Berendrecht (Antwerpen), Antwerpen
Beschrijving / geschiedenis
Op Westmolengeest, langsheen de steenweg op Zandvliet, bouwde aannemer Jacob Royers in 1822 een stenen windmolen. Voor 1834 staat de molen ingeschreven op naam van Jan Baptist Woumans-Hanegraeff, landbouwer te Berendrecht. Hij verkocht de molen in 1833 aan Anna Demoor, weduwe van Jozef Verbeeck. Deze weduwe liet de molen in 1842 over aan Carolus Verbeeck-Besseleers, eigenaar van de Solftmolen, een andere stenen stellingmolen te Berendrecht. In 1880 kwam de molen in handen an de molenaarsfamilie Philips. Petrus, Maria, Angelina, Franciscus, Carola en Joanna zijn de nieuwe eigenaars. Petrus Van de Moer-Tuitjens, brouwer te Berendrecht, kocht in 1890 de molen en liet hem in 1904 over aan molenaar Antoon Van de Moer-Tuytjens. Deze maalde zonder onderbreking tot in 1947. Hij werd in 1965 als eigenaar opgevolgd door Alfons Van de Moer-Van Hoydonck, molenaar te Berendrecht.
Deze verkocht de molen in 1980 zijn molen aan bakker Antoon Verbraak met het oog op een volledige restauratie. Die kwam er na een lange lijdensweg: in 1989 werd de kap gerestaureerd en pas in 1996 was de molen weer maalvaardig. Ontwerper was architect Gevers uit Kasterlee; uitvoerder was molenbouwer Caers uit Retie. Na het plotse overlijden van Antoon Verbraak kwam de molen weer stil te staan. Tot in 2004 liet zijn zoon Patrick de molen uitbaten door Michael Jordan en zijn leerling Marijn Kaufman, die er graan maalden voor dierenvoeding en voor de bakker. Momenteel (2005) is er geen molenaar meer.
****
Er bestaat geen enkele windmolen meer, die nog in staat is tot het malen van graan. De enige die nog overeind staat en die grondige herstelling nodig heeft om te kunnen overleven, is de Westmolengeest, eigendom van Alfons van de Moer tot in 1981. Hij werd gebouwd in het jaar 1822. Naast baksteen en hout, kalk en cement, werd er ook roggemeel als bouwstof gebruikt. Niet ver van daar stond vroeger een houten molen, de Oostmolengeest, die volgens oude kaarten o.a. van 1748 stond aan de wijk, thans in de volksmond gekend als de negerwijk, omdat de woningrijen zo laag zijn, wat niets afdoet aan het comfort dat deze huizen bieden. In deze wijk staat ook nog een klein polders monument, nl. de schandpaal van Wilmarsdonk. De Westmolengeest werd gebouwd door de Berendrechtse aannemer Royers. De familie Philips verkocht hem in 1895 aan Piet van de Moer en in 1905 ging hij over in handen van zijn broer Antoon.
Tot in 1947 heeft hij gewerkt, meestal tijdens de daguren, maar ook tijdens de nachtelijke uren, wanneer er veel graan op de molen lag te wachten, na perioden van windstilte. " Hoe ge 's nachts durft malen ", zei een bijgelovig vrouwtje, " weet ge dan niet, dat 's nachts de heksen hand in hand rond de molen dansen ". Een variante op het verhaal van de heksen van Zandvliet, die tijdens de nachtelijke uren hand in hand rond de kerk dansen. Zeer actief was de molen tijdens de laatste wereldoorlog; er werd gemalen volgens de officiële normen, maar ook in 't zwart, graan dat gekocht werd op de " zwarte markt " om het karig broodrantsoen van 225 gram aan te vullen. Van september tot oktober 1944 was alle contact met het overige deel van het land verbroken, ingevolge de krijgsverrichtingen. Toen was de molen de enige leverancier van meel voor het broodbakken. Immers, het dorp was zonder energiebronnen, zodat alleen de wind als krachtbron kon worden aangewend. Thans is het zeer stil om en op de molen geworden, maar zolang er leven is, is er hoop dat hij zijn vroegere glorie zal herwinnen. Die hoop zou kunnen bewaarheid worden, want in 1981 heeft Antoon Verbraak uit Kalmthout hem aangekocht tegenover de familie Van de Moer. Met behulp van officiële instanties, met tijd en geduld, kan dit Berendrechts exemplaar, nog enig in zijn soort, zijn herstelling tegemoetzien.
Op het Solftplein stond een stenen molen. De Buitenmolen en de Solftmolen hoorden toe aan dezelfde eigenaar, Carolus Verbeeck-Bresseleers van Stabroek- Putte. De familie Philips uit Berendrecht kocht de West-molengeest en nam de Solftmolen in huur. Deze werd achtereenvolgens verkocht aan Vochten, Bode en Helsen uit Kapellen. De familie Vochten woonde in de molen. Louis Vochten was geboren te Brecht op 22 februari 1852 en overleed te Merksem op 20 december 1925. Voorheen was hij molenaar te 's Gravenwezel.
Het gelijkvloers was als woning ingericht, waar de molen een doorsnee had van 10 meter. In het deurportaal kon een kar staan. In dat portaal werd café of estaminet gehouden. Aan tafel had ieder een beperkte plaats. De kinderen hadden hun slaapvertrek achter de meelbakken, onder de trap of naast de graanzolder. Om klederen op te bergen was er niet meer dan één kleerkast; ieder had slechts één stel zondagse kleren. Verder was er naast de molen een bergplaats gebouwd, waar allerlei gerief kon geborgen worden en waar een stootkar stond. Op de gaanderij werden kippen gehouden, en van hieruit schouwde men over de toppen van de bomen. In 1913 sloeg de bliksem in en dit betekende het einde van de Solftmolen. Het afbraakmateriaal kwam terecht in Stabroek, bij de familie Taeymans, een familie van metsers, die er woningen mee bouwden. De molen is weg, maar de grond ligt er nog, zo zouden de Engelsen het humoristisch uitdrukken. Wanneer we dan tegenover de Solftplein, in de huidige Dorpstraat een herberg konden situeren, waar het uithangbord luidde " In 't Molenzicht " dan kunnen we maar al te goed de logica van deze herbergier begrijpen: een beter zicht op de molen had men nergens.
***********
************