Waar vandaan: Actueel >

Actueel - Ongevallenstatistieken 2002: sterke daling aantal doden.

Archief

Uit de gedeeltelijke verkeersongevallenstatistieken voor 2002 die het NIS heeft vrijgegeven, blijkt dat er in dat jaar 1.315 verkeersdoden vielen. De cijfers betreffende het aantal gewonden zijn nog niet beschikbaar. Ten opzichte van 2001 (1.486) neemt het aantal doden af met 12%, de tweede sterkste daling van de jongste 25 jaar. Het betreft het laagste dodencijfer dat ooit werd geregistreerd sinds het einde van de jaren ‘50.

Minister van Mobiliteit en Sociale Economie Bert Anciaux en het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid zijn tevreden over deze goede resultaten. Vermoedelijk bestaat er een verband met de grote belangstelling die de verkeersveiligheid in de loop van 2002 te beurt viel, zowel in het beleid, in de media als in de publieke opinie.

2002 was het jaar waarin de toenmalige federale regering de ambitieuze doelstelling onderschreef om het aantal verkeersdoden in ons land tegen 2010 te halveren. Dit gebeurde in het kader van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid, een grote consultatieronde van alle actoren en betrokken partijen inzake de verkeersproblematiek. Concreet zouden er tegen 2010 jaarlijks nog hoogstens 750 doden in het verkeer mogen vallen, tegenover 1500 in de jaren 1998-2000. Deze doelstelling is in overeenstemming met de streefcijfers van de Europese Commissie en het Mobiliteitsplan Vlaanderen, en is een duidelijk signaal naar de burger dat de onveiligheid in het verkeer als een prioritair probleem wordt beschouwd.

Aansluitend op de doelstellingen van de Staten-Generaal kreeg de Federale Politie datzelfde jaar de opdracht om een actieplan rond verkeersveiligheid te ontwerpen en uit te voeren. Sinds oktober 2002 werden de verkeerscontroles op het autosnelwegennet met tien procent versterkt. Snelheid kreeg de hoogste prioriteit. De lokale politiezones kregen de opdracht om verkeersveiligheid te integreren in het lokale veiligheidsbeleid. In 171 van de 196 lokale politiezones werd in 2002 de aanpak van de verkeersveiligheid als een prioriteit beschouwd in de zonale veiligheidsplannen.

De veralgemening van de installatie van onbemande camera’s in Vlaanderen deed de pakkans verder toenemen.

Zoals aanbevolen door de Staten-Generaal, werden de verscherpte controles gecombineerd met sensibilisatieboodschappen. Zo werd in 2002 begonnen met een geïntegreerde strategie om het te positieve imago van snelheid te breken en op termijn te komen tot een grotere sociale afkeuring van overdreven en onaangepaste snelheid, en werd het aantal alcoholcontroles tijdens de Bob-eindejaarscampagne meer dan verdubbeld in vergelijking met 2001.

De aandacht die gewesten en gemeenten hebben besteed aan mobiliteitsplannen en mobiliteitsconvenanten heeft de positie van de zwakke weggebruikers verbeterd, en heeft de positieve resultaten voor deze groep mee beïnvloed. De betere naleving van de snelheidslimieten binnen de bebouwde kom heeft hier eveneens toe bijgedragen.

Dit alles mag ons echter de minder positieve aspecten niet uit het oog laten verliezen. In schril contrast met de sterke daling van het aantal verkeersdoden bij voetgangers (-20%) en fietsers (-10%), is er een aanzienlijke stijging van het aantal doden bij motorrijders (+8%) en bromfietsers (+8%) vergeleken bij de toestand van 2001. Deze evolutie is zorgwekkend en dient van naderbij te worden bestudeerd. De Federale Commissie Verkeersveiligheid zal actie ondernemen om de verslechterde veiligheid van motorrijders en bromfietsers te verbeteren.

Ook de precisie van de ongevallengegevens en de snelheid waarmee ze beschikbaar zijn, vormen nog steeds een probleem, al is het aantal verkeersongevallen met dodelijke afloop waarvoor het NIS geen respons ontving van de politiediensten op twee jaar tijd wel gedaald van 142 naar 50. De onderschatting van het dodental is met andere woorden aanzienlijk verminderd, hetgeen betekent dat de werkelijke daling van het aantal verkeersdoden groter is dan de officiële cijfers aantonen.

De positie van België tegenover de andere EU-lidstaten is echter nog verre van ideaal. Met 12,8 doden per 100.000 inwoners zijn we ten opzichte van 2001 (14,5) wel een aantal plaatsen vooruitgegaan in de Europese ranglijst, maar we zitten toch nog steeds bij de groep van minder goed presterende landen en we blijven alleszins boven het Europese gemiddelde (10,3).

Conclusie

De aanzienlijke daling van het aantal verkeersdoden in 2002 is verheugend, al moeten we ons realiseren dat we nog bijkomende inspanningen moeten leveren om de doelstellingen van de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid te bereiken. Hoewel voorzichtigheid steeds geboden is, geven deze cijfers toch aan dat ons land zich op de goede weg bevindt en dat de eerste maatregelen hun vruchten beginnen af te werpen.

De vooruitgang is slechts een eerste stap op de lange weg die we nog moeten afleggen om aansluiting te vinden bij de beter presterende landen in Europa, en mag geen signaal zijn om het wat “kalmer aan” te gaan doen op het vlak van verkeersveiligheid.

Snel beschikken over betrouwbare ongevallencijfers is een vereiste om een efficiënt verkeersveiligheidsbeleid te kunnen voeren. Naar verwachting zullen ook de cijfers van 2003 laattijdig beschikbaar zijn. De nodige maatregelen zijn echter genomen om deze situatie vanaf 2005 te verbeteren, onder meer door een automatische registratie van de ongevallengegevens.

 

 

rss