koud was. Vroege bloei kan leiden tot meer nachtvorstschade en kan ook de gevoelige periode voor hooikoortspatiënten verlengen.
door Baltus Zwart, oud-medewerker KNMI*