Waar vandaan: Actueel >
Actueel - De kosten van uw zichtrekening: hebt u er nog zicht op?
| Archief |
Toen Fortis Bank eind vorig jaar aankondigde € 0,06 af te houden telkens wanneer een cliënt met een klassieke zichtrekening geld afhaalt aan een automaat (BC/MC of via selfbanking), leidde dat tot heel wat heisa in de pers. Maar de studie die Test-Aankoop in het jongste nummer van Budget & Recht publiceert, toont duidelijk aan dat die beslissing in feite het enige gemediatiseerde element was van wat een algemene trend is tot verhoging van de kosten op de zichtrekeningen. En anders dan vroeger wordt het elektronisch bankieren altijd maar duurder.
Het gebruik van de zichtrekening is niet gratis
De kosten verschillen volgens het soort van zichtrekening. Grosso modo kan men
twee groepen onderscheiden: de klassieke zichtrekeningen en de forfaitrekeningen.
Bij een klassieke zichtrekening hanteert de bank in de regel een basisbedrag,
goed voor een beperkt aantal verrichtingen. Elke bijkomende verrichting (kaart,
briefwisseling enz.) wordt apart in rekening gebracht. Op die manier betaalt
de cliënt alleen voor de diensten en verrichtingen waar hij effectief gebruik
van maakt. Anderzijds weet hij dan vooraf niet hoeveel zijn zichtrekening hem
op jaarbasis in totaal zal kosten.
Bij een forfaitrekening betaalt de cliënt een vast bedrag (per maand, om
de drie maanden of per jaar): dat vormt de kostenvergoeding voor het beheer
en voor het gebruik van specifieke diensten en verrichtingen. In principe zou
het aantal verrichtingen in dat geval dus nooit een probleem mogen vormen. Wel
verschilt het soort van diensten en verrichtingen dat daarmee gedekt is, en
dat niet alleen van bank tot bank, maar zelfs binnen dezelfde instelling als
er méér dan één formule bestaat voor de forfaitrekening.
Om te vergelijken: ken uw profiel
Zelfs voor wie alle tarieven van de zichtrekeningen kent, blijft het zeer moeilijk
om de kosten op jaarbasis te vergelijken, omdat de spelregels zo verschillen
van bank tot bank en omdat veel afhangt van het gebruik dat men van de diverse
diensten maakt (het aantal diensten dat men laat activeren en het soort verrichtingen
dat men uitvoert).
Om dat te illustreren tekende het team van Budget & Recht het profiel uit
van drie typeconsumenten en maakte voor hen de berekening.
De "bescheiden gebruiker" is een cliënt die slechts een beperkt aantal verrichtingen doet, de voorkeur geeft aan de klassieke bankdiensten (papieren overschrijvingen, geldafhalingen aan het loket). De "actieve gebruiker" van zijn kant voert heel wat meer verrichtingen uit en maakt daarbij gebruik van zowel klassieke als electronische diensten en verrichtingen. De "elektronische gebruiker" ten slotte heeft bepaalde klassieke bankdiensten volledig afgezworen (papieren overschrijvingen, geldafhalingen aan het loket) en doet alles elektronisch met zijn BC/MC-kaart, zijn kredietkaart en zijn pc. Welnu, in vergelijking met de studie die Test-Aankoop twee jaar geleden uitvoerde, blijken de kosten bijna overal te zijn gestegen.
Overal duur !
Argenta is nog altijd de goedkoopste bank voor de drie profielen. Test-Aankoop
roept ze uit tot zijn Beste Koop, ook al is het dienstenpakket bij die bank
evenals het aantal agentschappen veeleer beperkt.
De aankondiging van ING om heel wat agentschappen te schrappen, geeft een andere
trend aan: de cliënten worden verplicht om meer zelf te doen, maar dan
zonder dat ze er financieel voordeel uit halen, want ook electronisch bankieren
wordt steeds duurder.
De Bank van de Post doet haar imago van bank voor de kleinverdieners alsmaar
minder eer aan, zo stelt Test-Aankoop. Met de nieuwe hogere tarieven blijkt
ze immers voor (het profiel van) de bescheiden gebruikers zelfs de duurste te
zijn van de acht onderzochte banken!
Veranderen van zichtrekening is niet bemoedigend
Bij een verhoging van de kosten heeft de consument in principe het recht om
naar de concurrentie over te lopen. Maar zelfs als hij zijn weg vindt in het
tarievenlabyrint en weet welke bankinstelling voor hem de voordeligste formule
van zichtrekening biedt, is er nog een hinderpaal. Van rekening veranderen betekent
immers van nummer veranderen, iets wat men moet laten weten aan al wie geld
op de rekening stortte en waarmee men rekening moet houden voor de bestendige
opdrachten en domiciliëringen. Dat remt het overlopen naar de concurrentie
af. Daarom pleit Test-Aankoop voor een systeem van nummeroverdraagbaarheid:
dan kan de consument zijn nummer behouden, ongeacht de bank waar hij zijn zichtrekening
heeft. In afwachting zouden de oude en de nieuwe bank de "verhuisformaliteiten"
voor hun rekening moeten nemen wanneer de consument van bank verandert (aanpassing
van domiciliëringen en bestendige opdrachten…).
Daarnaast laakt Test-Aankoop het feit dat soms afsluitingskosten in rekening
worden gebracht wanneer een consument beslist zijn rekening af te sluiten precies
omdat de bank de kosten heeft opgetrokken. Zo ook vindt ze het niet kunnen dat
wanneer een consument een zichtrekening heeft geopend bij een bank speciaal
met de bedoeling om voor een ander product een voordeel te genieten (bv. een
lagere intrestvoet voor een hypotheeklening), hij dat voordeel kan verliezen
op het ogenblik dat hij de rekening in kwestie afsluit.