Hilarische feestdagen
-
ED. - Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20
Lap! Het begint al! Straks verplicht men ons nog om foto's te ondertekenen. Kunnen wij niet meer bij de bakker gaan zonder dat men ons aanspreekt in die zin van "niet slecht, hé manneke. Maar, dat DT-foutje van gisteren....!" Nog een beetje en wij staan in P- magazine. Waar die -P- voorstaat, is mij nog altijd een raadsel! Heeft het iets met oude peetjes te maken? Tot daar nog aan toe. Maar er is hier dan wel één serieus probleem. Onder de kolderaars zitten ook vrouwelijke literaire geniën. Moeten die dan allemaal gaan poseren in play- Boy?
Natuurlijk moeten wij dan onze identiteit bekendmaken.
Maar, kunnen wij bv. toegeven dat een Hermano in feite wel eens de échte Guy zou kunnen zijn? Dat ene Brusselmans hier ook nooit ver weg is? Dat den Tom L. zich bij ons ook al eens komt amuseren? Is Kwezel nu een écht nonneke? Lekt die TLL nog altijd zijn teljoren af? Die mira, is dat soms de échte,die van de waterhoek? Dienen Ed, is dat wel zo een braaf manneke? Die Tillie, kan die echt typen? Dienen brommende, is dat niet die vent, die we regelmatig zien dirigeren op een of andere zender? Dat zandmannetje, strooit die nu echt zand in onze ogen? Die strop, is dat soms niet de stationchef van de NMBS, in Gent? Die Wang Tang, kan die écht met een 4x4 rijden? Ik zal er waarschijnlijk nog vergeten zijn, waarvoor mijn oprechte verontschuldigingen.
Een kolderfanclub! Dat zou lappen geven! Straks komen wij nog op de televisie! Er is nog één klein probleempje! De ene kolderaar(ster) kent de andere niet. Wij zouden nogal eens kunnen verschieten, wanneer wij elkaars tronie moesten leren kennen, denk ik! Al zijn het allemaal vreemden voor elkaar, zij hebben iets gemeen. Op een zekere manier kennen ze elkaar en schrijven, dat doen ze allemaal graag!
U blaaskens wijsmaken, trouwens ook!

Natuurlijk moeten wij dan onze identiteit bekendmaken.
Maar, kunnen wij bv. toegeven dat een Hermano in feite wel eens de échte Guy zou kunnen zijn? Dat ene Brusselmans hier ook nooit ver weg is? Dat den Tom L. zich bij ons ook al eens komt amuseren? Is Kwezel nu een écht nonneke? Lekt die TLL nog altijd zijn teljoren af? Die mira, is dat soms de échte,die van de waterhoek? Dienen Ed, is dat wel zo een braaf manneke? Die Tillie, kan die echt typen? Dienen brommende, is dat niet die vent, die we regelmatig zien dirigeren op een of andere zender? Dat zandmannetje, strooit die nu echt zand in onze ogen? Die strop, is dat soms niet de stationchef van de NMBS, in Gent? Die Wang Tang, kan die écht met een 4x4 rijden? Ik zal er waarschijnlijk nog vergeten zijn, waarvoor mijn oprechte verontschuldigingen.
Een kolderfanclub! Dat zou lappen geven! Straks komen wij nog op de televisie! Er is nog één klein probleempje! De ene kolderaar(ster) kent de andere niet. Wij zouden nogal eens kunnen verschieten, wanneer wij elkaars tronie moesten leren kennen, denk ik! Al zijn het allemaal vreemden voor elkaar, zij hebben iets gemeen. Op een zekere manier kennen ze elkaar en schrijven, dat doen ze allemaal graag!
U blaaskens wijsmaken, trouwens ook!
-
karmen - Lid geworden op: 08 okt 2004, 02:12
- Locatie: oost vlaanderen
Ed,ik ben wel vrouwelijk,maar geen literair genie,maar ben wel al een tijdje fan van jullie.
Ja je wordt ook in stilte bewonderd,dus zet dat van dat P-magazine maar uit je(grijze) hoofd,ik lees wel verder ,zonder je te zien in playgirl
Ja je wordt ook in stilte bewonderd,dus zet dat van dat P-magazine maar uit je(grijze) hoofd,ik lees wel verder ,zonder je te zien in playgirl
-
Tillie - Lid geworden op: 28 jul 2004, 23:20
- Locatie: Kempen
Zo'n fanclub. Weet waar je aan begint.
Dan moet je om met de moderne tijd mee te gaan al snel een website laten maken. Of het zelf doen natuurlijk. Maar vermits een regering moet zorgen voor de werkgelegenheid laten wij dat door anderen doen.
Wat we zelf doen, doen we beter wordt gezegd, maar alla een goede daad per dag, dat is ons ingepeperd bij de jeugdbeweging.
Dus, een openbaren aanbesteding.
En moeten we dan al niet gelijk een commissie aanstellen om na te zien of onze rekeningen wel kloppen. Immers we moeten dan leren werken met een analytische boekhouding. Een revisorenkantoor inschakelen dan maar?
En wat wordt het lastenboek. Gaan we daar werken in zwart-wit of mag het al eens in kleur. Ik stel me kandidaat om dat boek uit te typen. Ik vraag niet veel. Maar ik ben daarstraks eens in mijnen hof gaan rondwandelen en er moet nog hier en daar een investering gebeuren. Een zwembad dat ben ik al aan t verdienen met mijn job bij Mira of bij TLL. Tussen haakjes, wanneer volgen jullie voorstellen. Kwestie van te kunnen kiezen voor de hoogstbiedende. Misschien kan ik er nog een sauna-tje uitslepen.
Om verder te gaan met het onderwerp. Een wintertuin staat ook nog op mijn verlanglijstje. Dan kan ik mijn kuipplanten daar binnen zetten en moet mijn wagen niet langer buitenslapen tijdens de winter. Per slot moet ik nu bij vriesweer een half uur vroeger opstaan om de ruiten af te krabben en het interieur op temperatuur te laten komen. Geef toe, zelfs met het winteruur is dat een beetje veel van het goede. Om van de prijs van de diesel nog maar te zwijgen. Als die 2 euro bedraagt krijgen we wel accijnzen korting. Maar dan nog!
Als dat lastenboek klaar is mogen jullie de advertenties plaatsen. Gaan we werken via de officiële kanalen. Of mag de commerciële zender ook een graantje meepikken. Ze hebben hun lobbywerk per slot uitstekend gedaan. Daar moet iets tegenover staan.
Natuurlijk volgt er daarna een gezellig etentje. Mira weet vast wel waar. Die stekerlapatte dat zegt mij wel wat.
Als de toewijzing is gedaan kunnen we dan nog altijd naar dat restaurant waar ge in de keuken kunt eten.
Als het niet naar onze zin is kunnen we nog eenzijdig het contract verbreken wegens wanprestatie. Dan kunnen we onze favoriet alsnog dat jobke gunnen.
En wie gaat dan de beurtrol opstellen om dat ding up to date te houden?
En de laatste nieuwtjes op de site te zetten. Per slot moet die mens weten wat hij openbaar mag maken en wat er mag worden gelekt. Misschien kunnen we daar een fan voor strikken.
En de chat??? Ja, de chat. Dat moeten we dan zelf gaan doen.
Amai dan geraak ik helemaal niet meer weg van mijnen pc.
Ik kan nu wel rap typen, maar dat wordt dan toch wat te veel van het goede. Per slot moet ik nog wat in mijn wintertuin kunnen zitten.
Neen laat ons dat fanclub gedoe maar gauw vergeten. En die foto's in de Playboy zie ik ook niet zitten. Met een bananenblad kom ik niet toe. En geef toe, dat is toch de bedoeling niet van zo'n blad.
Dan moet je om met de moderne tijd mee te gaan al snel een website laten maken. Of het zelf doen natuurlijk. Maar vermits een regering moet zorgen voor de werkgelegenheid laten wij dat door anderen doen.
Wat we zelf doen, doen we beter wordt gezegd, maar alla een goede daad per dag, dat is ons ingepeperd bij de jeugdbeweging.
Dus, een openbaren aanbesteding.
En moeten we dan al niet gelijk een commissie aanstellen om na te zien of onze rekeningen wel kloppen. Immers we moeten dan leren werken met een analytische boekhouding. Een revisorenkantoor inschakelen dan maar?
En wat wordt het lastenboek. Gaan we daar werken in zwart-wit of mag het al eens in kleur. Ik stel me kandidaat om dat boek uit te typen. Ik vraag niet veel. Maar ik ben daarstraks eens in mijnen hof gaan rondwandelen en er moet nog hier en daar een investering gebeuren. Een zwembad dat ben ik al aan t verdienen met mijn job bij Mira of bij TLL. Tussen haakjes, wanneer volgen jullie voorstellen. Kwestie van te kunnen kiezen voor de hoogstbiedende. Misschien kan ik er nog een sauna-tje uitslepen.
Om verder te gaan met het onderwerp. Een wintertuin staat ook nog op mijn verlanglijstje. Dan kan ik mijn kuipplanten daar binnen zetten en moet mijn wagen niet langer buitenslapen tijdens de winter. Per slot moet ik nu bij vriesweer een half uur vroeger opstaan om de ruiten af te krabben en het interieur op temperatuur te laten komen. Geef toe, zelfs met het winteruur is dat een beetje veel van het goede. Om van de prijs van de diesel nog maar te zwijgen. Als die 2 euro bedraagt krijgen we wel accijnzen korting. Maar dan nog!
Als dat lastenboek klaar is mogen jullie de advertenties plaatsen. Gaan we werken via de officiële kanalen. Of mag de commerciële zender ook een graantje meepikken. Ze hebben hun lobbywerk per slot uitstekend gedaan. Daar moet iets tegenover staan.
Natuurlijk volgt er daarna een gezellig etentje. Mira weet vast wel waar. Die stekerlapatte dat zegt mij wel wat.
Als de toewijzing is gedaan kunnen we dan nog altijd naar dat restaurant waar ge in de keuken kunt eten.
Als het niet naar onze zin is kunnen we nog eenzijdig het contract verbreken wegens wanprestatie. Dan kunnen we onze favoriet alsnog dat jobke gunnen.
En wie gaat dan de beurtrol opstellen om dat ding up to date te houden?
En de laatste nieuwtjes op de site te zetten. Per slot moet die mens weten wat hij openbaar mag maken en wat er mag worden gelekt. Misschien kunnen we daar een fan voor strikken.
En de chat??? Ja, de chat. Dat moeten we dan zelf gaan doen.
Amai dan geraak ik helemaal niet meer weg van mijnen pc.
Ik kan nu wel rap typen, maar dat wordt dan toch wat te veel van het goede. Per slot moet ik nog wat in mijn wintertuin kunnen zitten.
Neen laat ons dat fanclub gedoe maar gauw vergeten. En die foto's in de Playboy zie ik ook niet zitten. Met een bananenblad kom ik niet toe. En geef toe, dat is toch de bedoeling niet van zo'n blad.
Zonder vrouwen gaat het niet, dat heeft zelfs God moeten toegeven.
Duse
Duse
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Een donkerbruin vermoeden (om niet racistisch over te komen) heb ik sinds het lezen van die 's zondagse schrijfsels. Regent het bij jullie "bruine bonen" of zoiets ? 't Lijkt wel een litanie uit Anne De Vries' "Bartje"... Al die treurmarsen in de stijl van "ik bid niet voor bruine bonen" doen me het gevoel opwellen dat het bij jullie regent. De ene zit te vitten op een fanclub, de andere over de betekenis van een "P" van een onduidelijk weekblaadje. Ja, heel week -en dit is nog zwak uitgedrukt-. Mag het een hint zijn voor de vrager dezes questieus item; het is de "P" van porno !... In vroeger dagen was de "Post", zoals ik meen dat het toen heette, niet zo frivool in beeldverhaaltjes. Tegenwoordig barst het van de "blote madammen"-fanclubs die allemaal hun beleke willen in dat toiletromannetje. Geef mij dan maar de Play-Boy of de Playmate, daarin wordt tenminste ter afwisseling deftige tekst neergepent van hoogstaande journalistiek.
Als iemand de idee mocht opperen om toch fanmail te plegen, en nu wijs ik bepaald in richting Karmen, dat het dan via een achterpoortje gebeurt zodat niet iedereen aan de weet komt wat voor privacygegevens worden uitgewisseld.
Het is ten andere echt niet zo dat niemand van de kolderbrigade de andere niet kent. Als er dan toch een fanblaadje moest komen, stel ik voor om Kwezel op de frontpagina af te beelden en haar "onder-de-lakens-voorkomen" op de vouwpagina binnenin. Wees er zeker van dat die vamp van een Joice D.T. daar nog niet aan kan tippen.
Ik wou ik was... een krekel in het gras...
TLL
Als iemand de idee mocht opperen om toch fanmail te plegen, en nu wijs ik bepaald in richting Karmen, dat het dan via een achterpoortje gebeurt zodat niet iedereen aan de weet komt wat voor privacygegevens worden uitgewisseld.
Het is ten andere echt niet zo dat niemand van de kolderbrigade de andere niet kent. Als er dan toch een fanblaadje moest komen, stel ik voor om Kwezel op de frontpagina af te beelden en haar "onder-de-lakens-voorkomen" op de vouwpagina binnenin. Wees er zeker van dat die vamp van een Joice D.T. daar nog niet aan kan tippen.
Ik wou ik was... een krekel in het gras...
TLL
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
1 November is weer in het verschiet. Een wettelijke feestdag, een dag waarop niet gewerkt wordt, of misschien wel maar dan dubbel betaalt. Maar is het eigenlijk wel een feestdag zoals een andere, een dag om te feesten dus?
Met wie dan wel, met iemand die jaren geleden is doodgegaan?
Tamelijk luguber, met een skelet aan de feestdis zitten. En wat zeg je dan, om de conversatie een beetje levendig te houden
“Hoe is het nu met jou, hoe gaat het voor de rest? Alles kits zeker? Ik vind niet dat je er zo best uitziet, jog jij niet te veel? Je bent zo mager, eet maar eens goed, tast maar eens flink door, er mogen wel een paar kilootjes bij!”
Hoewel de commercanten ons Haloween door de strot willen duwen zie ik zo’n feestdiner toch direct niet zitten.
Een pompoen uithollen voor ons kleinkind wel, en er openingen in snijden voor mond en ogen en neus, er een lampje in plaatsen (want een brandende kaars is te gevaarlijk,) en dan dat geval op zijn slaapkamer zetten, zodat de kleine van schrik niet kan slapen, of toch minstens nachtmerries heeft… en dan van het binnenste pompoensoep maken, want het is zonde om allemaal weg te smijten!
Neen, mensen die slechts éénmaal per jaar aan hun overleden geliefden denken, op die bepaalde 1 November, vind ik hypocrieten! Eénmaal per jaar gaan ze naar het kerkhof, met een boeketje bloemen, dan gaan ze het graf eens onderhanden nemen, onkruid uittrekken dat er welig tiert, de vergane bloemen van verleden jaar opruimen, en de zerk eens afkeren. Met een prop papier, want een borsteltje zijn ze weer vergeten…
Dan nog even plechtig aan de afgestorvene denken, en dat was het dan. Tot volgend jaar Moemoe of Vava!
Mijn ouders zijn gecremeerd en uitgestrooid, toen was het nog niet toegelaten de asse mee te nemen.
De ouders van mijn echtgenote ook. En maar goed ook, want tussen mijn eega en haar moeder was zo’n echte band, als haar ma op de traditionele manier begraven zou zijn geweest dan ging zij minstens alle weken naar het kerkhof. En dat kan of mag nooit de bedoeling zijn. Maar er gaat praktisch geen dag voorbij of ze spreekt nog over haar ma.
Je leeft met de levenden om je heen, niet met de doden. Maar die zijn nog alle dagen een beetje bij jou, iedere maal dat je aan hen denkt. En zolang je dat doet zijn ze niet echt dood, dan leven ze voort in je hart…
Met wie dan wel, met iemand die jaren geleden is doodgegaan?
Tamelijk luguber, met een skelet aan de feestdis zitten. En wat zeg je dan, om de conversatie een beetje levendig te houden
“Hoe is het nu met jou, hoe gaat het voor de rest? Alles kits zeker? Ik vind niet dat je er zo best uitziet, jog jij niet te veel? Je bent zo mager, eet maar eens goed, tast maar eens flink door, er mogen wel een paar kilootjes bij!”
Hoewel de commercanten ons Haloween door de strot willen duwen zie ik zo’n feestdiner toch direct niet zitten.
Een pompoen uithollen voor ons kleinkind wel, en er openingen in snijden voor mond en ogen en neus, er een lampje in plaatsen (want een brandende kaars is te gevaarlijk,) en dan dat geval op zijn slaapkamer zetten, zodat de kleine van schrik niet kan slapen, of toch minstens nachtmerries heeft… en dan van het binnenste pompoensoep maken, want het is zonde om allemaal weg te smijten!
Neen, mensen die slechts éénmaal per jaar aan hun overleden geliefden denken, op die bepaalde 1 November, vind ik hypocrieten! Eénmaal per jaar gaan ze naar het kerkhof, met een boeketje bloemen, dan gaan ze het graf eens onderhanden nemen, onkruid uittrekken dat er welig tiert, de vergane bloemen van verleden jaar opruimen, en de zerk eens afkeren. Met een prop papier, want een borsteltje zijn ze weer vergeten…
Dan nog even plechtig aan de afgestorvene denken, en dat was het dan. Tot volgend jaar Moemoe of Vava!
Mijn ouders zijn gecremeerd en uitgestrooid, toen was het nog niet toegelaten de asse mee te nemen.
De ouders van mijn echtgenote ook. En maar goed ook, want tussen mijn eega en haar moeder was zo’n echte band, als haar ma op de traditionele manier begraven zou zijn geweest dan ging zij minstens alle weken naar het kerkhof. En dat kan of mag nooit de bedoeling zijn. Maar er gaat praktisch geen dag voorbij of ze spreekt nog over haar ma.
Je leeft met de levenden om je heen, niet met de doden. Maar die zijn nog alle dagen een beetje bij jou, iedere maal dat je aan hen denkt. En zolang je dat doet zijn ze niet echt dood, dan leven ze voort in je hart…
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
Gast
Zouden wij het feest van Allerheiligen maar niet beter af kunnen schaffen? We zouden in plaats daarvan een feest kunnen organiseren voor de moderne idolen. Iedereen kent er vast wel een paar! Met zulke mensen willen wij ons misschien wel vereenzelvigen. Hun foto’s prijken in de krant, op de tv en in onze kamers en we lopen er warm voor. Maar hoe lang duurt die geestdrift? Vandaag staren we er ons blind op en morgen zijn we ze weer vergeten.
Allerzielen en Allerheiligen het zijn en blijven in ieder geval dagen om te herdenken en hopelijk ook om vanuit die herinnering zelf moedig verder te gaan. Velen zijn ons voorgegaan op de goede weg. Velen hebben hun beste krachten gegeven voor anderen. Hun levens mogen voor ons een voorbeeld en een bemoediging zijn om verder te gaan en een wereld op te bouwen waar het goed is om te leven.
Nog steeds zijn tegenwoordig Allerheiligen en Allerzielen voor veel mensen twee gedenkwaardige dagen. Meer dan anders voelen we ons verbonden met allen die vóór ons geleefd hebben. Meer dan anders zijn wij juist in die dagen van november met onze gedachten bij de ontelbare mensen die zoveel voor ons betekend hebben.
We wilden wellicht nog zoveel van hun leren, hun iets vragen, hoe moet dat nu verder met ons? Waarom ben je zo vroeg van ons weggegaan? Zovele vragen waar geen antwoord op is.
Mijn grootmoeder langs vaders kant is al jaren niet meer, ze verjaarde op 1 november. Zou ze wel beseft hebben dat ze op een triestige dag geboren was? Gisteren ben ik haar met een zoveelste bezoek gaan vereren op het kerkhof waar ze onder de eikenbomen haar laatste rustplaats heeft gevonden, tezamen met haar dochter. De vele herinneringen kwamen boven zoals altijd. Van haar heb ik geleerd hoe je met kruiden moet omgaan, wat de natuur je geeft daar moet je met veel liefde voor zorgen, heel zorgzaam mee omspringen. Zou ze in de tijd van de donkere middeleeuwen geleefd hebben, was ze zeer zeker op de brandstapel beland. Maar in de 20ste eeuw goddank heeft ze vele mensen geholpen met haar kruidenrecepten. Jammer dat menig kunde verloren is gegaan want ze schreef niks op zoals wij hier nu doen. Ze kende alles uit het hoofd want daar was ze een kei in.
Ze lachte naar me vanaf haar foto die al broos begon uit te zien en ze wilde me zeggen dat het haar plezier deed, dat ik nog eens langs kwam. Haar vragende blik drong tot mijn onderste bewustzijn door en ik fluisterde tegen haar, dat het ons allemaal goed ging. Dat de kinderen volwassen zijn en dat ik reeds kleinkinderen heb, haar achterkleinkinderen, dat de liefde voor de natuur en de dieren verder werd gezet en vooral…. ‘dat ik haar heel erg mis.‘ Nog eenmaal koesterde ik haar verlangende blik en wreef eens over haar vergeelde foto, de bladeren die haar graf ontsierde duwde ik een beetje aan de kant en in gedachten gaf ik haar een dikke zoen, zoals ik dat vroeger dikwijls deed. Mijn grootje, volgende week ben je jarig en dan krijg je bloemen op je graf, heel verse en nog een denkbeeldige kus, jij geeft me dan postuum nog een kruisje op mijn voorhoofd en ik zal het enorm waarderen.
Rust zacht mijn omaatje lief.
Allerzielen en Allerheiligen het zijn en blijven in ieder geval dagen om te herdenken en hopelijk ook om vanuit die herinnering zelf moedig verder te gaan. Velen zijn ons voorgegaan op de goede weg. Velen hebben hun beste krachten gegeven voor anderen. Hun levens mogen voor ons een voorbeeld en een bemoediging zijn om verder te gaan en een wereld op te bouwen waar het goed is om te leven.
Nog steeds zijn tegenwoordig Allerheiligen en Allerzielen voor veel mensen twee gedenkwaardige dagen. Meer dan anders voelen we ons verbonden met allen die vóór ons geleefd hebben. Meer dan anders zijn wij juist in die dagen van november met onze gedachten bij de ontelbare mensen die zoveel voor ons betekend hebben.
We wilden wellicht nog zoveel van hun leren, hun iets vragen, hoe moet dat nu verder met ons? Waarom ben je zo vroeg van ons weggegaan? Zovele vragen waar geen antwoord op is.
Mijn grootmoeder langs vaders kant is al jaren niet meer, ze verjaarde op 1 november. Zou ze wel beseft hebben dat ze op een triestige dag geboren was? Gisteren ben ik haar met een zoveelste bezoek gaan vereren op het kerkhof waar ze onder de eikenbomen haar laatste rustplaats heeft gevonden, tezamen met haar dochter. De vele herinneringen kwamen boven zoals altijd. Van haar heb ik geleerd hoe je met kruiden moet omgaan, wat de natuur je geeft daar moet je met veel liefde voor zorgen, heel zorgzaam mee omspringen. Zou ze in de tijd van de donkere middeleeuwen geleefd hebben, was ze zeer zeker op de brandstapel beland. Maar in de 20ste eeuw goddank heeft ze vele mensen geholpen met haar kruidenrecepten. Jammer dat menig kunde verloren is gegaan want ze schreef niks op zoals wij hier nu doen. Ze kende alles uit het hoofd want daar was ze een kei in.
Ze lachte naar me vanaf haar foto die al broos begon uit te zien en ze wilde me zeggen dat het haar plezier deed, dat ik nog eens langs kwam. Haar vragende blik drong tot mijn onderste bewustzijn door en ik fluisterde tegen haar, dat het ons allemaal goed ging. Dat de kinderen volwassen zijn en dat ik reeds kleinkinderen heb, haar achterkleinkinderen, dat de liefde voor de natuur en de dieren verder werd gezet en vooral…. ‘dat ik haar heel erg mis.‘ Nog eenmaal koesterde ik haar verlangende blik en wreef eens over haar vergeelde foto, de bladeren die haar graf ontsierde duwde ik een beetje aan de kant en in gedachten gaf ik haar een dikke zoen, zoals ik dat vroeger dikwijls deed. Mijn grootje, volgende week ben je jarig en dan krijg je bloemen op je graf, heel verse en nog een denkbeeldige kus, jij geeft me dan postuum nog een kruisje op mijn voorhoofd en ik zal het enorm waarderen.
Rust zacht mijn omaatje lief.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Juist met deze dagen komt men ons, dwingend, een hart onder de riem steken. Met deze dagen in 't vooruitzicht; Allerheiligen of Allerzielen. En juist nu moet ene minister in mobiliteit een verklaring afleggen iedereen eraan herinnerend dat het de komende jaren eens gedaan moet zijn alle zielen te gedenken en te vervoegen. Uitgerekend op de komende feestdagen zal nog een nauwlettend toegezien worden of je al dan niet je gordel draagt. En indien niét: patat ... 50 ballen afgeven.
Ik dacht dat ik de enige atteist was hier te lande, maar nu blijk ik ook nog hoogstaande aanhangers te hebben van dit principe. Allerzielen zal wel gedecimeerd worden met die maatregel. Het hart onder de riem, zal wel je portefeuille zijn; hou hem maar op de knip. Geen bloemen of kransen. Want voor 50 Euro kun je al een behoorlijke krans kopen mét kaars van een noveen. En ze vergelijken daarbij nog geen aardappelen met citroenen. Het zal je zuur opbreken mocht je de eersten geplant hebben à rato van 6 eurocent en er dan maar 2 eurocent voor krijgen. Hoeveel kilo zou je dan krijgen voor 50 Euro ? Maar ik wijk af; de biomassa die gevormd wordt bij een eventuele crash zal het rijk der zielen aardig uitdunnen met die maatregel. Nog even doorgaan heren ministers, en binnen afzienbare tijd hebben jullie zelfs geen zielen meer...
Nochthans dacht ik dat al die maatregelen het aantal verkeersdoden niet zou terugdringen tegen het hun voorgestelde doeljaar. Wij zijn niet hypocriet, wij herdenken onze doden... van gisteren en van vandaag. Hij die zijn gordel, of broeksriem toch draagt, en zich een dezer dagen tot diezelfde orde vervoegt zal nogal duvelen op die minister zijn onchristelijk gedrag de overblijvenden te dwingen 50 Euro in de omhaalschaal te deponeren. Zou menige politieambtenaar ook in zijn wiek geschoten zijn als ie een kaarsje i.p.v. een matrak aan zijn gordel heeft hangen? Voor die 50 bruintjes kan ie behoorlijk wat kaarsjes aanschaffen. Of is het alweer bedoeld om de vermeende belastingsvermindering te spekken ?
De heiligen staan weer bovenaan met hun beursje open...
TLL
Ik dacht dat ik de enige atteist was hier te lande, maar nu blijk ik ook nog hoogstaande aanhangers te hebben van dit principe. Allerzielen zal wel gedecimeerd worden met die maatregel. Het hart onder de riem, zal wel je portefeuille zijn; hou hem maar op de knip. Geen bloemen of kransen. Want voor 50 Euro kun je al een behoorlijke krans kopen mét kaars van een noveen. En ze vergelijken daarbij nog geen aardappelen met citroenen. Het zal je zuur opbreken mocht je de eersten geplant hebben à rato van 6 eurocent en er dan maar 2 eurocent voor krijgen. Hoeveel kilo zou je dan krijgen voor 50 Euro ? Maar ik wijk af; de biomassa die gevormd wordt bij een eventuele crash zal het rijk der zielen aardig uitdunnen met die maatregel. Nog even doorgaan heren ministers, en binnen afzienbare tijd hebben jullie zelfs geen zielen meer...
Nochthans dacht ik dat al die maatregelen het aantal verkeersdoden niet zou terugdringen tegen het hun voorgestelde doeljaar. Wij zijn niet hypocriet, wij herdenken onze doden... van gisteren en van vandaag. Hij die zijn gordel, of broeksriem toch draagt, en zich een dezer dagen tot diezelfde orde vervoegt zal nogal duvelen op die minister zijn onchristelijk gedrag de overblijvenden te dwingen 50 Euro in de omhaalschaal te deponeren. Zou menige politieambtenaar ook in zijn wiek geschoten zijn als ie een kaarsje i.p.v. een matrak aan zijn gordel heeft hangen? Voor die 50 bruintjes kan ie behoorlijk wat kaarsjes aanschaffen. Of is het alweer bedoeld om de vermeende belastingsvermindering te spekken ?
De heiligen staan weer bovenaan met hun beursje open...
TLL
-
Gast
Uit solidariteit vind ik dit de triestigste tijd van het jaar. Van Maasmechelen tot Adinkerke luiden nu weer tien keer per dag de schoolbellen. Die hebben notabene de ellendigste klank die ik bij bellen al gehoord heb. De pedagogische verantwoorde gevangenissen zijn weer in functie gekomen en men is weer bezig een nieuwe generatie vol te proppen met dingen die de vorige intussen al vergeten heeft.
Ik prijs mezelf gelukkig dat ik tot de generatie der vergetelheid behoor. Ik zou voor geen geld nog school willen lopen, nog niet bij de meest hartstochtelijk mooie leraar. In de veronderstelling dat die er nu inderdaad zou zijn want toen ik school liep hebben we in deze aangelegenheden altijd onomstootbaar pech gehad.
Het feit dat voor jullie en voor mij de schoolbel niet meer luidt, stelt ons niet vrij van intens medeleven met de generaties die na ons komen. Om het even of die jongens of meisjes nu nog maar aan ‘Piet ziet een fiets’, toe zijn of aan ‘x is gelijk aan a plus b min driemaal c’. het tweede vind ik trouwens nog erger dan het eerste, want jaren nadien heb ik nog vaak Piet op een fiets gezien en An aait een poes. Ons hele leven moeten wij praktisch doorbrengen met Piet en met An. Of die fiets en die poes erbij horen is van minder belang maar van ‘a’ plus ‘b’ min driemaal ‘c’ hebben wij nooit nog wat gehoord. Jaren van mijn leven heb ik getracht het geheim van a en b en c te achterhalen en was onze leraar wiskunde niet een ingoed man geweest, dan liep ik nu met de stedelijke reinigingsdienst rond.
Na al die jaren van vruchteloze moeite en energieverspilling wordt er plots van niemand van ons nog verwacht dat hij het over ‘a en b en c’ zou hebben. Integendeel, we zouden met wantrouwen worden gadegeslagen, er zou onmiddellijk gedempt gefluisterd worden en wanneer we hardnekkig daarmee zouden doorgaan, dan zou men ons aan een verplicht onderzoek onderwerpen. Als je dat nu begrijpt, dan begrijp jij meer dan ik! Eerst zes jaar lang gespecialiseerde krachten op ons loslaten en wanneer we dan een aanvaardbaar minimum aan kennis bereikt hebben, dan zeggen ze: “Praat er nu maar nooit meer over want het geeft een heel vreemde indruk. Moeten jullie niet doen.” Begrijpen jullie dat?
Zo is het niet alleen met a en b en c. Als jullie wisten hoe doodongelukkig ik anderhalf jaar lang ben geweest ter wille van een stel vierkantswortels. Nu moeten jullie maar even trachten de vierkantswortel uit jullie belastingaanslag te trekken en die binnen te sturen, dan lig je meteen met de maatschappij overhoop.
Waarom hebben we dan destijds tranen en bloed moeten laten om die kneep onder de knie te krijgen? Weten jullie het nog van die drie kranen die zoveel liter water per minuut doorlieten? Water dat dan in een vat terechtkwam waarin een misdadige hand een lek had geslagen. Na hoeveel uren zal dat vat volgelopen zijn? Eerlijk, wie heeft er ooit zo’n vat gezien? In al die tijd dat ik getrouwd ben, niet één. Eén keer een waterkraan die gek liep en daar hebben we toen een man moeten bijhalen die van zijn twaalfde jaar van school was.
Ooit het soortelijk gewicht moeten berekenen van de legering waaruit je bureauchef is opgebouwd? En het is niet alleen zo met de wiskunde maar ik wed dat jullie geen promotie krijgen wanneer je morgen het kantoor van de directeur binnenstormt met de melding dat het Filips de Goede geweest is die de Slag bij Zeveneken gewonnen heeft. Kans dat men je op kantoor nooit meer anders dan Filips de Goede blijft noemen.
De eega’s zouden het bepaald griezelig vinden wanneer we op een hete zomeravond plots zeggen dat een glaasje H²O je wel deugd zou doen. Wanneer je hardnekkig blijft volhouden, komt daar herrie van. Als iemand mij dan kan vertellen waarom we al die jaren onze energie daarop hebben moeten verknoeien, dan is dat een wijs mens. Voor de vorming, zal je zeggen, de algemene vorming. De maturiteit. Geloof ik niks van. Ik ken mensen die na hun diploma met die H²O en dat abc zijn verder gedreven, lijnrecht het huwelijk in en daar is vandaag de dag nog geen greintje maturiteit bij te bespeuren.
Ik weiger te geloven dat we ook maar één sprietje vorming van Filips de Goede gekregen hebben en van die waterkranen helemaal niet.
Dat vind ik nu niet eens dramatisch maar dat men hardnekkig blijft kranen opendraaien en vierkantswortels trekken, dat begrijp ik niet. Laat één generatie nu waanzinnig loodgieterswerk verricht hebben maar waarom moeten onze kinderen nu ook op hun beurt doodongelukkig worden? Jaren geleden heb ik toch al ontdekt dat ‘a’ gelijk was aan zes en ‘b’ aan vier en ‘c’ aan zeven, waarom moet men dan nu weer net doen alsof we dat nooit gevonden hebben? Als men onze schrijfboeken beter bewaard had, was al die moeite voor deze generatie niet eens nodig geweest. Bwéééékes algebra!
Ik prijs mezelf gelukkig dat ik tot de generatie der vergetelheid behoor. Ik zou voor geen geld nog school willen lopen, nog niet bij de meest hartstochtelijk mooie leraar. In de veronderstelling dat die er nu inderdaad zou zijn want toen ik school liep hebben we in deze aangelegenheden altijd onomstootbaar pech gehad.
Het feit dat voor jullie en voor mij de schoolbel niet meer luidt, stelt ons niet vrij van intens medeleven met de generaties die na ons komen. Om het even of die jongens of meisjes nu nog maar aan ‘Piet ziet een fiets’, toe zijn of aan ‘x is gelijk aan a plus b min driemaal c’. het tweede vind ik trouwens nog erger dan het eerste, want jaren nadien heb ik nog vaak Piet op een fiets gezien en An aait een poes. Ons hele leven moeten wij praktisch doorbrengen met Piet en met An. Of die fiets en die poes erbij horen is van minder belang maar van ‘a’ plus ‘b’ min driemaal ‘c’ hebben wij nooit nog wat gehoord. Jaren van mijn leven heb ik getracht het geheim van a en b en c te achterhalen en was onze leraar wiskunde niet een ingoed man geweest, dan liep ik nu met de stedelijke reinigingsdienst rond.
Na al die jaren van vruchteloze moeite en energieverspilling wordt er plots van niemand van ons nog verwacht dat hij het over ‘a en b en c’ zou hebben. Integendeel, we zouden met wantrouwen worden gadegeslagen, er zou onmiddellijk gedempt gefluisterd worden en wanneer we hardnekkig daarmee zouden doorgaan, dan zou men ons aan een verplicht onderzoek onderwerpen. Als je dat nu begrijpt, dan begrijp jij meer dan ik! Eerst zes jaar lang gespecialiseerde krachten op ons loslaten en wanneer we dan een aanvaardbaar minimum aan kennis bereikt hebben, dan zeggen ze: “Praat er nu maar nooit meer over want het geeft een heel vreemde indruk. Moeten jullie niet doen.” Begrijpen jullie dat?
Zo is het niet alleen met a en b en c. Als jullie wisten hoe doodongelukkig ik anderhalf jaar lang ben geweest ter wille van een stel vierkantswortels. Nu moeten jullie maar even trachten de vierkantswortel uit jullie belastingaanslag te trekken en die binnen te sturen, dan lig je meteen met de maatschappij overhoop.
Waarom hebben we dan destijds tranen en bloed moeten laten om die kneep onder de knie te krijgen? Weten jullie het nog van die drie kranen die zoveel liter water per minuut doorlieten? Water dat dan in een vat terechtkwam waarin een misdadige hand een lek had geslagen. Na hoeveel uren zal dat vat volgelopen zijn? Eerlijk, wie heeft er ooit zo’n vat gezien? In al die tijd dat ik getrouwd ben, niet één. Eén keer een waterkraan die gek liep en daar hebben we toen een man moeten bijhalen die van zijn twaalfde jaar van school was.
Ooit het soortelijk gewicht moeten berekenen van de legering waaruit je bureauchef is opgebouwd? En het is niet alleen zo met de wiskunde maar ik wed dat jullie geen promotie krijgen wanneer je morgen het kantoor van de directeur binnenstormt met de melding dat het Filips de Goede geweest is die de Slag bij Zeveneken gewonnen heeft. Kans dat men je op kantoor nooit meer anders dan Filips de Goede blijft noemen.
De eega’s zouden het bepaald griezelig vinden wanneer we op een hete zomeravond plots zeggen dat een glaasje H²O je wel deugd zou doen. Wanneer je hardnekkig blijft volhouden, komt daar herrie van. Als iemand mij dan kan vertellen waarom we al die jaren onze energie daarop hebben moeten verknoeien, dan is dat een wijs mens. Voor de vorming, zal je zeggen, de algemene vorming. De maturiteit. Geloof ik niks van. Ik ken mensen die na hun diploma met die H²O en dat abc zijn verder gedreven, lijnrecht het huwelijk in en daar is vandaag de dag nog geen greintje maturiteit bij te bespeuren.
Ik weiger te geloven dat we ook maar één sprietje vorming van Filips de Goede gekregen hebben en van die waterkranen helemaal niet.
Dat vind ik nu niet eens dramatisch maar dat men hardnekkig blijft kranen opendraaien en vierkantswortels trekken, dat begrijp ik niet. Laat één generatie nu waanzinnig loodgieterswerk verricht hebben maar waarom moeten onze kinderen nu ook op hun beurt doodongelukkig worden? Jaren geleden heb ik toch al ontdekt dat ‘a’ gelijk was aan zes en ‘b’ aan vier en ‘c’ aan zeven, waarom moet men dan nu weer net doen alsof we dat nooit gevonden hebben? Als men onze schrijfboeken beter bewaard had, was al die moeite voor deze generatie niet eens nodig geweest. Bwéééékes algebra!
-
Gast
Speelgoed is voor mij altijd een van de hoogste uitingen van het menselijk vernuft geweest. Bovendien ook de meest boeiende uiting, omdat het allemaal stuk voor stuk wordt uitgedacht en in elkaar gestoken door volslagen onbekende genieën.
Von Braun staat iedere dag in de krant omdat hij raketjes ergens heenzendt waar geen mens controle over heeft maar de clandestiene jongen die de pluchen beer uitvindt met knipperogen en piepmaag en die bovendien ook nog marcheren kan wanneer men op een knopje drukt, kijk, van die man hoor je nooit eens wat.
Wie weet hoeveel avonden die thuis aan modelberen heeft zitten prutsen, misschien maanden en jaren aan één stuk, eer die wilden piepen wanneer men op hen drukte. Het is dàt niet alleen. Er is ook geestelijke voorspel. Men moet tenslotte ook op de idee komen om een beer te laten piepen.
Nu piepen die zo voor de hand liggend en een beer die niet piept, is zelfs in zekere zin onvolgroeid. Men néémt het gewoon niet, wanneer een beer niet piept. Die heeft al zijn commerciële waarde verloren en niemand wil hem hebben.
Kijk, dat is toch allemaal het resultaat van die éne grote onbekende die op een mooie dag tegen zijn vrouwke gezegd heeft: “Zie, Liselotteke!” of “Let even op, Marieke, ik ga een beer maken die piepen kan.”
Zo moet het ongeveer zijn gegaan. Grote dingen beginnen immers altijd heel klein. Von Braun had toch ook eerst Antwerpen, eer hij naar het hele luchtruim mikte. Dan doen we niet of er enkel de beertjes zijn. Er zijn geweren die drie uur aan één stuk schieten met één enkele batterij. Er zijn stoffen apen die met een sleutel zodanig opgewonden raken, dat ze aan de wet van de sterkste moeten gehoorzamen. Uit zichzelf doen zij dat niet, maar de onzichtbare man, de grote onbekende van het speelgoedbedrijf, heeft net zolang aan hen zitten vijzen en draaien tot ze zich tot trommelen leenden. Op een teken van zijn hand, zoals Van Rijswijck.
Neen, ik heb een grandioze en onstuitbare verering voor de onbekende mannen die ieder jaar weer nieuw speelgoed lanceren. Je moet bedenken dat het bij kinderen niet zo gemakkelijk gaat als bij grote mensen. Wanneer de groten een raket hebben afgeschoten, dan zijn ze blij en ze blijven blij maar bij de kinderen zit dat lichtjes anders.
Vroeger vond men de autootjes uit die heerlijk rechtdoor konden rijden, alleen met een paar keren aan de veer te draaien. Onze vaders moesten hun wagens zelf duwen maar mijn broers draaiden aan de veertjes. Tegenwoordig lachen ze je uit. Wat is nu een wagen die alleen maar vooruitrijdt! De grote onbekende moet mee. Of hij het nu prettig vindt of niet maar hij moet met een wagen voor de dag komen die ook achteruit kan. Twee jaar later moet diezelfde wagen bij een verkeerspaal naar links kunnen uitwijken en meteen dan weer rechts inslaan.
Neen, ik weet bij benadering niet wat voor een rusteloos, opgejaagd en onwaarschijnlijk bewogen leven de uitvinders van het speelgoed hebben. Ze komen nooit in de krant, St-Niklaas ontvangt hen nooit op een receptie. De kinderen sturen hun geen enthousiaste brieven want niemand weet waar ze precies wonen.
Ik hunker nu al dertig jaar van mijn leven naar zo een ontmoeting. Naar de dag waarop ik plots in de trein tegenover iemand kom te zitten, die piepberen uitvindt, of poppen die een plasje maken wanneer je ze de fles geeft. Ik vraag me af hoe die mensen eruitzien. Hoe ze gekleed gaan, of ze vooruitstrevende dassen dragen en gewaagde overjassen en of zij misschien hopeloos conservatief zijn. Zijn het jonge mensen of zijn het oude gedegen heren die met een wijze glimlach robotjes in elkaar knutselen? Robotjes die biebiebiebieb zeggen wanneer je ze even aanraakt.
Het wezen hun dan een troost in hun levensavond, dat we hen veel hoger aanslaan dan de publiciteitsjongens met internationale raketconferenties. Veel hoger want je kan het nu draaien lijk je wil, er blijft nogal wat verschil bestaan tussen een kind gelukkig maken of een grote mens bang.
Laat ons hier een open eresaluut aan de onbekende mannen van het speelgoed brengen. Aan de vader van de piepbeer en aan het brein dat de trommelaap heeft uitgedacht. Saluut!
Von Braun staat iedere dag in de krant omdat hij raketjes ergens heenzendt waar geen mens controle over heeft maar de clandestiene jongen die de pluchen beer uitvindt met knipperogen en piepmaag en die bovendien ook nog marcheren kan wanneer men op een knopje drukt, kijk, van die man hoor je nooit eens wat.
Wie weet hoeveel avonden die thuis aan modelberen heeft zitten prutsen, misschien maanden en jaren aan één stuk, eer die wilden piepen wanneer men op hen drukte. Het is dàt niet alleen. Er is ook geestelijke voorspel. Men moet tenslotte ook op de idee komen om een beer te laten piepen.
Nu piepen die zo voor de hand liggend en een beer die niet piept, is zelfs in zekere zin onvolgroeid. Men néémt het gewoon niet, wanneer een beer niet piept. Die heeft al zijn commerciële waarde verloren en niemand wil hem hebben.
Kijk, dat is toch allemaal het resultaat van die éne grote onbekende die op een mooie dag tegen zijn vrouwke gezegd heeft: “Zie, Liselotteke!” of “Let even op, Marieke, ik ga een beer maken die piepen kan.”
Zo moet het ongeveer zijn gegaan. Grote dingen beginnen immers altijd heel klein. Von Braun had toch ook eerst Antwerpen, eer hij naar het hele luchtruim mikte. Dan doen we niet of er enkel de beertjes zijn. Er zijn geweren die drie uur aan één stuk schieten met één enkele batterij. Er zijn stoffen apen die met een sleutel zodanig opgewonden raken, dat ze aan de wet van de sterkste moeten gehoorzamen. Uit zichzelf doen zij dat niet, maar de onzichtbare man, de grote onbekende van het speelgoedbedrijf, heeft net zolang aan hen zitten vijzen en draaien tot ze zich tot trommelen leenden. Op een teken van zijn hand, zoals Van Rijswijck.
Neen, ik heb een grandioze en onstuitbare verering voor de onbekende mannen die ieder jaar weer nieuw speelgoed lanceren. Je moet bedenken dat het bij kinderen niet zo gemakkelijk gaat als bij grote mensen. Wanneer de groten een raket hebben afgeschoten, dan zijn ze blij en ze blijven blij maar bij de kinderen zit dat lichtjes anders.
Vroeger vond men de autootjes uit die heerlijk rechtdoor konden rijden, alleen met een paar keren aan de veer te draaien. Onze vaders moesten hun wagens zelf duwen maar mijn broers draaiden aan de veertjes. Tegenwoordig lachen ze je uit. Wat is nu een wagen die alleen maar vooruitrijdt! De grote onbekende moet mee. Of hij het nu prettig vindt of niet maar hij moet met een wagen voor de dag komen die ook achteruit kan. Twee jaar later moet diezelfde wagen bij een verkeerspaal naar links kunnen uitwijken en meteen dan weer rechts inslaan.
Neen, ik weet bij benadering niet wat voor een rusteloos, opgejaagd en onwaarschijnlijk bewogen leven de uitvinders van het speelgoed hebben. Ze komen nooit in de krant, St-Niklaas ontvangt hen nooit op een receptie. De kinderen sturen hun geen enthousiaste brieven want niemand weet waar ze precies wonen.
Ik hunker nu al dertig jaar van mijn leven naar zo een ontmoeting. Naar de dag waarop ik plots in de trein tegenover iemand kom te zitten, die piepberen uitvindt, of poppen die een plasje maken wanneer je ze de fles geeft. Ik vraag me af hoe die mensen eruitzien. Hoe ze gekleed gaan, of ze vooruitstrevende dassen dragen en gewaagde overjassen en of zij misschien hopeloos conservatief zijn. Zijn het jonge mensen of zijn het oude gedegen heren die met een wijze glimlach robotjes in elkaar knutselen? Robotjes die biebiebiebieb zeggen wanneer je ze even aanraakt.
Het wezen hun dan een troost in hun levensavond, dat we hen veel hoger aanslaan dan de publiciteitsjongens met internationale raketconferenties. Veel hoger want je kan het nu draaien lijk je wil, er blijft nogal wat verschil bestaan tussen een kind gelukkig maken of een grote mens bang.
Laat ons hier een open eresaluut aan de onbekende mannen van het speelgoed brengen. Aan de vader van de piepbeer en aan het brein dat de trommelaap heeft uitgedacht. Saluut!
-
Gast
Ze hebben zich vergist in het tijdstip, de winkeliers zijn de draad even kwijt geraakt. Staat daar ergens in koeien van letters geschreven: ‘Kerstmisopendeurdagen‘ 10 % korting als jullie nu kopen.
Bij mijn weten zou de brave Sint nog eerst zijn trippelgangen moeten doen door de straten, waarschijnlijk heeft die dan toch zijn prepensioen genomen. De luidsprekers die deden ook een duit in het zakje, ze schalden kerstliedjes uit en iedereen hield angstvallig de oren dicht in de hoop dat het een vergissing was. Begin maar eens mee te mekkeren nu in deze tijd met dat gejengel, ze verklaren je dadelijk depressief.
Ik zou geen vrouw zijn als ik niet binnen was gestapt in de hoop hier of daar een koopje op de kop te kunnen tikken. Kerstballen, die hadden we nog genoeg, de hele zolder lag er bestrooid mee en de slingers die hingen nog van toen de jongste hier zijn intrede had gedaan in het volwassen leven.
Nu wilde ik de prijzen wel eens weten van een eerste maat fietsje voor de kleinzoon. Ach, alle maten stonden er te prijken, zelfs nog wel met K3 op, helemaal in het roze. De prijzen, die swingden ook de pan uit. 160 euro voor een hebbeding met hulpwielekes aan maar dan wel in de kleuren van je geliefde voetbalploeg en dat kon tellen.
“Jamaar mevrouw,” zei de verkoper, “vandaag krijg je wel 10 % korting en je mag hem laten staan totdat je hem nodig hebt.”
Tegen die tijd dat het dan echt nodig was, zou de fiets alweer een maatje zijn voor onze kleindochter en was de kleinzoon wellicht al aan een tweede maatje toe.
“Neen, dank je wel,” zei ik hem, “ik kijk wel eventjes verder naar de kledij voor op de fiets.”
“Als je kledij wil kopen, dan krijg je van mij vandaag 20 % korting,” zei de verkoper vlug.
“Zijn het hier opendeurdeuren om te kijken of is het de bedoeling dat ik vandaag al mijn bankkaart moet leegmaken hier?” vroeg ik hem.
“Maar mevrouw toch,” antwoordde hij zonder dralen, “ vandaag vergaard is morgen gespaard! Wie het eerste komt, heeft de eerste keus in fietsen en kledij,” en dat leek me aanneembaar, daar was ik het volkomen mee eens.
“Nemen jullie ook maaltijdcheques,” wilde ik hem nog vragen, toen ik hem al hoorde zeggen tegen een andere kijklustige:”We zijn hier wel geen liefdadigheidsinstelling..”
Gelukkig liet ik mij niet van mijn stuk brengen en knikte ik een beetje schuin dat ik waarschijnlijk toch met de kleinzoon zelf zou terugkomen. Bedacht ik ineens dat de kleine niet van die drie ‘K’s’ hield maar wel van ‘Piet Piraat’ en kom dan eens met een roze fiets af als hij zwart zegt. Misschien zou hij nog durven zeggen:” oma, had je niet beter iets bij Sinterklaas besteld in plaats van bij die Kerstballenman?”
De volgende dag gingen we een ander verkoopszaak bezoeken, en jullie geloven het of niet, daar stond dezelfde fiets mét hulpwielekes én in de aangepaste kleuren, voor wel ‘70 euro’ minder. En het was er helemaal geen opendeurdag met ‘Kerstsfeerlampionnen.’
Je zou voor minder wakker liggen tegenwoordig.
Bij mijn weten zou de brave Sint nog eerst zijn trippelgangen moeten doen door de straten, waarschijnlijk heeft die dan toch zijn prepensioen genomen. De luidsprekers die deden ook een duit in het zakje, ze schalden kerstliedjes uit en iedereen hield angstvallig de oren dicht in de hoop dat het een vergissing was. Begin maar eens mee te mekkeren nu in deze tijd met dat gejengel, ze verklaren je dadelijk depressief.
Ik zou geen vrouw zijn als ik niet binnen was gestapt in de hoop hier of daar een koopje op de kop te kunnen tikken. Kerstballen, die hadden we nog genoeg, de hele zolder lag er bestrooid mee en de slingers die hingen nog van toen de jongste hier zijn intrede had gedaan in het volwassen leven.
Nu wilde ik de prijzen wel eens weten van een eerste maat fietsje voor de kleinzoon. Ach, alle maten stonden er te prijken, zelfs nog wel met K3 op, helemaal in het roze. De prijzen, die swingden ook de pan uit. 160 euro voor een hebbeding met hulpwielekes aan maar dan wel in de kleuren van je geliefde voetbalploeg en dat kon tellen.
“Jamaar mevrouw,” zei de verkoper, “vandaag krijg je wel 10 % korting en je mag hem laten staan totdat je hem nodig hebt.”
Tegen die tijd dat het dan echt nodig was, zou de fiets alweer een maatje zijn voor onze kleindochter en was de kleinzoon wellicht al aan een tweede maatje toe.
“Neen, dank je wel,” zei ik hem, “ik kijk wel eventjes verder naar de kledij voor op de fiets.”
“Als je kledij wil kopen, dan krijg je van mij vandaag 20 % korting,” zei de verkoper vlug.
“Zijn het hier opendeurdeuren om te kijken of is het de bedoeling dat ik vandaag al mijn bankkaart moet leegmaken hier?” vroeg ik hem.
“Maar mevrouw toch,” antwoordde hij zonder dralen, “ vandaag vergaard is morgen gespaard! Wie het eerste komt, heeft de eerste keus in fietsen en kledij,” en dat leek me aanneembaar, daar was ik het volkomen mee eens.
“Nemen jullie ook maaltijdcheques,” wilde ik hem nog vragen, toen ik hem al hoorde zeggen tegen een andere kijklustige:”We zijn hier wel geen liefdadigheidsinstelling..”
Gelukkig liet ik mij niet van mijn stuk brengen en knikte ik een beetje schuin dat ik waarschijnlijk toch met de kleinzoon zelf zou terugkomen. Bedacht ik ineens dat de kleine niet van die drie ‘K’s’ hield maar wel van ‘Piet Piraat’ en kom dan eens met een roze fiets af als hij zwart zegt. Misschien zou hij nog durven zeggen:” oma, had je niet beter iets bij Sinterklaas besteld in plaats van bij die Kerstballenman?”
De volgende dag gingen we een ander verkoopszaak bezoeken, en jullie geloven het of niet, daar stond dezelfde fiets mét hulpwielekes én in de aangepaste kleuren, voor wel ‘70 euro’ minder. En het was er helemaal geen opendeurdag met ‘Kerstsfeerlampionnen.’
Je zou voor minder wakker liggen tegenwoordig.
-
ED. - Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20
Jaren geleden, toen ik nog jong en mooi was - nu telt alleen het laatste nog -, organiseerden wij elk jaar met kerstmis, met een paar vrienden een optreden in een Vlaamse gevangenis. . Dit alles deden wij gratis. Ook de artiesten traden pro-deo op! Het was een instelling waar niet dé zware jongens werden opgesloten. Dus geen moordenaars en verkrachters! -of, " leden van het seniorennet!"- 
Wanneer men voor de eerste keer zo een etablissement binnenkomt- al dan niet op vrijwillige basis-, is het wel even schrikken van de al die regeltjes die men de logés oplegt. Nu kan men stellen, dat de wetsovertreders er zelf om gevraagd hebben, om onderworpen te worden aan die ,soms, kinderachtige regeltjes en kleine bestraffingen.
Kinderachtig? Misschien omdat deze mensen als kinderen behandeld worden? Zijn zij, gezien hun situatie, soms niet verplicht om zich als kleine kinderen te gedragen? Ik vraag het mij af!
Kleine bestraffingen? Die komen voor een buitenstaander meestal als belachelijk over. Voor de meeste onder hen, zijn die kleine bestraffingen dikwijls heel zwaar om dragen. Ik heb ooit eens een gevangene weten verbieden, om naar zo een jaarlijks optreden te komen. Hij was onbeleefd geweest en had de chef niet met "chef" aangesproken.
Die jeugdige jongen die, ik weet niet wat op zijn kerfstok had, stond daar beteuterd aan de ingang van de feestzaal. De chef had hem gezegd, "dat hij door zijn slecht gedrag, maar alleen kerstmis moest gaan vieren........in zijn cel" Zelden heb ik een ongelukkiger mens gezien. Hij prevelde iets van "het is toch kerstmis voor iedereen, zeker?" en werd, onder begeleiding, twee verdiepingen lager gebracht. Die dag, werd hij zeker niet heropgevoed, dat is zeker!
Ik weet niet of het heden ten dage nog zo is, maar toen waren alle bewaarders een "chef"! Natuurlijk, mag men mij niet verkeerd begrijpen. Bewaarder zijn is een moeilijk, aartsmoeilijk beroep. Men moet van alles zijn, "chef" "psycholoog", soms "vriend" en af en toe gewoon streng.Ik vraag mij trouwens af, of deze chefs, zich ook al geen gevangene mogen noemen in hun eigen cordonnetje. In de wereld van het eeuwig rinkelen van sleutelbossen en de allesziende kijkgaatjes en camera's ?
Soms, op kerstmisdag, denk ik er nog wel eens aan terug, aan die beteuterde jongen. Zou die later een échte zware crimineel zijn geworden? Heeft hij zijn leven gebeterd. Is hij nu een brave werkende huisvader, of,......zat hij daar,misschien, onschuldig vast? Wie zal het zeggen? Hoe dan ook. Feestdagen zijn er voor iedereen. Ook voor diegenen die een maatschappelijke fout hebben gemaakt en er, per slot van rekening, voor boeten!
Wanneer men voor de eerste keer zo een etablissement binnenkomt- al dan niet op vrijwillige basis-, is het wel even schrikken van de al die regeltjes die men de logés oplegt. Nu kan men stellen, dat de wetsovertreders er zelf om gevraagd hebben, om onderworpen te worden aan die ,soms, kinderachtige regeltjes en kleine bestraffingen.
Kinderachtig? Misschien omdat deze mensen als kinderen behandeld worden? Zijn zij, gezien hun situatie, soms niet verplicht om zich als kleine kinderen te gedragen? Ik vraag het mij af!
Kleine bestraffingen? Die komen voor een buitenstaander meestal als belachelijk over. Voor de meeste onder hen, zijn die kleine bestraffingen dikwijls heel zwaar om dragen. Ik heb ooit eens een gevangene weten verbieden, om naar zo een jaarlijks optreden te komen. Hij was onbeleefd geweest en had de chef niet met "chef" aangesproken.
Die jeugdige jongen die, ik weet niet wat op zijn kerfstok had, stond daar beteuterd aan de ingang van de feestzaal. De chef had hem gezegd, "dat hij door zijn slecht gedrag, maar alleen kerstmis moest gaan vieren........in zijn cel" Zelden heb ik een ongelukkiger mens gezien. Hij prevelde iets van "het is toch kerstmis voor iedereen, zeker?" en werd, onder begeleiding, twee verdiepingen lager gebracht. Die dag, werd hij zeker niet heropgevoed, dat is zeker!
Ik weet niet of het heden ten dage nog zo is, maar toen waren alle bewaarders een "chef"! Natuurlijk, mag men mij niet verkeerd begrijpen. Bewaarder zijn is een moeilijk, aartsmoeilijk beroep. Men moet van alles zijn, "chef" "psycholoog", soms "vriend" en af en toe gewoon streng.Ik vraag mij trouwens af, of deze chefs, zich ook al geen gevangene mogen noemen in hun eigen cordonnetje. In de wereld van het eeuwig rinkelen van sleutelbossen en de allesziende kijkgaatjes en camera's ?
Soms, op kerstmisdag, denk ik er nog wel eens aan terug, aan die beteuterde jongen. Zou die later een échte zware crimineel zijn geworden? Heeft hij zijn leven gebeterd. Is hij nu een brave werkende huisvader, of,......zat hij daar,misschien, onschuldig vast? Wie zal het zeggen? Hoe dan ook. Feestdagen zijn er voor iedereen. Ook voor diegenen die een maatschappelijke fout hebben gemaakt en er, per slot van rekening, voor boeten!
Laatst gewijzigd door ED. op 29 okt 2004, 21:00, 1 keer totaal gewijzigd.
-
Gast
Vannacht droomde ik dat ik aan de grond vastgeroest zat en dat er op drie meter van me een jongenskoor Suza-Nina stond te zingen. Ze droegen allemaal lange, witte kleren met een rood zijden singeltje. Mijn droom was om kwart voor twaalf begonnen en om twintig over drie zongen ze nog altijd Suza-Nina. Telkens als ze bij de ‘NI’ omhooggingen, voelde ik het merg in mijn beenderen omdraaien. Ik deed de jongens hopeloze tekens dat het nu mooi was, dat ik door en door verkerstlied was, dat ik voorheen ongekende hoofdpijnen meemaakte waarbij mijn zenuwen telkens met de NI mee omhooggingen tot vlak tegen mijn schedel.
De jongens in de witte koorhemdjes hadden geen blik voor mij over. Ik molenwiekte met de armen om de aandacht van de dirigent op me te trekken maar die keek strak in de verte, ergens heel ver, en zijn rechterhand beschreef om de drie minuten een volmaakt stijgende curve bij de NI van Suza-Nina.
De curve veranderde plots in een rode koortscurve op een wit hospitaalpapiertje en in dat bed lag ik te ijlen en bij iedere NI steeg ik eventjes van het bed op, niet bij machte te blijven liggen.
Het was een angstwekkende droom, pas om tien voor vijf deze morgen slaagde ik erin de dirigent even apart te krijgen. “Houd ermee op!”, smeekte ik. “Het zit me tot in het merg, ik wordt er dol van.”
“Goed,” zei hij, “dan zullen we ‘Nu sijt wellecome’ zingen.” Hij gaf met zijn dirigeerstokje een tikje tegen de lessenaar. “Jongens, allemaal klaar? Nu sijt wellecome!”
Hoewel ik vastgeroest zat veerde ik van de grond op en schreide: “Ook dat niet, als het enigszins kan, ook dat niet.”
“Het is een wondermooi lied,” zei de dirigent verontwaardigd. Hij begreep het ook niet. Ik vond Suza-Nina ook een wondermooi lied, maar het zat me tot in het merg.
“De herdertjes liggen nu al acht dagen bij nacht in het veld,” riep ik gemarteld. “Ik kan de nachten niet meer geteld krijgen die stil en heilig waren. Ik heb het tot hier van Kling klokjes, klingelingeling!” Ik wees vrij hoog maar de dirigent begreep het niet.
“Wat wilt u dan?” vroeg hij, op een toon alsof ik hem naar het leven stond.
“Rust,” zei ik, “eindelijk rust.”
De rand van de uitputting was nabij, het is trouwens altijd op die rand dat de nachtmerries ophouden. Toen ik deze morgen na veel koel water de radio aanzette, zong een mannenkoor met hoofdzakelijk bassen Suza-Nina, heel fors in de ‘NI-na.’
Er is niks aan te doen, ik moet erdoorheen, net lijk ik door de ossen moet en de wildstropers. Het is niet alleen Suza-Nina en Kling klokjes, klingelingeling maar ieder jaar moet ik ook door de ossen die met zware trillende dierenstemmen in een inktzwarte nacht, tegen de ezel gaan praten. Eén keer per jaar praten in elke krant en in elk weekblad de ossen tegen de ezels. Dat zijn verworven rechten vanwege de dieren en hun auteurs en daaraan mag niemand raken. Men moet er zich bij neerleggen dat ieder jaar ook een herder verloren loopt. Eén die om een of andere niet opgegeven reden de ster niet gezien heeft en nu ergens tussen de heuvels rond Bethlehem moedeloos in elkaar gedoken zit. Tot de auteur hem vindt. De wildstroper is er ook, die gaat ieder jaar aan de hand van telkens een andere schrijver de literaire nacht in om konijnen te schieten maar nu staat daar ineens dat vreemdsoortig licht voor hem en ergens, liefst in het ijle, klinken heel zachte stemmen. Vermoedelijk van engelen, hoewel ik me ieder jaar weer afvraag vanwaar die stroper die engelenstemmen kent. In alle kranten komt ook ieder jaar iemand van heel ver terug, na jaren. Waar hij vandaan komt, kan erg verschillen maar hij komt van ver. Hij is moe en zijn gelaat is diep doorploegd. Daar is niets tegen te doen, men zal die nog vele jaren zien terugkomen, nog lang. Ik zal ook nog vele jaren dat detectivespelletje moeten doen, of de oude man, die op een sukkeldrafje ergens midden door het veld loopt nu St- Jozef is of niet. Na enkele jaren krijgt men wel een zekere flair voor die dingen en heeft men St-Jozef al lang door. Neen, daar is niets tegen te doen. Integendeel, dat zal aldoor erger worden. Men pakt nu al conservendoosjes een week lang in, in roodgroenzilver sierpapier met gouden sterretjes en de juffrouw kan men haast niet verstaan vanwege die luidspreker boven haar hoofd die almaardoor Jinglebells-Jinglebells dreunt. Niet dat ik het niet mooi vind. Ik vind het allemaal mooi maar men weet geen maat meer te houden. Zoals in mijn droom, hij speelde toch in de maat wilde de dirigent nog even kwijt. In oktober beginnen ze al met kerstliedjes en dikke bollen tentoon stellen die amper nog in de boom kunnen, voor mijn maar niet dan. Geef mij maar een warme choco.

De jongens in de witte koorhemdjes hadden geen blik voor mij over. Ik molenwiekte met de armen om de aandacht van de dirigent op me te trekken maar die keek strak in de verte, ergens heel ver, en zijn rechterhand beschreef om de drie minuten een volmaakt stijgende curve bij de NI van Suza-Nina.
De curve veranderde plots in een rode koortscurve op een wit hospitaalpapiertje en in dat bed lag ik te ijlen en bij iedere NI steeg ik eventjes van het bed op, niet bij machte te blijven liggen.
Het was een angstwekkende droom, pas om tien voor vijf deze morgen slaagde ik erin de dirigent even apart te krijgen. “Houd ermee op!”, smeekte ik. “Het zit me tot in het merg, ik wordt er dol van.”
“Goed,” zei hij, “dan zullen we ‘Nu sijt wellecome’ zingen.” Hij gaf met zijn dirigeerstokje een tikje tegen de lessenaar. “Jongens, allemaal klaar? Nu sijt wellecome!”
Hoewel ik vastgeroest zat veerde ik van de grond op en schreide: “Ook dat niet, als het enigszins kan, ook dat niet.”
“Het is een wondermooi lied,” zei de dirigent verontwaardigd. Hij begreep het ook niet. Ik vond Suza-Nina ook een wondermooi lied, maar het zat me tot in het merg.
“De herdertjes liggen nu al acht dagen bij nacht in het veld,” riep ik gemarteld. “Ik kan de nachten niet meer geteld krijgen die stil en heilig waren. Ik heb het tot hier van Kling klokjes, klingelingeling!” Ik wees vrij hoog maar de dirigent begreep het niet.
“Wat wilt u dan?” vroeg hij, op een toon alsof ik hem naar het leven stond.
“Rust,” zei ik, “eindelijk rust.”
De rand van de uitputting was nabij, het is trouwens altijd op die rand dat de nachtmerries ophouden. Toen ik deze morgen na veel koel water de radio aanzette, zong een mannenkoor met hoofdzakelijk bassen Suza-Nina, heel fors in de ‘NI-na.’
Er is niks aan te doen, ik moet erdoorheen, net lijk ik door de ossen moet en de wildstropers. Het is niet alleen Suza-Nina en Kling klokjes, klingelingeling maar ieder jaar moet ik ook door de ossen die met zware trillende dierenstemmen in een inktzwarte nacht, tegen de ezel gaan praten. Eén keer per jaar praten in elke krant en in elk weekblad de ossen tegen de ezels. Dat zijn verworven rechten vanwege de dieren en hun auteurs en daaraan mag niemand raken. Men moet er zich bij neerleggen dat ieder jaar ook een herder verloren loopt. Eén die om een of andere niet opgegeven reden de ster niet gezien heeft en nu ergens tussen de heuvels rond Bethlehem moedeloos in elkaar gedoken zit. Tot de auteur hem vindt. De wildstroper is er ook, die gaat ieder jaar aan de hand van telkens een andere schrijver de literaire nacht in om konijnen te schieten maar nu staat daar ineens dat vreemdsoortig licht voor hem en ergens, liefst in het ijle, klinken heel zachte stemmen. Vermoedelijk van engelen, hoewel ik me ieder jaar weer afvraag vanwaar die stroper die engelenstemmen kent. In alle kranten komt ook ieder jaar iemand van heel ver terug, na jaren. Waar hij vandaan komt, kan erg verschillen maar hij komt van ver. Hij is moe en zijn gelaat is diep doorploegd. Daar is niets tegen te doen, men zal die nog vele jaren zien terugkomen, nog lang. Ik zal ook nog vele jaren dat detectivespelletje moeten doen, of de oude man, die op een sukkeldrafje ergens midden door het veld loopt nu St- Jozef is of niet. Na enkele jaren krijgt men wel een zekere flair voor die dingen en heeft men St-Jozef al lang door. Neen, daar is niets tegen te doen. Integendeel, dat zal aldoor erger worden. Men pakt nu al conservendoosjes een week lang in, in roodgroenzilver sierpapier met gouden sterretjes en de juffrouw kan men haast niet verstaan vanwege die luidspreker boven haar hoofd die almaardoor Jinglebells-Jinglebells dreunt. Niet dat ik het niet mooi vind. Ik vind het allemaal mooi maar men weet geen maat meer te houden. Zoals in mijn droom, hij speelde toch in de maat wilde de dirigent nog even kwijt. In oktober beginnen ze al met kerstliedjes en dikke bollen tentoon stellen die amper nog in de boom kunnen, voor mijn maar niet dan. Geef mij maar een warme choco.
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
Dit jaar vraag ik het de kerstman voor de allerlaatste keer. Dan mag hij ze voor mijn part houden.
Zijn slee bedoel ik. Ik heb hem er een genereus bod voor gedaan, maar schijnbaar is hij niet geïnteresseerd in geld.
Daarom heb ik hem ook al mijn eega aangeboden, aangezien die toch heel wat jonger is dan zijn exemplaar, maar hij hapt niet toe. Nu zal mijn laatste bod zijn:
Mijn huidige auto plus mijn huidige echtgenote plus een flinke geldsom plus aanzitten aan ons kerstmaal.
Als hij ook dat weigert, kan hij voor mijn part zijn slee…nee, beleefd blijven!
En waarom ik zo graag die slee zou willen? Toch nogal wiedes, met die dure brandstofprijzen van tegenwoordig, en dan nog altijd in de file staan, terwijl je met die slee naar niets hoeft te zien!
Op een hik en een zucht ben je in Spanje of waar dan ook, zonder autostradetaks te moeten betalen, zonder last te hebben van die ronde punten, die een automobilist krankzinnig maken…
Zoef, als in een flits ben je ter bestemming. Volgens mij heeft de kerstman het geheim van de anti-zwaartekracht ontdekt. Niet alleen voor de slee, maar ook voor de trekbeesten. Zijn elanden, één ken ik bij naam van het gelijknamige liedje, Rudolf the rendeer…De andere namen weet ik niet, maar ik verwacht dat een of andere senior me hiermee wel zal helpen.
Misschien kan dezelfde senior me dan meteen zeggen wat een eland vreet? Wat groeit er daar voor lekkers aan de pool, waarmee ze zich verzadigen? Moet dat geïmporteerd worden, of is het hier ook te krijgen?
Allemaal pertinente vragen, waarop ik voorbereid wil zijn als hij onverhoopt toch op mijn aanbod zou ingaan.
Stel dat hij zegt "OK, maar wat ga je ze te eten geven?"
En ik sta daar met mijn mond vol tanden, omdat ik verkeerdelijk denk dat ze gras vreten, en het moeten brandnetels zijn… Want hoewel ze kunnen vliegen, verbruiken die beesten geen super benzine of kerosine of zoiets hoor! Nee nee, dat weet ik zeker. Want ik heb nog nooit gehoord, dat de kerstman is opgemerkt in het midden Oosten, om bij te tanken.
Met die slee ter beschikking, is geen afstand nog te groot.
In de winter zit ik dan in Australië, bij de kangoeroes. Als het bij ons winter is, is het daar zomer. Of op een tropisch eiland ergens, met hula dansende meisjes. Maar ze mogen dansen zoveel ze willen, in mijn slee komen ze niet in. Dat heeft de kerstman ook nooit toegestaan, daar begin ik ook niet aan.
Of misschien toch eentje?
Zijn slee bedoel ik. Ik heb hem er een genereus bod voor gedaan, maar schijnbaar is hij niet geïnteresseerd in geld.
Daarom heb ik hem ook al mijn eega aangeboden, aangezien die toch heel wat jonger is dan zijn exemplaar, maar hij hapt niet toe. Nu zal mijn laatste bod zijn:
Mijn huidige auto plus mijn huidige echtgenote plus een flinke geldsom plus aanzitten aan ons kerstmaal.
Als hij ook dat weigert, kan hij voor mijn part zijn slee…nee, beleefd blijven!
En waarom ik zo graag die slee zou willen? Toch nogal wiedes, met die dure brandstofprijzen van tegenwoordig, en dan nog altijd in de file staan, terwijl je met die slee naar niets hoeft te zien!
Op een hik en een zucht ben je in Spanje of waar dan ook, zonder autostradetaks te moeten betalen, zonder last te hebben van die ronde punten, die een automobilist krankzinnig maken…
Zoef, als in een flits ben je ter bestemming. Volgens mij heeft de kerstman het geheim van de anti-zwaartekracht ontdekt. Niet alleen voor de slee, maar ook voor de trekbeesten. Zijn elanden, één ken ik bij naam van het gelijknamige liedje, Rudolf the rendeer…De andere namen weet ik niet, maar ik verwacht dat een of andere senior me hiermee wel zal helpen.
Misschien kan dezelfde senior me dan meteen zeggen wat een eland vreet? Wat groeit er daar voor lekkers aan de pool, waarmee ze zich verzadigen? Moet dat geïmporteerd worden, of is het hier ook te krijgen?
Allemaal pertinente vragen, waarop ik voorbereid wil zijn als hij onverhoopt toch op mijn aanbod zou ingaan.
Stel dat hij zegt "OK, maar wat ga je ze te eten geven?"
En ik sta daar met mijn mond vol tanden, omdat ik verkeerdelijk denk dat ze gras vreten, en het moeten brandnetels zijn… Want hoewel ze kunnen vliegen, verbruiken die beesten geen super benzine of kerosine of zoiets hoor! Nee nee, dat weet ik zeker. Want ik heb nog nooit gehoord, dat de kerstman is opgemerkt in het midden Oosten, om bij te tanken.
Met die slee ter beschikking, is geen afstand nog te groot.
In de winter zit ik dan in Australië, bij de kangoeroes. Als het bij ons winter is, is het daar zomer. Of op een tropisch eiland ergens, met hula dansende meisjes. Maar ze mogen dansen zoveel ze willen, in mijn slee komen ze niet in. Dat heeft de kerstman ook nooit toegestaan, daar begin ik ook niet aan.
Of misschien toch eentje?
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
hermano - Lid geworden op: 17 mei 2004, 21:11
- Locatie: Aangespoelde
Zandman,
Er zijn geen zekerheden meer, alleen nog ontgoochelingen. De kerstman dateert officieel van 1807 toen hij de naam santa claus kreeg in Amerika en in een gedicht van 1823 van Clement Clarke Moore staan de 8 rendieren met naam, maar er is geen Rudolf bij !!! We werden later blijkbaar bij de bok gezet in plaats van bij het rendier en dan is het in dat liedje nog Rudolf the red-nose reindier, nu blijft dat toch wel in mijn hoofd hangen ook en ik heb er hier al twee anderen aangestoken.
http://lnstar.com/mall/main-areas/Night_B_Xmas.html
http://www.santacruzpl.org/readyref/fil ... deer.shtml
Er zijn geen zekerheden meer, alleen nog ontgoochelingen. De kerstman dateert officieel van 1807 toen hij de naam santa claus kreeg in Amerika en in een gedicht van 1823 van Clement Clarke Moore staan de 8 rendieren met naam, maar er is geen Rudolf bij !!! We werden later blijkbaar bij de bok gezet in plaats van bij het rendier en dan is het in dat liedje nog Rudolf the red-nose reindier, nu blijft dat toch wel in mijn hoofd hangen ook en ik heb er hier al twee anderen aangestoken.
http://lnstar.com/mall/main-areas/Night_B_Xmas.html
http://www.santacruzpl.org/readyref/fil ... deer.shtml