VOLLENHOVER VISSCHERS VAREN TER VISCHVANGST
******
Eenige tijd geleden werd in de dagbladen uiting gegeven aan de ongerustheid, welke leefde in de kustplaatsen langs de voormalige Zuiderzee als gevolg van de regeeringsmaatregelen tot beperking van de KUILVISSCHERIJ. Deze vorm van vischvangst beteekent immers voor de visschers de voornaamste broodwinning. Men wilde nu, door inperking van het vischgebied (dat is het water, waar met de kuil getrokken mag worden) op omzetting van het bedrijf aansturen. Meer dan tot nu toe, zou men zich op de Hoekwant- en fuiken-visscherij moeten gaan toeleggen.
Een en ander deed ons besluiten om de visscherij op het IJsselmeer wat meer van dichtbij te gaan bekijken. We besloten daartoe van Vollenhove uit te varen, doch het had vanzelfsprekend evengoed ook uit een andere kustplaats kunnen geschieden.
Zoo koersten we op een mooie voorjaarsdag naar het domicilie van de ons bevriende schippers Luite Croes en Klaas Vis, opvarenden van de 'V.N. 24', die ons voor de uitvoering van het Zuiderzee-experiment hun medewerking hadden toegezegd. Men wist ons 'landrotten' wel eenige bezwaren voor te leggen, maar ze vormden juist een sterke prikkel om toch aan ons voornemen gevolg te geven... en we hebben er geen spijt van gehad. De verleiding is groot om nu reeds een eind-conclusie te geven. Laat ons hiermede voorloopig mogen wachten en u uitnoodigen de tocht over de zilte baren mede te maken. Bijna zouden we zeggen 'van stap tot stap', maar die uitdrukking is in dit geval minder op zijn plaats. Vollenhove is nog in diepe rust, het is circa 2 uur middernacht, wanneer we bij de V.N. 24 aan boord gaan en de zeilen worden geheschen. Een fijne motregen valt neer; krijschende meeuwen vliegen over en langs onze hoofden. Naarmate de nacht meer en meer plaats maakt voor den dag, kunnen wij verder voor ons uitzien. 't Is heerlijk, in 't prille morgen uur de zacht deinende goltjes tegen de kiel te hooren klotsen. Nieuwe reisgenooten melden zich. Het zijn nI. zwermen muggen, die naar het schijnt het IJsselmeer een nieuwe reputatie zullen gaan geven. Over de wijde plas naderen we nu de vischplaatsen. Mocht vroeger 3 K.M. uit de kust de kuil uitgeworpen worden, thans is dit bepaald op 15 K.M.
Zoo wordt het al half negen, vóórdat met de eigenlijke visscherij een begin kan worden gemaakt. Alle zeilen tot een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 400 ei worden bijgezet en de kuil gaat overboord. Dit net bestaat uit twee vleugels met aan het einde een groote zak van nauwe mazen, dat men in het water laat zakken. Half op de wind voortzeilende wordt het dan 'op hoop van zegen' over den bodem meegetrokken.
Spoedig vertoonen zich meeuwen boven het pim. 50 m. lange net; een bewijs dat er visch inzit. Tot half elf wordt er doorgetrokken.
Wanneer dan het net wordt opgetrokken, blijkt er een flink kwantum visch in de zak terecht te zijn gekomen. Hoofdzakelijk kleine spiering, schele posten en wat aal. Alleen de laatste soort kan gebruikt worden. Net een vijftig-tal, juist voldoende om bij het middagmaal door ons drieën geconsumeerd te worden. Terwijl we nog bezig zijn de schoongemaakte aal in de pan te doen, wordt een hoekwant visscher gesignaleerd. Het blijkt de 'V.N. 94 van F. Schuurman te zijn, die geen aas meer heeft. We hebben zoo juist bij de eerste sleep een mandje vol gevangen, dat hem nu goed van pas komt. Ter verduidelijking iets over het zgn. 'hoekwant'. Dit bestaat uit lange lijnen van ca. 800 M. lengte, waaraan een 100 haakjes, zooals ook hengelaars gebruiken, aan dwarslijnen zijn bevestigd.
Aan deze haken worden nu als aas wormen of kleine spieringen geregen. Dan gaat de beug over boord met aan elk einde een boei (een stok met kur-ken en door steenen of gewichten verzwaard om rechtop te blijven staan). Aan de top dient 'n vlagje als herkenningsteeken. Onder al deze bedrijvigheid is het inmiddels mooi zonnig weer geworden, doch de wind laat ons in de steek en is het uitgesloten, dat er met de kuil kan worden gevischt. Als op een spiegel liggen de beide schepen naast elkaar. De muggen houden ons trouw gezelschap. Geen moment stokt het gesprek. 't Is maar goed, dat men op den vasten wal niet kan hooren, wat hier wordt besproken en... overlegd.
Dan komt schipper Schuurman met het aanbod om als wederdienst voor het hem aangeboden aas een lijn van 800 M. uit te zetten. Graag gaan we daar op in en stappen we over op de V.N. 96, waarbij onze schipper medegaat en Klaas de middagkost zal verzorgen. Op zee zijn maakt hongerig. Het aas wordt aangeregen en langzaam gaat de lijn overboord en keeren we weer naar de '24' terug, waar inmiddels het eten gereed is gekomen en wij ons de aardappelen met boter en paling best laten smaken. De '96' gaat dan na een goed uur de beug lichten en wat bleek toen? Dat aan de 100 haken precies 13 aaltjes waren gevangen. Het was een mager resultaat. Vorige week had men op een dag 1900 haken uit staan en toen ongeveer 200 stuks of 20 pond visch gevangen. Daarvoor is men dan een. geheele dag met drie man in touw en soms nog een nacht erbij. Het weer blijft stil en benutten we den tijd om eenige uren te gaan rusten. In de middaguren zijn een tweetal booten tusschen Urk en Kuinre bezig met het uitzetten van de lijn, waar buiten niet meer met de kuil gevischt zal mogen worden.
*********
www.henkvanheerde.nl/vollenhove.

******
Eenige tijd geleden werd in de dagbladen uiting gegeven aan de ongerustheid, welke leefde in de kustplaatsen langs de voormalige Zuiderzee als gevolg van de regeeringsmaatregelen tot beperking van de KUILVISSCHERIJ. Deze vorm van vischvangst beteekent immers voor de visschers de voornaamste broodwinning. Men wilde nu, door inperking van het vischgebied (dat is het water, waar met de kuil getrokken mag worden) op omzetting van het bedrijf aansturen. Meer dan tot nu toe, zou men zich op de Hoekwant- en fuiken-visscherij moeten gaan toeleggen.
Een en ander deed ons besluiten om de visscherij op het IJsselmeer wat meer van dichtbij te gaan bekijken. We besloten daartoe van Vollenhove uit te varen, doch het had vanzelfsprekend evengoed ook uit een andere kustplaats kunnen geschieden.
Zoo koersten we op een mooie voorjaarsdag naar het domicilie van de ons bevriende schippers Luite Croes en Klaas Vis, opvarenden van de 'V.N. 24', die ons voor de uitvoering van het Zuiderzee-experiment hun medewerking hadden toegezegd. Men wist ons 'landrotten' wel eenige bezwaren voor te leggen, maar ze vormden juist een sterke prikkel om toch aan ons voornemen gevolg te geven... en we hebben er geen spijt van gehad. De verleiding is groot om nu reeds een eind-conclusie te geven. Laat ons hiermede voorloopig mogen wachten en u uitnoodigen de tocht over de zilte baren mede te maken. Bijna zouden we zeggen 'van stap tot stap', maar die uitdrukking is in dit geval minder op zijn plaats. Vollenhove is nog in diepe rust, het is circa 2 uur middernacht, wanneer we bij de V.N. 24 aan boord gaan en de zeilen worden geheschen. Een fijne motregen valt neer; krijschende meeuwen vliegen over en langs onze hoofden. Naarmate de nacht meer en meer plaats maakt voor den dag, kunnen wij verder voor ons uitzien. 't Is heerlijk, in 't prille morgen uur de zacht deinende goltjes tegen de kiel te hooren klotsen. Nieuwe reisgenooten melden zich. Het zijn nI. zwermen muggen, die naar het schijnt het IJsselmeer een nieuwe reputatie zullen gaan geven. Over de wijde plas naderen we nu de vischplaatsen. Mocht vroeger 3 K.M. uit de kust de kuil uitgeworpen worden, thans is dit bepaald op 15 K.M.
Zoo wordt het al half negen, vóórdat met de eigenlijke visscherij een begin kan worden gemaakt. Alle zeilen tot een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 400 ei worden bijgezet en de kuil gaat overboord. Dit net bestaat uit twee vleugels met aan het einde een groote zak van nauwe mazen, dat men in het water laat zakken. Half op de wind voortzeilende wordt het dan 'op hoop van zegen' over den bodem meegetrokken.
Spoedig vertoonen zich meeuwen boven het pim. 50 m. lange net; een bewijs dat er visch inzit. Tot half elf wordt er doorgetrokken.
Wanneer dan het net wordt opgetrokken, blijkt er een flink kwantum visch in de zak terecht te zijn gekomen. Hoofdzakelijk kleine spiering, schele posten en wat aal. Alleen de laatste soort kan gebruikt worden. Net een vijftig-tal, juist voldoende om bij het middagmaal door ons drieën geconsumeerd te worden. Terwijl we nog bezig zijn de schoongemaakte aal in de pan te doen, wordt een hoekwant visscher gesignaleerd. Het blijkt de 'V.N. 94 van F. Schuurman te zijn, die geen aas meer heeft. We hebben zoo juist bij de eerste sleep een mandje vol gevangen, dat hem nu goed van pas komt. Ter verduidelijking iets over het zgn. 'hoekwant'. Dit bestaat uit lange lijnen van ca. 800 M. lengte, waaraan een 100 haakjes, zooals ook hengelaars gebruiken, aan dwarslijnen zijn bevestigd.
Aan deze haken worden nu als aas wormen of kleine spieringen geregen. Dan gaat de beug over boord met aan elk einde een boei (een stok met kur-ken en door steenen of gewichten verzwaard om rechtop te blijven staan). Aan de top dient 'n vlagje als herkenningsteeken. Onder al deze bedrijvigheid is het inmiddels mooi zonnig weer geworden, doch de wind laat ons in de steek en is het uitgesloten, dat er met de kuil kan worden gevischt. Als op een spiegel liggen de beide schepen naast elkaar. De muggen houden ons trouw gezelschap. Geen moment stokt het gesprek. 't Is maar goed, dat men op den vasten wal niet kan hooren, wat hier wordt besproken en... overlegd.
Dan komt schipper Schuurman met het aanbod om als wederdienst voor het hem aangeboden aas een lijn van 800 M. uit te zetten. Graag gaan we daar op in en stappen we over op de V.N. 96, waarbij onze schipper medegaat en Klaas de middagkost zal verzorgen. Op zee zijn maakt hongerig. Het aas wordt aangeregen en langzaam gaat de lijn overboord en keeren we weer naar de '24' terug, waar inmiddels het eten gereed is gekomen en wij ons de aardappelen met boter en paling best laten smaken. De '96' gaat dan na een goed uur de beug lichten en wat bleek toen? Dat aan de 100 haken precies 13 aaltjes waren gevangen. Het was een mager resultaat. Vorige week had men op een dag 1900 haken uit staan en toen ongeveer 200 stuks of 20 pond visch gevangen. Daarvoor is men dan een. geheele dag met drie man in touw en soms nog een nacht erbij. Het weer blijft stil en benutten we den tijd om eenige uren te gaan rusten. In de middaguren zijn een tweetal booten tusschen Urk en Kuinre bezig met het uitzetten van de lijn, waar buiten niet meer met de kuil gevischt zal mogen worden.
*********
www.henkvanheerde.nl/vollenhove.

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet




