Zeg nooit "NOOIT MEER"
-
Fikske - Lid geworden op: 16 dec 2003, 12:31
- Locatie: W-O 1970
Kwezel, je drukt ons met de neus op de feiten, nietwaar? Of we het nu graag hebben of niet; de zomer is weg en als ik Gerard Cox zijn overbekende slager: 'T IS WEER VOORBIJ DIE MOOIE ZOMER hoor kwelen, krijg ik zowaar tranen in mijn ogen.
Maar nee hé! Ik vermaan mezelf en veeg met de rug van mijn hand de waterlanders weg en neem mijn zakdoek om de snottebellen, die uit mijn neus dreigen te lopen, op te vangen.
Deze keer gaan we niet treuren om de zomer die ons van alles het uiterste heeft laten voelen, ha nee!
Hitte, regen, droogte ... Frankske Deboosere kon het niet wegsteken: het was een recordzomer! Warmste julimaand ooit! Sombere, koele en natste augustus in 100 jaar! September nog uiterst zacht ...Maar nu lijkt het definitief gedaan.
Zelden heeft een zomer zulke totaal verschillende gezichten laten zien als dit jaar.
Dus we vergeten hem maar zo gauw mogelijk, punt uit.Snif, snif, snif ...
Aan de winter denk ik nog niet al dient die zich soms vlugger aan dan je lief is.
Maar wat is er nu van aan van al die oververhitte zomers en te warme winters?
En wat van die voortdurende dreiging van het broeikaseffect?
Stel je eens voor dat alle doemscenario’s uitkomen. De ijskappen van de Noordpool beginnen op een oncontroleerbare wijze te smelten en het water van de zee stijgt met enkele tientallen meters. Jezus,(die roep ik altijd aan als ik begin te panikeren) wat staat er ons dan te wachten?
Zouden we ons optrekje bij de zee al niet stilaan gaan te koop stellen voordat de prijzen van de kustappartementen van het dak tuimelen?
Zouden we niet vlug een stukje grond gaan kopen in de Ardennen voordat we met onze voeten in het water staan? En hoe lang zullen we daar in de Ardennen nog kunnen spreken van ‘Han sur Lesse’ in de plaats van ‘Han sur Mer’?
Het heeft geen zin, en de tranen schieten me weer in de ogen als ik op de radio Frans Halsema en Jenny Arean de eerste tonen hoor aanheffen van het supertriestige liedje VLUCHTEN KAN NIET MEER ...

Maar nee hé! Ik vermaan mezelf en veeg met de rug van mijn hand de waterlanders weg en neem mijn zakdoek om de snottebellen, die uit mijn neus dreigen te lopen, op te vangen.
Deze keer gaan we niet treuren om de zomer die ons van alles het uiterste heeft laten voelen, ha nee!
Hitte, regen, droogte ... Frankske Deboosere kon het niet wegsteken: het was een recordzomer! Warmste julimaand ooit! Sombere, koele en natste augustus in 100 jaar! September nog uiterst zacht ...Maar nu lijkt het definitief gedaan.
Zelden heeft een zomer zulke totaal verschillende gezichten laten zien als dit jaar.
Dus we vergeten hem maar zo gauw mogelijk, punt uit.Snif, snif, snif ...
Aan de winter denk ik nog niet al dient die zich soms vlugger aan dan je lief is.
Maar wat is er nu van aan van al die oververhitte zomers en te warme winters?
En wat van die voortdurende dreiging van het broeikaseffect?
Stel je eens voor dat alle doemscenario’s uitkomen. De ijskappen van de Noordpool beginnen op een oncontroleerbare wijze te smelten en het water van de zee stijgt met enkele tientallen meters. Jezus,(die roep ik altijd aan als ik begin te panikeren) wat staat er ons dan te wachten?
Zouden we ons optrekje bij de zee al niet stilaan gaan te koop stellen voordat de prijzen van de kustappartementen van het dak tuimelen?
Zouden we niet vlug een stukje grond gaan kopen in de Ardennen voordat we met onze voeten in het water staan? En hoe lang zullen we daar in de Ardennen nog kunnen spreken van ‘Han sur Lesse’ in de plaats van ‘Han sur Mer’?
Het heeft geen zin, en de tranen schieten me weer in de ogen als ik op de radio Frans Halsema en Jenny Arean de eerste tonen hoor aanheffen van het supertriestige liedje VLUCHTEN KAN NIET MEER ...
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.
is de rijkste die er leeft.
-
Gast
Ik denk dan aan een andere maand terwijl ik mijmer in mijn fotoboek: namelijk aan september. September is eigenlijk een van de heerlijkste maanden. Het is dikwijls nog prachtig weer en last van de warmte komt haast niet meer voor. Je zou alleen wel willen, dat september ook nog een vakantiemaand was als je nog school liep. Als je aan vrij-zijn begint te wennen, moet je juist weer aan de slag. Moeders weten hier alles van, de drukte van een groot gezin onder die lange maanden verlof die maar geen einde wilden krijgen.
Maar goed ook zei ons moeder dan, want anders werden jullie vast lui. Maar luieren deden we niet. Ik wilde alleen heel graag buiten zijn en vooral buiten blijven. In elk geval zei ons ma, heb je nog twee vrije middagen in de week en je fiets. Alhoewel dat goede mens haast niet de deur uitkwam klaagde ze niet. Daar had ik nog niet aan gedacht maar het was zo. Als kind schaamde je je niet maar als ik terug denk aan moeder dat ze nooit weg ging of van een vrije dag genoot, dan schaam ik me nu heel diep. Zij was altijd tevreden. Fietsen op de hei en door de velden,samen met moeder, het zou heerlijk zijn geweest. Maar wie ging er dan op de kleintjes passen? Een baby-oppas bestond er in die tijd nog niet. Moeders hoorden aan de haard, met de pook in de aanslag. Ik hoorde haar nog zeggen: neen vandaag kan ik niet weg. Er is nog zo veel werk aan de winkel, zovele klusjes in de keuken wachten nog op me en seffens komt vader thuis moe van de arbeid. Als de kleinsten groter zijn kunnen we ze meenemen op de fiets. Achter op een zadelplankje, beiden tezamen. Maar ga gerust met je broer wat fietsen zei ons moe dan. En het voornaamste is: zorg dat je goed onthoudt wat voor moois je onderweg tegenkomt. Dan heb ik door jouw ogen toch alles kunnen meezien. Algauw lieten we de huizen ver achter ons. Grote broer en ik jakkerden door de velden die oneindig groot leken in onze ogen. Onze stalen rossen lieten ons een mooie heerlijke wereld zien. Je kan je haast niet voorstellen, dat deze pracht op de velden en aan de bomen over enkele weken verdwenen zou zijn. Ja, sommige bomen lieten toch al wat bladeren vallen en de kleine eikenboompjes prijkten al met bloedrode bladeren. We reden met een flinke slakkengang achter elkaar. Er liep een smal maar heel goed fietspad langs de landweg. Heerlijk zo’n wegen, ik wilde dat ik ze nog kon bewonderen. De weggetjes waren bijna helemaal dicht begroeid met enkel twee diepe voren waar oude boerenkarren geregeld reden. Hier hoefde je niet bang te zijn voor snelverkeer. Bij een kromming van de weg kregen we een golvende wollige massa in zicht, een kudde schapen. Een zeldzame ontmoeting. Langzaam dreef de levende wolk verder, een oude scheper stapte rustig achter zijn krullig volkje aan. Naast hem, met waakzame ogen, de herdershond. We hielden halt, want de kudde nam de hele breedte van de weg in beslag en ook het fietspad. Zouden we nu er achteraan moeten lopen, heel de lange weg die we nog te fietsen hadden? De oude herder met zijn doorgroefd gezicht en zijn vriendelijk blauwe ogen leek recht van een prentje af te komen. Ondertussen had de hond ons gekeurd en goed bevonden. We leken in de ogen van de kuddebewaker vriendelijke kinderen en ongevaarlijk voor de schapen. Zonder op te kijken versnelde de hond zijn gang en als bij toverslag weken al de buitenste schapen vreesachtig naar het midden van de weg. Het fietspad was plotseling weer toegangbaar. Heel bedaard wachtte de hond vooraan de kudde tot dat we voorbij waren. Dan keerde hij kalm naar de herder terug. Enig was het die band tussen herder en hond. Dit moesten we onthouden en tegen ons moeder vertellen, ze zou er van genieten als we het spektakel beschreven. Hier en daar bloeiden nog wat diepblauwe korenbloemen en we plukten een ruikertje bijeen om ons ma te plezieren. Ze hield zo van veldbloemen. Daar waar de kleine beek ophield met vloeien lag wat sparrengroen en die staken we ertussenin om het wat fleuriger te maken. De zoemende bijen rond ons hoofd lieten ons weten dat het tijd was om terug naar huis te keren. En ik vergeleek bij de openhaard in mijn oude pyjama gezeten, de tijd van toen en nu. We hadden in de buurt van Veurne een nieuwe kudde voorbijgestoken met een herdershond. Alleen, ik zag geen herder.
Maar goed ook zei ons moeder dan, want anders werden jullie vast lui. Maar luieren deden we niet. Ik wilde alleen heel graag buiten zijn en vooral buiten blijven. In elk geval zei ons ma, heb je nog twee vrije middagen in de week en je fiets. Alhoewel dat goede mens haast niet de deur uitkwam klaagde ze niet. Daar had ik nog niet aan gedacht maar het was zo. Als kind schaamde je je niet maar als ik terug denk aan moeder dat ze nooit weg ging of van een vrije dag genoot, dan schaam ik me nu heel diep. Zij was altijd tevreden. Fietsen op de hei en door de velden,samen met moeder, het zou heerlijk zijn geweest. Maar wie ging er dan op de kleintjes passen? Een baby-oppas bestond er in die tijd nog niet. Moeders hoorden aan de haard, met de pook in de aanslag. Ik hoorde haar nog zeggen: neen vandaag kan ik niet weg. Er is nog zo veel werk aan de winkel, zovele klusjes in de keuken wachten nog op me en seffens komt vader thuis moe van de arbeid. Als de kleinsten groter zijn kunnen we ze meenemen op de fiets. Achter op een zadelplankje, beiden tezamen. Maar ga gerust met je broer wat fietsen zei ons moe dan. En het voornaamste is: zorg dat je goed onthoudt wat voor moois je onderweg tegenkomt. Dan heb ik door jouw ogen toch alles kunnen meezien. Algauw lieten we de huizen ver achter ons. Grote broer en ik jakkerden door de velden die oneindig groot leken in onze ogen. Onze stalen rossen lieten ons een mooie heerlijke wereld zien. Je kan je haast niet voorstellen, dat deze pracht op de velden en aan de bomen over enkele weken verdwenen zou zijn. Ja, sommige bomen lieten toch al wat bladeren vallen en de kleine eikenboompjes prijkten al met bloedrode bladeren. We reden met een flinke slakkengang achter elkaar. Er liep een smal maar heel goed fietspad langs de landweg. Heerlijk zo’n wegen, ik wilde dat ik ze nog kon bewonderen. De weggetjes waren bijna helemaal dicht begroeid met enkel twee diepe voren waar oude boerenkarren geregeld reden. Hier hoefde je niet bang te zijn voor snelverkeer. Bij een kromming van de weg kregen we een golvende wollige massa in zicht, een kudde schapen. Een zeldzame ontmoeting. Langzaam dreef de levende wolk verder, een oude scheper stapte rustig achter zijn krullig volkje aan. Naast hem, met waakzame ogen, de herdershond. We hielden halt, want de kudde nam de hele breedte van de weg in beslag en ook het fietspad. Zouden we nu er achteraan moeten lopen, heel de lange weg die we nog te fietsen hadden? De oude herder met zijn doorgroefd gezicht en zijn vriendelijk blauwe ogen leek recht van een prentje af te komen. Ondertussen had de hond ons gekeurd en goed bevonden. We leken in de ogen van de kuddebewaker vriendelijke kinderen en ongevaarlijk voor de schapen. Zonder op te kijken versnelde de hond zijn gang en als bij toverslag weken al de buitenste schapen vreesachtig naar het midden van de weg. Het fietspad was plotseling weer toegangbaar. Heel bedaard wachtte de hond vooraan de kudde tot dat we voorbij waren. Dan keerde hij kalm naar de herder terug. Enig was het die band tussen herder en hond. Dit moesten we onthouden en tegen ons moeder vertellen, ze zou er van genieten als we het spektakel beschreven. Hier en daar bloeiden nog wat diepblauwe korenbloemen en we plukten een ruikertje bijeen om ons ma te plezieren. Ze hield zo van veldbloemen. Daar waar de kleine beek ophield met vloeien lag wat sparrengroen en die staken we ertussenin om het wat fleuriger te maken. De zoemende bijen rond ons hoofd lieten ons weten dat het tijd was om terug naar huis te keren. En ik vergeleek bij de openhaard in mijn oude pyjama gezeten, de tijd van toen en nu. We hadden in de buurt van Veurne een nieuwe kudde voorbijgestoken met een herdershond. Alleen, ik zag geen herder.
-
Gast
Tja, Fikske, die kwezel, die kent wat van schrijven en beschrijven, hé!!!Fikske schreef:Heerlijke tekst Kwezel. Nu ben ik weeral bijna aan het snotteren.
![]()
Als ik haar beklijvende teksten lees wordt ik, telkens weer, ècht jaloers op haar uitbundige en gulden talenten!!!
De wereld is niet eerlijk!
Zij heeft alles gekegen en wij moeten ons tevreden stellen met slechts enkele kruimels!!!
-
Fikske - Lid geworden op: 16 dec 2003, 12:31
- Locatie: W-O 1970
Ja Goliard we zitten hier goed en zijn blij dat we af en toe mogen meespelen hé.Goliard schreef:Tja, Fikske, die kwezel, die kent wat van schrijven en beschrijven, hé!!!Fikske schreef:Heerlijke tekst Kwezel. Nu ben ik weeral bijna aan het snotteren.
![]()
Als ik haar beklijvende teksten lees wordt ik, telkens weer, ècht jaloers op haar uitbundige en gulden talenten!!!
De wereld is niet eerlijk!
Zij heeft alles gekegen en wij moeten ons tevreden stellen met slechts enkele kruimels!!!
![]()
![]()
--
Toen ik en mijn knieën nog jong waren heb ik me ooit laten ompraten om op zondagmorgen met de wielertoeristen de wegen tussen Brussel en Leuven onveilig te maken.
Ik heb een ongelooflijk respect voor die mannen - en vrouwen – die bovenaan elke heuveltop op mij stonden te wachten tot ik hijgend en met uitgestoken tong bij hen kwam aansluiten.
Naïef dat ik toen was als ik dacht dat ze me even zouden laten uitblazen ... Nee hoor! Zodra mijn voorwiel ter hoogte van het achterwiel van een der wachtende ‘vrienden’ kwam, spurtten ze weer weg - bergafwaarts.
Niet opgeven dacht ik dan en liet me met mijn volle 80 kg in ware doodsverachting naar beneden ‘vallen’. Als de afdaling lang genoeg was kon het zelfs gebeuren dat ik er een paar voorbij zoefde maar na 100 meter bergop staken ze me weer grinnikend voorbij, de stinkerds.
In het stamcafé zaten ze al aan hun tweede of derde pint te nippen als ik puffend het einde had gehaald. Opmerkingen als: “Wel, ben je verloren gereden?” of “ Gij hebt ergens anders al iets gedronken zeker?!” waren niet van de lucht.
Ik verdenk er hen zelfs van om twee, drie pinten tegelijk besteld te hebben om mij te kunnen affronteren. Soit, die martelingen op zondagmorgen hebben niet lang geduurd en de aanleiding om definitief te stoppen kwam ongewild door mijn twee – toen nog – tienerzonen. Hun moeder was bezig met confituur te maken en plots stelde die vast dat ze nog een paar kilo’s griessuiker te kort kwam. Ze stuurde inderhaast de twee rakkers naar de winkel en maande hen aan zich te haasten want het fruit stond al te pruttelen in de koperen ketel.
Mijn (semi-) koersfiets deed dienst als snel vervoermiddel en de snoodaards hadden er niks beter op gevonden dan het pak suiker op de bagagedrager vast te binden.
Thuisgekomen zagen ze dat één van de zakken gescheurd was en er nogal veel zoetigheid tussen het kamwiel en de ketting terecht was gekomen. Niks zeggen natuurlijk, en gauw, gauw de fiets op zijn vertrouwde plaats stallen.
Als pa die zondagmorgen zijn eerste pedaalslagen gaf voelde hij dadelijk dat er iets niet klopte. Nog nooit had hij moeten trappen op dat stukje bergaf naar het stamcafé.
De mecanicien - wielertoerist van dienst had dadelijk gezien wat er scheelde en gaf hem de goede raad om terug naar huis te gaan en vandaag niet mee te fietsen.
Bij mijn thuiskomen lagen die twee schavuiten dubbel geplooid van het lachen.
Met tegenzin hebben ze daarna mijn fiets helemaal schoon gemaakt, maar de goesting om mezelf elke zondag af te beulen was definitief over.
De wielertoeristen konden het beter zonder mij stellen en wanneer ik ze nu op zondagmorgen op de straat in mijn richting zie aankomen haast ik me vlug op de stoep.
Wielertoeristen? Wielerterroristen ja!
“Hé, wanneer kom je terug?” Durven ze wel eens roepen.
Terugkomen? In geen honderd jaar! Jullie rijden net als duivels.
Misschien ken ik wel iemand die jullie kan bijhouden, misschien ... als ze in vorm is?
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.
is de rijkste die er leeft.
-
Gast
En ze was in form wees daar maar zeker van Fikske. De mannen die ik zaterdag achter mijn gat heb gehad, die zullen het geweten hebben. Ze haakten na 42 km af en ik kwam 10 minuten voor hen binnen. Wie het parcoure van Boirs, Bassenge, Glons, Alden Biezen enz..kent, weet wat voor benen je moet hebben om tegen 30 te blijven fietsen. Maar bergaf gaat het tegen 55 per uur. 
-
Gast
Tja, Fikske, tussen deze "écrivains", à la kwezel, voel ik me eigenlijk niet ècht thuis, maar, nu en dan, durf ik wel eens m'n (miniem) zegje doen!
Voor de rest is mijn opinie slechts klein bier tussen al die grote "brouwers"!!

Voor de rest is mijn opinie slechts klein bier tussen al die grote "brouwers"!!
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
De laatste tijd zakt mijn humeur telkens enkele graden, wanneer ik op seniorennet kom binnensurfen.
Want wat is het eerste wat ik zie, als ik op het forum kom gesprongen?
Praktisch: bereken de uitvaartkosten.
Nu weet ik natuurlijk wel dat we allemaal eens het tijdelijke met het eeuwige dienen te wisselen, maar wil ik daar dagelijks aan herinnerd worden? Neen potverdorie...
Al moet het geld om seniorennet draaiende te houden ergens van komen, maar er zo duidelijk op zinspelen dat wij allemaal oude zakken zijn die nog maar een beperkte tijd tegoed hebben vind ik wel cru!
Veel liever zou ik daar zien staan: Bereken uw reiskosten.
En dan een beschrijving van een hotelletje ergens op de Dominicaanse of zo, het doet er niet toe waar.
Met airco en een balkon met uitzicht op zee, met een uitgebreide beschrijving van de buffetmaaltijden, veel foto's van de goudgele stranden bevolkt met vrouwelijk schoon in miniscule bikini's, en of het een all-in betreft ofte niet. Kwestie van er eens rigoureus in te vliegen, in de borreltjes en de neuten....
We zijn er dan wel niet lijfelijk, maar het idee alleen al maakt een mens toch heel wat opgewekter dan over uitvaartkosten te lezen.
Over de kosten van de kist, van de koffietafel...
Doe mij maar in een appelsienkist, het is toch maar om op te stoken, en van het geld dat daar mee uitgespaard wordt kunnen er zelfs meerdere borrels bij de koffie gegeven worden. Kwestie van er nog een gezellige bedoening van te maken, van mijn begrafenis...
En als het voor jullie hetzelfde is, wou ik die aangelegenheid nog even uitstellen, nog een jaar of 25...
Want wat is het eerste wat ik zie, als ik op het forum kom gesprongen?
Praktisch: bereken de uitvaartkosten.
Nu weet ik natuurlijk wel dat we allemaal eens het tijdelijke met het eeuwige dienen te wisselen, maar wil ik daar dagelijks aan herinnerd worden? Neen potverdorie...
Al moet het geld om seniorennet draaiende te houden ergens van komen, maar er zo duidelijk op zinspelen dat wij allemaal oude zakken zijn die nog maar een beperkte tijd tegoed hebben vind ik wel cru!
Veel liever zou ik daar zien staan: Bereken uw reiskosten.
En dan een beschrijving van een hotelletje ergens op de Dominicaanse of zo, het doet er niet toe waar.
Met airco en een balkon met uitzicht op zee, met een uitgebreide beschrijving van de buffetmaaltijden, veel foto's van de goudgele stranden bevolkt met vrouwelijk schoon in miniscule bikini's, en of het een all-in betreft ofte niet. Kwestie van er eens rigoureus in te vliegen, in de borreltjes en de neuten....
We zijn er dan wel niet lijfelijk, maar het idee alleen al maakt een mens toch heel wat opgewekter dan over uitvaartkosten te lezen.
Over de kosten van de kist, van de koffietafel...
Doe mij maar in een appelsienkist, het is toch maar om op te stoken, en van het geld dat daar mee uitgespaard wordt kunnen er zelfs meerdere borrels bij de koffie gegeven worden. Kwestie van er nog een gezellige bedoening van te maken, van mijn begrafenis...
En als het voor jullie hetzelfde is, wou ik die aangelegenheid nog even uitstellen, nog een jaar of 25...
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Zandmannetje, ieder beestje heeft z'n gebrek hé... Ik lees niet eerst de overlijdensberichten, dit plezante hou ik voor later. Want dat is plezant; te weten dat onder die opsomming een hoopje huichelaars zitten die bij testament op voorhand reeds hebben te kennen gegeven wat en of wie in dit bericht mag voorkomen. Bijna net als de verfoeilijke reklame; vergelijkende reklame mag nog steeds niet, daarvoor komt slechts één organisatie in aanmerking: de verbruikersdiensten als Test-Aankoop. Volgend op jouw opmerking en er verder op insinuerend zou ik wel eens graag een uitgave zien van "Test-uitvaart" bv. Welke maitresses aan de corbillard onuitgenodigd meelopen en dikwijls meer tuiten laten dan de naaste nabestaanden zelf. En dan de andere aanbidders/-sters nog die een korte annonce in de plaatselijke pers hadden opgevist. Als ik me, op dat tijdstip, in mijn fluweel zou kunnen koesteren zou het mij worst wezen wie de schrijnwerker is van dat nieuwe omhulsel; evenmin zou ik me iets aantrekken van de mogelijke -al dan niet ten goede bedoelde- condoleances. Niets wast witter dan... of er is geen betere ... zulke soort reklame zullen ze voor mij niet maken, weet ik zeker. Wat ik ook zeker weet is dat ze mij, nadat ik het tijdelijke met het eeuwige heb verwisseld, nog wel de eer zouden toebedelen met "in de grond is het toch een goeie geweest...". Al betwijfel ik of het ook dat is wat ze ook bedoelen, want volgens mijn voornemens -het is nog niet zo ver- ben ik zinnens te laten vermelden "En ze wikkelden hem in doeken, en bij een 'een, twee, drie... in God's naam' kieperden ze hem over boord"-gedachte. De vissen mogen toch ook wat hebben hé... tenslotte zou al het leven toch uit het water zijn gekomen. Voor mij dus "back to the roots"... 
-
Gast
Wat is het ineens koud geworden. De bomen staan al te zwiepen met hun takken in de gure noordenwind. Er valt brutale stortregen en dikke hagelbollen kletteren tegen de achtervenster. Dan lijkt het weer of ik natte sneeuw over mijn schoenen voel druipen. Ja ’t is de tijd van het jaar ervoor. Afgevallen bladeren weven grillige motieven van rood, geel, bruin en kakelbont over de grond. Het lijkt wel of die schitterende tinten een deken vormen over moeder aarde. Ook de bomen hebben hun zomerbombast afgelegd, ze staan er lelijk spiernaakt en somber bij. Zouden zij zich ook door de sneeuw laten verrassen zoals menig mens? In het kleine buurtstraatje vormen de knotwilgen een lange witte haag, gezellig op één rij. Ik moet er niet aan denken dat ik straks met strakke donkere winterkleren rondfiets. Hele fijne dagen zijn om waar we met korte broek en spagetti-shirt rondliepen en dood gingen van de hitte. Grootmoeder zei altijd: als het met allerheiligen sneejt, leg dan gerust je pelsjes gereed. Niet dat ze een pels had hoor, ze droeg een grote bruine omslagdoek afgeboord met lange biezen en een zwarte gesteven muts. Grootmoeder was nog zo’n oud vrouwke van in de jaren stillekes. Donkere kleren met daarbovenop een nog donkere schort aan. Wel zeven witte en roze onderkleren sierden haar lichaam dat stond te pronken onder een hoofd met sneeuwwitte haren, getooid met een knot waar de sierspelden doorheen staken. Ook had ze een volkswijsheid overgeërd: als haar dikke tenen staken, kwam er regen en volgden er harde wintermaanden, die de huizen deden kraken van de koude in al hun voegen.
Ons moeder die moet iets aan de hand hebben gehad met een dozijn rillende kinderen om zich heen. Terwijl de kleinsten ondergeduffeld in de wieg en het babybed lagen te ronken van gelukszaligheid, liepen de oudsten met hun gebreide sjalen en wanten naar de lagere school. Zoals in ieder goed huisgezin werden de zomerkleren opgeborgen voor het volgend jaar of gewoon weggegeven aan de familie die ze nog konden gebruiken voor hun kinderen met ongeveer dezelfde maat. Op zolder was het steenkoud, er brandde geen duiveltje om de houten balken te verwarmen. Moeder komt bibberend van de zolder. Ze heeft de zomerkleren opgeborgen en de winterjassen te voorschijn gehaald. Winterjassen die een hele lange zomer op de zolder in kartonnen dozen lagen zouden nu hun dienst weeral bewijzen.
Die middag kwamen wij, kinderen, met een koude neus en bevroren oren thuis. Brrr, zeiden we, koud is het daar in de buitenwereld en de stoof ging niet goed aan bij de zuster in de klas. Ze dampte tot de hele klas in de rook stond en wij mochten gaan glijden op de speelplaats. Nu kan men zich wel indenken wat het was om met je zondagse schoenen te glijden of baantjetrekken. Soms kreeg er eentje een zoete inval en gooide nog wat water over de glijbaan zodat het ijs verder en verder en langer en langer uitgetrokken werd. De ijsbaan ging lekker tot in de helft van de speelplaats. We keken niet op een schoentje of op een jas, neen, we maakten zelfs nog capriolen op het ijsbaantje dat ons warm hield. Moeder haar gezicht werd eensklaps vuurrood tot lichtpurper. “Hebben jullie gegleden met die lage schoentjes van de zomer aan?” “Ja moeder,” bekenden we haar,” hadden we iets anders moeten aantrekken?” We werden één voor één met haar zorgende handen doorgelicht en zouden tot de vaststelling komen: de lappen onder onze schoenen ontbraken zowaar en hier en daar had er zelfs een zus een gat in haar schoen. Moeder verwachtte natuurlijk dat meisjes geen jongensstreken uithaalden en dat ze zich netjes gedroegen op de speelplaats. Een prangende vraag kwam over mijn lippen. “Mam, ze hebben allemaal van die laarsjes aan die net boven de enkel eindigen met een witte en een rode ster op de enkels. Ik geloof dat ze het Little Joe botjes noemen mam. Mam krijgen we ook zulke bottinnen?” “We zullen wel zien,” antwoordde ons moe dan, “we zullen wel zien, hoever we staan tegen Sinterklaas.” En waarachtig, toen de sint dat jaar langskwam stonden zwarte laarsjes met een witte en rode ster te pronken aan de schoorsteenmantel.
“Mam mogen we nu terug gaan glijden tijdens het speeluurke?”
Ons moeder die moet iets aan de hand hebben gehad met een dozijn rillende kinderen om zich heen. Terwijl de kleinsten ondergeduffeld in de wieg en het babybed lagen te ronken van gelukszaligheid, liepen de oudsten met hun gebreide sjalen en wanten naar de lagere school. Zoals in ieder goed huisgezin werden de zomerkleren opgeborgen voor het volgend jaar of gewoon weggegeven aan de familie die ze nog konden gebruiken voor hun kinderen met ongeveer dezelfde maat. Op zolder was het steenkoud, er brandde geen duiveltje om de houten balken te verwarmen. Moeder komt bibberend van de zolder. Ze heeft de zomerkleren opgeborgen en de winterjassen te voorschijn gehaald. Winterjassen die een hele lange zomer op de zolder in kartonnen dozen lagen zouden nu hun dienst weeral bewijzen.
Die middag kwamen wij, kinderen, met een koude neus en bevroren oren thuis. Brrr, zeiden we, koud is het daar in de buitenwereld en de stoof ging niet goed aan bij de zuster in de klas. Ze dampte tot de hele klas in de rook stond en wij mochten gaan glijden op de speelplaats. Nu kan men zich wel indenken wat het was om met je zondagse schoenen te glijden of baantjetrekken. Soms kreeg er eentje een zoete inval en gooide nog wat water over de glijbaan zodat het ijs verder en verder en langer en langer uitgetrokken werd. De ijsbaan ging lekker tot in de helft van de speelplaats. We keken niet op een schoentje of op een jas, neen, we maakten zelfs nog capriolen op het ijsbaantje dat ons warm hield. Moeder haar gezicht werd eensklaps vuurrood tot lichtpurper. “Hebben jullie gegleden met die lage schoentjes van de zomer aan?” “Ja moeder,” bekenden we haar,” hadden we iets anders moeten aantrekken?” We werden één voor één met haar zorgende handen doorgelicht en zouden tot de vaststelling komen: de lappen onder onze schoenen ontbraken zowaar en hier en daar had er zelfs een zus een gat in haar schoen. Moeder verwachtte natuurlijk dat meisjes geen jongensstreken uithaalden en dat ze zich netjes gedroegen op de speelplaats. Een prangende vraag kwam over mijn lippen. “Mam, ze hebben allemaal van die laarsjes aan die net boven de enkel eindigen met een witte en een rode ster op de enkels. Ik geloof dat ze het Little Joe botjes noemen mam. Mam krijgen we ook zulke bottinnen?” “We zullen wel zien,” antwoordde ons moe dan, “we zullen wel zien, hoever we staan tegen Sinterklaas.” En waarachtig, toen de sint dat jaar langskwam stonden zwarte laarsjes met een witte en rode ster te pronken aan de schoorsteenmantel.
“Mam mogen we nu terug gaan glijden tijdens het speeluurke?”
-
Gast
Vervlogen tijden komen in mijn herinneringen boven, het openhaardvuur doet me weeral eens wegsoezelen. De eerste sneeuwvlokjes hebben zich aangekondigd in het land. Ook de vriezeman heeft al menig nachtje over het land geregeerd. Je voelt het onmiddellijk aan je broek als die door en door nat wordt op de fiets. In de winterperiode doet de winterkledij die een maatje dikker is dan onze zomer out-fit, goed zijn best. Alle kleine plassen liggen er bevroren bij en de planten staan bruin zieltogend op een rij. Brrr, wat is het koud! Ik sta voor het keukenraam en kijk met veel weemoed naar buiten. Er zijn sporen in de sneeuw achtergelaten. Sporen van vogels of zouden het verloren gelopen reeën zijn, die onze tuin verwisseld hebben met het grote bos?
Alles is immers bevroren en wit-besneeuwd en zelfs een dier kan zich vergissen van omgeving. Als ik nu een wens mocht doen, zou ik de zon laten schijnen, dat zou toch prachtig zijn? Glinsterend op die blanke sneeuwtapijten, parelende dauwdruppels aan de hagen, maar neen de zon scheen niet. Er is geen enkel blauw plekje te bekennen aan de horizont, alles is grauw. De lucht blaft naar het grauwe effen wolkendek. Het meest zielige is dat de mussen die hier gebleven zijn op een muurtje, ineengedoken zitten te turen in het niets. Zij zijn geen trekvogels, ze houden stand in de barre koude aan hun geliefkoosde thuis. En hun thuis was hier op onze wei. Naast elkander gezeten op de afgebrokkelde muur en de prikkeldraad hielden ze het huis goed in het oog. Hun dierbaar voedsel moest nu van de liefdadigheid van menig mens afhangen. Alhoewel grijze mussen de brutale jongens onder de vogels kunnen genoemd worden, kan je ze nu onder een hoedje vangen. Ineens kunnen ze ook lief ogen. We schelden ze niet uit voor dief en rover maar hebben zowaar medelijden met hen. Moeder zei altijd dat mussen de zangers van de straat waren en dat de merels hier eens mochten naar luisteren. Nochtans hoor ik moedermerel ook graag haar hoogste lied aanheffen. Ik hoorde mezelf weer door de keuken huppelen om aan moeder brood te vragen voor de gevederde dieren. Zij zocht oud brood bij elkaar om een maaltijd te bereiden voor de stakkerds. Waar ze met zovelen aan tafel ontbijten, blijft vast hier en daar wat liggen rondslingeren op een plankje. Kaaskorstjes lagen er genoeg op de broodplankjes en dikke bruine korsten brood dat moeder zelf gebakken had. Dit zou een hemelsmaaltijd voor de kleine mussen worden en voor de merelfamilie was er ook nog genoeg. Ons moeder sneed handig alles in kleine stukjes en gaf ons de plakjes om buiten op een vrijgemaakte plaats te strooien. Met vlugge halen veegden we met een bezem de sneeuw links en rechts op een hoop. Op de vrijgekomen plek legden we een stevige karton met de gesneden broodresten. Gauw liepen we terug naar binnen om de toestand te bekijken van achter het raam. De arme stakkerds, ze kwamen aangevlogen en namen de stukjes kaas en brood mee in hun bek. Waar ze het terug lieten vallen omdat ze te gulzig waren kwamen kleine deukjes in de sneeuw. Je zag ze dan driftig pikken aan die verharde heerlijke korstjes want ze bevroren natuurlijk dadelijk. Ook zakten ze een eind weg in de sneeuw, die droog en luchtig was en te hoog voor die kleine pootjes. Eigenlijk was het een lachwekkend zicht zo te zien hoe ze met wild gesjilpt de stuifsneeuw van hun kopjes probeerden te schudden. Nu kregen ze wellicht meer sneeuw dan eten binnen. Niemand stond er bij stil, dat ook vogels dorst hebben in de winter. Bij vriesweer is het moeilijk om aan drinken te geraken, bij sneeuw laven ze zich aan dat witte tapijt. Vader komt met een reuze idee op de proppen. Zouden we een vogelhuisje voor ze bouwen. Eentje op een hoge standaard met een schuin dak erboven? Zo kunnen we dan het voedsel op de vloer uitspreiden en er tevens een lauw kommetje water bijzetten! Alles blijft zo een tijdje sneeuwvrij. Als alle plassen en sloten dicht gevroren zijn hebben ze hier tenminste fris drinken staan, want drinken is voor alle dieren die buiten leven heel voornaam.
En vader knutselde op zijn vrije dag en dat was de dag des Heren, een mussenvilla in mekaar waar we iedere winter opnieuw onze buitenlogees het meeste plezier mee deden. Zelfs de merelfamilie kwam af en toe op bezoek om hun graantje mee te pikken.
Alles is immers bevroren en wit-besneeuwd en zelfs een dier kan zich vergissen van omgeving. Als ik nu een wens mocht doen, zou ik de zon laten schijnen, dat zou toch prachtig zijn? Glinsterend op die blanke sneeuwtapijten, parelende dauwdruppels aan de hagen, maar neen de zon scheen niet. Er is geen enkel blauw plekje te bekennen aan de horizont, alles is grauw. De lucht blaft naar het grauwe effen wolkendek. Het meest zielige is dat de mussen die hier gebleven zijn op een muurtje, ineengedoken zitten te turen in het niets. Zij zijn geen trekvogels, ze houden stand in de barre koude aan hun geliefkoosde thuis. En hun thuis was hier op onze wei. Naast elkander gezeten op de afgebrokkelde muur en de prikkeldraad hielden ze het huis goed in het oog. Hun dierbaar voedsel moest nu van de liefdadigheid van menig mens afhangen. Alhoewel grijze mussen de brutale jongens onder de vogels kunnen genoemd worden, kan je ze nu onder een hoedje vangen. Ineens kunnen ze ook lief ogen. We schelden ze niet uit voor dief en rover maar hebben zowaar medelijden met hen. Moeder zei altijd dat mussen de zangers van de straat waren en dat de merels hier eens mochten naar luisteren. Nochtans hoor ik moedermerel ook graag haar hoogste lied aanheffen. Ik hoorde mezelf weer door de keuken huppelen om aan moeder brood te vragen voor de gevederde dieren. Zij zocht oud brood bij elkaar om een maaltijd te bereiden voor de stakkerds. Waar ze met zovelen aan tafel ontbijten, blijft vast hier en daar wat liggen rondslingeren op een plankje. Kaaskorstjes lagen er genoeg op de broodplankjes en dikke bruine korsten brood dat moeder zelf gebakken had. Dit zou een hemelsmaaltijd voor de kleine mussen worden en voor de merelfamilie was er ook nog genoeg. Ons moeder sneed handig alles in kleine stukjes en gaf ons de plakjes om buiten op een vrijgemaakte plaats te strooien. Met vlugge halen veegden we met een bezem de sneeuw links en rechts op een hoop. Op de vrijgekomen plek legden we een stevige karton met de gesneden broodresten. Gauw liepen we terug naar binnen om de toestand te bekijken van achter het raam. De arme stakkerds, ze kwamen aangevlogen en namen de stukjes kaas en brood mee in hun bek. Waar ze het terug lieten vallen omdat ze te gulzig waren kwamen kleine deukjes in de sneeuw. Je zag ze dan driftig pikken aan die verharde heerlijke korstjes want ze bevroren natuurlijk dadelijk. Ook zakten ze een eind weg in de sneeuw, die droog en luchtig was en te hoog voor die kleine pootjes. Eigenlijk was het een lachwekkend zicht zo te zien hoe ze met wild gesjilpt de stuifsneeuw van hun kopjes probeerden te schudden. Nu kregen ze wellicht meer sneeuw dan eten binnen. Niemand stond er bij stil, dat ook vogels dorst hebben in de winter. Bij vriesweer is het moeilijk om aan drinken te geraken, bij sneeuw laven ze zich aan dat witte tapijt. Vader komt met een reuze idee op de proppen. Zouden we een vogelhuisje voor ze bouwen. Eentje op een hoge standaard met een schuin dak erboven? Zo kunnen we dan het voedsel op de vloer uitspreiden en er tevens een lauw kommetje water bijzetten! Alles blijft zo een tijdje sneeuwvrij. Als alle plassen en sloten dicht gevroren zijn hebben ze hier tenminste fris drinken staan, want drinken is voor alle dieren die buiten leven heel voornaam.
En vader knutselde op zijn vrije dag en dat was de dag des Heren, een mussenvilla in mekaar waar we iedere winter opnieuw onze buitenlogees het meeste plezier mee deden. Zelfs de merelfamilie kwam af en toe op bezoek om hun graantje mee te pikken.
-
Gast
Lange avonden, we kunnen er niet meer omheen, ze zijn er gewoon en ze blijven tot we weer voorjaar hebben. Bijna zou ik durven zeggen, dat de maanden omgevlogen zijn. Het jaar is bijna op zijn eind en weeral staan we voor een uitdaging. Wat brengen we dit jaar op onze dis en hoe versieren we met de mooiste kleuren onze gastentafel? Het is een cliché geworden, maar we laten er ons elk jaar weer door verleiden. In december cocoonen we er duchtig op los. Daar heeft de eindejaarssfeer veel mee te maken. Het gure winterweer, kerstversiering in de stad en achter de bedompte ramen, de verwarming die gloeiend draait, rode neuzen en blauwe vingers. Het draagt allemaal bij tot lekker binnenzitten. Wellicht vinden we enkele tips om het jaar in schoonheid af te sluiten?
Wil je van die laatste dagen van het jaar nog een feestelijk gebeuren van maken, dan mag een heerlijk menu niet ontbreken. Overal waar je komt kan je ideeën opdoen. Het water komt je al in de mond bij het doorbladeren van tijdschriften waar allerlei desserts in staan. Ook het oog wil wat tijdens de feestpartijtjes. Vandaar dat een origineel gedekte tafel meteen de sfeer in gang zet. Hou je niet zo van die kant en klare tafelversierpakketten, dan kan je ook zelf aan de slag. Originele ideeën voor sprankelende feesten. Papier rollen is een hele kunst en bij vliegtuigjes plooien en hoedjes maken van papier blijft het heus niet. Je kan ook meteen het bos in trekken om bladeren te verzamelen. Je gasten zullen verrukt aan tafel schuiven. Maar als je in de ban van die drukte periode raakt tussen Kerst en Nieuwjaar, ben je gegarandeerd toe aan een verpozing. De eindeloze lange avonden geven je de kans urenlang te genieten van boeken. Schakel de tv uit, neem een zachte plaid, zet de versnaperingen binnen handbereik, installeer je in die comfortabele fauteuil en trakteer jezelf op een spannend verhaal. In de bieb liggen wel honderden pareltjes te wachten om verslonden te worden. Als opwarmertje halen we de Bokkenrijders of de Gebochelde van de Notre Dame boven water. Of wie liever iets leest vanuit de Operawereld, kan zijn hartje ophalen in De Bochtenrijder van de opera. Het verhaal doorspekt met liefde en muziek, vertelt de belevenissen van Figaro, de directiechauffeur van een Europees operahuis. Je wordt snel meegevoerd door de rechttoe rechtaan stijl, de humor en de ironie. De heksen van Milford speelt zich dan weer af in de Engeland van net na de tweede wereldoorlog. Een opwindende triller die je in één ruk uitleest. Of nog beter, de knap verfilmde versie van De Marathon Loper, waar Dustin Hoffman gestalte aan geeft. Voor je het weet zit je nog te lezen als de prille ochtendzon haar eerste stralen toont. Maar de eindejaarsperiode is niet enkel geschikt om gezellig centimeters lectuur te verslinden. Het is ook het ideale moment om lekker lang muziek te beluisteren. De echte kerstliefhebbers halen waarschijnlijk hun collectie kinderkoren boven maar stemmige muziek kan ook zonder kerstthema. In alle geval we sluiten het jaar af in stijl. Laat jullie in vervoering brengen door adembenemende muziek zoals de Notenkraker waar een reusachtige kerstboom verschijnt voor de kleine Clara. Luister naar een warme stem en laat de bittere koude buiten verdwijnen. Zet de knop op repeat en geniet van de Adagio’s van J.S.Bach. Is dat allemaal nog niet genoeg, wel dan lees je gewoon de verhalen van Kwezeltje nog eens allemaal. Ofwel haal je oude foto’s uit de doos en toon je de kleinkinderen hoe het vroeger eraan toe ging met de kerstdagen. Voorlezen aan de allerkleinsten, dat is pas een toffe avond en iedereen kan er zich zo in inleven. Wat is er mooier dan de knuistjes van je kleindochter in je grote hand te voelen en dankbaar voel je haar hoofdje op je schouder rusten. Terwijl ze langzaam in slaap vallen, zetten we de muziek stiller en dragen de kleinsten naar hun bedjes. Laat de lange avonden maar komen, we zijn er gereed voor. Denk eraan, wie geeft wat hij heeft, is waart dat hij leeft.
Wil je van die laatste dagen van het jaar nog een feestelijk gebeuren van maken, dan mag een heerlijk menu niet ontbreken. Overal waar je komt kan je ideeën opdoen. Het water komt je al in de mond bij het doorbladeren van tijdschriften waar allerlei desserts in staan. Ook het oog wil wat tijdens de feestpartijtjes. Vandaar dat een origineel gedekte tafel meteen de sfeer in gang zet. Hou je niet zo van die kant en klare tafelversierpakketten, dan kan je ook zelf aan de slag. Originele ideeën voor sprankelende feesten. Papier rollen is een hele kunst en bij vliegtuigjes plooien en hoedjes maken van papier blijft het heus niet. Je kan ook meteen het bos in trekken om bladeren te verzamelen. Je gasten zullen verrukt aan tafel schuiven. Maar als je in de ban van die drukte periode raakt tussen Kerst en Nieuwjaar, ben je gegarandeerd toe aan een verpozing. De eindeloze lange avonden geven je de kans urenlang te genieten van boeken. Schakel de tv uit, neem een zachte plaid, zet de versnaperingen binnen handbereik, installeer je in die comfortabele fauteuil en trakteer jezelf op een spannend verhaal. In de bieb liggen wel honderden pareltjes te wachten om verslonden te worden. Als opwarmertje halen we de Bokkenrijders of de Gebochelde van de Notre Dame boven water. Of wie liever iets leest vanuit de Operawereld, kan zijn hartje ophalen in De Bochtenrijder van de opera. Het verhaal doorspekt met liefde en muziek, vertelt de belevenissen van Figaro, de directiechauffeur van een Europees operahuis. Je wordt snel meegevoerd door de rechttoe rechtaan stijl, de humor en de ironie. De heksen van Milford speelt zich dan weer af in de Engeland van net na de tweede wereldoorlog. Een opwindende triller die je in één ruk uitleest. Of nog beter, de knap verfilmde versie van De Marathon Loper, waar Dustin Hoffman gestalte aan geeft. Voor je het weet zit je nog te lezen als de prille ochtendzon haar eerste stralen toont. Maar de eindejaarsperiode is niet enkel geschikt om gezellig centimeters lectuur te verslinden. Het is ook het ideale moment om lekker lang muziek te beluisteren. De echte kerstliefhebbers halen waarschijnlijk hun collectie kinderkoren boven maar stemmige muziek kan ook zonder kerstthema. In alle geval we sluiten het jaar af in stijl. Laat jullie in vervoering brengen door adembenemende muziek zoals de Notenkraker waar een reusachtige kerstboom verschijnt voor de kleine Clara. Luister naar een warme stem en laat de bittere koude buiten verdwijnen. Zet de knop op repeat en geniet van de Adagio’s van J.S.Bach. Is dat allemaal nog niet genoeg, wel dan lees je gewoon de verhalen van Kwezeltje nog eens allemaal. Ofwel haal je oude foto’s uit de doos en toon je de kleinkinderen hoe het vroeger eraan toe ging met de kerstdagen. Voorlezen aan de allerkleinsten, dat is pas een toffe avond en iedereen kan er zich zo in inleven. Wat is er mooier dan de knuistjes van je kleindochter in je grote hand te voelen en dankbaar voel je haar hoofdje op je schouder rusten. Terwijl ze langzaam in slaap vallen, zetten we de muziek stiller en dragen de kleinsten naar hun bedjes. Laat de lange avonden maar komen, we zijn er gereed voor. Denk eraan, wie geeft wat hij heeft, is waart dat hij leeft.
-
Gast
We willen het niet maar het gebeurt vanzelf. The time is on your side en we grijpen met beide handen dat restje nazomer vast. De ene keer glipt dat beetje tijd dat je nog hebt door je vingers als water door de kraan en een andere keer hebben we er oceanen vol van. Wie naar buiten gekeken heeft en al eens genoten heeft van een warme herfstdag ziet gul de bladeren veranderen van kleur. Niet dat het iets met de voorbije verkiezingen te maken heeft, helemaal niet, de groene blaadjes verdwijnen als sneeuw voor de zon. Ganzenfamilies zoeken de warme streken op en de thuisblijvers proberen zo snel mogelijk in een ijltempo een droge huisvesting te zoeken. In onze bruidsluier en hortensia’s is het nu onveilig voor de mus en merelman, die zoeken ook beter hogere sferen op. Allerhande paddestoelen schieten als paddestoelen uit de grond. Je mag ze niet plukken of kapot stampen want anders hebben we volgend jaar geen enkel eekhoorntjesbrood meer in het bos of omstreken. Ze vermenigvuldigen zich door middel van hun sporen te verspreiden en wanneer ze de kans niet krijgen om die te verschieten dreigt de flora mis te lopen. Laat de natuur zelf haar gangetje maar gaan, de mens maakt al zoveel kapot. Wat je ook kan door zo’n uitgestrekte groene gordel is wandelen onder begeleiding of gewoon de aangeduide wandelpaden opzoeken. Trek je warme winterjas aan en zoek de buiten op. De boerenbuiten of het platteland, er valt altijd wel iets te beleven achter menig boom of struik. En wie niet van wandelen houdt, die kan nog altijd de fiets ter hand nemen. Met dit vervoermiddel raak je verder dan je soms wilt. Mensen die moe gefietst zijn in de achtertuin van Galmaarden die kunnen met de Mountainbike blijven genieten in de Maaskant of elders. Zo doen wij het hier ook. Door de eindeloze dennenbossen die je van het ene bos naar het andere brengen om te eindigen in no- way-land. Wel moet men voorzichtig zijn dat men niet afdwaalt van de paadjes die dienen voor de MTB en gebeurt dit eens, vooral niet in paniek geraken dat men niet meer uit het grote bos kan geraken. Eerst zit je in de autojungle tussen loeiende voorbij razende auto’s en ineens hoor je de stilte vallen in je bosbuurt. Typisch voor het Maasland is toch wel het reservaat van de Mechelse Heide. Het bevat niet alleen de resten van ons verleden maar ook het Kempische- eiken en berkenbos dat heden zeer zeldzaam is. Rijk aan vegetatie en mosflora, weelderige rechte dreven die afgezoomd liggen tussen statige beuken, kilometers fietspaden en nog meer wandelpaden. Uren kan je er van je fiets en van je nieuwe wandelschoenen genieten maar ook paardenliefhebbers komen hier aan hun trekken. De durvers onder ons die gaan dwars door het grote bos over de kronkelende en vaak onzichtbare paadjes en meestal onverhard.
Je zet je verstand op nul, zoekt een volgend paadje dat slingert door de steile hellingen dat vol gepropt ligt met afgevallen glibberige berkenblaadjes. Onderweg kan je dan ook nog genieten van het prachtige landschap dat aan je voorbij vliegt. Ben je boven geraakt met hotsen en botsen moet je ook nog naar beneden ergens zien te geraken. Om naar beneden te struinen moet je je soms vastklampen aan de bomen die toevallig op je weg staan en je in je nek uitlachen. Zo voorkom je dat je te vlug naar onder dondert of ergens zou neerstorten tegen het treinspoor dat het bos van Eisden tot Genk doormidden klieft. Heel diep tussen de uitgestrekte bossen ligt het stationnetje van Eisden. Vroeger diende het treinspoor om de goederen van de mijn en de mijnwerkers te vervoeren. Nu staat het in de bos verscholen stationnetje open voor de vermoeide fietsers en wandelaren die er gezellig kunnen keuvelen. Maar als je nog naar huis terug wil en kiest voor de moeilijke weg moet je opnieuw door die eindeloze plaatselijk wildernis. Je hoopt dat het lang licht blijft want zonder licht aan je fietst raak je gegarandeerd op het verkeerde spoor of zou je telkens in een kringetje fietsen of crossen. En wanneer je hart aan je keel uitbonst van de schrik, dan is de redding nabij. Ieder onverhard pad leidt weliswaar ergens naar toe al is het dan maar terug naar de Salamander.
Je zet je verstand op nul, zoekt een volgend paadje dat slingert door de steile hellingen dat vol gepropt ligt met afgevallen glibberige berkenblaadjes. Onderweg kan je dan ook nog genieten van het prachtige landschap dat aan je voorbij vliegt. Ben je boven geraakt met hotsen en botsen moet je ook nog naar beneden ergens zien te geraken. Om naar beneden te struinen moet je je soms vastklampen aan de bomen die toevallig op je weg staan en je in je nek uitlachen. Zo voorkom je dat je te vlug naar onder dondert of ergens zou neerstorten tegen het treinspoor dat het bos van Eisden tot Genk doormidden klieft. Heel diep tussen de uitgestrekte bossen ligt het stationnetje van Eisden. Vroeger diende het treinspoor om de goederen van de mijn en de mijnwerkers te vervoeren. Nu staat het in de bos verscholen stationnetje open voor de vermoeide fietsers en wandelaren die er gezellig kunnen keuvelen. Maar als je nog naar huis terug wil en kiest voor de moeilijke weg moet je opnieuw door die eindeloze plaatselijk wildernis. Je hoopt dat het lang licht blijft want zonder licht aan je fietst raak je gegarandeerd op het verkeerde spoor of zou je telkens in een kringetje fietsen of crossen. En wanneer je hart aan je keel uitbonst van de schrik, dan is de redding nabij. Ieder onverhard pad leidt weliswaar ergens naar toe al is het dan maar terug naar de Salamander.
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
Nu maak ik het mezelf heel gemakkelijk, hierbij een link naar een hilarisch videofragment over de spraaktechnologie van L&H voor de computer.
http://www.youtube.com/watch?v=MS-n604PhMw
http://www.youtube.com/watch?v=MS-n604PhMw
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
katana - Lid geworden op: 02 aug 2002, 17:20
- Locatie: Leopoldsburg , mijn home
zandmannetje schreef:Nu maak ik het mezelf heel gemakkelijk, hierbij een link naar een hilarisch videofragment over de spraaktechnologie van L&H voor de computer.
http://www.youtube.com/watch?v=MS-n604PhMw
Beste Zandmannetje , dat was weer een hilarischfragment van de bovenste plank " Rute 98" in het West-Vlaams , maakt mij gelukkig als Vlaming , al spreekt hij West-Vlaams , Antwaarps , Limburgs of Brabants , dit was " veni, vidi,vici" van van een Vlaamse " Julius Caeser"
Senioren het zwijgen opleggen is een misdaad