Afdwalen kolder (deel II)

Literaire pareltjes van maatschappelijke gebeurtenissen.

Tillie
Lid geworden op: 28 jul 2004, 23:20
Locatie: Kempen

20 aug 2004, 11:56

De een de zitting en de ander de leuning. dan twee poten links en vervolgens de twee poten rechts. Ben ik nog stukskes vergeten?
Zonder vrouwen gaat het niet, dat heeft zelfs God moeten toegeven.
Duse

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

21 aug 2004, 08:49

Als er moet geschilderd worden, zou ik de stielkennis van ene mr. Bean ter hand nemen. Al die stoelen in een gesloten ruimte; een "knaller" in de verfpot... even wachten dat het afgaat en dan een droogtijd respecteren... :lol:
Opa Brombeer

21 aug 2004, 13:28

Tweede les in vervolgen breien.

En Kwezel weze mijn getuige, zij is niet zo oud als Methusalem, volgens ZMj zou ze er zelfs maar vooraan in de dertig uitzien, waw, zo'n schoonmoeder zou ik ook nog willen, maar laat ze eerst maar getuigen. Na op komt af, en af gaat beter dan op, ik heb het hier wel over fietsen he. Dus na Heist op den Berg kwam logischerwijze Heist af den Berg, en dat ging dan ook veel vlotter, niemand moest nog geduwd worden, al werden er hier geen strafseconden uitgedeeld, oorvijgen ook niet, vader had te veel werk om zijn fiets in of beter gezegd over goede banen te leiden. Dit alles maakte dat we wegens de opkomende honger niet morden toen er werd afgezien van een tweede rustpauze. En eindelijk was het dan zover, camping Heultje in Westerlo kwam in zicht. En laat ik jullie gerust stellen ze staat er nog, tot over enkele jaren dan toch.

Daar gekomen duurde het niet lang of van die vijf broden schoten er maar drie meer over. En dan kwam de aap uit de mouw, mouwen waren er daar genoeg, apen ook trouwens. Nu begreep ik waarom die grote metalen emmer absoluut mee moest, nee niet om ons in te wassen, dat konden we in de beek ook. Brombeer, ga jij petaten jassen? Ons moeder vroeg dat tenminste nog schoon en dan was ik veel gedienstiger, ze maakte me dan wijs, in de overtuiging dat ik toch niet in het leger moest, wist zij veel, dat ik dat dan al kende voor later.Dus een overvolle emmer petaten gejast. 'k Heb ze dan nog moeten wassen ook, ik vraag me nog altijd af waarom, niemand merkte het als ik ze niet waste.En nadat ze dan nog eens gekookt waren en verorberd dacht ik nu is het mijn beurt.Goed gedacht jong het was mijn beurt, den afwas.En nu kom ik aan weeral een van mijn trucjes die ik aan Hermano beloofd heb maar ik moet hem er direct bijvertellen dat er enig risico aan vast zit, bij mij was dat toch zo. Mijn grootvader riep me eens bij hem en zei, ventje nu goed kijken he, ik doe het maar ene keer voor. Als ge geen goesting hebt om af te wassen, en hij stond daar met een jat(koffiekop in het blaasvelds)in zijn linker en een handdoek in zijn rechterhand, dan moete da zo doen zie en hij wrong met alle gemak(het was ook zo een beer gelijk Hermano)de oor van die jat. En toen ik dan groot genoeg geworden was om de afwas te doen, al vond ik van mezelf dat ik nog te klein was probeerde ik deze truc ook eens met alle gevolgen vandien. Maar mijn ouders waren ook niet aan hun gat gedoopt en hadden gewoon plastieken tassen en borden meegenomen, dat bespaarde me natuurlijk die beroemde oorvijgen.

En tegen dat de afwas gedaan was werd het zo stilletjes aan tijd om de rest van de broden uit te stallen en de voetbalploeg op te trommelen en iedereen zijn plaats toe te wijzen in de inmiddels recht geraakte villa van zeildoek. Wat er me morgen nog te wachten staat kan ik hier nu nog niet neertoetsen want met al dat gejas en afgewas voel ik natuurlijk mijn handen niet meer. Tot de volgende keer dan maar weer. Groetjes van de brommende jasserbeer ,sorry jassende

Brombeer

zandmannetje
Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners

23 aug 2004, 18:57

Hooggeachte freule Mathilde,
Ja, U heeft het goed gelezen, de kolderbrigade is andermaal op reis vertrokken met de ballon van t'Stropke. Helaas, driemaal helaas, is er ditmaal geen plaats voor U, aangezien er reeds 6 personen tamelijk dicht opeen gepropt in de wasmand vertoeven.
Indien U ons vroeger hadt gecontacteerd hadden wij natuurlijk graag plaats voorzien voor U. Met ander woorden dan hadt één van het gezelschap zijn plaats afgestaan aan U, graag of niet.
Bij dergelijke expedities mogen we nu eenmaal het geldelijke aspect ook niet uit het oog verliezen, en we hebben de vorige maal ondervonden dat U helemaal niet krenterig bent. De enige krenten die we nu vinden is in het brood van Brombeer, en je kan met de fiets van de ene naar de andere rijden, als U begrijpt wat ik bedoel.
Met uw bijdrage zouden wij ons een beter wijntje kunnen aanschaffen, onder andere, om maar iets te zeggen, of een krentenbrood met krenten erin.
Langs een andere kant, misschien is het toch maar beter dat U zich wat meer om uw gezin bekommert, om die twee bloeikes van kinderen die U alreeds in uw bezit heeft. Want hier doen reeds roddels de ronde, dat U meer interesse heeft voor een zekere Zandmannetje dan voor uw eigen hark, ik bedoel echtgenoot.
Indien er in de huidige toestand verandering moest komen, er valt al gemakkelijk iemand overboord (overmand is beter) nietwaar, zullen wij niet nalaten ogenblikkelijk contact met U op te nemen. Vergeet daarom niet om steeds uw bankkaart op zak te hebben, en binnen handbereik een klein valiesje met kledingstukken, gaande van een bikini tot Eskimokleding. Wij weten namelijk zelf niet waar onze reis ons brengen zal, maar dat we ergens zullen opduiken, dat kan een ervaren rat zoals TLL U wel vertellen. Dat is namelijk een specialist opduiker, of moet ik hier zeggen onderduiker? En inplaats van een ervaren rat kan ik beter spreken van een ervaren vis...
PS. Heeft U misschien een boontje voor zandmannetje, omdat zijn initialen U zo aanspreken, ZMj ?
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

23 aug 2004, 19:54

Matilde... laat ZMj zijn heroische ballonvaart maar aanvangen. Tilleke (sorry voor mijn familiair zijn), ik was ook niet uitgenodigd om dit soort "ter lange omvaart" bij te staan. Als dienaar van Neptunus heb ik heel wat ervaring opgedaan met ballonnen, dus getroost U. Die opgeblazen kikker van ene La Fontaine zal zijn weerga wel kennen, eenmaal ik mijn kunde -nee niet als pompbakduiker- maar als volwaardige schutterskoning mag dulden. Weze het toevallig dat de laatste Koningsschieting er een 'Jef I' uit de bus kwam, toevallig dezelfde naam als deze van ondergetekende; en dat deze Jef ook toevallig na mij zijn kunsten mocht vertonen kan wel voor verwarring zorgen. Vergeet men toevallig de suffixen van de initialen, is het al even onduidelijk wie die navolgelingen van Montgolfière zal kielhalen. Wees ervan overtuigd Matilda, dat wanneer de Jetstream of een onachtzaam windje ze over onze contrijen stuurt, ze terdege rekening mogen houden met een luchtafweergeschut van men-kan-niet-meer. Mij vergeten mee te nemen, het mij niet vragen; en ik -zonder daarbij hoogmoedig te worden- ook nog veel afweet van overlevingen in geval van nood, noot- en andere landingen. Stel dat ze in 't water zouden belandden, wat dan ? Niet één die op een goed blaadje staat met onze Heer Neptunus, ik wél. Och, Matilde, trek het je eigenlijk -doe ik ook niet- aan. We zullen ze, in de toekomst, wel een lesje leren. In mijn toekomstperspectief ben jij wellicht de eerste die ik vraag om mijn batiscaaf mee te bemannen; die gaat beslist een stukje dieper dan wat die lachgasdrijvers daarboven wanen te kunnen halen in hoogte. Hoewel onze dampkring rond de aarde geplakt zit, halen ze niet eens het record van de lange omvaart. Daarentegen kunnen wij, in mijn toekomstvisie, wél 3/4e van onze ontdekkingstocht geheim houden. Niet één die zijn neus dieper steekt dan zijn "sjat koffie". Sorry Matilde, dit is weer iets uit mijn bargoenswinkel, maar een beter woord vond ik niet in mijne dictionaire. Een ding hoop ik maar, en gelukkig zijn we er niet bij, als er ergens "gerommeld" wordt bij een landing, kunnen we er bijna voor de volle honderd procent zeker van zijn dat de mand op Brombeer zijn teen is terechtgekomen. Dat zal onze batiscaaf nooit overkomen... :lol:

TLL

T'Stropke
Lid geworden op: 26 jul 2004, 08:52
Locatie: Gent

23 aug 2004, 20:32

Zandmannetje, Zandmannetje, toch, onlangs stuurde ik je nog een folder met de mededeling dat we nu een nieuwe vismand hebben voor 18 personen “T’Stropke Hot Air Balloons” kan gerust noch de inwoners van da paleisje uit Laken meenemen hoor, en azo een schoon madamke gelijk Freule Mathilde mag in geval van nood zelfs op mijn gas bidons zitten, kwestie van ze een beetje op temperatuur te houden, dat ge niet graag hebt dat haren eega meegaat tot daar, gezien de heimelijke blikken die ze naar u geworpen heeft. Maar onze boeboe vriend, St Laurentius en zijn freule passen we wel naast onze sprookjes konigin Fabi? Fani? Alé haar naam ontsnapt me weer, ge weet wel wie ik bedoel nietwaar? Ze heeft als bijverdienste een sprookje in Holland ergens staan: “De Efteling Elfjes” Tenzij je natuurlijk als exclusieve mede reiziger liever die Familie uit Braschaat hebt, dat mag gerust van mij, maar dan als voorwaarde moet der Herr Das Hausses diene ex ballen pakker die zeer voleind Duits, spreekt minima 1 jaar met mijn reclame op zijn hemd col rondloopt, en op voorwaarde dat hij met zijn brommerke weer niet valt, want die negatieve reclame kan ik missen als kiespijn, maar gezien het hopelijk goede gezelschap van zijn twee knappe dochters zou ik toch maar een of meerdere oogjes dicht knijpen. En uit goed ingelichte bron weet ik dat der Herr Das Hausses nog een paar goede flesjes veredeld druiven sap in zijne kelder heeft liggen. Dus Zandmannetje de vaste Crew van schrijvelaars gaat zeker mee! Hoogtevrees of niet, maar ik verzoek je ook eens aan de belangen van een kleine zelfstandige uit Gent te denken, en niet zozeer uit te zijn op Freule Mathilde haar Bank kaart
'Als ik een zaak niet begrijp, is dat geen reden om te zeggen dat zij verkeerd is; het is veeleer een bewijs van mijn onwetendheid.'
- Cicero

T'Stropke
Lid geworden op: 26 jul 2004, 08:52
Locatie: Gent

23 aug 2004, 21:48

Kijk nu eens aan Zandmannetje wat je hebt bereikt met je te selectief zijn, en mijn briefwisseling niet te lezen!! Telloorlekker is weer de kaper op de kust, en geloof me hij is niet van de minste hoor, in zijn toekomstperspectiefe batiscaaf mag Freule Mathilde direkt mee, al vraag ik me wel af wat zijn duistere bedoelingen zijn om met haar naar ongekende diepten te gaan? jagen op waterstekelvarkens of andere lugubure duistere figuren, ja, ja hij beweert wel dat hij dienaar is van de Heer Netuptunes, maar dat zal moeten blijken uit zijn boordpapieren waar haar ega zeker zal om vragen alvorens hij haar in de handen zal geven van de kwispelteurige Telloorlekker. Wij echter laten haar hoogtepunten laten beleven die ze nog nooit heeft meegemaakt zelf niet met haar Vlaamse les op de citadel van Dinant, je weet toch dat TLL altijd op de loer ligt om ten gepaste tijde toe te slaan, of af te slaan, links of rechts dat speelt geen enkele rol, misschien komt hij wel richting Gentse Graslei langs de Leie, om daar met freule Mathilde een terrasje te doen ? Maar dan ligt de oplossing voor de hand we hangen zijne batiscaaf onder mijn vismand, en het Gents afweergeschut is ook niet meer wat het geweest is nu ze De Dulle Griet met Plastiek hebben verzegeld en zo zijn we TLL weer een stapje voor, hoe familiair hij ook blijkt te zijn met den adellijke stand van ons gelieft Koninkrijkje
'Als ik een zaak niet begrijp, is dat geen reden om te zeggen dat zij verkeerd is; het is veeleer een bewijs van mijn onwetendheid.'
- Cicero

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

24 aug 2004, 08:35

Wat hebben jullie toch dat ik me ineens ook bij die koninklijke meute inschik ? Ik was daar toch vriend aan huis. Nee, niet bij Matilleke want die kent mij geeneens, maar wel bij haar gemaals' grootoom, de Charel ! Ja, wij mochten hem tutoyeren, hij ons trouwens ook. Nu was die soms ad-interim-koning ook geen simpele hoor. Hij reed in onze buurt z'n domeinen af samen met die andere grootheer (z'n voornaam ben ik vergeten) maar z'n familienaam heeft ondertussen heel wat "brokken" gemaakt; z'n domeinsgebuur De Broqueville. Tja, dat komt ervan hé... jaja, en soms waagt Matillekes'schoonpapa zich ook incognito in ons dorp. Hij laat zich vereeuwigen door een kunstkladder alhier; en wanneer B II langskomt moet ie onze voordeur passeren, icognito of niet !
Hiermee wil ik er wel op wijzen dat ZMj zich niet te snel moet vergalloperen met Matilleke, want dan kan ik me wel beroepen op mijn "kennis" en kunnen simpele telefoontjes wonderen verrichten. Alleen spijtig dat ik nu met omwegen en kronkeltjes mij zeg moet doen aldaar, want wijlen prins Karel is nu in hogere regionen, zelfs daar kan 't Stropke met ZMj als stuurman niet eens geraken; da's een beetje te hoog gegrepen. Tenzij, tenzij... ze dalen met een zucht, van boven uit de lucht... :lol:
Gast

26 aug 2004, 20:49

In onze oude straat van mijn klein dorpje waren nieuwe mensen komen wonen, ze namen bezit van het oude posthuis. Het had al een tijdje leeg gestaan en niemand verwachte zich er aan dat het nu nieuwe bewoners zou krijgen. Het zou gerenoveerd met de tijd worden, telkens een klein beetje als hun budget het toe liet.
Het houten raam was uit de gevel weggenomen en in de puingrote opening stonden twee mannen die in de kranten altijd omschreven worden als van het ‘zuiderse type’. Zij torsten met vereende krachten een zware ijzeren balk doch die paste duidelijk niet in de opening en toen lieten zij hem met een enorme plof op de vloer vallen. Je zag een beige stofwolk breed opwaaien tot ze de hele kamer vulde waarin daareven nog het allereerste zonlicht van dit nieuwe seizoen gespeeld had.
Ik durfde niet te bedenken, wat zo’n bons op diezelfde plaats vijftig jaar geleden veroorzaakt zou hebben. Uit al de huizen van de Oude Rijksweg zouden de mensen zijn komen lopen om te zien wat er aan de hand was. Een aardbeving of zoiets. Ze zouden allemaal samen midden op de straat hebben gestaan en pas na een kwartier zou er één van hen geroepen hebben: ‘Kijk uit, er komt een auto aan!’ een automobiel. Die zag je al van heel ver aankomen en het bleef een sensatie die voorbij te zien komen. Wagens met prachtige glimmende koplampen en met heren achter het stuur, let wel héren die een platte geruite pet droegen en een sigaar in de mond hielden.
Je had wel eens iemand die bij vergissing tegen een auto opliep, een of andere onvoorzichtige voetganger, maar andersom kwam het verschijnsel welhaast niet voor. Ik weet nog de eerste dode liggen, op een kruispunt, bij de uitgang van de lagere school. Je zag hoe de man de voeten in elkaar kromp en hoe er een dun onooglijk straaltje bloed uit zijn oor liep. Dat feit stond de dag nadien heel in het groot op de frontpagina van de krant, dezelfde afmetingen waarmee je nu en zaak als Tsjernobyl afhandelde. Het zoveelste huis van de Rijksweg sneuvelde dus. Het was in handen gevallen van mannen van het zuiderse type. Die hadden al eerder op de Rijksweg huizen in de omgeving bezet. Waar de kolonel woonde en het huis van de oude meneer die zijn hele leven lang wel gepensioneerd geweest moest zijn en die een prachtige witte baard droeg zoals Leopold de Tweede. Ach, het begon met een dakgoot die lekte, een half jaar later was dat grijze spoor op het trottoir niet meer uit te wissen, op een zomeravond sneuvelde een ruit op de etalage en het gordijn dat nooit was weggenomen, wapperde erdoorheen en dan gaat het snel, zeer snel.
Uit het zuiden komen de donkere manschappen. Het zal wel allemaal familie van mekaar zijn, zo te zien telkens een half dorp dat mee van ginder is gekomen en dat in de grote herenhuizen van vroeger verdwijnt. Er komt weer rook uit de schoorsteen en iemand nagelt een houten plank vast waar vroeger de ruit in stond, ach het is tijdelijk. Wie zegt dat ze in het zuiden ongelijk hebben, het hele leven is tijdelijk.
In het huis van de ambtenaar van het kadaster wonen twee Zaïrezen. Het was een gek beeld om van de winter bij de barre kou zo iemand te zien voorbijkomen op de fiets. Wat loopt er allemaal fout in de wereld? De vrouw van de ambtenaar zag je nooit zonder een stofdoek in de hand. Haar man beweerde trouwens dat zij daarmee geboren was en dat geloofden wij als kind vroeger. Stel je voor, het zal je overkomen. En er viel geen stofje te bespeuren, nergens, niet op de blauwe steen van de vensterdorpels en niet op het bruingeverfde sierhekje voor het melkwitte blauwdooraderde glas van de voordeur. Alles glom elke dag als nieuw. De Zaïrezen hadden geen stofdoeken en dat zag je ook aan het huis. De voorgevel was goor geworden en de loggia (was een luxe en een standing voor de oorlog), de loggia brokkelde af alsof er wormen bestonden die zelfs graniet konden vreten.
Nu de stofwolk helemaal was gaan liggen en de mannen van het zuiderse type uit de kamer verdwenen waren, kon je dwars door het huis heen kijken in de tuin stonden wel twintig donkergrijze plastieken zakken van de vuilnisophaaldienst en een kat moest iets eetbaar geroken hebben want uit één ervan puilde nu de inhoud naar buiten. De man die het bewoond had, was destijds postmeester geweest en hij had een prachtige sonore stem. Hij zong ook mee in een koor en hij droeg nooit een das maar steeds een indrukwekkende over elkaar heen gevouwen Lavalière. Wat een stijl. In de voorkamer moesten tafeltjes hebben gestaan met schalen waarop zilveren serviezen stonden en een stel van zes kopjes van welhaast doorschijnend porselein. Je toonde wat je bezat alhoewel er haast nooit iemand in die kamers kwam. Stel je voor dat die kopjes daar nu nog gestaan hadden toen die twee van het zuiderse type die ijzeren balk lieten vallen. Goed dat de postmeester dood is en zijn vrouw die nog jaren na hem gewacht heeft om te zien of haar jongste zoon die in de oorlog verdwenen was, nog wel zou terugkomen. Hij kwam niet en je kan niet eeuwig wachten, al had zij dat wel gewild.
Morgen staat er in de deuropening een vrouw met gitzwart haar en met een paarse doek om het hoofd en met een roze wijde pofbroek onder haar rijk gebloemde jurk. De Rijksweg gaat kapot maar dat is voorlopig nog een racistische gedachte.

zandmannetje
Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners

27 aug 2004, 14:46

Uit mijn dagboek; 20Mei 2000.

Vandaag ga ik mijn schoonvader bezoeken in het home waar hij reeds 6 maanden verblijft. Is slechts 2 Km. verderop, een mooie wandeling.
Enkele straten verder, slechts een paar honderd meter van huis komt een kerel achter mij aan, tikt me op de schouder.
"Ik ken auw wel zenne" Ik draai me om, heb de man nog nooit gezien "Ah ja? wel ik u niet!"
En vervolg mijn weg. Slechts enkele stappen verder, weer dat getik. Ik krijg direct het donkere vermoeden dat dit niet goed gaat aflopen. "Gij kent mij niet, maar ikke auw wel zenne"
"Luister eens beste kerel, ik heb u nog nooit van mijn leven gezien, en ik zou het zeer op prijs stellen als je me zou met rust laten!" Waarop ik mijn weg vervolg. Weerom dat getik. "hey, gij voelt auw te goed voor mij zeker, wilt ge vechten misschien?"
Mijn voorgevoel had me niet bedrogen, nu had ik twee mogelijkheden. Gaan lopen of mijn mannetje staan. Mannetje staan ja, de kerel was meer dan een half hoofd groter dan ik, en woog zeker 90 kilo. In de bokssport is dat een categorie hoger. Maar veel tijd om na te denken liet hij me niet, want ik had reeds een slag op mijn gezicht te pakken. En mijn bloed begint te koken.
Maar terwijl besef ik heel goed dat ik geen enkele kans maak, tenzij ik hem meteen kan uitschakelen. Mijn voetbalinstinct komt boven, en ik wil hem met een goedgemikte trap in de weke delen buitenstrijd stellen.
Maar hij heeft het zien aankomen en draait zich een halve slag, waardoor mijn trap op zijn bil terechtkomt.
Italiaanse lederen zomerschoentjes zijn duidelijk niet gemaakt voor dat soort karweien, want de zool breekt meteen af, wat een danige handicap betekent.
En ik mezelf dadelijk zogoed als kansloos maak, want er breekt een beentje in mijn voet.
Het wordt een ordinair straatgevecht, waarbij ik probeer me niet te laten afmaken. Op zeker ogenblik geef ik de man een vuistslag op de punt van zijn kin. Laat hij veel groter en zwaarder zijn, hij komt letterlijk van de grond en smakt languit op het voetpad.
Wegens geen ervaring in vechten, en te stom om van de gelegenheid gebruik te maken, verzuim ik hier om de karwei af te maken. Mijn trouwring is door de slag trouwens zo diep in het vlees doorgedrongen (tot op het been van mijn vinger) dat het bloed rijkelijk van mijn hand op de grond vloeit.
Dus staat hij recht en komt weer af. Ik kan hem tegen een geparkeerde auto aandrukken, en mijn duimen op zijn ogen plaatsen.(eens gezien in een film). Hij verstijft nu, het zal hem pijn doen denk ik. Hijgend vraag ik hem of het nu afgelopen is, anders druk ik zijn oogballen eruit. Hij wenst te stoppen, maar wanneer ik hem loslaat komt hij weer af, zijn gelaat vol met MIJN bloed. Gelukkig heeft nu een gerechtsdeurwaarder van enkele huizen verderop het lumineuze idee om te roepen dat hij de politie gaat opbellen. Nu druipt de kerel definitief af, tot mijn grote vreugde is hij heel moeizaam te been.
Maar ik kan zelfs niet meer steunen op mijn voet…Tijdens het gevecht, door de adrenalineopstoot heb ik daar praktisch geen aandacht aan kunnen besteden, nu komt de weerslag.
Een politiepatrouille schijnt ter plaatse te zijn geweest, drie kwartier na de feiten. De dag erna werdt PV opgemaakt, tegen onbekenden.
Volgens een der kijklustigen van het gevecht, hield de dader zich soms op in een bepaald lokaal. Maar de agenten waren niet erg happig om daar te gaan kijken "We gaan die mannen niet provoceren hé!Waarschijnlijk was hij onder de invloed van drugs"
De dokteres waar ik naartoe strompelde zei dat mijn voet zwaar verstuikt was, maar moest haar mening herzien na het nemen van foto's van mijn voet (bijna een week later, omdat het maar niet wou beteren). Maar toen was het te laat om er nog iets aan te doen, het is genezen met te veel kalkvorming rond het been...
Maar mijn gevoel van eigenwaarde was niet geschaad, en die kerel heb ik nooit meer opgemerkt nadien.
Het was wel wreed moeilijk om 14 dagen later met de wagen naar Spanje te rijden. Op het koppelingspedaal duwen was telkens een marteling.
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Gast

28 aug 2004, 14:34

Het is gewoon niet te geloven, dat er voor dat kleine strookje grond tussen de grote rivier en de grote weg een tijd geweest is, waarin de fiets onbekend was. In de Maaskant immers rijdt alles, zowel de oudjes van tachtig jaar als de kinderen van vijf, op de fiets. En met die kinderen is het een wonder, want ze kunnen alleen bij de trappers komen door links en rechts scheef te gaan hangen, zodat ook hun fiets naar links en naar rechts laveert, maar vooruit komen ze. De oude boeren rijden voor het merendeel op damesfietsen, terwijl de oude grondbezitters met hun dikke buikjes nog steeds de voorkeur geven aan de oude ‘Triumph’ met het hoge frame, en in het zadel klimmen met behulp van een opstapje of ‘step’ ter hoogte van de as van het achterwiel.
Het is werkelijk om te lachen, als men dan de fietsen van de stedelingen ziet, die glimmende gevallen, van allerlei speciale metalen gemaakt, met elektrische lampen en hun solexkes , met versnellingen, bijzonder vernuftige bagagedragers, kettingkasten, kilometertellers en meer van die belachelijke rommel. Dat zijn geen fietsen, maar speelgoed voor de benen. De echte fiets moet minstens dertig kilo wegen zei mijn vader altijd, en die kon het weten, want die fietste nooit. Ontdaan van alle lak, zodat er nog maar enkele sporen van te zien zijn, moet de echte fiets om te beginnen maar één pedaal hebben. En van het andere pedaal moet enkel de pin over zijn, die, glad geschuurd door de zool van de schoen, prachtig glanst en het enige glimmende is van het hele geval.
Het stuur, ontdaan van handvatten, moet niet stomweg haaks staan op het vlak van het wiel, maar moet minstens tien graden naar rechts of naar links afwijken. De echte fiets moet geen achterspatbord hebben, maar enkel een spatbord van voren, en daar moet een flink stuk van een autoband achteraan bengelen, liefst van rood rubber, om het opspatten van modder en slijk te verhinderen.
Er kan ook van achteren een spatbord zijn, wanneer de fietser het vervelend vindt, om bij regenweer zijn rug met een laagje modder bedekt te krijgen. Maar in dit geval moet het spatbord voldoende gebarsten zijn om de fietser in staat te stellen om op zijn Amerikaans te remmen, hetgeen daarin bestaat, dat er met het zitvlak van de broek van de fietser een voldoende wrijvingsweerstand op het achterwiel wordt uitgeoefend om het rijwiel tot staan te krijgen. De echte pedalo, zoals die de wegen van onze streek bevolkt, heeft geen rem en haar buitenbanden moeten allerwegen met stukjes oude rubber geplakt zijn, hetgeen via de veerkracht van de binnenbanden aan het geheel een werkelijk bezield schokken en rammelen geeft. Eerst dan maakt de fiets een werkelijk onderdeel van het landschap uit en wekt zij zelfs in de verste verte niet het idee dat ze door haar uitzonderlijkheid op zou willen vallen, zoals dit nu juist het geval is met de rare fietsen, die tegenover de echte fietsen afsteken als een of ander opgeprikt danseresje tegenover een brave en degelijke huisvrouw. Overigens als een stedeling die dingen nooit kunnen begrijpen, omdat de stedeling van de dingen des gevoels niets snapt. Die stedelingen, die tot aan hun oren in het zedelijk verderf steken, noemen een koe een rund, omdat het volgens hen niet beschaafd is om een koe een koe te noemen. En ze noemen het privaat ‘toilet’ of ‘W.C’, maar ze hebben zo’n ding in huis, terwijl ze in de Maaskant zonder meer van privaat spreken, maar het ver van hun huis houden, achter op de binnenplaats. Die met hun W.C. vlak naast de kamer, waar ze slapen of eten, mogen dan al vooruitstrevend zijn, maar zij, die het privaat buiten de plaats waar zij leven, houden, hebben beschaving. Het is minder gemakkelijk, minder elegant, maar het is fatsoenlijker.
In ons straatbeeld is de fiets even noodzakelijk als een paar schoenen, zelfs nog noodzakelijker, want terwijl iemand, die geen schoenen maar wel een fiets heeft, rustig overal met zijn bike naar toe kan, moet iemand, die schoenen maar geen fiets heeft, te voet gaan. Iemand zal misschien opmerken, dat dit ook voor de stad opgaat. Maar in de stad is het toch anders gesteld, want daar heeft men de tram, terwijl de wegen van het dorp geen rails rijk zijn, maar enkel, ingeprent in het stof, de rechte sporen van fietsen, karren en motorrijwielen, hier en daar doorsneden door het lichte kronkelspoor der ringslangen, op weg van de ene sloot naar de andere. Hopelijk staan er geen netels in!
Opa Brombeer

28 aug 2004, 17:16

Spijt komt na de zonde, en ik zal het geweten hebben. Uiteindelijk werd er beslist om maar eens gedurende twee weken op de camping te blijven. Waren we tenminste een tijdje van de levensgevaarlijke afdaling van die halfwassen col verlost, van de klim trouwens ook. Maar één probleem hadden we over het hoofd gezien, Methusalem, die zijn stok had ondertussen wortel geschoten want schone liedjes duren niet lang, schoon weer trouwens ook niet, de voorlaatste dag was het beginnen regenen. Dit had dan wel weer als voordeel dat we geen honderden meters moesten lopen naar de douches. Nee gewoon in de tent een voor een inzepen, dat deed ik graag vooral bij de jongsten en dan buiten afspoelen en uiteraard terug binnen om af te drogen.

Dus 's anderendaags stond de bakker daar weer met zijn wagen en deze keer maar twee broden maar hij had ook nog wat broodpudding mee en we lieten het ons goed smaken. Maar nu moest dat stuk villa nog afgebroken worden, ervoor zorgend dat het de volgende keer terug in elkaar te krijgen was en die volgende keer was 's anderendaags al want alles was kletsnat en moest gedroogd worden. Ik stelde wel voor om het bij de bakker in de oven te steken maar hier opteerde niemand voor. Toen we dan klaar stonden, ieder op zijn genummerde plaats was het even opgehouden met regenen en op het voorstel van de bakker om het jongste, een meisje mee te nemen werd dan ook niet ingegaan, grove vergissing zou later blijken.

Dus iedereen in ganzenpas(tiens kan dat op de fiets)om die halfwassen col nu eens langs de andere kant te beklimmen en af te dalen langs deze kant. Na onderweg Methusalem uit zijn netelige positie bevrijd te hebben en nog een rustpauze ingelast te hebben begon het weer te regenen. Dus iedereen zijn regencape aan maar hier wrong nu het schoentje, de kleinste haar regencape was veel te groot en sleepte over de grond, ofwel was zij samen met haar fietsje te klein. Op dat moment stoppen er vrienden die ook op die camping stonden en met de wagen waren. Hewel Jos, problemen jong? Nu kon ons jongste wel mee met hun in de wagen maar dat fietske niet.
Nu verscheen op ons vader zo'n geheimzinnige grijnslach en ik dacht, nu komt het, neenee geen oorvijgen, dan trok hij meestal een ander gezicht. En heel triomfantelijk zei hij, geen probleem Goemmer, neem ons Anneke maar mee, maar als ge soms een koord in je wagen hebt liggen is alles opgelost. En Goemmer had toch nog wel ergens een koord zeker en ze bonden gewoon dat fietsje op mijn rug. Ik ben niet meer in eerste positie geraakt.had ik toendertijd hem maar wat anders wijsgemaakt, bv.2 kleine karrekes, dan hadden we dat fietsje erbovenop kunnen leggen. Dit lappen ze me nooit meer.

Zo en na nog 20 km.met dat fietsje op mijn rug kan ik niet anders meer dan mij nu ter ruste te begeven, of ik daar nu van roest kan me nu niet schelen, maar morgen wacht mij een andere zware dag, mijn eerste jobkesdag bij onze vriend Tuur, ik zal die dan wel wat Kul verkopen.

Slaapwel iedereen.

Brombeer
Gast

29 aug 2004, 21:14

Waarschijnlijk zouden alle winterkwalen er wel bij elkaar zitten, en dat was ook zo. Voor veertien verschillende ziekten was er in de wachtkamer een stoel voorzien. Mensen die in het niemandsland tussen de samenleving en het bed verwijlden, kwamen hier gelaten en geluidloos twee uur lang zitten wachten tot ze eindelijk het verlossend geluid van de openslaande deur zouden horen, een geluid dat dit keer eindelijk voor hen bestemd was.
Wie nog niet ziek was of daaromtrent twijfels had, kon hier in dit seizoen moeiteloos aan bacillen geraken. Helemaal in de hoek, zo ver mogelijk van het raam weg, zat een sombere bruine oude man die voortdurend zo longverscheurend hoestte dat hij bij elke aanval makkelijk een nieuwe patiënt creëerde.
Een heel lange vrouw, vrouwen mogen niet té lang zijn, voegde zich bij het gezelschap. Zij droeg een pelsmantel van een dier dat niet bestond en zij bleef uitdagend rechtop bij de deur staan. “Ik moet enkel maar een enveloppe komen afgeven”, zei ze. Hetgeen betekende dat wie hier al die tijd als nummer drie had gezeten, nu plots ongevraagd en onverlangd nummer vier werd. “Wachten is voor iedereen vervelend.” Het was een jong energiek vrouwtje dat bereid was de handschoen op te nemen, doch van de groep ging een fatale berusting uit. De lange vrouw met de verschrikkelijke pels was uiterst gemeen. “Zeg dat wel,” zei ze, “wachten is een ellende”. En daar had voorlopig zelfs het vrouwtje niet van terug. De te lange vrouw trachtte een gesprek op gang te brengen, maar die moeite had ze zich kunnen besparen.
“Deze morgen telefoneerde mijn zuster nog,” zei ze, “die woont in Oostenrijk en daar lag de sneeuw al twee centimeter dik.”
Buiten heerste een vage grijsheid die bedroevend werkte. De ochtend was daarstraks weliswaar begonnen, maar de dag zelf voelde er niets voor. Het zou een grijze ochtend blijven die straks in de vroege namiddag al onmerkbaar in de avond zou verglijden.
“Ik mag er niet aan denken dat het hier ook weer zou kunnen beginnen te sneeuwen,”ging de reuze dame verder, en toen nog steeds niemand reageerde, voegde zij er bijna dreigend aan toe. “En toch zou het mij niks verwonderen als het hier straks ook weer wit ligt. En dan daarop gaan vriezen, dan is het helemaal compleet.”
Met genoegen zag zij ons allen in een enorme verkeerschaos ten gronde gaan.
Aan het eind van de gang hoorde je plots de deur van het dokterskabinet openklappen en een man die al die tijd bijna niet aanwezig was geweest, sprong verrassend snel overeind, een kracht die voor een patiënt bijna ongehoord was en hij zei zonder dat de lange vrouw ook maar een kans op tegenspraak maakte. “En nu is het mijn beurt!”
De veel te lange madam bekeek hem met een blik die vernietigend was. Indien haar ogen pistolen waren geweest, dan had ze de man ter plekke doodgeschoten, doch het was duidelijk het type dat een kogelvrij vest droeg. Je hoorde hem door de gang sloffen met een rust die niemand hem ontnemen kon.
De patiënt die daareven voor raadpleging bij de dokter naar binnen was geweest, liep niet de straat op, hij kwam terug de wachtkamer binnen. Het silhouet van zijn forse kop en de lange gitzwarte snor die hij bezat, lieten omtrent zijn nationaliteit geen enkele twijfel bestaan.
Het was een Turk. Hij hield een pakje formulieren en een groen ziekenboekje in de hand en daar keek hij met een uitdrukking van grote radeloosheid naar.
Hij kwam in mijn richting, liet mij het pakje formulieren zien en zei toen: “Charbonnages?” het woord werd in de vragende vorm gesteld, maar daar schoot je weinig mee op. Hij zei nog een paar zinnen waarin je een beetje verongelukt Frans en Duits kon horen en toen herhaalde hij nog eens vragend: “Charbonnages?” Op het bovenste document stond zijn naam te lezen, begin er maar aan, en de vermelding dat hij zijn woning mocht verlaten. Hij had roze formulieren en wel drie blauwe en nog een stel gewone witte.
“Charbonnages?” buiten op straat werd het al donkerder alsof het nu al avond werd en het was nog maar half elf in de ochtend. Het pelswijf had het opgegeven en ginder ver zag je haar over het trottoir stappen. Veel te groot naar mijn mening.
De ‘Turk’ keek nog één keer meewarig de kamer rond, van de een naar de ander en gelukkig trof hij nog iemand die toevallig zijn richting uitkeek en daar maakte hij onmiddellijk gebruik van. “Charbonnages?” hij herhaalde het nog eens.
Stel dat de man uiteindelijk toch weer thuis geraakt, op de Cité, en dat hij daar vernam dat ze intussen de boel al gesloten hebben. Tyl Ghyselinck zal een goede tolk moeten hebben om hem dat uit te leggen. Moet er nog ‘Charbonnages’ zijn?

telloorlekker
Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46

30 aug 2004, 08:26

Teken een vrouw. Toch raar dat een schoolmeester zoiets op een meest onvriendelijke toon aan ons te horen gaf. " Teken een vrouw !"
Mijn tekentalent is me niet aangeboren. Teken een man is vlugger gedaan dan gezegd; een rechtopstaand kruis, onderaan een omgekeerde "V" en bovenaan ee " O " en voor mij was het manneke al klaar. Teken een vrouw ? Zat ik nog in mijn slapen te krabben, van hoe zou ik daar nu aan beginnen. Voor mij was dat al een dilemna, we mochten geeneens naar de meisjes kijken op de wandeling. Meisjes zijn tenslotte jonge vrouwen. Zij hadden lange haren en al het overige was door textiel bedekt. Textiel dat in het pensionaat voor alle kleuren en rassen eentonig blauw was met af en toe ertussenin een streepke wit. Lange haren tekenen valt wél mee, een paar krullen langs de " O " zou je denken. Nee, niks van... onze muziekleraar én koster had ook lange haren. Zoiets hebben artiesten altijd. Hoe teken ik nu toch een vrouw ?
Toen bedacht ik me ineens die vlaamse kermis bij ons thuis. Daar was eens een vrouwenkoers. Tantes en buurvrouwen, mijn zusters en nichten... allen op de fiets. Als je aan het vertrek staat, en die "dikke konten" springen op een fiets zie je wis en waarempel waarom ze, in de boekskes, altijd hartjes tekenen bij een koppel. Ja, dat is het ! Eén hartje bovenaan en aan de punt onderaan een tweede, maar dan omgekeerd. De snijpunten verbeelden de taille. En weerom bovenaan een " O " en onderaan die omgekeerde V. Een kruis hoefde er niet bij, dat hebben alleen maar "mannen"... :lol:
Gast

30 aug 2004, 15:51

In het speelgoedmuseum van Mechelen stond een oud klasje tentoongesteld. Het leek op het onze uit het jaar ‘des Heren stillekes’. Op één van die houten banken waar je met twee in kon zitten en je billen soms uitpuilde van de splinters, daar lag een karwatje op, of een rietje. Geen limonaderietje, gewoon een billenkletser van vroeger. Ik herinnerde me nog de juffrouw van toen als de dag van gisteren met haar zweepje. Zij zal het wel het rechtvaardigste systeem hebben gevonden, maar ik deelde haar mening niet. Ik wist al vooruit dat het lot mij niet gunstig gezind zou zijn. Het is een gevoel dat je als kind hebt en dat slechts heel moeizaam van je wijkt. Zij was nochtans de rechtvaardigheid zelve want een paar jaartjes later zou ze intreden.
Onkreukbaar tot het uiterste. Zij zei dat nooit, maar je voelde dat. Haar klasje was op de eerste verdieping en wie daar in september naar binnen gingen, de armen gekruist, in rijen van twee, die wisten wat zij achter lieten. Met deze vrouw was het ernst. Wie naar binnen stapte, keek onmiddellijk tersluiks naar links waar haar lessenaar stond. Een geelhouten lessenaar die glom van de reinheid en van de onkreukbaarheid. Het was de eerste schooldag, akkoord maar bij deze vrouw zou er nooit krijtpoeder of stof op de lessenaar liggen. Onkreukbaar, smetteloos. Ondenkbaar dat je hier ging knoeien. Een inktvlek zou wellicht voldoende zijn om voor eeuwig vernietigd te worden.
Je gluurde bij het naar binnengaan om te zien of het rietje op de lessenaar zou liggen. Een hard en amper buigzaam rietje dat zij, naar de verhalen, de sagen en de legenden van onze voorgangers, soms ter hand nam en daar dan mee speelde.
In een ver verleden moesten er knapen zijn geweest die de afdrukken van dat rietje op de achterkant van hun blote billen hadden staan. Striemen die in het schooltje sombere geschiedenis hadden gemaakt, doch die nooit iemand met eigen ogen zelf had gezien. Ze hadden enkel en alleen maar bestaan van horen zeggen. Het rietje lag er, het lag er duidelijk. Iedereen die naar binnen ging, kon het meteen zien. Er bestond nu geen twijfel meer, en ik vermoed dat de meesten van ons die met de armen gekruist naar binnen stapten, het zweepke al meteen op hun billen voelden.
Ik niét, alhoewel ik over gebrek aan verbeelding ook in die jaren al niet te klagen had. Toch voelde ik de korte vinnige zwiepjes van het rietje niet. De lerares boezemde mij vertrouwen in. Van het woord ‘untouchable’ hadden we nog geen idee maar je voelde dat zij het wàs. Woensdag gaat mijn eerste kleinkind naar de kleuterklas voor de aller eerste keer. Plots moet ik weer terug denken aan die strenge tante in de klas. Ik hoop dat er deze keer geen rietjes liggen want voor je kleinkinderen daar ga je voor door een vuur.