Historie van Kerken.
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
In Meerssen werd in 870 het rijk van Karel de Grote opgedeeld met het Verdrag van Meerssen.
De basiliek van Meerssen, in haar huidige vorm daterend uit de 13e eeuw, is een pronkstuk van de Maasgotiek. Voor dat deze grote kerk verrees stond reeds eerder een kapel. In deze kerk staat een 12 meter hoge sacramentstoren, ter herinnering aan de wonderen die hier zouden hebben plaatsgevonden.
****
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Adres: Schoolstraat 5, Emmen (gemeente Emmen), Drenthe
Dorp
Emmen is een dorp met een stedelijk karakter, ontstaan aan de oostkant van de Hondsrug langs de weg van Coevorden naar Groningen. Het esdorp kent vanaf het einde van de twaalfde eeuw een zelfstandige parochie. De plaats Emmen wordt voor het eerst in 1137 genoemd in verband met een aldaar gelegen herenhof van de bisschop van Utrecht. Deze werd begin veertiende eeuw opgeheven. Emmen was het centrale kerkdorp van enkele middeleeuwse dochternederzettingen: Westenesch, Angelslo, Zuidbarge, en Weerdinge. De ontwikkeling bleef bescheiden tot in de vroege negentiende eeuw toen het oostelijker gelegen kerkdorp Roswinkel nog altijd groter was.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de economisch zwakke Drentse zuidoosthoek uitgeroepen tot ontwikkelingsgebied. De rol van verzorgingscentrum voor de regio heeft als gevolg gehad dat in de dorpkern veel oude bebouwing plaats heeft moeten maken voor een meer stedelijke ontwikkeling. Van de brinkachtige structuur van het dorp resteert enkel de kerkbrink (Markt).
Kerk
De Grote kerk is een kruiskerk voorzien van een forse toren met achtkantige lantaarn en gedrongen spits. De romaanse toren stamt uit het einde van de twaalfde eeuw en heeft een onderbouw van behakte zwerfstenen. De bakstenen opbouw wordt geleed door langwerpige spaarvelden die worden afgesloten door gekoppelde rondbogen.
Toren
De toren werd gebouwd aan het einde van de twaalfde eeuw en is rond 1456 verhoogd. Het benedengedeelte bestaat uit granieten zwerfkeien, vergelijkbaar met het koor van de kerk van Odoorn. Erboven staat een opbouw met bakstenen. In 1855-’56 heeft men de torenspits vervangen door de huidige bekroning en de toren gepleisterd. In 1907 werd de bepleistering verwijderd en werd de toren, met uitzondering van de noordzijde, ommetseld. Bij de restauratie in 1972-’76 is de spits vernieuwd. In de toren hangt een in 1877 door de gebroeders Van Bergen uit Midwolda hergoten bronzen klok uit 1456. Oudere klokken zijn in de loop van de tijd verdwenen. Onder de toren zijn drie grafzerken neergelegd, waarvan de oudste uit 1635 stamt.
Geschiedenis
De middeleeuwse kerk, een drieschepig gotisch gebouw, heeft men in 1855-’56 gesloopt en vervangen door het huidige gebouw in neoclassicistische vormen met pilasters en spitsboogvensters. De oude kerk was versierd geweest met muur- en gewelfschilderingen, onder andere van Het Laatste Oordeel en de lijdensvoorstellingen van Christus. Bij opgravingen in 1965 bleek uit de fundamenten dat het koor ouder was dan het schip. Ook werden sporen gevonden van een houten voorganger.
Binnenkant
De gepleisterde binnenkant van de kerk wordt gedekt door een gestukadoord houten tongewelf. Het interieur is gerestaureerd in 1964-’65. Tot de inventaris behoort een doopvont van bentheimer zandsteen uit de eerste helft dertiende eeuw. De kuip ervan rust op vier leeuwen; de friezen zijn gesierd met wijnranken. Het vont verdween in 1855 bij de afbraak van de kerk. Nadat het lange tijd als bloembak dienst had gedaan belandde het uiteindelijk in Drents Museum, die het de kerk uiteindelijk in bruikleen terugschonk.
In de kerk bevinden zich een aantal negentiende eeuwse tekeningen, waaronder een aquarel van de ‘OUDE KERK TE EMMEN’ uit 1887 van J. Reynders Sr. (1823-1889) met gezicht op kansel en interieur van het gesloopte middeleeuwse gebouw. Van zijn hand bevindt zich ook een potloot- en pentekening van ‘De in 1855 gesloopte kerk van Emmen, inwendig’ in het Drents Museum in Assen.
Het orgel aan de westwand van het gebouw werd gebouwd door Roelft Meyer uit Veendam (1872-’73).
Bron:
Monumenten in Nederland, Drenthe (2001)
Waanders Uitgevers, Zwolle; Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Evere, Brussels Hoofdstedelijk Gewest
****
Naam Molen van Evere
Adres Lindestraat 189
Eigenaar Gemeente Evere
Bouwjaar 1841
Type Stenen stellingmolen
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Vijf bouwlagen
Gevlucht/Rad Verwijderd
Inrichting Nog gedeeltelijk
Toestand Wordt hersteld als romp; molenvreemde kap
Bescherming M: monument,
1991
Molenaar Geen
Openingstijden Na de restauratie
Internet bron Molen van Evere
***
Foto: (c) CEBE-MOB, 2004.
****
Beschrijving / geschiedenis.
****
Deze stenen stellingmolen (vijf niveau's) werd in 1841 gebouwd door Charles Van Assche, gehuwd met Petronella Van de Velde. Dit was de dochter van François Van de Velde, molenaar op de Nedermolen in Schaarbeek. Die Charles verkreeg de toelating om een molen met drie maalstoelen te bouwen op 23 maart 1841. Charles en Petronella hadden tien kinderen. Een ervan, Philomène, huwde Frans Van Hove, molenaar op de Vellemolen te Sint-Lambrechts-Woluwe. Op een schilderij van Elise Van Leeuw uit 1842, in privaat bezit, staat de molen afgebeeld. Dit zou de enige gekende afbeelding zijn van de molen met wieken.
In 1854 kreeg de eigenaar de toelating om een stoominstallatie te plaatsen. Volgens de kadastergegevens zou deze plaatsing pas in 1873 gerealiseerd zijn. In 1882, drie jaar na de dood van Charles Van Assche, werden de wieken weggenomen en de stoominstallatie uitgebreid. Een groter gebouw van vier niveau's werd naast de molen opgetrokken. Een inscriptie in een steen vermeldt: "Vve Ch. Van Assche - Salle des cylindres - 1887". We hebben dus drie data (1873, 1882, 1887) waarin de molen een ware metamorfose ondergaat: de stoom vervangt de wind, de cylinders vervangen de maalstenen. De houten gaanderij bleef nog bestaan tot rond 1920
In 1914 erfde Jean-Baptiste Van Assche, het laatst overlevende kind, de molen. Vanaf dan werd de ruimte vooral verhuurd voor allerlei doeleinden: van 1921 tot 1926 aan een leerlooierij met motor; vanaf 1927 aan een Tjech, Mr. Hecht, die er een fabriekje in onderbracht voor het verwerken van darmen voor beenhouwerijen; rond 1930 nam een neef, Oscar Tausig, de zaak over. Naast het verwerken van darmen, voerde deze kruiden en specerijen in, en maakte kruidenmengsels voor vleesproductne. Kruiden werden de enige activiteit van het bedrijf. Alfons Van Hove, eigenaar sinds het overlijden van Jean-Baptiste Van Assche in 1924, overleed op zijn beurt in 1951. De molen kwam dan in handen van de juffrouwen Rons. Ze werkten mee in de zaak Tausig en zetten ze verder na diens overlijden in 1970. In 1983 werd de zaak verkocht aan ISFI (International spice and food import) te Braine-l-Alleud. Onder impuls van een groep vrijwilligers verzameld rond Alain Doornaert van de vereniging CEBE, kocht de gemeente Evere de molen in 1998 aan van de gezusters Rons. Zij bewoonden het vroegere molenaarshuis, dat thans (2005) leeg staat. Het ligt in de bedoeling om de molen, die al beschermd is als monument, als romp te herstellen en de grote tuin als groene long in stand te houden. De restauratie, naar een ontwerp van architect Georges Piron uit Elsene, voorziet een grondige restauratie van de romp en van het interieur. Een completering als windmolen wordt evenwel niet voorzien. Op 29 november 2005 ging in het gemeentehuis van Evere een algemene offerteaanvraag door voor deze restauratie.
********
Foto: (c) CEBE-MOB, 2004.
*****
Foto: Robert Van Ryckeghem.
*****
Toestand rond 1900. Foto: coll. CEBE-MOB.
*****
uit Molenecho's
****
Naam Molen van Evere
Adres Lindestraat 189
Eigenaar Gemeente Evere
Bouwjaar 1841
Type Stenen stellingmolen
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Vijf bouwlagen
Gevlucht/Rad Verwijderd
Inrichting Nog gedeeltelijk
Toestand Wordt hersteld als romp; molenvreemde kap
Bescherming M: monument,
1991
Molenaar Geen
Openingstijden Na de restauratie
Internet bron Molen van Evere
***
Foto: (c) CEBE-MOB, 2004.
****
Beschrijving / geschiedenis.
****
Deze stenen stellingmolen (vijf niveau's) werd in 1841 gebouwd door Charles Van Assche, gehuwd met Petronella Van de Velde. Dit was de dochter van François Van de Velde, molenaar op de Nedermolen in Schaarbeek. Die Charles verkreeg de toelating om een molen met drie maalstoelen te bouwen op 23 maart 1841. Charles en Petronella hadden tien kinderen. Een ervan, Philomène, huwde Frans Van Hove, molenaar op de Vellemolen te Sint-Lambrechts-Woluwe. Op een schilderij van Elise Van Leeuw uit 1842, in privaat bezit, staat de molen afgebeeld. Dit zou de enige gekende afbeelding zijn van de molen met wieken.
In 1854 kreeg de eigenaar de toelating om een stoominstallatie te plaatsen. Volgens de kadastergegevens zou deze plaatsing pas in 1873 gerealiseerd zijn. In 1882, drie jaar na de dood van Charles Van Assche, werden de wieken weggenomen en de stoominstallatie uitgebreid. Een groter gebouw van vier niveau's werd naast de molen opgetrokken. Een inscriptie in een steen vermeldt: "Vve Ch. Van Assche - Salle des cylindres - 1887". We hebben dus drie data (1873, 1882, 1887) waarin de molen een ware metamorfose ondergaat: de stoom vervangt de wind, de cylinders vervangen de maalstenen. De houten gaanderij bleef nog bestaan tot rond 1920
In 1914 erfde Jean-Baptiste Van Assche, het laatst overlevende kind, de molen. Vanaf dan werd de ruimte vooral verhuurd voor allerlei doeleinden: van 1921 tot 1926 aan een leerlooierij met motor; vanaf 1927 aan een Tjech, Mr. Hecht, die er een fabriekje in onderbracht voor het verwerken van darmen voor beenhouwerijen; rond 1930 nam een neef, Oscar Tausig, de zaak over. Naast het verwerken van darmen, voerde deze kruiden en specerijen in, en maakte kruidenmengsels voor vleesproductne. Kruiden werden de enige activiteit van het bedrijf. Alfons Van Hove, eigenaar sinds het overlijden van Jean-Baptiste Van Assche in 1924, overleed op zijn beurt in 1951. De molen kwam dan in handen van de juffrouwen Rons. Ze werkten mee in de zaak Tausig en zetten ze verder na diens overlijden in 1970. In 1983 werd de zaak verkocht aan ISFI (International spice and food import) te Braine-l-Alleud. Onder impuls van een groep vrijwilligers verzameld rond Alain Doornaert van de vereniging CEBE, kocht de gemeente Evere de molen in 1998 aan van de gezusters Rons. Zij bewoonden het vroegere molenaarshuis, dat thans (2005) leeg staat. Het ligt in de bedoeling om de molen, die al beschermd is als monument, als romp te herstellen en de grote tuin als groene long in stand te houden. De restauratie, naar een ontwerp van architect Georges Piron uit Elsene, voorziet een grondige restauratie van de romp en van het interieur. Een completering als windmolen wordt evenwel niet voorzien. Op 29 november 2005 ging in het gemeentehuis van Evere een algemene offerteaanvraag door voor deze restauratie.
********
Foto: (c) CEBE-MOB, 2004.
*****
Foto: Robert Van Ryckeghem.
*****
Toestand rond 1900. Foto: coll. CEBE-MOB.
*****
uit Molenecho's
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Sint-Laurentiuskerk, Goetsenhoven.
***

De transeptloze pijlerbasiliek, met vijfzijdig koor in Brabantse hooggotiek uit de 15de eeuw, heeft een laatromaanse westertoren van rond 1200. De zijbeuken werden verbreed in 1774. na een brand in 1940 werden de zijbeuken en de lichtmuur in de oorspronkelijke stijl heropgebouwd.
*******
Sint-Margarethakerk, Sint-Margriete-Houtem.
*****
Deze eenbeukige kerk is uit diverse bouwfases tot stand gekomen. De uitbreiding van het schip en de toren dateren uit het begin van de 13de eeuw, het gotische koor uit de 14de eeuw. De materialen van het oudste gedeelte van de beuk zijn van Gallo-Romeinse oorsprong.
****
Sint-Lambertuskerk, Overlaar.
***
De Sint-Lambertuskerk is één van de oudste romaanse kerkjes uit het land. Zij werd opgetrokken in Gobertangestijl en kwartsiet. Het kerkje bevat een preromaanse rechthoekige beuk uit de 10de eeuw, een romaans koor uit de 12de eeuw, een vierkante westtoren uit de 13de eeuw en een traptoren uit de 16de eeuw. De restauratie van het 19de-eeuwse orgel, gebouwd door de Tiense orgelbouwer P.A. Van Dinter, werd voltooid in 1990.
****
[Bron: brochure "Langs Vlaamse Wegen" - VTB-VAB vzw]
*****
***

De transeptloze pijlerbasiliek, met vijfzijdig koor in Brabantse hooggotiek uit de 15de eeuw, heeft een laatromaanse westertoren van rond 1200. De zijbeuken werden verbreed in 1774. na een brand in 1940 werden de zijbeuken en de lichtmuur in de oorspronkelijke stijl heropgebouwd.
*******
Sint-Margarethakerk, Sint-Margriete-Houtem.
*****
Deze eenbeukige kerk is uit diverse bouwfases tot stand gekomen. De uitbreiding van het schip en de toren dateren uit het begin van de 13de eeuw, het gotische koor uit de 14de eeuw. De materialen van het oudste gedeelte van de beuk zijn van Gallo-Romeinse oorsprong.
****
Sint-Lambertuskerk, Overlaar.
***
De Sint-Lambertuskerk is één van de oudste romaanse kerkjes uit het land. Zij werd opgetrokken in Gobertangestijl en kwartsiet. Het kerkje bevat een preromaanse rechthoekige beuk uit de 10de eeuw, een romaans koor uit de 12de eeuw, een vierkante westtoren uit de 13de eeuw en een traptoren uit de 16de eeuw. De restauratie van het 19de-eeuwse orgel, gebouwd door de Tiense orgelbouwer P.A. Van Dinter, werd voltooid in 1990.
****
[Bron: brochure "Langs Vlaamse Wegen" - VTB-VAB vzw]
*****
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
ik deel even mee
dat ik hier stop met molens
ga wel door met kerken
ik heb blog van molens
als u intressen heeft kunt
u daar genieten
mijn blogs zijn
http://blog.seniorennet.be/majkke
en de twede is met klederdrachte erbij.
http://blog.seniorennet.be/majjkke
veel plezier en groeten van Majke
dat ik hier stop met molens
ga wel door met kerken
ik heb blog van molens
als u intressen heeft kunt
u daar genieten
mijn blogs zijn
http://blog.seniorennet.be/majkke
en de twede is met klederdrachte erbij.
http://blog.seniorennet.be/majjkke
veel plezier en groeten van Majke
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Dom van Aken
***
De Dom rond 1900.
***
De Dom van Aken groeide uit van de hofkerk van Karel de Grote. De bouw van het centrale deel, het oktogon dat het eigenlijke schip van de kerk is, is begonnen in 796. Het is gebouwd naar Byzantijnse voorbeelden. De bouw werd voltooid door de bouwmeester van Odo von Metz. De kerk werd ingewijd in 804 tijdens Driekoningen.
De kerk heeft daarnaast vele verschillende bouwstijlen. Je vindt er Romaans, Gotisch en barok in terug. Belangrijk zijn de grafmonumenten van Karel de Grote, dat zich daar sinds 1215 bevindt, en dat van Otto III. Verder staat er een schaalmodel van de fontein in de Sint Pieter. Ook hangt er een kroonluchter, een geschenk van Frederik Barbarossa. De relikwieën worden bewaard in de Mariaschrijn. Hierin bevinden zich naar het heet de windselen en de lendendoek van Jezus Christus, het Mariakleed en de onthoofdingsdoek van Johannes de Doper.
De kerk staat sinds 1978 op de lijst van het werelderfgoed van UNESCO.
Een sage vertelt over het ontstaan van de Dom: Bij het bouwen van de Dom was op een gegeven moment het geld op. Satan wilde wel helpen, maar hij wilde dan wel de eerste ziel die de kerk binnenging hebben. Hij verwachtte natuurlijk dat de bisschop als eerste de kerk binnen zou gaan, maar de mensen waren ook niet helemaal gek en stuurden een wolf vooruit.
Toen de Satan het bedrog bemerkte werd hij woedend. Huilend en rennend kwam hij de kerk uit. Hij sloeg daarbij de deur zo hard dicht dat hij daarbij zijn duimen bezeerde. De afdruk van die duimen kan men tegenwoordig nog steeds zien in de vorm van een deuk in het metaal volgens de sage. Satan kwam terug voor wraak met een paar zakken zand. Hij miste de kerk echter. Dit verklaart ook waarom de omgeving zo heuvelachtig is, volgens de sage.
*****
De Dom 2004.
***
Interieur van de Dom met reliekschrijn van Karel de Grote.
*****
uit de encyclopedie Wikipedia.
***
De Dom rond 1900.
***
De Dom van Aken groeide uit van de hofkerk van Karel de Grote. De bouw van het centrale deel, het oktogon dat het eigenlijke schip van de kerk is, is begonnen in 796. Het is gebouwd naar Byzantijnse voorbeelden. De bouw werd voltooid door de bouwmeester van Odo von Metz. De kerk werd ingewijd in 804 tijdens Driekoningen.
De kerk heeft daarnaast vele verschillende bouwstijlen. Je vindt er Romaans, Gotisch en barok in terug. Belangrijk zijn de grafmonumenten van Karel de Grote, dat zich daar sinds 1215 bevindt, en dat van Otto III. Verder staat er een schaalmodel van de fontein in de Sint Pieter. Ook hangt er een kroonluchter, een geschenk van Frederik Barbarossa. De relikwieën worden bewaard in de Mariaschrijn. Hierin bevinden zich naar het heet de windselen en de lendendoek van Jezus Christus, het Mariakleed en de onthoofdingsdoek van Johannes de Doper.
De kerk staat sinds 1978 op de lijst van het werelderfgoed van UNESCO.
Een sage vertelt over het ontstaan van de Dom: Bij het bouwen van de Dom was op een gegeven moment het geld op. Satan wilde wel helpen, maar hij wilde dan wel de eerste ziel die de kerk binnenging hebben. Hij verwachtte natuurlijk dat de bisschop als eerste de kerk binnen zou gaan, maar de mensen waren ook niet helemaal gek en stuurden een wolf vooruit.
Toen de Satan het bedrog bemerkte werd hij woedend. Huilend en rennend kwam hij de kerk uit. Hij sloeg daarbij de deur zo hard dicht dat hij daarbij zijn duimen bezeerde. De afdruk van die duimen kan men tegenwoordig nog steeds zien in de vorm van een deuk in het metaal volgens de sage. Satan kwam terug voor wraak met een paar zakken zand. Hij miste de kerk echter. Dit verklaart ook waarom de omgeving zo heuvelachtig is, volgens de sage.
*****
De Dom 2004.
***
Interieur van de Dom met reliekschrijn van Karel de Grote.
*****
uit de encyclopedie Wikipedia.
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
La Madeleine
***
La Madeleine is een van de bekendste kerken van Parijs en ook een die het minst gelijkt op een kerk. Men begon met de bouw in de 18e eeuw. De kerk werd evenwel tijdens de Franse Revolutie volledig afgebroken. Napoleon wou er een tempel bouwen ter ere van zijn soldaten. In 1806 werd de bouw hervat en in 1842 werd zij beëindigd. Maar toen had het gebouw geen bestemming meer. Het werd uiteindelijk dan opnieuw een kerk. Het gebouw is als een Griekse tempel omringd door een rij van 52 Korinthische zuilen van 20 meter hoog. Het is vooral de rijkere bevolking die hier naar de hoogmis gaat. Het plein rond deze kerk is ook het centrum van de rijkere buurten. Het is omgeven door dure restaurants en exclusieve winkels.
Er staat ook een zeer fraai orgel van de hand van orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll (bouwjaar 1846); dat decenia lang bespeeld werd door de bekendste organisten van Frankrijk (o.a. Jeanne Demessieux).
*******
uit ecyclopedie wikipedia
***
La Madeleine is een van de bekendste kerken van Parijs en ook een die het minst gelijkt op een kerk. Men begon met de bouw in de 18e eeuw. De kerk werd evenwel tijdens de Franse Revolutie volledig afgebroken. Napoleon wou er een tempel bouwen ter ere van zijn soldaten. In 1806 werd de bouw hervat en in 1842 werd zij beëindigd. Maar toen had het gebouw geen bestemming meer. Het werd uiteindelijk dan opnieuw een kerk. Het gebouw is als een Griekse tempel omringd door een rij van 52 Korinthische zuilen van 20 meter hoog. Het is vooral de rijkere bevolking die hier naar de hoogmis gaat. Het plein rond deze kerk is ook het centrum van de rijkere buurten. Het is omgeven door dure restaurants en exclusieve winkels.
Er staat ook een zeer fraai orgel van de hand van orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll (bouwjaar 1846); dat decenia lang bespeeld werd door de bekendste organisten van Frankrijk (o.a. Jeanne Demessieux).
*******
uit ecyclopedie wikipedia
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Saint-Denis-basiliek
***
Façade
****
De Saint-Denis-basiliek (Frans: Basilique de Saint-Denis) is een bekende begraafplaats voor Franse koningen in Saint-Denis, een voorstad van Parijs.
De kerk is gewijd aan Dionysius van Parijs, tevens de patroonheilige van Frankrijk. Hij zou de eerste bisschop van Parijs zijn geweest. Een simpele schrijn werd opgericht op zijn graf. Dagobert I, koning der Franken, bouwde op deze plaats de Sint-Denis abdij.
De kerk is een architecturaal meesterwerk, en wordt gezien als het eerste grote gotische bouwwerk. De bouw van de huidige kerk werd begonnen in 1136, maar het gebouw kwam niet voor het einde van de 13e eeuw gereed.
Op zondag 11 juni 1144 werd de kooromgang van de basiliek plechtig ingewijd. Deze werd gebouwd in opdracht van Abt Suger, in een nieuwe stijl met spitsbogen en glas-in-loodramen, waarbij de nadruk ligt op verticaliteit en een hemelse lichtinval. Bij de plechtigheid waren onder anderen de Franse koning Lodewijk VII de Jongere aanwezig, alsook de bisschoppen en aartsbisschoppen. De nieuwe stijl wekte bij de geestelijken het verlangen hun kathedralen op dezelfde manier te bouwen. Het is de geboorte van de gotiek.
De koningen van Frankrijk werden eeuwenlang in deze abdij begraven en de kerk staat dan ook bekend als de Franse koninkrijke necropolis. Op drie koningen na liggen alle heersers van Frankrijk van de 10e eeuw tot 1789 hier begraven. Tijdens de Franse Revolutie werden de graven echter geopend en werden hun stoffelijke resten in een grote put buiten de abdij gedumpt.
Napoleon Bonaparte heropende de kerk in 1806, maar de koninkrijke resten werden in hun massagraven gelaten. Na Napoleons eerste verbanning naar Elba werden de resten van Marie-Antoinette en Lodewijk XIV van Frankrijk hier begraven. De rest van de koninkrijke resten konden echter niet meer afzonderlijk begraven worden en de collectie beenderen werd in de crypte achter een grote marmeren plaat met de namen van alle koningen erop begraven.
Lodewijk XVIII van Frankrijk werd na zijn dood in 1824 begraven in het centrum van de crypte.
In de kerk staat het eerste orgel van Aristide Cavaillé-Coll uit 1840, een van de belangrijkste orgels in Parijs. In 1987 werd Pierre Pincemaille benoemd tot organist-titularis van dit orgel
*****
Wand van het schip.
********
uit eciclopedie Wikipedia .
****
***
Façade
****
De Saint-Denis-basiliek (Frans: Basilique de Saint-Denis) is een bekende begraafplaats voor Franse koningen in Saint-Denis, een voorstad van Parijs.
De kerk is gewijd aan Dionysius van Parijs, tevens de patroonheilige van Frankrijk. Hij zou de eerste bisschop van Parijs zijn geweest. Een simpele schrijn werd opgericht op zijn graf. Dagobert I, koning der Franken, bouwde op deze plaats de Sint-Denis abdij.
De kerk is een architecturaal meesterwerk, en wordt gezien als het eerste grote gotische bouwwerk. De bouw van de huidige kerk werd begonnen in 1136, maar het gebouw kwam niet voor het einde van de 13e eeuw gereed.
Op zondag 11 juni 1144 werd de kooromgang van de basiliek plechtig ingewijd. Deze werd gebouwd in opdracht van Abt Suger, in een nieuwe stijl met spitsbogen en glas-in-loodramen, waarbij de nadruk ligt op verticaliteit en een hemelse lichtinval. Bij de plechtigheid waren onder anderen de Franse koning Lodewijk VII de Jongere aanwezig, alsook de bisschoppen en aartsbisschoppen. De nieuwe stijl wekte bij de geestelijken het verlangen hun kathedralen op dezelfde manier te bouwen. Het is de geboorte van de gotiek.
De koningen van Frankrijk werden eeuwenlang in deze abdij begraven en de kerk staat dan ook bekend als de Franse koninkrijke necropolis. Op drie koningen na liggen alle heersers van Frankrijk van de 10e eeuw tot 1789 hier begraven. Tijdens de Franse Revolutie werden de graven echter geopend en werden hun stoffelijke resten in een grote put buiten de abdij gedumpt.
Napoleon Bonaparte heropende de kerk in 1806, maar de koninkrijke resten werden in hun massagraven gelaten. Na Napoleons eerste verbanning naar Elba werden de resten van Marie-Antoinette en Lodewijk XIV van Frankrijk hier begraven. De rest van de koninkrijke resten konden echter niet meer afzonderlijk begraven worden en de collectie beenderen werd in de crypte achter een grote marmeren plaat met de namen van alle koningen erop begraven.
Lodewijk XVIII van Frankrijk werd na zijn dood in 1824 begraven in het centrum van de crypte.
In de kerk staat het eerste orgel van Aristide Cavaillé-Coll uit 1840, een van de belangrijkste orgels in Parijs. In 1987 werd Pierre Pincemaille benoemd tot organist-titularis van dit orgel
*****
Wand van het schip.
********
uit eciclopedie Wikipedia .
****

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Basiliuskathedraal
***
De Basiliuskathedraal in Moskou (Rusland) is de belangrijkste blikvanger van het Rode Plein. De kathedraal werd in opdracht van Ivan de Verschrikkelijke gebouwd in 1554, op de plaats van een oudere verlaten kerk, door de architect Postnik Jakolev, bijgenaamd Barma de mompelaar, ter ere van Ivans overwinning op de Tataren in de stad Kazan. Een legende verhaalt dat Ivan de architect na voltooiing van zijn werk de ogen liet uitsteken, maar het is niet zeker of dat verhaal waar is. Vier jaar na de dood van Ivan de Verschrikkelijke werd aan de noordoosthoek van de kathedraal een kapel gebouwd, vermoedelijk door dezelfde architect. De kathedraal heette aanvankelijk Kathedraal van de Bemiddeling, maar toen in opdracht van Tsaar Fjodor, de heilige dwaas Vassili er in 1588 werd bijgezet, veranderde men de naam in Vassilikathedraal.
********
De letters B en V worden door elkaar gebruikt in de naam van de kerk. Dit komt door de schrijfwijze in het Russisch. De letter в in het Russisch wordt uitgesproken als een v of een w.
*****
uit encyclopedie Wikipedia.
****

***
De Basiliuskathedraal in Moskou (Rusland) is de belangrijkste blikvanger van het Rode Plein. De kathedraal werd in opdracht van Ivan de Verschrikkelijke gebouwd in 1554, op de plaats van een oudere verlaten kerk, door de architect Postnik Jakolev, bijgenaamd Barma de mompelaar, ter ere van Ivans overwinning op de Tataren in de stad Kazan. Een legende verhaalt dat Ivan de architect na voltooiing van zijn werk de ogen liet uitsteken, maar het is niet zeker of dat verhaal waar is. Vier jaar na de dood van Ivan de Verschrikkelijke werd aan de noordoosthoek van de kathedraal een kapel gebouwd, vermoedelijk door dezelfde architect. De kathedraal heette aanvankelijk Kathedraal van de Bemiddeling, maar toen in opdracht van Tsaar Fjodor, de heilige dwaas Vassili er in 1588 werd bijgezet, veranderde men de naam in Vassilikathedraal.
********
De letters B en V worden door elkaar gebruikt in de naam van de kerk. Dit komt door de schrijfwijze in het Russisch. De letter в in het Russisch wordt uitgesproken als een v of een w.
*****
uit encyclopedie Wikipedia.
****

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Het Benedictijns klooster Sankt Johann is een van de zes monumenten op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO in Zwitserland en is opgenomen op deze lijst in 1983.
Het klooster bevindt zich in Müstair in het kanton Graubünden.
De kloosterkerk St. Johann of Baselgia San Jon stamt uit de periode van de vroege Middeleeuwen.
Er wordt vermeld dat Karel de Grote het klooster en de kerk heeft gesticht, maar waarschijnlijker is het dat de bisschop van Chur als vertrouweling van Karel de Grote deze taak heeft waargenomen. De bebouwing is gesticht in 780. Het werd Benidictijns in de 9e eeuw, maar het werd pas klooster in 1163.
De kloosterkerk staat op het de werelderfgoedlijst vanwege de Romaanse fresco's die binnen zijn te bezichtigen. Deze zijn pas in 1951 te voorschijn gekomen, nadat de laag die er vroeger was aangebracht, werd verwijderd. De Romaanse fresco's stammen uit 1150 tot 1170 en de Karolingische fresco's uit ongeveer 800 en zijn daarmee de belangrijkste schilderwerken uit deze tijd. Ze zijn zelfs iets ouder dan de fresco's Castelseprio en San Salvatore uit Brescia.
De kloosterkerk is op de werelderfgoedlijst geaccepteerd, vanwege criterium III: een uniek of exceptioneel overblijfsel van een verloren gegane beschaving.
**********
http://nl.wikipedia.org/
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Staafkerk van Urnes.
****
Staafkerk van Urnes
Ga naar: navigatie, zoek
Luster, NoorwegenDe staafkerk te Urnes ligt aan de Lusterfjord (Luster, provincie Sogn og Fjordane te Noorwegen). Zij werd gebouwd tussen 1130 en 1150 en staat in Noorwegen ook wel bekend als de koningin der kerken. Behalve dat de staafkerken de oudste houten gebouwen van Noorwegen zijn, zijn ze de oudste houten kerken van het christelijk geloof.
De huidige kerk is niet de eerste op deze locatie, opgravingen in 1956-1957 door de archeoloog en architect Håkon Christie toonden aan dat er in ieder geval één (zo niet twee) oudere kerken hier hebben gestaan. Het houtsnijwerk aan de noordgevel zijn waarschijnlijk afkomstig hiervan, overeenkomstig snijwerk is nergens anders gevonden. De stijl wordt dan ook de Urnes-stijl genoemd (zie afbeelding lager op deze pagina).
Deze kerk werd geplaatst op de lijst van Werelderfgoed door UNESCO in 1979. Een van de redenen is de eerder genoemde Urnes-stijl. Urnes staafkerk is een van vijf Noorse monumenten op deze lijst.
Geschiedenis
**********
Uit het noorden gezienToen deze kerk werd gebouwd, lag ze ongeveer 120 meter van de fjord af. Ze werd op de Sognefjord georiënteerd met zicht op Luster aan de ene kant en de andere kant uitzicht richting de monding van het fjord. Hoewel haar ligging vandaag enigszins geïsoleerd lijkt, was het in het toenmalige Noorwegen anders. De fjorden waren de rijkswegen van het land, of er nu ten strijde werd getrokken - of met handel als doel. Dat dit geen uithoek was, toont ook delen van het inventaris, de kerk heeft onder meer twee geëmailleerde 13e eeuwse kandelaars uit Limoges (Frankrijk).
Rondom deze kerk zijn ook veel legendes, inclusief een variatie op het Deense sprookje van Hagbard en Signe. Volgens de traditie vond hun tragisch liefdesverhaal hier plaats. Er schijnen ook tastbare bewijzen hiervoor te zijn geweest, zoals een 50 ellen lang weefsel (het Weefsel van Signe) dat bij brand werd nat gemaakt en als blusdeken gebruikt - of stukjes ervan werden uitgedeeld als relikwie
******
Het portaal aan de noordgevel.
*****
http://nl.wikipedia.org/wiki/Staafkerk_van_Urnes
****
Staafkerk van Urnes
Ga naar: navigatie, zoek
Luster, NoorwegenDe staafkerk te Urnes ligt aan de Lusterfjord (Luster, provincie Sogn og Fjordane te Noorwegen). Zij werd gebouwd tussen 1130 en 1150 en staat in Noorwegen ook wel bekend als de koningin der kerken. Behalve dat de staafkerken de oudste houten gebouwen van Noorwegen zijn, zijn ze de oudste houten kerken van het christelijk geloof.
De huidige kerk is niet de eerste op deze locatie, opgravingen in 1956-1957 door de archeoloog en architect Håkon Christie toonden aan dat er in ieder geval één (zo niet twee) oudere kerken hier hebben gestaan. Het houtsnijwerk aan de noordgevel zijn waarschijnlijk afkomstig hiervan, overeenkomstig snijwerk is nergens anders gevonden. De stijl wordt dan ook de Urnes-stijl genoemd (zie afbeelding lager op deze pagina).
Deze kerk werd geplaatst op de lijst van Werelderfgoed door UNESCO in 1979. Een van de redenen is de eerder genoemde Urnes-stijl. Urnes staafkerk is een van vijf Noorse monumenten op deze lijst.
Geschiedenis
**********
Uit het noorden gezienToen deze kerk werd gebouwd, lag ze ongeveer 120 meter van de fjord af. Ze werd op de Sognefjord georiënteerd met zicht op Luster aan de ene kant en de andere kant uitzicht richting de monding van het fjord. Hoewel haar ligging vandaag enigszins geïsoleerd lijkt, was het in het toenmalige Noorwegen anders. De fjorden waren de rijkswegen van het land, of er nu ten strijde werd getrokken - of met handel als doel. Dat dit geen uithoek was, toont ook delen van het inventaris, de kerk heeft onder meer twee geëmailleerde 13e eeuwse kandelaars uit Limoges (Frankrijk).
Rondom deze kerk zijn ook veel legendes, inclusief een variatie op het Deense sprookje van Hagbard en Signe. Volgens de traditie vond hun tragisch liefdesverhaal hier plaats. Er schijnen ook tastbare bewijzen hiervoor te zijn geweest, zoals een 50 ellen lang weefsel (het Weefsel van Signe) dat bij brand werd nat gemaakt en als blusdeken gebruikt - of stukjes ervan werden uitgedeeld als relikwie
******
Het portaal aan de noordgevel.
*****
http://nl.wikipedia.org/wiki/Staafkerk_van_Urnes
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Kleine of Mariakerk.
***
In 1423 is deze kerk gebouwd op de plaats van een kapel uit ongeveer 1380.
De kerk in zijn huidige vorm is een bakstenen gebouw, bestaande uit een eenbeukig schip, een 5/8 gesloten koor en een vierkante toren, gebouwd in 1450 met een vierkante traptoren aan de zuidzijde. Deze torenbouw symboliseerde de H. Maria met het Kindeke.
De kerk heeft kleine spitsbogige vensters. In de zuidgevel een gedichte spitsbogige doorgang van een vroegere aanbouw. De eerste steunbeer aan het westen staat overhoeks, zo de westelijke begrenzing van de kerk aangevend vóór de vergroting in 1450.
Als metselkalk heeft men destijds leem gebruikt, later zijn de stenen ingevoegd met cement. De toren bestaat uit twee sterk inspringende geledingen uit het derde kwartaal van de 15e eeuw met daarboven een achtkantige koepel.
De kerk heeft houten gewelven.
***
Plan uit 1402.
******
Dat ook in vroeger tijd voorgenomen bouwplannen de nodige tijd vroegen, leert ons de totstandkoming van de O.L. Vrouwekapel, in de omgangstaal veelal de Mariakerk genoemd.
De inventaris van het oud-archief van de stad Vollenhove meldt daarover het volgende: "1402, januari 12. Ghert Borre, schout te Vollenhove, Aernt by Westen, Volkier Ruwine, Ghert Lulle, Coenraet der Witte, Ghert ten Wynckel, Gosen van Ewyne en Herman de Bodeker, schepenen van Vollenhove, oorkonden, dat voor hen in het gericht Heyne Belyenzoon en Mylle, zijne vrouw, overdroegen ten behoeve van de "tymmeringe in de ere Onser Liever Vrouwen toe Vollenhoe" hun huis en hofstede, gelegen in den "Kamp van Vollenhoe in de Bisschopsstrate". Het duurt dan nog 21 jaar, voordat tot de werkelijke stichting van de beoogde kapel wordt overgegaan. In het zoëven genoemd archief wordt onder kerkelijke zaken nr. 331 vermeld: "Acte, waarbij schepenen en raad van Vollenhove een kapel ter eere der H. Maagd Maria stichten en Nicolaas de Lynge voorstellen tot vicarius bij die kapel. 1423." Dit gebeurt op 14 mei van dat jaar, waarna 23 juni goedkeuring van de stichting van de kapel door de Utrechtse bisschop Frederik III van Blankenheim wordt verkregen.
*********
Stichting in 1423.
****
De stichtingsbrief van 14 mei 1423, aanwezig in het Stadsarchief, is in zijn geheel opgenomen in de Bijdragen Geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht, deel 19, blz. 448. Toen werd door Schepenen en Raad alsmede de burgers van Vollenhove dus verklaard dat zij met toestemming van de pastoor der kerspelkerk aldaar hebben gesticht uit hun goederen en aalmoezen een nieuwe kapel en een vicarie of altaar in die kapel staande en zijn aan dezen de onderbeschreven goederen toegewezen. Uit de giften van de bevolking hiervoor zal ik iets vermelden. Johannes Mulert schenkt een geldbedrag uit zijn goederen gelegen "bij Westen", Jutta van Oestenwolde een schepel gerst uit haar goederen achter den Camp dicht bij de weg(wijk ?) die voert naar "an de Benthet", Wilhelmus van Ede twee akkers buiten de kamp Vollenhove bij de windmolen van onze Heer van Utrecht, die zich uitstrekken "an den goer", Dydaens de timmerman en vrouw een huis en erf in de stad bij de Oosterpoort tussen de Bisschops- en Nieuwstraat, Nicolaas Ottens en vrouw een geldbedrag uit een huis en erf buiten de grens of gracht van de stad bij "Benthet" tussen de woonsteden van Herman van Cuynre en Sweder van der Eze. Bisschop Fredericus keurt op 23 juni 1423 deze stichting goed en benoemt tot eerste bezitter van deze kapellanie Ludolphus de Lynge, klerk van het bisdom Osnabruggen.
*******
Bouw van de toren in 1450.
******
Over de bouw van de toren vóór de kapel, die aanvankelijk los stond maar later daarmee is verbonden, is ook het één en ander bekend. In 1450 is men met het optrekken ervan begonnen, acht jaar later was men met de afwerking bezig. Dit laatste blijkt weer uit het oud-archief, waarin op 29 november 1458 staat vermeld: "Burgemeesters, schepenen en raad van Vollenhoe, oud en nieuw, oorkonden, dat voor hen Johan Barchorst, Herman Wissene en Wolter Roede Beerntsen, kerkmeesters en timmermeesters van Onser Liever Vrouwen kapel, verklaren, dat zij ter voltooiing der werkzaamheden aan den toren dier kapel van heer Gheert Hobing, priester, ontvangen hebben 52 Rijnsche gulden, waarvoor zij verklaren van hem over te nemen de betaling van eene jaarrente, groot 2 1/2 Rijnsche gulden 1 oort enz." In oorsprong bestond deze toren uit drie geledingen, afgedekt door een lage spits.
Met betrekking tot de klokken kan men zich afvragen, of er bij de voltooiing al één of meer klokken in de toren aanwezig waren. Vermoedelijk wel, want er bevindt zich een klokkenstoel waar plaats is voor twee zware klokken. Als er omstreeks 1458 twee klokken gekomen zijn, wie is dan de gieter en de leverancier? In die tijd woonde en werkte er in Zwolle ene Jan Ghisberts Potghyter, waarvan een klok uit Wilsum nog bestaat. Misschien dat ook de klok van 1457 te Borne en die van de kapel van het kasteel Altena in Beckum (inmiddels allang verdwenen) van hem zijn. Aan de andere kant is het zo, dat Vollenhove een sterke band had met de stad Utrecht: de achtereenvolgende bisschoppen van de Domstad verbleven vaak op het Slot op De Voorst. Mocht Utrecht de plaats zijn waar de klokken zijn gegoten dan kan het bijna niet anders, of zij zijn vervaardigd door één van de leden van het gietersgeslacht Butendiic, dat toentertijd daar zijn gieterij had.
***********
www.henkvanheerde.nl/vollenhove
***
In 1423 is deze kerk gebouwd op de plaats van een kapel uit ongeveer 1380.
De kerk in zijn huidige vorm is een bakstenen gebouw, bestaande uit een eenbeukig schip, een 5/8 gesloten koor en een vierkante toren, gebouwd in 1450 met een vierkante traptoren aan de zuidzijde. Deze torenbouw symboliseerde de H. Maria met het Kindeke.
De kerk heeft kleine spitsbogige vensters. In de zuidgevel een gedichte spitsbogige doorgang van een vroegere aanbouw. De eerste steunbeer aan het westen staat overhoeks, zo de westelijke begrenzing van de kerk aangevend vóór de vergroting in 1450.
Als metselkalk heeft men destijds leem gebruikt, later zijn de stenen ingevoegd met cement. De toren bestaat uit twee sterk inspringende geledingen uit het derde kwartaal van de 15e eeuw met daarboven een achtkantige koepel.
De kerk heeft houten gewelven.
***
Plan uit 1402.
******
Dat ook in vroeger tijd voorgenomen bouwplannen de nodige tijd vroegen, leert ons de totstandkoming van de O.L. Vrouwekapel, in de omgangstaal veelal de Mariakerk genoemd.
De inventaris van het oud-archief van de stad Vollenhove meldt daarover het volgende: "1402, januari 12. Ghert Borre, schout te Vollenhove, Aernt by Westen, Volkier Ruwine, Ghert Lulle, Coenraet der Witte, Ghert ten Wynckel, Gosen van Ewyne en Herman de Bodeker, schepenen van Vollenhove, oorkonden, dat voor hen in het gericht Heyne Belyenzoon en Mylle, zijne vrouw, overdroegen ten behoeve van de "tymmeringe in de ere Onser Liever Vrouwen toe Vollenhoe" hun huis en hofstede, gelegen in den "Kamp van Vollenhoe in de Bisschopsstrate". Het duurt dan nog 21 jaar, voordat tot de werkelijke stichting van de beoogde kapel wordt overgegaan. In het zoëven genoemd archief wordt onder kerkelijke zaken nr. 331 vermeld: "Acte, waarbij schepenen en raad van Vollenhove een kapel ter eere der H. Maagd Maria stichten en Nicolaas de Lynge voorstellen tot vicarius bij die kapel. 1423." Dit gebeurt op 14 mei van dat jaar, waarna 23 juni goedkeuring van de stichting van de kapel door de Utrechtse bisschop Frederik III van Blankenheim wordt verkregen.
*********
Stichting in 1423.
****
De stichtingsbrief van 14 mei 1423, aanwezig in het Stadsarchief, is in zijn geheel opgenomen in de Bijdragen Geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht, deel 19, blz. 448. Toen werd door Schepenen en Raad alsmede de burgers van Vollenhove dus verklaard dat zij met toestemming van de pastoor der kerspelkerk aldaar hebben gesticht uit hun goederen en aalmoezen een nieuwe kapel en een vicarie of altaar in die kapel staande en zijn aan dezen de onderbeschreven goederen toegewezen. Uit de giften van de bevolking hiervoor zal ik iets vermelden. Johannes Mulert schenkt een geldbedrag uit zijn goederen gelegen "bij Westen", Jutta van Oestenwolde een schepel gerst uit haar goederen achter den Camp dicht bij de weg(wijk ?) die voert naar "an de Benthet", Wilhelmus van Ede twee akkers buiten de kamp Vollenhove bij de windmolen van onze Heer van Utrecht, die zich uitstrekken "an den goer", Dydaens de timmerman en vrouw een huis en erf in de stad bij de Oosterpoort tussen de Bisschops- en Nieuwstraat, Nicolaas Ottens en vrouw een geldbedrag uit een huis en erf buiten de grens of gracht van de stad bij "Benthet" tussen de woonsteden van Herman van Cuynre en Sweder van der Eze. Bisschop Fredericus keurt op 23 juni 1423 deze stichting goed en benoemt tot eerste bezitter van deze kapellanie Ludolphus de Lynge, klerk van het bisdom Osnabruggen.
*******
Bouw van de toren in 1450.
******
Over de bouw van de toren vóór de kapel, die aanvankelijk los stond maar later daarmee is verbonden, is ook het één en ander bekend. In 1450 is men met het optrekken ervan begonnen, acht jaar later was men met de afwerking bezig. Dit laatste blijkt weer uit het oud-archief, waarin op 29 november 1458 staat vermeld: "Burgemeesters, schepenen en raad van Vollenhoe, oud en nieuw, oorkonden, dat voor hen Johan Barchorst, Herman Wissene en Wolter Roede Beerntsen, kerkmeesters en timmermeesters van Onser Liever Vrouwen kapel, verklaren, dat zij ter voltooiing der werkzaamheden aan den toren dier kapel van heer Gheert Hobing, priester, ontvangen hebben 52 Rijnsche gulden, waarvoor zij verklaren van hem over te nemen de betaling van eene jaarrente, groot 2 1/2 Rijnsche gulden 1 oort enz." In oorsprong bestond deze toren uit drie geledingen, afgedekt door een lage spits.
Met betrekking tot de klokken kan men zich afvragen, of er bij de voltooiing al één of meer klokken in de toren aanwezig waren. Vermoedelijk wel, want er bevindt zich een klokkenstoel waar plaats is voor twee zware klokken. Als er omstreeks 1458 twee klokken gekomen zijn, wie is dan de gieter en de leverancier? In die tijd woonde en werkte er in Zwolle ene Jan Ghisberts Potghyter, waarvan een klok uit Wilsum nog bestaat. Misschien dat ook de klok van 1457 te Borne en die van de kapel van het kasteel Altena in Beckum (inmiddels allang verdwenen) van hem zijn. Aan de andere kant is het zo, dat Vollenhove een sterke band had met de stad Utrecht: de achtereenvolgende bisschoppen van de Domstad verbleven vaak op het Slot op De Voorst. Mocht Utrecht de plaats zijn waar de klokken zijn gegoten dan kan het bijna niet anders, of zij zijn vervaardigd door één van de leden van het gietersgeslacht Butendiic, dat toentertijd daar zijn gieterij had.
***********
www.henkvanheerde.nl/vollenhove
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Algemeen
Het dorp Den Ham (gemeente Zuidhorn) is waarschijnlijk in de late middeleeuwen ontstaan. Het dorp bestaat uit lintbebouwing langs de weg van Aduard naar Saaksum en de Ds. Koppiusweg. De abdij Aduard bezat in Den Ham een kapel, die vanaf de 17 e eeuw als Hervormde Kerk diende. Het dorp heeft zich in de 20 e eeuw iets verdicht. De Hervormde kerk is gelegen aan het einde van de doodlopende Ds. Koppiusweg 42.
Exterieur
De hervormde kerk dateert oorspronkelijk uit 1555. In 1633 werd een dakruiter geplaatst. De kerk werd in 1729 grondig vernieuwd, waarbij een deel van de groot formaat bakstenen van de middeleeuwse kapel of kerk opnieuw werd gebruikt. De dakruiter en de westgevel werden (na een brand in 1911) in 1912 vernieuwd. De kerk heeft rondboogvensters met houten traceringen, waarschijnlijk uit 1912. In 1997 onderging het kerkje een ingrijpende restauratie. De fraai gelegen kerk is sinds 1978 eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken.
Interieur
De kerk bezit een gave inrichting met preekstoel en banken uit de vroege negentiende eeuw en vier familiebanken met verhoogde rugleuningen uit de achttiende en negentiende eeuw. Één familiebank bevat fraai houtsnijwerk uit omstreeks 1750. In de vloer van de kerk liggen vijfentwintig grafzerken, waarvan de oudste dateert van 1573. In 1851 ontdekte men een grafkelder welke ooit was bestemd voor de roemruchte leden van de familie de Mepsche. Het orgel, een geschenk van Menno Willemsen (overleden in 1898), werd in 1899 door Jan Doornbos vervaardigd. Doornbos maakte bij de bouw gebruik van enig oud pijpwerk.
*********
http://members.home.nl/rhschipper/kerken/denham.htm
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet
-
majke - Lid geworden op: 01 jan 2005, 00:20
- Locatie: europa
Sint Jakobus en Fillupus kerk
Lukiškių plein 10 Vilnius, Litouwen
De barokke Sint Jakobus en Fillupus kerk (šv. Jokūbo ir Pilypo bažnyčia) is gelegen naast het Lukiškės plein op de plaats van een voormalig kerkhof. In 1624 werd er een houten kerk gebouwd, maar het huidige bouwwerk stamt uit het einde van de 17de eeuw. De kerk bevat twee symmetrische torens
*******
Een beeld van een hoog altaar met de wonderbare Moeder van God en het kindje Jezus (18de eeuw) siert het enkelvoudige schip van de cilindrisch gebogen kerk. In de kerk bevindt zich houten beelden uit de 18de eeuw van St. Hyacinthus en St. Dominicus. Tijdens het Sovjetoverheersing was de sloop van de kerk voorzien, maar uiteindelijk bleef hij in verloosde toestand staan. In 1992 werd de kerk teruggegeven aan de gelovigen. Het beeld van de Genadige Moeder van God (de Lukiškės Moeder van God) is in de kerk teruggeplaatst. Het is beroemd sinds de 17de eeuw om zijn mirakels.
Het Dominicaanse klooster werd gebouwd in de 18de eeuw toen de geschiedenis van het kloosterziekenhuis en het oudste ziekenhuis in Litouwen begon. De monniken handhaafden het ziekenhuis tot 1808, toen het het eerste seculaire ziekenhuis in de stad werd.
Het dominicaanse klooster is gebouwd in de 18de eeuw, toen de geschiedenis van het kloosterziekenhuis, het oudste ziekenhuis in Litouwen, begon. De monniken onderhielden het klooster tot 1808, waarna dit het eerste seculaire ziekenhuis van de stad werd
******
Lukiškių plein 10 Vilnius, Litouwen
De barokke Sint Jakobus en Fillupus kerk (šv. Jokūbo ir Pilypo bažnyčia) is gelegen naast het Lukiškės plein op de plaats van een voormalig kerkhof. In 1624 werd er een houten kerk gebouwd, maar het huidige bouwwerk stamt uit het einde van de 17de eeuw. De kerk bevat twee symmetrische torens
*******
Een beeld van een hoog altaar met de wonderbare Moeder van God en het kindje Jezus (18de eeuw) siert het enkelvoudige schip van de cilindrisch gebogen kerk. In de kerk bevindt zich houten beelden uit de 18de eeuw van St. Hyacinthus en St. Dominicus. Tijdens het Sovjetoverheersing was de sloop van de kerk voorzien, maar uiteindelijk bleef hij in verloosde toestand staan. In 1992 werd de kerk teruggegeven aan de gelovigen. Het beeld van de Genadige Moeder van God (de Lukiškės Moeder van God) is in de kerk teruggeplaatst. Het is beroemd sinds de 17de eeuw om zijn mirakels.
Het Dominicaanse klooster werd gebouwd in de 18de eeuw toen de geschiedenis van het kloosterziekenhuis en het oudste ziekenhuis in Litouwen begon. De monniken handhaafden het ziekenhuis tot 1808, toen het het eerste seculaire ziekenhuis in de stad werd.
Het dominicaanse klooster is gebouwd in de 18de eeuw, toen de geschiedenis van het kloosterziekenhuis, het oudste ziekenhuis in Litouwen, begon. De monniken onderhielden het klooster tot 1808, waarna dit het eerste seculaire ziekenhuis van de stad werd
******
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet