
Het eerste studiejaar.
Broekventjes als we waren belandden we in de grote school, veel verschil met de kakschool was er niet, juist onze zwarte voorschoot was veranderd in een grijze ”cache pousiere”.
We bleven de kleintjes die verloren liepen tussen de groten. Onze klompen waren wel een maatje groter geworden onze korte broek met gebreide kousen bleef hetzelfde, in de winter droegen lange kousen die opgehouden werden met een kousenband.
Na enkele valpartijen waren de knieën gans overstopt en na de derde of vierde stoplaag
maakte moeder er kniekousen van., eigenlijk droegen gewone wollen kousen gemaakt van schapenwol, ergens in de buurt was er toch wel iemand die kon spinnen , deze wol werd dan geverfd met aftreksel van notenbolsters, zo’n vaal bruine kleur.
Van versterking met nylon of andere vezel was er geen sprake en na de zoveelste keer gestopt te zijn werden de goede stukken afgetrokken om opnieuw verwerkt te worden.
Veel van die mannekes liepen echt verloren en stonden ergens in een hoekje te wenen, ik had meer geluk, ik had twee oudere broers om mij te beschermen.
De meesters ja, die zagen er zó schrikwekkend uit met hunne “moustache” en, neen , vriendelijk waren ze niet zodat met de eerste speeltijd bijna iedereen al wenen naar buiten kwam, wat men niet moet doormaken eer we groot zijn .
Ja, na enkele weken konden we toch de eerste woordjes lezen en schrijven.
Als schoolmateriaal kregen we onze leesboek, een stenen lei met houten boord en een griffel.
Ennnnnnnn, een lat van de algemene spaar- en lijfrentkas met als opschrift;
Doe zoals de bij, doe zoals de mier. SPAAR !!
En dat sparen ja dat deden we, iedere maandag morgen kwamen we, ieder op toer onze cent aan de meester geven die het dan netjes op onze spaarboek inschreef.
Dat het geen grote bedragen waren kunt ge wel op de foto zien..
niet wat ge zegt telt maar hoe ge het zegt.