de tijd van toen 70+ /TE BEWAREN

Hier mag je praten, grappen maken, vertellen over alles.
Een humorist is iemand wiens vrolijkheid van zijn hart naar zijn hersenen is verhuisd. (Otto Weis - 1847)

jeronimo
Lid geworden op: 23 jan 2005, 22:18
Locatie: pajottenland

18 sep 2011, 19:17

Ja Sylvain, lezers genoeg,reeds 109.980 op onze 2e topic
Op onze 1e topic staan veel verhalen over het leven toen.
Het moeten daarom niet altijd oorlogsverhalen zijn, gewone
verhalen zoals je ze verteld zijn hier zeker ook op hun plaats.
niet wat ge zegt telt maar hoe ge het zegt.

Alterego1
Lid geworden op: 20 jan 2006, 14:05
Locatie: Antwerpen

19 sep 2011, 01:22

Een novelle...,er was eens...

Ten jare duizend driehonderd en acht woonde er in het Vrijherenbos het
gezinnetje van Rapperke de Rapper,een oud-strijder uit de Guldensporenslag,
met zijn flink uit de kluiten gewassen vrouwtje Liselotte Rapperin,en hun
bekoorlijk bevallige achttienjarige dochter Godelieve Rapperin.
Het was in die tijd gebruikelijk dat meisjes de achternaam van hun moeder
meekregen,en jongens die van hun vader.
Het Vrijherenbos,een uitgestrekt ongerept natuurgebied tussen Gent en
Brugge,behoorde toe aan graaf Marnix d'Aldergronde-de Gruythuyzen,
een op z'n vijftigste nog ongehuwde telg uit het adellijke geslacht der Graven
van Vlaanderen.
Zijn peetoom,Gwijde van Dampierre,van wie hij veel leerde,had hem in zijn
testament bedacht met een ontzaglijk fortuin aan sieraden,landerijen,
kastelen en daartoe behorende woningen voor het gewone volk.
Zo betrok het gezin,de Rapper-Rapperin,in dat Vrijherenbos,ietwat
verscholen tussen het bronsgroen eikenhout,al jarenlang een schamel
bouwvallig boswachtershuisje in huur van
graaf Marnix d'Aldergronde-de Gruythuyzen.
Ze leefden er doorgaans een rustig onopvallend bestaan,voorzagen in hun
levensonderhoud door jacht en visvangst,verwarmden zich des winters aan
't sprokkelhout,en verdienden een centje bij met het vlechten van wissen
manden,die ze tesamen met eieren,wild en gevogelte op de markten in het
omliggende verkochten.Dat wild en gevogelte behoorde eigenlijk de graaf
toe,maar Rapperke nam er als gewiekste stroper,zonder gewetensbezwaar
het zijne van.Hij beschouwde het als een compensatie voor de te hoge huur
die hij graaf Marnix moest betalen,bovenop het vele brandhout dat hij aan
het kasteel diende te leveren.
De rust van hun deugdzaam leventje,in dat vrije wijdse natuurschoon,
werd af en toe wel eens gewild of ongewild verstoord.
'n Enkel bezoek omvatte meestal de rondreizende Franciskaner monnik,
broeder Hermanus Denooker,die terwijl hij hen het woord Gods verkondigde,
zich graag verlustigde,aan het malse lekkers en de rijpe vruchten,die Liselotte
en Godelieve hem bereidwillig voorschotelden.
Dat broeder Denooker zich,met alle zintuigen,gretig te goed deed aan de
aangeboden lekkernijen,kon Rapperke nog enigzins apprecieren,'t waren voor
de geestelijke in zijn monnikkenbestaan zelden hoogstaande tijden geweest.
Moeilijker te verteren voor Rapperke,was dat ongenode binnenlopen van
rentmeester Robberecht Robbejanus,die in opdracht van graaf Marnix op
ongeregelde tijden het pachtgeld kwam ophalen,waarbij hij zich soms nogal
opdringerig durfde te gedragen.
Meer dan eens was het al gebeurd dat Robbejanus kwam binnenvallen,
zonder aankloppen,op een ogenblik dat vrouwe Liselotte of dochter
Godelieve nog in hun nachthemdje van Brugse kant rondliepen,hetgeen hen
de blos op de wangen deed komen,waarna ze zich haastig trachtten te
verschuilen achter de brede rug van Rapperke.
Ze beseften dat ze van geluk mochten spreken dat die totnogtoe steeds
thuis was geweest,durfden er amper aan te denken wat zou kunnen gebeuren
mocht Rapperke toevallig ergens buitenhuis vertoeven.
Niet dat ze op gebied van onzedigheid over rentmeester Robberecht
Robbejanus al klachten hadden gehoord,dat niet,maar een mens weet
toch nooit,men hoorde en zag zoveel op radio en teevee.
't Scheen dat de rentmeester een voortreffelijk huwelijk had met zijn
echtgenote Sybille Le Chambreslits,een Francaise die als voormalig
kamenierster hier beland was op het kasteel toen de vader van graaf Marnix
er nog de plak zwaaide.Het gezin Robbejanus-Le Chambreslits genoot
daardoor het voorrecht binnen de kasteelmuren te mogen wonen.
Iets wat hun zoon,de nu twintigjarige Pieter-Jan Robbejanus,door zijn
vrienden kortweg Pallieterejanus genoemd,niet zo erg zinde.
Het kasteel van graaf Marnix was wat men noemt een waterburcht.
Menigmaal had Pallieterejanus,staan sakkeren wanneer hij in de nachtelijke
uurtjes beschonken huiswaarts keerde,en moest vaststellen dat de zware
ophaalbrug nog omhoog stond,waarna hij dan al eens rechtsomkeer durfde
te maken,en verder vertier zocht bij de vrouwtjes van plezier.
Dat laatste was natuurlijk rentmeester Robbejanus ook al wel ter ore gekomen,
wat aanleiding gaf tot geregeld hoogoplopende twisten tussen vader en zoon,
omdat Robbejanus als vertrouweling van de graaf,de goede naam en faam
van de kasteelbewoners in ere wilde houden.
Hij eiste van zijn zoon dat die op een behoorlijk uur,vóór het ophalen van
de brug,thuis zou komen,wat dan rond de klok van elven was.Doch daar
had Pallieterejanus echt geen oren naar,deels ook omdat zijn door de graaf
beloofde aanstelling tot jachtopziener zo lang uitbleef.Gelukkig dat hij van
moeder Sybille af en toe wat geld aangereikt kreeg,'t zou anders maar pover
gesteld geweest zijn met het jeugdige uitgaansleven.Maar vader Robbejanus,
ook niet van gisteren,had zich al meer dan eens de bedenking gemaakt waar
zijn zoon de middelen toch vandaan haalde om in het dorp zulk 'n vertier te
maken.Daar wilde hij wel eens het fijne van weten,al had hij wel enig
vermoeden in een bepaalde richting,het moest van Sybille komen,dat kon
bijna niet anders.Om zekerheid daarover te bekomen zou hij zijn vrouw
eens een tijdje buiten de geldcirculatie houden,door zelf de noodzakelijke
uitgaven voor hun levensonderhoud te bekostigen.Wat vanzelfsprekend
bij Sybille Le Chambrelits niet in goede aarde viel,ze voelde zich aangetast
in haar waardigheid als drijvende kracht binnen het gezin.Diep gekrenkt in
haar eergevoel besloot ze in het tegenoffensief te gaan,de rentmeester
kon voortaan wat haar betrof de pot op,enfin... ze bedoelde dat hij dan
ook maar zelf zijn eigen potje moest koken.Het zou hem wel eens leren
haar zo maar op "droog zaad" te zetten,nog een geluk dat ze steeds wat
achter de hand gehouden had,zodat ze zich nog een tijdje kon behelpen.
Als geboren Francaise,was Sybille gewoon van met de 'Franse slag' door
't leven te gaan,iets wat haar zoon Pallieterejanus klaarblijkelijk bij z'n
geboorte van haar meegekregen had.Ze zag het graag dat die zich met z'n
vrienden kon amuseren,dat hij gelukkig genoot van zijn jonge leven,maar
't deed haar pijn aan het hart nu ze hem geen geld meer kon toestoppen.
De rentmeester kreeg het ook al vlug in de gaten dat zijn aanvankelijk
vermoeden nu bevestigd werd,doordat Pallieterejanus z'n levenswandel
totaal gekeerd was,die leek plots met geen stokken meer buiten te krijgen.
Zelfs geen cinemabezoek meer,was hij al uitgekeken op Brigitte Bardot?
Triomferend om het resultaat dat zijn geniale inval had opgeleverd,kon
Robbejanus het niet laten zijn zoon met diens huidige financieel penibele
situatie nog wat te sarren,door hem te vertellen dat men in 't dorp
rondstrooide dat Pallieterejanus zijn intrede had gedaan bij de orde der
Franciskanen,en als gezel van broeder Denooker nu ergens in den vreemde
rondluierde.Voor Pallieterejanus die al een tijdje om dat gedoe van zijn
vader zat te mokken,was dit de spreekwoordelijke druppel te veel,hij
kustte zijn moeder vaarwel,nam zijn ransel en verliet het ouderlijk huis,
de wijde wereld in,het avontuur tegemoet.Jarenlang kreeg de goegemeente
van hem niets te horen,geen enkel teken van leven mocht ook Sybille van
haar zoon ontvangen,wat sporen van verdriet op haar gelaat achterliet.
Dat ook haar man,de rentmeester,zich zorgen baarde over z'n zoon,
daarvan was ze wel overtuigd,ook al liet hij het niet zo merken,en vond
hij voldoende afleiding in zijn dagelijks werk,toch was ook hij er zeer mee
begaan.Allerlei gedachten spookten daarbij door zijn hoofd,overal waar
hij kwam informeerde hij of men zijn zoon soms nog ergens gezien had.
Misschien hield die zich hier of daar wel ergens verdoken,opgenomen
in een gezin als bijkomende werkkracht,of...zou hij misschien toch voor
een monnikkenbestaan gekozen hebben.Dat laatste zou hem sterk verbazen,
al weet men nooit hoe een dubbeltje rollen kan,voor zover hij zijn zoon
kende,en dat was redelijk goed,was die te sterk bezield met levensvreugde
om als monnik door 't leven te gaan.Zijn vrienden hadden hem daarom
ook niet zomaar met de bijnaam Pallieterejanus bedacht!
De jaren verstreken,we schrijven inmiddels 't jaartal duizend driehonderd
eenentwintig,en 't leven kabbelde in en om 't Vrijherenbos en het kasteel
in gezapig tempo verder.Robbejanus als mens grimmiger dan ooit,en als
rentmeester nog steeds voor velen,waaronder niet in het minst ook voor
Rapperke,de persoon waarvan men liever de hielen dan de tenen zag komen.
Met de jaren had graaf Marnix d'Aldergronde-de Gruythuyzen de huur van
al zijn huizen geindexeerd,terwijl het voor de meeste van zijn huurders een
voortdurende strijd was,om met de schaars verdiende centjes,het gezin
van het levensnoodzakelijke te kunnen blijven voorzien.
Dat was uiteraard ook zo bij het gezin de Rapper-Rapperin,waar ze met
moeite en mondjesmaat de touwtjes amper nog aan elkaar wisten te knopen.
Het bezoek van rentmeester Robbejanus,om de huur te innen,kwam dan
ook steeds zeer ongelegen,in zoverre dat Rapperke al een paar keer gedaan
had alsof hij niet thuis was.Ook nu had hij dat dovemanstrukje toegepast,
voor- en achterdeur stevig op slot,en de ramen geblindeerd met oud
krantenpapier,want de pacht voor Maart moest neergeteld worden.
Maar Robbejanus die het zo stilaan beu werd om door dat sluwe Rapperke
voor schut gezet te worden,wist daar als ervaringsdeskundige wel raad op,
in de zadeltassen van zijn paard zat het tuig dat hij in dergelijke situaties nodig
had,rookbommetjes die nog dateerden uit de tijd van de Guldensporenslag.
En terwijl hij aan voor- en achterdeur van Rapperke's huisje zo'n rokertje
ontstak,riep hij luidkeels door zijn megafoon "Brand,brand,brand...",met
als resultaat dat Rapperke,Liselotte en Godelieve om ter snelst naar buiten
stoven,het gezinshoofd niet goed beseffend wat hem overkwam,als laatste
met de broek op de knieën,hij zat juist op de plee 'n Asterix-strip te lezen.
Ge kunt denken hoe Rapperke in een Franse colére ontstak toen hij ontdekte
dat Robbejanus hem voor de zoveelste keer liggen had.Dat zou hij hem nog
wel eens betaald zetten.Maar nu moest hij eerst alle duiten tot de laatste
centiem bij elkaar gaan zoeken,en 't was dochter Godelieve die met enige
tegenzin haar spaarpot moest ledigen,wilden ze de huur voor Maart kunnen
vereffenen.Ondanks haar dertig jaar,een leeftijd waarop vele meisjes in het
dorp al gehuwd waren,en kinderen hadden,koesterde Godelieve nog steeds
de hoop ooit de ware Jacob te ontmoeten,waardoor ze met het oog op een
uitzet,zoveel ze kon trachtte te sparen.Maar zoals het er nu naar uitzag,zou
ze nooit veel bijeenkrijgen,al was ze ook wel blij dat ze haar ouders eens uit
de nood kon helpen,zodat die niet bij het O.C.M.W. of "Gezinshulp"
hoefden aan te kloppen.Gelukkig voor hen was het bijna Pasen,dit jaar wel
heel vroeg op 23 Maart,en ze wisten dat ze dan op de traditionele jaarmarkt
goede zaken zouden doen,met hetgeen ze te koop aanboden.Terwijl vrouw
en dochter ijverig manden in allerlei maten zaten te vlechten,kwam het er
voor Rapperke op aan zoveel mogelijk wild en gevogelte bij elkaar te krijgen.
Buiten het zetten van een massa stroppen,toog hij in die 'Goede Week' ook
's nachts met lichtbak en geweer op pad.Dat geweer,'n Mauser 8mm,was hem
destijds in de strijd tegen de Franskiljons,op het Groeningherveld daar aan de
Grotebeek,goed dienstig geweest.Nu stond hij er in de nacht mee op 'n open
plek in het Vrijherenbos,'t was druilerig en koud vanwege die Maartse buien,
' t wild liet op zich wachten,kwam niet spelen in het schijnsel van de lichtbak,
tot plots....wat hoorde hij daar achter zich,aan 't geritsel der takken te horen
moest dat grof wild zijn,'n everzwijn misschien.Hij legde aan en schoot,op
goed valle het uit,een hartverscheurende kreet gevolgd door een doffe plof,
waar Rapperke bijna van uit zijn laarzen vloog.De aanhoudende jammerkreten
waren volgens Rapperke van menselijke aard,hij knipte zijn zaklamp aan,waarin
hij juist nieuwe Duracell batterijen had gestoken,en baande zich een weg door
het struikgewas.Was dat nu niet broeder Denooker die daar lag?
Neen toch,hij was het niet,daarvoor was de gestalte veel te rijzig.
Wie kon het dan wel zijn in die haveloze veel te lichte kledij voor dit seizoen?
Een man alleszins,zoveel kende Rapperke nog wel van anatomie.
Verdorie..,als dat Pallieterejanus niet was!Ja toch...,hij was het inderdaad,en
voor zover Rapperke kon zien was hij door die 8 mm kogel uit de Mauser in de
onderbuik getroffen,het bloed gutste er uit.Wreed pech voor Rapperke,amaai
als Robbejanus daarvan te horen kreeg,'t Vrijherenbos zou dan te klein zijn.
't Was al een chance voor Rapperke dat hij zijn E.H.B.O verbandkistje bij zich
had,zodat hij de bloeding kon stelpen.Hij moest zien dat voor het daglicht begon
te gloren,Pallieterejanus hier weg was.Maar waar naartoe?En alleen kon hij dat
niet klaren.Dus nam hij zijn G.S.M en riep vrouw en dochter ter hulp.Met z'n
drieën brachten ze hem naar Rapperke's huis,waar ze hem in de alkoof legden.
Ze overlegden wat hen te doen stond.Ze zouden Pallieterejanus verzorgen
tot hij volledig genezen was,dat was duidelijk,en Godelieve nam de taak van
verpleegster op zich.Alhoewel Rapperke gezien de aard en plaats van de
kogelinslag wel enige schroom bewaarde om dit aan Godelieve toe te
vertrouwen.Doch het alternatief was,dat Liselotte het zou doen,en dat zag
hij nog minder zitten,het gezegde indachtig dat je de kat nooit bij de melk
moet zetten!Zijn dochter was toch al oud genoeg,ze zou er niet van schrikken.
Dagenlang,tot en met Paaszondag,lag Pallieterejanus te ijlen van de koorts,
ook al kreeg hij geregeld een Dafalgan bruistablet,het hielp niet echt,de kogel
had weliswaar geen vitale organen geraakt,doch hij zat nog steeds in het lichaam
vlak tegen het staartbeen,en dat veroorzaakte zelfs bij het liggen helse pijnen.
Op de jaarmarkt in het dorp kreeg Rapperke zijn vriend broeder Denooker in
het vizier,die kwam net van het concilie van Trente,en omdat van geestelijken
gezegd wordt dat ze zwijgplicht hebben,nam Rapperke hem in vertrouwen.
Temeer ook omdat monnikken doorgaans vertrouwd zijn met geneeskrachtige
kruiden en zalfjes,broeder Denooker kon men gerust ook een halve chirurgijn
noemen.Het werd hoog tijd om in te grijpen,want de wonde was flink aan het
etteren en wou niet dichten,ondanks de goede lieflijke zorgen van Godelieve.
Broeder Denooker bekeek het met bedremmelde blik,zuchtte een paar keer,
en zei dat hij in 't bos de benodigde kruiden ging halen.Wat later stond hij er
weer met een tas vol heilzaam geurig specerijgewas,waarmede hij aan het
werk toog,met als resultaat na enkele uren,een galbitter smakende thee,en
een flinke pot smeuïge zalf op basis van kippenvet,waar ze een hele tijd mee
voort konden.Dagelijks driemaal een verband aanbrengen met zalf,evenveel
keer de thee laten drinken,en dan zou Pallieterejanus vlug opknappen.
En die kogel zou er met de tijd wel uitkomen langs een of andere weg.Dat
wist broeder Denooker met stellige wiskundige zekerheid te vertellen.Hij
zou trouwens nu en dan nog wel eens 'n kijkje komen nemen,waarbij het
Rapperke de gedachte ontlokte of hij misschien niet eerder een 'kijkje' op
de vrouwelijke charmes bedoelde.Enfin,een broeder is ook maar 'n mens.
Zes weken later,met Pinksteren om precies te zijn,liep Pallieterejanus alweer
rond,hij hielp Rapperke met allerlei klusjes,en tussen hem en Godelieve was
een mooie idylle ontstaan.Hij vertelde haar van zijn zwerftochten doorheen
Frankrijk,hoe hij er aan de kost kwam,eerst als druivenplukker,nadien veel
geld verdiende door op de beurs te speculeren,en het even later allemaal
vergokte in de casino's,hoe hij op bedevaart was geweest naar Santiago de
Compostella,en hoe hij door struikrovers overvallen werd op z'n terugweg
naar hier.Over het jachtongeval met Rapperke,daarvan was hij overtuigd dat
het zijn eigen fout was,hij ging op de lichtstraal van de lichtbak af zonder te
beseffen hoe gevaarlijk dat kon zijn.Godelieve op haar beurt vertelde hem
ondermeer dat zijn moeder Sybille Le Chambreslits vorig jaar overleden
was,door het grote verdriet,tengevolge het lange wegblijven van haar zoon.
Robbejanus was dus weduwnaar,ondertussen als rentmeester op pensioen
gesteld,hield die zich nog wat onledig met het schrijven van poëzie en proza op
SeniorenNet.Hij had er zich ook al mee verzoend dat hij zijn zoon wel nooit
meer terug zou zien.Niemand in het dorp of op het kasteel wist totnogtoe
iets af van de terugkeer van Pallieterejanus,ook broeder Denooker had het
geheim goed kunnen bewaren,maar nu achtte Godelieve de tijd wel rijp om
er mee naar buiten te komen.Ze zat al lang met trouwplannen in haar hoofd.
Dus zochten ze de dorpspriester en de burgemeester op,om een datum vast
te leggen,en zo kreeg ook graaf Marnix d'Aldergronde-de Gruythuyzen kennis
van het geplande huwelijk.De graaf die al lang ernstig ziek was,en iedere dag
peinsde dat het de laatste zou kunnen zijn,liet Pallieterejanus ontbieden,met
de mededeling dat hij hem iets zeer gewichtigs en delicaat te zeggen had.
"Pieter-Jan" zo begon de graaf "Ik voel dat ik niet lang meer te leven heb,en
nu ik vernam dat gij in 't huwelijk gaat treden,acht ik het nodig u de waarheid
te vertellen".Wat kan dat wel zijn,dacht Pallieterejanus.En de graaf vervolgde
"Destijds,toen uw moeder hier op 't kasteel werkte als kamenierster heb ik een
liefdesrelatie met haar gehad.Toen mijn vader er achter kwam dreigde hij mij
te onterven,omdat hij vond dat uw moeder van te lage stand was".Daar had
Pallieterejanus van zijn moeder nooit een woord over gehoord,ze leek toch
gelukkig te zijn met Robbejanus.Het viel de graaf duidelijk moeilijk verder te
spreken,maar 't lukte hem toch "Ik wist ondertussen al wel dat Sybille zwanger
was,en 'k heb Robbejanus,toen onze beste stalknecht,verzocht om met haar
te willen trouwen,met als belofte dat ik hem de vertrouwensfunctie van
rentmeester zou geven",de graaf liet een diepe zucht,en ging verder "Enkele
maanden later is Sybille bevallen van een jongen,die we Pieter-Jan doopten,
en dat ben jij,mijn zoon".Pallieterejanus dacht dat hij het in Keulen hoorde
donderen,hij kon amper nog een woord uitbrengen,wist ook niet direct hoe
hij daar op reageren moest,stond er zowaar bij te zweten.
Nog was de graaf niet uitgesproken,hij wilde nog meer kwijt "Omdat ik uw
moeder zo lief had,ben ik zelf nadien nooit getrouwd,ik heb dus ook geen
andere kinderen.Graag zou ik willen dat jij en Godelieve hier op het kasteel
trouwen,en er ook komen wonen,ik schenk je daarbij als bruidschat al mijn
bezittingen,jij bent mijn enige erfgenaam".Nu stond Pallieterejanus daar echt
als van de hand Gods geslagen,dat had Robbejanus dus ook al die jaren geweten
en voor hem verzwegen!Mooi was dat!
Alles gebeurde zoals graaf Marnix het graag wou,Pallieterejanus en Godelieve
traden in de echt tijdens een grootse huwelijksplechtigheid,met een feest waar
heel het dorp op uitgenodigd was,ook broeder Denooker natuurlijk,die zorgde
met kennelijk gemak aan het orgel voor de muzikale omlijsting.En terwijl er
gezongen en gedanst werd dat het een lust was,riep de graaf Robbejanus,
Rapperke en Liselotte bij hem in zijn bibliotheek,hij schonk hen elk een vieux
cognac uit,en vertelde hen de reden waarom hij ze apart nam.
"Ik zal beginnen bij Rapperke,dan zal veel duidelijk worden" sprak de graaf,
en na een slok cognac "mijn rentmeester was nooit bij jou welkom,dat begrijp
ik best,je hebt je hele leven veel moeite gehad om telkens het pachtgeld bijeen
te krijgen,dat heeft Robbejanus mij van in 't begin verteld.Dus ik wist er van,
en 'k heb de rentmeester toen bevolen om de helft van dat geld iedere keer op
een spaarrekening van de Post te zetten,op jouw naam,opdat je in je oude dag,
een zorgeloos leventje zou kunnen slijten.Hier is het spaarboekje,er is al heel
wat interest bijgekomen in al die jaren,je kan er over beschikken,geniet er van,
je verdient het".Liselotte barstte in tranen uit,en ook Rapperke wist niet waar
hij het had,hij bekeek Robbejanus nu met 'n heel andere blik,en struikelde over
zijn woorden van dank aan het adres van de graaf.
"Dan heb ik ook nog wat te zeggen tegen mijn trouwe rentmeester Robbejanus"
ging graaf Marnix verder "Om alles wat je gedurende zovele jaren voor mij hebt
gedaan,wil ik je belonen,hier is een beurs met gouden dukaten waarmede ook
jij voor de rest van je leven ruimschoots toekomt,neem ze en draag er zorg voor".
En om dit alles te bezegelen brachten ze een heildronk uit op het jonge paar,dat
nu voortaan het kasteel ging bewonen.
Van toen af zijn Rapperke en Robbejanus de beste vrienden geworden.
Eind goed,al goed!
Epiloog
-Pallieterejanus en Godelieve leefden nog lang en gelukkig op het kasteel,samen
met hun zeven kinderen.Die kogel vormde dus voor niks een belemmering.
-Rapperke en Liselotte namen hun intrek in een serviceflat,voorzien van de meest
moderne snufjes zoals 'n Plasma T.V.,en niet te vergeten,elk een eigen laptop,
want ze wilden niks missen van SeniorenNet.
-Robbejanus ging tussen het schrijven en dichten op SeniorenNet,nogal eens naar
't buurthuis om er een kaartje te leggen,of 'n driebandje op de biljart te spelen.
-Broeder Denooker,tja... die is nu orgelist in de dorpskerk,komt ook nogal eens
op 't kasteel spelen,maar Pallieterejanus denkt dat het meer is om eens goed zijn
buikje te komen vullen.
-Graaf Marnix d'Aldergronde-de Gruythuyzen is op 77 jarige leeftijd overleden.

Alterego
To be or not to be,that's the question
Niemands meester,niemands knecht

jeronimo
Lid geworden op: 23 jan 2005, 22:18
Locatie: pajottenland

19 sep 2011, 23:05

Sorry Alterego, maar ik heb het geduld niet om zo'n epistel te lezen.
niet wat ge zegt telt maar hoe ge het zegt.

Alterego1
Lid geworden op: 20 jan 2006, 14:05
Locatie: Antwerpen

19 sep 2011, 23:49

Jeronimo,

Dat is toch simpel;

dan lees je het niet hé!
To be or not to be,that's the question
Niemands meester,niemands knecht

SDW
Lid geworden op: 24 dec 2004, 11:42
Locatie: ANTWERPEN- BELGIE

20 sep 2011, 07:27

-


Intresant VERHAAL
Wens de LUCHTVAART te bevorderen
om de VREDE en VRIENDSCHAP te ontwikkelen tussen de ganse MENSHEID
zonder onderscheid van RAS,NATIONALITEIT of RELIGIE

Wout
Lid geworden op: 06 jul 2004, 18:06
Locatie: 50,90 N- 5,50 E

20 sep 2011, 15:03

Goed gevonden Alterego. Ze bestaan nog allemaal.....ook broeder de neuker. :lol: :lol:
Het denken mag zich nooit onderwerpen!

klok
Lid geworden op: 18 aug 2010, 14:50
Locatie: kempen

20 sep 2011, 20:33

heb met veel plezier gelezen
amadee

20 sep 2011, 23:24

Goeiedag,

Proficiat Elske voor je beklijvende verhaal.
Ik had al veel eerder moeten schrijven, maar ja, het is er niet van gekomen. Ik heb nochtans nog wel wat in voorraad, maar met het schrijven wil het niet vlotten.

Ik dacht best eens in te pikken over wat hier laatst werd verteld over het begin van de oorlog, het op de vlucht gaan en zo, ik heb het daar al eens over gehad en doe het nog eens over , er zijn hier nogal wat nieuwelingen.

Merksem, 10 mei 1940. De duitsers vielen België en Nederland binnen, en we zouden het geweten hebben, van 's morgens vroeg al. Ik geloof dat het nog maar 6 uur was toen de herrie begon. Ik was 13 jaar, ik herinner me nog vaag iets van een sirene, kanonschoten, onheilspellende boodschappen op de radio, een paniekerig geloop op de straat. Er kwamen paar stuka's met huilende motoren over gevlogen, ze lieten een paar bommen vallen, ik dacht dat het achter in onzen hof was, maar later naar het scheen zou het ergens nabij de brug van het sportpaleis zijn geweest, een kleine kilometer verder. Als vrome godsvrezende jongeling viel ik op mijn knieën voor het mariabeeldje, weesgegroetjes prevelend, smekend om ons te behoeden voor die akelige stuka's. We hebben ze nadien niet meer gezien.

Maar vader ging zoals altijd gewoon naar zijn werk op den Axa (margarine Solo), den John Clauwers en de Jos Verwaest, die achter in de straat woonden kwamen me halen, en we gingen samen naar school. Voor niet lang; want van leren kwam niet veel meer in huis.

Ik moet hier ophouden, want een langere tekst kan ik niet maar aan, een korte ook niet. Bovendien ben ik bang dat ik door een verkeerd maneuver alles naar de vaantjes help.

Tot de volgende keer.

amadee.

---------------------

Als ge met den trein naar Antwerpen komt kunt ge het volgende tegenkomen:http://www.youtube.com/watch?v=7EYAUazL ... re=related

N.B.: Antwerpen ligt vlak nabij Merksem

SDW
Lid geworden op: 24 dec 2004, 11:42
Locatie: ANTWERPEN- BELGIE

21 sep 2011, 04:50

Ik herinner me ook nog die bommen aan het SPORTPALEIS want ik

woonden toen met mijn ouders op een achterhuis aan het

SCHIJNPOORT aan de slachterrij, !!!!!

kk heb dat hier vroger reeds verteld
Wens de LUCHTVAART te bevorderen
om de VREDE en VRIENDSCHAP te ontwikkelen tussen de ganse MENSHEID
zonder onderscheid van RAS,NATIONALITEIT of RELIGIE
amadee

21 sep 2011, 23:03

Goeiedag,

De tiende mei 1940, de eerste dag van de oorlog verliep onder algemene geharrewar.
Waarschijnlijk ging mijn vader de volgende dagen nog wel eens naar den bureau van de Solo, om een en ander propertjes af te sluiten. Hij zat als bediende op de boekhouding. Er zal ook nog wel wat te doen geweest zijn op de fabriek, denk ik. Alles kon toch zomaar niet blijvaanen liggen; misschien, moest alles netjes in orde zijn tegen dat de duitsers kwamen. Naar school hoefden we (voorlopig) niet te gaan.

Van de volgende dagen herinner ik mij weinig. Er was zenuwachtig geloop op de straat, langs de radio kwamen allerlei berichten over de krijgsverichtingen, die waren op zich al wat verwarrend, bemoedigend waren ze zeker niet, er werden duitse valschermspringers gesignaleerd, we kwamen er achter dat de duitsers serieuze vorderingen maakten, hier en daar hadden ze bommen laten vallen, enz. enz., geheime duitse agenten en hun trawanten deden geheime dingen, de babbeltjes deden hun ronde, maar voornamelijk de duitse valschermspringers waren een populair onderwerp in de gesprekken.
-----intermezzo----
Vele jaren later vertelde mijn gebuur - de Charel - dat hij in die dagen soldaat was ergens aan de kust, Oostende of zo. Hij was gekazerneerd in een groot vacantiejuis. Op een keer tegen de avond, het begon te schemeren, hoorde hij buiten iets verdachts, liep met zijn geweer naar buiten, zag langs de gevel een valscherm naar beneden komen, schoot... maar de valscherm bleef hangen.
Het bleek de Belgische vlag te zijn. Het was het enige schot dat hij in de oorlog heeft gelost. Aldus de Charel, patriot, voorzitter van de oudstrijders van Zoersel, heerlijk man, ik heb nog heel wat plezante dingen over hem te vertellen, maar dat gaat over de jaren 70.

Ik zit nog maar aan de tweede dag van de oorlog. En zeggen dat die vijf lange jaren heeft geduurd. Pasjense.

Mijn schrijfsel zal nog wel vol fouten zitten. genade, ik laat ze staan.

Daag. amadee.
---------
Den afsluiter die ik de vorige keer heb bikjgevoegd, was een mislukking? Ik probeer later opnieuw.
amadee

22 sep 2011, 22:45

Goeiedag,

We zitten dus nog heelemaal in 't begin van de oorlog, de eerste week dus.
Ik herinner me dat die duitse valschermspringer een hype was, vijftig jaar voordat dat woord bestond, het stond zelfs nog niet in de Vandaele.
En toen er een peleton nederlandse soldaten over de Bredabaan stapte om langs een omweg de Schelde over te steken en Zeeland te bereiken, toen ontstond er enige deining, want die soldaten staken in een vreemd groen uniform en er waren er die dachten dat dat wel eens vermomde parachutisten konden zijn.

Ik moet hier pauseren, sory, ik doe morgen voort. Tot dan.
-----
amadee

26 sep 2011, 23:57

Goeiedag,

Die eerste dagen dat we in oorlog waren, mei 1940. Eigenlijk wordt het moeilijk ons nog de tijd van toen voor te stellen. We kunnen er over vertellen uren aan een stuk, maar in het echt verschilt het nogal van wie het vertelt. Met het ouder worden komen herinneringen meer en meer toe. Men begint meer en mmer af te vragen, maar hoe was het toen nu weer. En dat verschilt nogal erg met de dag van vandaag. Wij woonden kin Merksem - een beetje te beschouwen als stad - in een breede straat met rijhuizen, 20 of 30 jaar oud of ouder. Het was niet zomaar een straat, het was een lei, een avenue. Ik weet niet of er nog andere streken zijn waar er leien zijn, maar in Antwerpen zijn dat de chiekste straten. In Merksem zijn er veel leien, en die zijn meestal niet veel chieker dan de anderen, maar het heeft wel iets als ge in een lei woont. Iets voor de oorlog werden er zelfs boompjes geplant, acacia's, zo hoort het voor een lei
De straat werd bevolkt door de gemiddelde Merksemnaar, wat vrije beroepen zoals de begrafenisaanemer , de coiffeur, een schoenmaker, een beenhouwer, een kleine kruidenier, de voddenkoopman, en dan gewoopn werkende mensen, geen notabelen zoals dokter of advokaten enz.

Een straat met enige luxe want wij hadden al electriciteit en gas. Lopend water was er niet; de draden van de electriciteit hingnl los tegen de muur, met van die oude draaiknop-schakelaars. Badkamer of centrale verwarming was alleen gekend bij zeer rijke families. Niet iedereen had een radio. wij wel, ge kon er maar enkele posten mee nemen, maar dat was ruimschoots genoeg.

Mijn vader had wel wat aanzien verworven. Als bediende op den Axa - dat is het bedrijf van de Solo-margarine - droeg hij altijd een maatpak, met vest en gilet, een witte boord en das, en een gewone hoed. Dat was nu eenmaal zo. Hij was op de Solo begonnen in 1910 als jongste bediende, met maatpak, boord, das en hoed zoals het hoorde. Er was nog geen confectie, dus een kostuum was uiteraard een maatpak. Als kleine jongen gingen wij overgens naar de school in kostuumen met das, zo was dat nu eenmaal. Wij waren dat gewoon, en hadden er geen last van.

Die witte boorden die mijn vader droeg dat waren "stijve kols" zoals wij dat noemden. Wij spraken nooit van "boord" wel van "kol" De hemden van mijn vader hadden geen boord, de de stijve kol werd er met kolknopjes op bevestigd.
Zelf hebik dat ook nog gedragen bij plechtige gelegenheden. De stijve kol was rap vuil, die moest dus gewassen en gesteven worden, altijd een heel gedoe.

Wij hadden wel een WC zoals nu, maar zonder lopend water, we moestgen zien dat de emmer met water gevuld bleef, en de kranten - de gazet - werd in de gepaste maat gesneden voor nuttig gebruik. Bij ons stond de WC binnen, bij de meeste oude huizen stond die buiten. Dat moest destijds zo.
-----------
Een tussendoortje.
Ergens, hiervoor, is er een bijdrage geweest over de oude wc's met een planken zitting, en met een foto van zo'n wc in luxe uitvoering. Mijn dochter heeft een paar maal in China en Tibet geweest en ze vertelde dat het daar zelfs in hotels die ronde gaten in de vloer heel normaal worden gebruik, maar dan met meerdere in dezelfde plaat, als of niet met bescnot. De gaten liggen op een rij boven dezelfde goot, die van de ene kant naar de andere afhelt, zodat men de resultaten van de andere kan zien passeren; verder details ken ik niet.
Maar zelf heb ik en paar maanden gelogeerd in een klein huisje op een heuveltje gelegen. De wc was een diep gat in de grond; er was een zitting gemaakt van boomstammetjes. Het wc-hok was ook gemaakt van boompjes en takken; drie zijkanten, zonder dak en aan één kant gewoon open. Het was een vredige plek, ver van de beschaving. De open kant lag op een 2 meter van de rand van een diepe vallei. Zittend op de wc had men aldus een prachtig vergezicht op boge bergen.
--------

Hoe het nu verder ging met de oorlog? Dat komt nog wel.
De vrede zij met u.
amedee.
-----------------------

En morgen weeral stralend weer
amadee

27 sep 2011, 12:24

even geduld
amadee

27 sep 2011, 23:13

Goeiedag,

Ik heb zitten prutsen; klungelen om nog eens een foto of een muziekske in te voegen, maar "t zal voor een andere keer zijn.

Ondertussen zitten we al in de vierde of vijfde dag van de oorlog, en het werd er niet rustiger op. Mensen die meenden weg te kunnen vluchten, ergens naar een plaats waar ze meenden veilig te kunnen zijn, bij familie of zo. Men moest natuurlijk een middel hebben van vervoer. Er waren in die tijd nog maar heel weinig auto's, in ons straat had niemand een auto. Onze gebuur ja, Van Kuyck de begrafenisman, die had een corbillard en 2paarden (4 paarden als het heel plechtig moest zijn), maar een begrafenisaannemer mag in deze omstandigheden zijn stek niet verlaten en hij deed dat dus niet.
En achter in de straat was er nog de wagenmaker, die is ook gebleven. Wel gingen heel wat jonge mannen weg, opgeroepen door het leger of voor de veiligheid doken ze onder.
Er reden vrachtwagensmet franse soldaten op de Bredabaan richting Nederland, en er stapten Nederlanders op de baan richting Frankrijk, er werd voor allerlei kwalijke duitse dingen gewaarschuwd, valchermspringers leken overal op te duiken, spionnen slopen rond, valse meldingen weren verspreid en duitse vliegtuigen konden van alles naar beneden gooien dat niet deugde. Dat zijn zo van die dingen die bij een moderne oorlog behoren.

Mijn vader bleef er nogal kalm bij, zoals de kapitein van een schip in woelige baren. Hij had dat al eens meegemaakt, ook met duitsers. De omstandigheden waren bijna hetzelfde, hij was toen 17 jaar. Toen de duitsers Antwerpen hadden veroverd, een tijdje nadien, kroop hij onder de prikkeldraad de grens met Nederland over, en via Vlissingen, Dover en Frankrijk kwam hij aan het front aan den Ijzer, waar hij 4 jaar in de loopgraven vertoefde.

Mijn vader wou niet wegtrekken. Zonder vervoer, zonder te weten waar naar toe om te overnachten, eten, verblijven, opgejaaagd, het eigen huis met zijn inboedel verlaten, enz.enz. Ik er als klein jongetje van 13 jaar wou toch veel liever gaan vluchten, ik vond het maar heel eng bij die duitsers.

Maar mijn vader had gelijk.
En toch zijn we gaan vluchten. Dat is dan iets voor nog eens.

Daag... amadee

-------------------
Een politicus moet kunnen voorspellen wat er zal gebeuren
en dan kunnen uitleggen waarom het niet is gebeurd, zei Sus
amadee

29 sep 2011, 15:24

Goeiedag,

Nog altijd in mei 1940. Zeer mooi weer.
Ik weet niet wat mijn vader had aangezet toch maar op de loop te gaan voor het oprukkende duitse leger. Nikettegenstaande overtuiigende redenen om dat niet te doen, maar dus toch. Mijn vader vond dat als we het Albertkanaal over waren, dat we dan al een obstakel over waren, den waarheid als een koe.

We hadden allemaal een fiets, een goeie fiets. Want wij reden geregeld met heel de familie op uitstap, de kempen in tot in het verre Limburg, of in Noord Brbant, daar waren goeie fietspaden, en een enkele keer zelfs tot de kanten van Nijvel, voorbij Brussel. Dat laatste herinner ik me omdat ik nog een foto heb van Villers-la-ville met ruïnes van een abdij.... in de jaren 30 reden we uit met de fietsclub van de VTV, allemaal jonge mensen, en daarin was mijn vader de oudste en ikzelf de jongste, en mijn.... maar we hadden het over de oorlog...

Op de vlucht dus met de fiets. Elk met allerlei gerief in een laken gebonden alsof een grote zak was. Hoe we dat eigenlijk op die fiets hielden kan me niet meer herinneren, maar ik weet dat we zo niet konden fietsen, we liepen er naast, te voet. Kunt ge het u een beetje voorstellen? En zo liepen wij op een rijtje, de brug van 't schijnpoort over tussen de menigte vluchtelingen. Achtereraf bekeken een onbegonnen zaak.

Er was maar één adres waar we naartoe konden. Dat was bij nonkel Jef. Nonkel Jef was een orthopodoloog, of hoe heet zoiets, een duur woord voor hetgeen eigenlijk gewoon een schoenmaker was voor abnormale voeten. Nonkel Jef was getrouwd met een tante - hetgeen destijds normaal was - maar ik ben haar naam vergetenm. Ze hadden geen kinderen maar wel een hongaars adoptiedochter van na de oorlog 14-18; werden toen veel hongaarse kinderen hier geadopteerd. Van die tante zou een beetje ver familie van ons zijn, heel ver.. zo ver en ingewikkeld, dat, als ik er naar vroeg niemand het eigenlijk precies wist uit te leggen...... dan begint ge rare gedachten te krijgen.

Maar goed, het waren zeer vriendelijk mensen. Nonkel Jef was een iets wat gezette man, met een snor die naar links en rechts wees.

Ik ga dit schrijfsel doorsturen, om te beletten dat het naar de vaantjes doe.

Tot seffens. amadee.