goeie middag iedereen,
een nawoordje over 'rijen',
naar aanleiding van vraag 7 en twee verschillende antwoorden ...
We hebben ooit (-toen er hier ook nog lesjes werden gegeven-) REKEN-
KUNDIGE en MEETKUNDIGE Rijen gezien.
Weet je nog:
R.R. vb: 5, 8, 11, 14, 17, 20 ..., t(1) = 5 en v = 3
elke term is gelijk aan de vorige, vermeerderd met een vast getal,
M.R. vb: 5, 10, 20, 40, 80, ..., t(1) = 5 en r = 2
elke term is gelijk aan de vorige, vermenigvuldigd met een vast getal.
Een andere merkwaardige rij is de HARMONISCHE RIJ.
1, 1/2, 1/3, 1/4, 1/5, 1/6, .... , 1/n, ....
Het merkwaardige hier is dat, als men alle breuken omkeert (teller wordt
noemer en omgekeerd), iedere term het gemiddelde is van de termen
waar hij tussen staat:
Zo geeft 1/4, 1/5, 1/6 ... 5 is gemiddelde van 4 en 6.
Men kan een rij op verschillende manieren bepalen.
1) door OPSOMMING,
zoals alle vorige voorbeelden.
2) door een EXPLICIET voorschrift
we geven een functievoorschrift in n, of t(n) = f(n), waarmee iedere term
kan bepaald worden voor n = 1, 2, 3, 4, 5, ...
vb t(n) = (2n²-1)/n²
Zo vinden we de vijfde term door n te vervangen door 5;
dat geeft: t(5) = (2.5²-1)/5² = 49/25
door opsomming zouden we hier krijgen 1, 7/4, 17/9, 31/16, 49/25, ...
3) door een RECURSIEF voorschrift
we geven een functievoorschrift voor elke term, in functie van de vorige
term, of t(n) = f(t(n-1))
voorbeeld: t(n) = t²(n-1) - 5, én t(1) = 2, in woorden:
iedere term is het kwadraat van de vorige term, verminderd met 5,
én de eerste term is 2,
door opsomming geeft dat: 2, -1, -4, 15, 220, 48395, ...
Soms geeft men een recursief voorschrift waarbij men elke term schrijft
in functie van de twee vorige termen; men moet dan uiteraard de eerste
twee termen geven om te kunnen starten.
Een zeer mooi voorbeeld daarvan is de rij van FIBONACCI;
hier geldt: elke term is de som van de twee voorgaande termen,
of t(n) = t(n-1) + t(n-2), met t(1) = 1 en t(2) = 1,
dat geeft door opsomming: 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, ...
een zeer merkwaardige rij is dat met meerdere toepassingen.
En nu vraag 7 van vorige problemenreeks: 12, 42, 48, 168, ...
sloeberkebebo en pastoor maken ervan: 12, 42, 4.12, 4.42, 4.48=192, ...
met recursief voorschrift luidt dat
t(n) = 4.t(n-2), met t(1) = 12 en t(2) = 42
lotte maakt ervan: 12, 42, 48, 168, 1722, ...
met recursief voorschrift luidt dat
t(n) = 2.(t(n),van achter naar voor gelezen), met t(1) = 12
De twee rijen kennen een verschillend verloop verder en ik had beide
antwoorden juist gerekend.
Waarom stel ik het antwoord van lotte nu iets hoger?
Beiden geven een recursieve opbouw, maar bij lotte gaat dat door te
starten met t(1), terwijl in de vorige opbouw men t(1) én t(2) moet geven.
volgende reeks problemen en probleempjes op di 10 mei a.s.,
tot dan, denook