GOEIE MIDDAG IEDEREEN....
Zoals beloofd, hier ben ik met een vervolg op vorig verhaal.
Een verhaal is het eigenlijk niet, want 't is ècht gebeurd. 't Staat in mijn geheugen gegrift en zal er waarschijnlijk nooit meer uit gaan.
Ik was dus gebleven ongeveer op het moment dat m'n vader meegenomen werd door de Gestapo.
Uiteraard was mama in alle staten - ze wist niet wat doen. Ik wàs al ondergebracht en voor m'n zusje zal ze ook wel iets geregeld hebben. Wàt weet ik niet...
In ieder geval - later hoorde ik vertellen dat mama verschillende keren naar de Begijnenstraat is geweest met kleding en voedsel. Dat werd wel aangenomen maar ze kreeg vader niet meer te zien. Kon ook niet, want later hebben we vernomen dat hij al weggevoerd was naar Halle. Dat schreef hij in z'n dagboek.
Ze zijn met een trein (die oude treinen nog) dus naar Halle gevoerd. Vader heeft op een gegeven momen op een bruin papier z'n naam, adres èn een telefoonnummer geschreven (ja, er wàs toen al telefoon) en hij heeft dat onooglijk stukje papier door de reten van de houten vloer gestoken.
Iemand uit Kapellen of omstreken heeft dat papiertje gevonden russen de spoorrails..... gelukkig was het iemand van "de goede kant". Op de één of andere manier is dat papier in handen van mama gekomen en ze is beginnen zoeken, vragen, informeren..... maar zonder resultaat. Ze is gaan aankloppen bij de spoorwegen en bij nog verschillende instanties maar niemand kon haar helpen.
Ik was ondertussen op de buiten waar ik een héérlijke jeugd had.
Eerst was 't nog vakantie - ik speelde in de wei tussen 't graan, 'k mocht helpen bij de koeien en de varkens, eieren rapen, 'k mocht mee het linnen op de "bleek" leggen, 'k mocht helpen op 't veld. Mijn "werk" bestond uit dit : er was een paard met daarachter een eg die de grond omwoelde. Ik moest naast die eg lopen waaraan een lange stok bevestigd was. Die stok moest ik zo laag mogelijk duwen om de grond zo goed mogelijk gelijk te krijgen. 't Was best zwaar werk voor zo'n klein ding, maar 'k deed het met volle overgave. Tot op een keer mama er op uit kwam, en 't was gedaan, ze vond dat véél te zwaar voor zo'n kind en dat was ook eigenlijk wel zo. Regelmatig werd ik op het paard gezwierd....m'n korte beentjes zo ver mogelijk uiteen op die brede paardenrug ('t was een trekpaard) - ik voelde me een prinses en genoot met volle teugen. Maar er was genoeg te doen op de boerderij : aardappelen rapen, de grote bij de grote en de kleintjes bij de kleintjes. 's Avonds werd het loof in brand gestoken en daarin werden de allerkleinste patatjes gaar gemaakt - patatten in de pel. En lekker dat het was. Tussendoor mocht er ook gespeeld worden, dat was dan jacht maken op veldmuisjes, kikkers vangen,slootje springen, stro rapen tussen de graanstoppels, er mocht zo weinig mogelijk verloren gaan, bloemen plukken en die klaprozen, margrieten, korenbloemen in een glazen bokaal zetten bij het grotteke dat bij het boerenhuisje hoorde. Nonkel had het zelf gebouwd van stenen op elkaar gemetseld. Het was begroeid met mos en léék zo echt : een devote Maria in een nis, een Bernadetje op haar knietjes er voor en een klein bankse waarop je kon zitten.Ik had daar de tijd van m'n leven....van oorlog zag of hoorde je niet veel.....tòch heb ik een paar herinneringen hoor. Daarover later wel. Ik moest daar naar school gaan en was de bezienswaardigheid van 't dorpsschooltje... .....ik had schoenen aan en had een boekentasje.....ik moest maar zingen en gedichtjes opzeggen en vertellen over hoe het in de stad was....
Maar, 'k heb de oren van mijn tante haar hoofd gezeurd om òòk klompjes te krijgen, mooi beschilderd met bloemekes, en een boekentas zoals de andere kinderen hadden : een stuk grof linnen, genaaid tot een boekentas en met kleurige kruisjessteek versierd.
Ik was er zo gelukkig mee en voelde me al veel beter thuis tussen de dorpskinderen.
Op een keer was ik in het huisje van mijn grootmoeder, daar niet zo ver vanaf. Ik mocht er alleen naartoe gaan tussen de velden. Ik volgde het kleine weggetje tussen de karresporen, langs beide kanten stond het gras twee kontjes hoog....De zwaluwen vlogen hòòg boven mij, je hoorde enkel de wind ruisen tussen de bomen en de vogels fluiten....ik kon zo genieten van die wandelingskes en voelde me al een hele meid, alhoewel ik nog mar een jaar of acht was toen.
Goed, ik was dus in het huisje van grootmoeder. 't Was maar piepklein, een leefkamer beneden, met daarnaast een slaapkamer. Er was ook een opkamertje. Of er boven kamertjes waren; - dat zal wel, maar 'k ben er denkelijk nooit geweest. Naast de leefkamer was de koeienstal en een mini-keukentje met een pomp die je met de hand moest bedienen, een kastje dat als aanrecht diende, een tafeltje en twee stoelen. en een paar mooie , blauwe schotels in een schab.
In de leefkamer stond een oude kast met een paar foto's op, een grote tafel met verschillende stoelen, een rieten zetel èn de onvergetelijke leuvense stoof. Zo gezellig dat het was. maar 't was zomer en die brandde toen niet.
Aan de muur : een kruisbeeld boven de stoof, een paar prenten van "god ziet mij" en zo....een wijwatervatje met een takje .....allemaal even sober en simpel.
De vloer bestond uit rode bakstenen, die héél regelmatig een sopje kregen...
De stenen liepen door langs buiten en op zondag werd er wit zand op gestrooid in kunstige tekeningen. Ik had er altijd bewondering voor.
Er was wel wat volk in huis, groot en klein grut....we hadden net wat gespeeld buiten en kwamen wat drinken van de pomp. De hond die buiten aan de ketting lag blafte luid, maar opeens viel hij stil. Er was een héél zwaar geronk te horen dat alsmaar dichterbij kwam.....Héél laag over het huisje scheerde een vliegtuig, klaar om neer te storten. Iedereen, ook ik, liep in paniek door elkaar, binnen, buiten, binnen. 't Was vreselijk om te horen.
Ik weet dat ik met m'n handen boven m'n hoofd liep van de éne kamer naar de andere, niet wetende wààr het vliegtuig zou vallen. Dat had natuurlijk geen belang...want àls het had moeten vallen daar, waren we er allemaal in gebleven. Maar 't vliegtuig bromde en scheerde wat verder om daar met een luide knal neer te storten. Een grote steekvlam, een huizenhoge stofwollk en daarna stilte, totale stilte....
Wat was er gebeurd ? Die dagen werd verteld dat het een verdwaald duits vliegtuig was dat geraakt was. Er werd verteld dat het een duitse piloot was die, zo veronderstelde men, die paar huisjes daar gezien had en z'n uiterste best gedaan had om die te ontwijken. Héél veel jaren later ben ik te weten gekomen dat het een engelse of canadese piloot geweest was.
Dàgen later, als het meeste opgeruimd was, mochten we gaan kijken.....het was een enorme, diepe krater waarin je nog de sporen van de brand zag, nog enkele brokstukken van het vliegtuig lagen er ook..... 't was juist nààst het weggetje langswaar ik naar m'n grootmoeder had gewandeld. Ik denk niet dat ik toen besefte aan welk onheil ik ontkomen was.
Na de oorlog is daar een klein standbeeld opgericht voor die dappere piloot.....nu is daar een containerpark, de vooruitgan noemt dat.....er wordt toch zo vlug vergeten.
Enkele dagen later kwam mama - ze had via, via horen vertellen wat er in Herselt was gebeurd en sloot me dankbaar in de armen. Maar wat zàg ze er uit.... diepliggende, rode ogen, vermagerd en ze deed niks dan vertellen aan haar familileden van haar hopeloze zoektocht....
Tot hier dit deel..... wordt vervolgd als de iteresse blijft.
Elske
WE LEVEN ALLEMAAL ONDER DEZELFDE HEMEL MAAR WE HEBBEN NIET ALLEMAAL DEZELFDE HORIZON (K. Adenoauer)