Afdwalen kolder (deel II)
-
katana - Lid geworden op: 02 aug 2002, 17:20
- Locatie: Leopoldsburg , mijn home
Beste Kwezel,
Uw inzendingen zijn zoals de goden het wensen , universeel omweven en omfloerst met krachten uit den oertijd , toen er nog geen begrip was van godsdienst en de natuurelementen en hun ban bliksems het universum ,terrorisme zag als een misdaad van de natuur .
Nu wordt de de godsdienstbelevenis misbruikt en dat zal zich wreken, omdat het onnatuurlijk is .
Of het de haan is of de kip maakt niets uit, die het meest uit het nest zijn wensen uit kraait , is een gril van de natuur , waarvan de grote meerderheid zich geen zorgen maakt, omdat de overheid zich toch zo bezorgd voelt en iets zal uitvoeren , wat het meest in de belangstelling komt .
Verwacht van mij geen diepgaande uitgraving, want mijn laatste geul is misschien in ' t verschiet ; dat zal de grote mannetoe uitmaken en dan zal ik in vrede rusten , hoop ik toch .
Graag mjn verontschuldiging voor deze inzending, waar ik niet thuis hoor , wegens te klein en dat weet ik .
Groeten katana
Uw inzendingen zijn zoals de goden het wensen , universeel omweven en omfloerst met krachten uit den oertijd , toen er nog geen begrip was van godsdienst en de natuurelementen en hun ban bliksems het universum ,terrorisme zag als een misdaad van de natuur .
Nu wordt de de godsdienstbelevenis misbruikt en dat zal zich wreken, omdat het onnatuurlijk is .
Of het de haan is of de kip maakt niets uit, die het meest uit het nest zijn wensen uit kraait , is een gril van de natuur , waarvan de grote meerderheid zich geen zorgen maakt, omdat de overheid zich toch zo bezorgd voelt en iets zal uitvoeren , wat het meest in de belangstelling komt .
Verwacht van mij geen diepgaande uitgraving, want mijn laatste geul is misschien in ' t verschiet ; dat zal de grote mannetoe uitmaken en dan zal ik in vrede rusten , hoop ik toch .
Graag mjn verontschuldiging voor deze inzending, waar ik niet thuis hoor , wegens te klein en dat weet ik .
Groeten katana
Senioren het zwijgen opleggen is een misdaad
-
Gast
Nog maar goed dat we Zandman hebben om ons over het verleden te onderwijzen want geschiedenis is zeer belangrijk. Het leren over vroeger is boeiend om te weten waar onze wereld van vandaag vandaan komt en waar wij van afstammen, zie dat we van halfgoden afkomstig zijn zonder het te beseffen. We kunnen het ons nu niet meer voorstellen, een wereld zonder televisie of computer. Ik stel mij dan ook de vraag: zouden ze zich vroeger dan verveeld hebben? Zeker niet, ze gingen op jacht, op kruistochten, oefenden met wapens in toernooien, luisterden naar de troubadours en keken naar jongleurs en dansers, tegen draken vechten dat gebeurde alleen in sprookjes. De kinderen (enkel de kinderen van rijke ouders) gingen ook naar school. Ik denk dat het vroeger een stukje strenger was dan nu!
Zoals Zandmannetje al aanhaalde maakten ze zich in de middeleeuwen niet zo druk met de hygiëne. Men nam het niet zo nauw met bodyverzorging en vieze luchtjes die daar hingen. Maar wie wil nu graag de liefde met iemand bedrijven waar het schaamvuil nog aanhangt, bwééékes. Geef mij maar een frisgeschoren vent die naar musk ruikt.
De w.c. was een soort gat waar je op moest gaan zitten. Dit gat kwam uit op de gracht of een beerput (dit is een put waarin alle menselijke uitwerpselen opgevangen werden.) Zo rond de 15e eeuw werd dit gelukkig wel wat luxer, want echt fris en hygiënisch was het niet. Als wc-papier gebruikte men repen linnen en de vloer werd bestrooid met lekker geurende kruiden. Een heet bad was alleen voor de allerrijksten. Dit kwam omdat men natuurlijk moeilijk aan warm water kon komen. Daar ging heel wat aan vooraf want het water moest met hout verwarmt worden. En daar moest dan weer een boswachter voor gevonden worden die dat euvel opknapte. Linnen werd gebruikt om de binnen kant van het bad mee te bekleden. Om het water een lekker geurtje te geven deed men badolie in het water, voor dit alles moest geld betaald worden. Het geld dat betaald moest worden was evenveel als het bedrag waar een arbeider een hele week voor moest werken.
Op het ogenblik wordt iedereen verwend als waren we allemaal rechtstreeks familie van een keizer. Als we nu op hotel zijn, liggen de zeepjes in het rond gezaaid, je kan ze meenemen naar huis om daar te verwerken tot handlotion. De laatste keer hadden we zelfs plastieken haarbeschermers op de lavabo liggen en het scheergerief ontbrak er ook niet aan. Tandenborstels met tandpasta voor op je zere kiezen te doen voor het geval er teveel peper tussen was blijven steken. Alleen de floche ontbrak er nog aan, anders was het hele spulement compleet geweest. Maar ja, van verwennerij gesproken, ik persoonlijk zocht toch eerst na de tandenstokers. Verder hier geen bedgeheimen die houden we onder de lakens verdoken.
In de tegenwoordige tijd heerst er op plaatsen nog grote luxe en als je die plaatsen bezoekt dan denk je niet aan de Derde Wereld. Wie in Madrid geweest is heeft wellicht ‘Het Palacio Real’ bezocht. Het koninklijk Paleis is een immense droom als je erdoor wandelt, je kuiert van de ene verbazing in de andere. Grote tapijten sieren de wanden en de vloer. Iedere kamer is met een eigentijdse kleur en meubeltjes ingericht. Niet te vergeten de kristalkamer en de gouden- en zilveren rustplaatsen van de Hoogheden. Het binnenplein is zo groot als wel drie voetbalvelden bij elkaar. Je krijgt er niet genoeg van om telkens de buiten architectuur te bewonderen. Niet te vergeten ‘Het Retiropark’ ligt in het hartje van de drukke metropool en is 120 ha groot. Door de hoofdingang aan het Plaza de Independencia komt men snel bij de vijver in het midden van het park. Vanaf dit punt leiden paden naar de rozenpracht van de Rosaleda, naar de geometrie van de Franse Jardin de Don Cecilio, naar de fontein van het kristalpaleis of naar één van de terrassen waar de Madrilenen hun aperitief gebruiken. Nog nooit zoveel verschillende en verscheidene rozen bij elkaar gezien. Het leek wel alsof je door een parfumwolk wandelde en een kleurschakering . Maar jammer genoeg je mocht er niet aankomen , ik wilde er zo graag eens aan ruiken. Wellicht Zandmannetje, hadden ze zich in de Middeleeuwen beter kunnen wassen met deze rozenblaadjes?
Zoals Zandmannetje al aanhaalde maakten ze zich in de middeleeuwen niet zo druk met de hygiëne. Men nam het niet zo nauw met bodyverzorging en vieze luchtjes die daar hingen. Maar wie wil nu graag de liefde met iemand bedrijven waar het schaamvuil nog aanhangt, bwééékes. Geef mij maar een frisgeschoren vent die naar musk ruikt.
De w.c. was een soort gat waar je op moest gaan zitten. Dit gat kwam uit op de gracht of een beerput (dit is een put waarin alle menselijke uitwerpselen opgevangen werden.) Zo rond de 15e eeuw werd dit gelukkig wel wat luxer, want echt fris en hygiënisch was het niet. Als wc-papier gebruikte men repen linnen en de vloer werd bestrooid met lekker geurende kruiden. Een heet bad was alleen voor de allerrijksten. Dit kwam omdat men natuurlijk moeilijk aan warm water kon komen. Daar ging heel wat aan vooraf want het water moest met hout verwarmt worden. En daar moest dan weer een boswachter voor gevonden worden die dat euvel opknapte. Linnen werd gebruikt om de binnen kant van het bad mee te bekleden. Om het water een lekker geurtje te geven deed men badolie in het water, voor dit alles moest geld betaald worden. Het geld dat betaald moest worden was evenveel als het bedrag waar een arbeider een hele week voor moest werken.
Op het ogenblik wordt iedereen verwend als waren we allemaal rechtstreeks familie van een keizer. Als we nu op hotel zijn, liggen de zeepjes in het rond gezaaid, je kan ze meenemen naar huis om daar te verwerken tot handlotion. De laatste keer hadden we zelfs plastieken haarbeschermers op de lavabo liggen en het scheergerief ontbrak er ook niet aan. Tandenborstels met tandpasta voor op je zere kiezen te doen voor het geval er teveel peper tussen was blijven steken. Alleen de floche ontbrak er nog aan, anders was het hele spulement compleet geweest. Maar ja, van verwennerij gesproken, ik persoonlijk zocht toch eerst na de tandenstokers. Verder hier geen bedgeheimen die houden we onder de lakens verdoken.
In de tegenwoordige tijd heerst er op plaatsen nog grote luxe en als je die plaatsen bezoekt dan denk je niet aan de Derde Wereld. Wie in Madrid geweest is heeft wellicht ‘Het Palacio Real’ bezocht. Het koninklijk Paleis is een immense droom als je erdoor wandelt, je kuiert van de ene verbazing in de andere. Grote tapijten sieren de wanden en de vloer. Iedere kamer is met een eigentijdse kleur en meubeltjes ingericht. Niet te vergeten de kristalkamer en de gouden- en zilveren rustplaatsen van de Hoogheden. Het binnenplein is zo groot als wel drie voetbalvelden bij elkaar. Je krijgt er niet genoeg van om telkens de buiten architectuur te bewonderen. Niet te vergeten ‘Het Retiropark’ ligt in het hartje van de drukke metropool en is 120 ha groot. Door de hoofdingang aan het Plaza de Independencia komt men snel bij de vijver in het midden van het park. Vanaf dit punt leiden paden naar de rozenpracht van de Rosaleda, naar de geometrie van de Franse Jardin de Don Cecilio, naar de fontein van het kristalpaleis of naar één van de terrassen waar de Madrilenen hun aperitief gebruiken. Nog nooit zoveel verschillende en verscheidene rozen bij elkaar gezien. Het leek wel alsof je door een parfumwolk wandelde en een kleurschakering . Maar jammer genoeg je mocht er niet aankomen , ik wilde er zo graag eens aan ruiken. Wellicht Zandmannetje, hadden ze zich in de Middeleeuwen beter kunnen wassen met deze rozenblaadjes?
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
Reeds enkele afleveringen achterop hinkende, toch een heel mooi stukje proza dat je daar geschreven had Kwezelke, over dat overkomende vliegtuig, en over de mensen die dan opstaan en naar het toilet wandelen
(of ijlen, omdat de toeristenziekte toeslaat)
Maar wijl je daar lag te dagdromen in het malse gras, en dat zullen er wel meer gedaan hebben met het mooie weer, durf ik erom te wedden dat je niet aan de praktische dingen gedacht hebt!
Een dagdromer verzuimt gewoonlijk aan realistische dingen te denken. Heb je al eens beseft hoe dankbaar je wel mag zijn, dat er een klep onderaan die WC zit, die belet dat de inhoud (of is hier sprake van uitlaat?) rechtstreeks naar beneden komt wanneer word doorgespoeld? Je zult daar maar mooi liggen mijmeren in het gras, als er zo’n pak…Niet aan gedacht hé?
Dat kan onherstelbare schade aanrichten dacht ik zo, met welke snelheid zou zo'n pak ontlasting de begane grond bereiken, vanaf een hoogte van 8 000m., daarbij dan nog de druk gerekend die gezet werd om het werkje niet te lang te laten duren?
Indien dat boven op jouw hoofd belandt, indien je het al overleeft, zal je in het beste geval toch een tiental centimeters korter geworden zijn, als het ware ineengestompt. En een bruine kleur zal je alleszins ook hebben.
Tiens, ben ik hier nu een portret van een Arabier aan het beschrijven? Indien Habiba hier haar Osama in herkent, is er geen twijfel meer.
Er vliegen inderdaad veel vliegtuigen boven Afrika...
Vermits wij nu toch op goede voet staan met Mathilleke, kunnen we haar misschien eens aanspreken, vragen of we niet eens mee kunnen vliegen de volgende keer dat ze incognito naar een exotisch paradijs vertrekken?
Die aangetrouwde familie van haar vliegt toch altijd gratis, en twee personen meer of minder zal ook het verschil niet uitmaken.
Als het iets of wat meezit, kunnen we misschien nog kiezen waar we heen willen, had jij iets speciaals in gedachten?
Naar Afrika, op een olifant gezeten op safari gaan, of op de fiets een koers rijden, jij tegen een jachtluipaard en ik tegen een krokodil (die juist in een gevecht met een soortgenoot een poot is kwijtgespeeld, anders kan ik niet winnen)…Of ergens op een exotisch strand in het mulle warme zand liggen bruinen in een weldoend zonnetje, en terwijl gestoken worden door de zandvlooien?
Terwijl de gestreepte zakdoek van de boordcommandant nu helemaal doordrenkt is met zijn zweet, nippen wij nog eens van onze pinacolada, op de gezondheid van het volgende vrouwtje of manneke van Mathilleke.
Of laten we liever op onze eigen gezondheid drinken, en hopen dat we nog lang mogen dromen…
(of ijlen, omdat de toeristenziekte toeslaat)
Maar wijl je daar lag te dagdromen in het malse gras, en dat zullen er wel meer gedaan hebben met het mooie weer, durf ik erom te wedden dat je niet aan de praktische dingen gedacht hebt!
Een dagdromer verzuimt gewoonlijk aan realistische dingen te denken. Heb je al eens beseft hoe dankbaar je wel mag zijn, dat er een klep onderaan die WC zit, die belet dat de inhoud (of is hier sprake van uitlaat?) rechtstreeks naar beneden komt wanneer word doorgespoeld? Je zult daar maar mooi liggen mijmeren in het gras, als er zo’n pak…Niet aan gedacht hé?
Dat kan onherstelbare schade aanrichten dacht ik zo, met welke snelheid zou zo'n pak ontlasting de begane grond bereiken, vanaf een hoogte van 8 000m., daarbij dan nog de druk gerekend die gezet werd om het werkje niet te lang te laten duren?
Indien dat boven op jouw hoofd belandt, indien je het al overleeft, zal je in het beste geval toch een tiental centimeters korter geworden zijn, als het ware ineengestompt. En een bruine kleur zal je alleszins ook hebben.
Tiens, ben ik hier nu een portret van een Arabier aan het beschrijven? Indien Habiba hier haar Osama in herkent, is er geen twijfel meer.
Er vliegen inderdaad veel vliegtuigen boven Afrika...
Vermits wij nu toch op goede voet staan met Mathilleke, kunnen we haar misschien eens aanspreken, vragen of we niet eens mee kunnen vliegen de volgende keer dat ze incognito naar een exotisch paradijs vertrekken?
Die aangetrouwde familie van haar vliegt toch altijd gratis, en twee personen meer of minder zal ook het verschil niet uitmaken.
Als het iets of wat meezit, kunnen we misschien nog kiezen waar we heen willen, had jij iets speciaals in gedachten?
Naar Afrika, op een olifant gezeten op safari gaan, of op de fiets een koers rijden, jij tegen een jachtluipaard en ik tegen een krokodil (die juist in een gevecht met een soortgenoot een poot is kwijtgespeeld, anders kan ik niet winnen)…Of ergens op een exotisch strand in het mulle warme zand liggen bruinen in een weldoend zonnetje, en terwijl gestoken worden door de zandvlooien?
Terwijl de gestreepte zakdoek van de boordcommandant nu helemaal doordrenkt is met zijn zweet, nippen wij nog eens van onze pinacolada, op de gezondheid van het volgende vrouwtje of manneke van Mathilleke.
Of laten we liever op onze eigen gezondheid drinken, en hopen dat we nog lang mogen dromen…
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
Opa Brombeer
Toen we in 1960 onze plechtige communie deden waren onze verwachtingen nogal hoog gespannen. Uit besparingsoverwegingen(ik was de aanvoerder en trainerspeler van een voetbalploeg,weliswaar gemengd,daarmee kwamen we niet uit in competitie)deed ik mijn communie samen met mijn 1 jaar jongere broer(de keeper)en alhoewel we meestal niet zeer welkom waren op andere feesten(die voetbalploeg remember)was er bij ons toch veel volk om mijn zelf gemaakte kroketten te komen opeten(en die waren lekker al zeg ik het zelf)de rest dat weet ik niet meer,zal wel verkansgebraad en erwten en wortelen geweest zijn.Gelukkig was ik die dag vrijgesteld van de afwas.En ons maar afvragen wat de ons beloofde verrassing dan wel zou zijn want vriendjes en vriendinnetjes waren al aan het stoeffen geweest.De volgende morgen stond ons vader al vroeg klaar met de fiets en die van ons erbij.We zouden naar St Niklaas rijden maar daar geloofde ik al lang niet meer in,of was dat Sinterklaas???Zal wel en de klokken van Rome dat was ook al veleden tijd.Enfin wij dus naar St Niklaas met het grote opperhoofd voorop,precies of wij wisten de weg niet,pfffff.Ginder de grote markt over en ergens een zijstraatje in en hier kwam de aap uit de mouw,we gingen een tent kopen.Een tent?Ja een tent.Maar wat voor een,want toen viel mijne nikkel,Euros bestonden nog niet,eentje voor 4 personen hadden we al,daar zou ik later wel eens op uit trekken met mijn lief,alleen wist ik nog niet goed de welke.Het werd dus een tent voor heel die voetbalploeg en natuurlijk moesten de voorzitster en ondervoorzitter apart kunnen slapen,dat zal nu nog wel zo zijn zeker.Mensen wat een gevaarte was dat zeg,en een gewicht,om nog te zwijgen van delelijke kleuren.Allemaal goed en wel maar met mijn toen al vranke smoel zeg ik;ja va maar hoe gade gij dat spel ergens op een camping krijgen?Gelukkig kreeg ik op dat moment geen draai rond mijn oren,ik had er in de voorafgande weken eigenlijk al genoeg gehad(zal ze wel verdiend hebben zeker,we kregen toen waar we recht op hadden),een autobus hadden we niet laat staan een auto.We zullen wel een van de weinige voetbalploegen geweest zijn die naar de matchen fietsten.Maar ons vader zou dat varkentje eens vlug wassen zie en hij begon prompt aan een aanhangwagentje voor zijn fiets.Probleem was,hoe groot mocht dat ding wel zijn en als va het niet wist wat zouden wij het dan moeten weten.Va had de oplossing hoor en zei,brombeer(jaja toen bromde ik al,heb het nooit meer afgeleerd)ga ne keer naar de flikken en vraag eens hoe groot dat mag zijn.Daar gekomen stoorde ik natuurlijk ene die zijn krant aan het lezen was en die zei;joeng,as da nie breeer is dan aaf stuur mag da zolang zen as ge wult en trappe na mor af.Ik tevreden natuurlijk en ik heb zeker nog een km.lang merci champetter gezegd.Een beetje later sta ik dan voor de opgehaalde brug over het kanaal en ik begin zo waar na te denken(moest ik wat meer gedaan hebben) en ik dacht potverdekke,zie dat ons vader nu eens 2 karrekes maakt en er een achter mijne fiets ook hangt,maar zo niet he.Enfin ik kom eindelijk thuis en ons vader was nogal vies gezind omdat ik zolang was weggebleven,dat van die opgehaalde brug geloofde
hij toch niet meer en zei awel wettet nu?Ik zei ja maar dierf er niet bij zeggen maar gij nog niet he gezien de gratis oorvijgen en ik zei heel plechtig;het mag niet breder zijn dan je stuur maar het moet minstens 1.5meter lang zijn maar langer mag ook.Ben je zeker zei hij nog eens jaja.Enfin zo n avond of twee voor we zouden vertrekken naar camping Heultje in Westerlo is dat karreke toch wel klaar zeker maar het moest nog geprobeerd worden en ik was het proefkonijn maar ik mocht wel proberen tewijl het nog leeg was en ons vader zag dat het goed was.En nu alles erin geladen maar ondertussen was heel de straat op de been,familie buren en kennissen,ondanks dat het al donker begon te wordenMet man en macht dienen trekker met opligger de straat opgekregen en ons vader er op gehesen.We hebben hem wel een duwke moeten geven maar verdorie het werkte,maar omdat het nog een paar dagen te vroeg was om te vertrekken draaide aan het einde van de straat terug en ja wat moest gebeurde natuurlijk,een van de wielen van dat karreke botste op een steen,sloeg omhoog en ons vader met zijne fiets mee de lucht in en maar trappen in het ijle.Na een tijdje,eigenlijk niet zo lang had hij door dat er iets mis was want hij kwam geen cm.meer vooruit.Natuurlijk heel de straat schiet me daar in een lach,ik incluis maar ik had het ongeluk dat ik het kortst in zijn geburen was.Ik geloof dat ik toen de 100m.gelopen heb in 12 sec.Uiteindelijk heeft de bakker van ons dorp me gered van zeker 12 oorvijgen,hij had een grote auto en om geen voetbalploeg als klant te verliezen heeft hij onze spullen dan maar naar de camping gevoerd.Ik ben nog wel een tijdje uit ons vader zijn geburen gebleven en ben op weg naar de camping voor alle zekerheid maar achteraan gaan fietsen.
Wordt(mss)vervolgd.
hij toch niet meer en zei awel wettet nu?Ik zei ja maar dierf er niet bij zeggen maar gij nog niet he gezien de gratis oorvijgen en ik zei heel plechtig;het mag niet breder zijn dan je stuur maar het moet minstens 1.5meter lang zijn maar langer mag ook.Ben je zeker zei hij nog eens jaja.Enfin zo n avond of twee voor we zouden vertrekken naar camping Heultje in Westerlo is dat karreke toch wel klaar zeker maar het moest nog geprobeerd worden en ik was het proefkonijn maar ik mocht wel proberen tewijl het nog leeg was en ons vader zag dat het goed was.En nu alles erin geladen maar ondertussen was heel de straat op de been,familie buren en kennissen,ondanks dat het al donker begon te wordenMet man en macht dienen trekker met opligger de straat opgekregen en ons vader er op gehesen.We hebben hem wel een duwke moeten geven maar verdorie het werkte,maar omdat het nog een paar dagen te vroeg was om te vertrekken draaide aan het einde van de straat terug en ja wat moest gebeurde natuurlijk,een van de wielen van dat karreke botste op een steen,sloeg omhoog en ons vader met zijne fiets mee de lucht in en maar trappen in het ijle.Na een tijdje,eigenlijk niet zo lang had hij door dat er iets mis was want hij kwam geen cm.meer vooruit.Natuurlijk heel de straat schiet me daar in een lach,ik incluis maar ik had het ongeluk dat ik het kortst in zijn geburen was.Ik geloof dat ik toen de 100m.gelopen heb in 12 sec.Uiteindelijk heeft de bakker van ons dorp me gered van zeker 12 oorvijgen,hij had een grote auto en om geen voetbalploeg als klant te verliezen heeft hij onze spullen dan maar naar de camping gevoerd.Ik ben nog wel een tijdje uit ons vader zijn geburen gebleven en ben op weg naar de camping voor alle zekerheid maar achteraan gaan fietsen.
Wordt(mss)vervolgd.
-
Gast
Vooreerst een dikke proficiat aan Brombeer die ons hier komt vervoegen. Hopelijk mogen we nog meer zulke verhalen hier van hem lezen, plankenkoorts dat hebben we allemaal gehad en de eerste keer is het het moeilijkst. Eens je de stap gezet hebt, kan je het gewoon niet meer laten en zo krijg je schrijfervaring. Jammer voor TLL en Dorus maar ondertussen hebben we dan een Habiba erbij gekregen, dat is ook mooi meegenomen.
Met dit mooie weer grijpt bijna ieder wielrenner of toerist naar zijn of haar bike. Zo ook doen wij dat hier geregeld en vandaag was het de bedoeling om naar Valkenburg te fietsen. Niet dat het daar een uitzondering is wat betreft het landschap maar gewoon als je kort aan de grens woont is dat voor ons logisch. Wat een agressieve mensen tegenwoordig op de weg, mensen met toeterende auto’s die zelfs geen millimeter uit de weg gaan en camionettes die je de bocht afscheren. Je hoeft nog geen scheergerief meer te gebruiken, zij doen het wel voor je. Het had vandaag niet veel gescheeld of het was Kwezelke zaliger geweest maar ik had een hele goede engelbewaarder en die bedank ik hartelijk hiervoor. Hoeveel geparkeerde auto’s op het fietsenpad, niet te tellen en dan nog niet vergeten de kriskras rijders.
Een tijdje geleden zag ik hoe Lance Armstrong in de Tour de France ten val kwam ooit doordat zijn stuur bleef haken achter een tas van iemand uit het publiek. Ik betrapte mezelf erop dat ik iets vloekte in de trant van "Kunnen die lui niet aan de kant gaan!" In een interview zei Armstrong zelf hierover echter: "Stom, ik reed te dicht langs het publiek". Hij neemt dus de verantwoordelijkheid op zich en trekt zo de gebeurtenis binnen zijn invloedssfeer. Daarom is hij een kampioen. Als mensen zich daarentegen liever passief en hulpeloos opstellen, is dat wat mij betreft ook prima, maar dan is dat wel hun eigen keuze waarvan ze de consequenties moeten aanvaarden.
In het begin van het Wielerepos kwamen de renners in dichte drommen aangestormd als de Reuzen van de Weg. Soms, als zij bij hun titanenstrijd met hun kin over de grond sleepten, verschrompelden zij tot Dwangarbeiders. Spoedig ontstonden er persoonlijke eretitels. De mensen zochten het bij de legendarische dieren. Een donkere renner die ‘met brede vleugelslagen de bergen overwon’, was een Zwarte Arend. Een vinnige kerel die zijn IJzeren Paard de sporen liet voelen en victorie kraaide in het Frans werd een Waalse Haan. Een knaap uit Bachten de Kupe die met zijn pedaalstoten het peloton ‘onthoofdde’, werd een Vlaamse Leeuw. Een ventje dat voorovergebogen op zijn fiets te spinnen lag en plotseling met een lenige sprong over zijn piepende tegenstrevers heen wipte, werd vertroeteld als een poesje. Later kwamen de kunstenaars aan bod. Een veroveraar van de bergen groeide tot een Rubens, die op de Alpen machtige fresco's borstelde. Een heerser van de wielerbaan, specialist van de sprint,’deze Bel-Canto van de fiets’, werd geadeld als ‘de Caruso van de Wielerspor’.
Na veel snot te laten en stoempenzinnen te hebben geslaakt hebben de Minnezangers van de Fiets, die toen nog overal Velo heette, concurrentie van de beeldomroep gekregen. Voortaan kunnen de sportliefhebbers elke démarage thuis besteld krijgen. Elke valpartij gebeurt nu in je huiskamer, elke sprint word praktisch op je eigen tapijt verreden. De mensen zijn nu stuk voor stuk ooggetuigen geworden. En toch blijft het epos hen beroeren. Elke avond zijn ze sportkijkers en elke morgen controleren zij in hun ochtendblad wat zij 's avonds tevoren hebben gezien en welke betekenis het allemaal had. De sportkrant blijft hun Nationale Literatuur. De woorden zijn anders geworden, de renners heten al lang geen Flandriens meer, de aardappelen met spek zijn vervangen door nauwkeurig berekende calorieën en vitamines in allerlei gedaanten. En de fiets is een gedemodeerd voertuig op de autowegen. Maar opgepast, Kwezel op de fiets is in optimaal form, morgen maak ik de Vlaamse wegen onveilig met mijn bike.
Met dit mooie weer grijpt bijna ieder wielrenner of toerist naar zijn of haar bike. Zo ook doen wij dat hier geregeld en vandaag was het de bedoeling om naar Valkenburg te fietsen. Niet dat het daar een uitzondering is wat betreft het landschap maar gewoon als je kort aan de grens woont is dat voor ons logisch. Wat een agressieve mensen tegenwoordig op de weg, mensen met toeterende auto’s die zelfs geen millimeter uit de weg gaan en camionettes die je de bocht afscheren. Je hoeft nog geen scheergerief meer te gebruiken, zij doen het wel voor je. Het had vandaag niet veel gescheeld of het was Kwezelke zaliger geweest maar ik had een hele goede engelbewaarder en die bedank ik hartelijk hiervoor. Hoeveel geparkeerde auto’s op het fietsenpad, niet te tellen en dan nog niet vergeten de kriskras rijders.
Een tijdje geleden zag ik hoe Lance Armstrong in de Tour de France ten val kwam ooit doordat zijn stuur bleef haken achter een tas van iemand uit het publiek. Ik betrapte mezelf erop dat ik iets vloekte in de trant van "Kunnen die lui niet aan de kant gaan!" In een interview zei Armstrong zelf hierover echter: "Stom, ik reed te dicht langs het publiek". Hij neemt dus de verantwoordelijkheid op zich en trekt zo de gebeurtenis binnen zijn invloedssfeer. Daarom is hij een kampioen. Als mensen zich daarentegen liever passief en hulpeloos opstellen, is dat wat mij betreft ook prima, maar dan is dat wel hun eigen keuze waarvan ze de consequenties moeten aanvaarden.
In het begin van het Wielerepos kwamen de renners in dichte drommen aangestormd als de Reuzen van de Weg. Soms, als zij bij hun titanenstrijd met hun kin over de grond sleepten, verschrompelden zij tot Dwangarbeiders. Spoedig ontstonden er persoonlijke eretitels. De mensen zochten het bij de legendarische dieren. Een donkere renner die ‘met brede vleugelslagen de bergen overwon’, was een Zwarte Arend. Een vinnige kerel die zijn IJzeren Paard de sporen liet voelen en victorie kraaide in het Frans werd een Waalse Haan. Een knaap uit Bachten de Kupe die met zijn pedaalstoten het peloton ‘onthoofdde’, werd een Vlaamse Leeuw. Een ventje dat voorovergebogen op zijn fiets te spinnen lag en plotseling met een lenige sprong over zijn piepende tegenstrevers heen wipte, werd vertroeteld als een poesje. Later kwamen de kunstenaars aan bod. Een veroveraar van de bergen groeide tot een Rubens, die op de Alpen machtige fresco's borstelde. Een heerser van de wielerbaan, specialist van de sprint,’deze Bel-Canto van de fiets’, werd geadeld als ‘de Caruso van de Wielerspor’.
Na veel snot te laten en stoempenzinnen te hebben geslaakt hebben de Minnezangers van de Fiets, die toen nog overal Velo heette, concurrentie van de beeldomroep gekregen. Voortaan kunnen de sportliefhebbers elke démarage thuis besteld krijgen. Elke valpartij gebeurt nu in je huiskamer, elke sprint word praktisch op je eigen tapijt verreden. De mensen zijn nu stuk voor stuk ooggetuigen geworden. En toch blijft het epos hen beroeren. Elke avond zijn ze sportkijkers en elke morgen controleren zij in hun ochtendblad wat zij 's avonds tevoren hebben gezien en welke betekenis het allemaal had. De sportkrant blijft hun Nationale Literatuur. De woorden zijn anders geworden, de renners heten al lang geen Flandriens meer, de aardappelen met spek zijn vervangen door nauwkeurig berekende calorieën en vitamines in allerlei gedaanten. En de fiets is een gedemodeerd voertuig op de autowegen. Maar opgepast, Kwezel op de fiets is in optimaal form, morgen maak ik de Vlaamse wegen onveilig met mijn bike.
-
ED. - Lid geworden op: 16 okt 2003, 19:20
Met mijn verontschuldigingen aan Kwezel omdat ik zo kort na haar mijn verhaal wil vertellen,maar het moet mij van het hart! Lees eerst het leerrijke epos van ons kwezeltje en daarna, mijn trieste belevenis met mijn muis.
VOL IS VOL! Zeggen ze in St.truiden. Het moet zijn, dat die burgervader daar zeer goede relaties heeft met Brussel en een kaarsje heeft laten branden voor het heilig paterke!
Bij mij zit het ook vol. Alléz, vol is overdreven. Er zit warempel één, jawel! 1 muis in mijn huis. Dat het rijmt, daar kan ik ook niets aan doen. Zo een onnozel diertje kan toch een en ander teweegbrengen in een huishouden,dat al jaren gewoon is, om met drie te zijn. Vrouwtje, mannetje en hondje. Kindje is reeds lang de deur uit.
Het moet zijn, dat elke mens toch latente moordneigingen heeft. In ieder geval, ik heb ze. Die muis! Die moet eraan! Vandaag ben ik naar de winkel om tien muizenvallen geweest .Acht ouderwetse en twee gesofistikeerde moordmachines. Terwijl ik dan toch bezig was, heb ik er maar ineens een doos gif bijgekocht.
De verkoper, die bekeek mij toch wel op een rare manier.Ik zie er nogal bruin uit en vond hij , dat hij niet voorzichtig genoeg kon zijn. Om mijn gezicht te redden en hem gerust te stellen, zei ik hem, dat ik met een ganse nest muizen zat. Binnensmonds hoorde ik hem vragen, of ik soms geen bazooka nodig had. Morgen, wanneer ik in mijn stamlokaal mijn krant ga lezen,zal men mij wel vragen hoe het met mijn dierentuin zit.
Vanavond, nu zo een goed uurtje geleden, hoorde ik mijn vrouwtje gillen. Je weet wel, zo een gil die alleen een vrouw kan laten horen. De laatste keer dat ik haar zo een gil heb horen uitten, was, toen ze na ons huwelijk eindelijk, maar té laat ontdekte dat ik flaporen had (wat intussen al rechtgezet is). De andere gilletjes, daar wil ik het nu niet direct over hebben. Het moet hier een beetje deftig blijven, nietwaar?
Dus,ook zij had voor de eerste keer dat knaagdier gezien. "Sla dood!" riep ze, al was ze een rechtstreekse nazaat van Pieter De Coninck en Jan Breydel. Het eerste wat ik in mijn handen had, was een kussentje uit de salonzetel. Terwijl ik al mijn spieren aan het opspannen was, klaar om een genadeloze en allesverwoestende slag toe te brengen aan dat muisje, hield mijn meeverdiener mij toch tegen zeker! "Dat kussentje zal vuil worden",zei ze. "Neem maar een hamer", wist ze nog te zeggen.
Terwijl ik haar aan het uitleggen was, dat slaan met een hamer, niet zo een goed idee is, en dat zoiets putten kan maken in hare schone vloer, was dat monstertje al lang verdwenen. De gedachte, dat ik voor een assisenjury zou moeten verschijnen, was ook al een beetje aan het wegebben.
Ik zie het al in de kranten staan:
"Een lichtelijk rechts georiënteerde wil muis doodslaan,..... zijn vrouw stond in de weg!"
Nu weten sommigen onder jullie, dat ik een redelijk grote hond heb. Gevaarlijk voor de dieven? Misschien! Maar muizen pakken, daar heeft hij geen kaas van gegeten!
Dat knaaggeval liep hem zo maar voor de voeten en hij keek er zelfs niet naar. Terwijl ik hem aanmoedigde om aan te vallen en dat muisgedoe in stukken te sleuren, bekeek hij mij met een loense blik al wou hij zeggen, "baasje, ik ben geen kat,hoor!" Dus, wie bij mij wil inbreken moet zich maar gedragen zoals een muis. Mijn hond pakt ze toch niet.
Nu vraag ik me zelfs af, of mijnen hond, die een reu is, een lichtelijke afwijking heeft naar de andere kant. Geen muizen pakken? Foei! en dat voor een Duits! Nu hoop ik, dat al mijn moordmachines zullen kunnen beletten dat er aan gezinsuitbreiding wordt gedaan. Want dan zou de Truiense leuze: VOL IS VOL ook wel eens van toepassing kunnen zijn op mijn landgoed.
ED.....(piep!)
VOL IS VOL! Zeggen ze in St.truiden. Het moet zijn, dat die burgervader daar zeer goede relaties heeft met Brussel en een kaarsje heeft laten branden voor het heilig paterke!
Bij mij zit het ook vol. Alléz, vol is overdreven. Er zit warempel één, jawel! 1 muis in mijn huis. Dat het rijmt, daar kan ik ook niets aan doen. Zo een onnozel diertje kan toch een en ander teweegbrengen in een huishouden,dat al jaren gewoon is, om met drie te zijn. Vrouwtje, mannetje en hondje. Kindje is reeds lang de deur uit.
Het moet zijn, dat elke mens toch latente moordneigingen heeft. In ieder geval, ik heb ze. Die muis! Die moet eraan! Vandaag ben ik naar de winkel om tien muizenvallen geweest .Acht ouderwetse en twee gesofistikeerde moordmachines. Terwijl ik dan toch bezig was, heb ik er maar ineens een doos gif bijgekocht.
De verkoper, die bekeek mij toch wel op een rare manier.Ik zie er nogal bruin uit en vond hij , dat hij niet voorzichtig genoeg kon zijn. Om mijn gezicht te redden en hem gerust te stellen, zei ik hem, dat ik met een ganse nest muizen zat. Binnensmonds hoorde ik hem vragen, of ik soms geen bazooka nodig had. Morgen, wanneer ik in mijn stamlokaal mijn krant ga lezen,zal men mij wel vragen hoe het met mijn dierentuin zit.
Vanavond, nu zo een goed uurtje geleden, hoorde ik mijn vrouwtje gillen. Je weet wel, zo een gil die alleen een vrouw kan laten horen. De laatste keer dat ik haar zo een gil heb horen uitten, was, toen ze na ons huwelijk eindelijk, maar té laat ontdekte dat ik flaporen had (wat intussen al rechtgezet is). De andere gilletjes, daar wil ik het nu niet direct over hebben. Het moet hier een beetje deftig blijven, nietwaar?
Dus,ook zij had voor de eerste keer dat knaagdier gezien. "Sla dood!" riep ze, al was ze een rechtstreekse nazaat van Pieter De Coninck en Jan Breydel. Het eerste wat ik in mijn handen had, was een kussentje uit de salonzetel. Terwijl ik al mijn spieren aan het opspannen was, klaar om een genadeloze en allesverwoestende slag toe te brengen aan dat muisje, hield mijn meeverdiener mij toch tegen zeker! "Dat kussentje zal vuil worden",zei ze. "Neem maar een hamer", wist ze nog te zeggen.
Terwijl ik haar aan het uitleggen was, dat slaan met een hamer, niet zo een goed idee is, en dat zoiets putten kan maken in hare schone vloer, was dat monstertje al lang verdwenen. De gedachte, dat ik voor een assisenjury zou moeten verschijnen, was ook al een beetje aan het wegebben.
Ik zie het al in de kranten staan:
"Een lichtelijk rechts georiënteerde wil muis doodslaan,..... zijn vrouw stond in de weg!"
Nu weten sommigen onder jullie, dat ik een redelijk grote hond heb. Gevaarlijk voor de dieven? Misschien! Maar muizen pakken, daar heeft hij geen kaas van gegeten!
Dat knaaggeval liep hem zo maar voor de voeten en hij keek er zelfs niet naar. Terwijl ik hem aanmoedigde om aan te vallen en dat muisgedoe in stukken te sleuren, bekeek hij mij met een loense blik al wou hij zeggen, "baasje, ik ben geen kat,hoor!" Dus, wie bij mij wil inbreken moet zich maar gedragen zoals een muis. Mijn hond pakt ze toch niet.
Nu vraag ik me zelfs af, of mijnen hond, die een reu is, een lichtelijke afwijking heeft naar de andere kant. Geen muizen pakken? Foei! en dat voor een Duits! Nu hoop ik, dat al mijn moordmachines zullen kunnen beletten dat er aan gezinsuitbreiding wordt gedaan. Want dan zou de Truiense leuze: VOL IS VOL ook wel eens van toepassing kunnen zijn op mijn landgoed.
ED.....(piep!)
Laatst gewijzigd door ED. op 30 jul 2004, 11:15, 1 keer totaal gewijzigd.
-
zandmannetje - Lid geworden op: 02 feb 2003, 23:15
- Locatie: Het land met meer ministers dan inwoners
Sollicitatiebrief
Aan de heer Van de Termen( of zoiets), opperhoofd Vlaamse regering,
Geachte heer,
aangezien het feit in aanmerking genomen gehad hebbende, dat U de macht heeft kwistig met lukratieve jobs rond te strooien, had ik bij deze graag mijn aanvraag gedaan om een post als minister te bekomen, al dan niet met portefeuille...
Ondergetekende is verkeerdelijk lang van oordeel geweest dat het aantal ministers in België de spuigaten uitliep, omdat vroeger met slechts 8 ministers het land ook bestuurd werd, maar ondergetekende is recentelijk van dat idee teruggekomen. Ik besef nu dat het integraal deel uitmaakt van het ambitieuze banenplan, om 200.000 werkzoekenden van de straat te houden, en heeft als grote voordeel dat mensen die voor enigerlei productieve arbeid totaal ongeschikt zijn, uit het doplokaal worden gehouden!
Waar ikzelf in eerste instantie een job als secretaris of klerk ambiëerde, besef ik nu dat ik hiervoor niet de vereiste diploma's bezit. Dus doe ik mijn aanvraag voor een post waarbij geen getuigschriften benodigd zijn, de job van minister.
Indien U aanvoert dat alle ministerposten reeds ingevuld zijn, heeft U toch zonder mijn creativiteit gerekend. Zonder de minste moeite kan ik nog een tiental nieuwe ministersverantwoordelijkheden(30 letters) uit de grond stampen.
Minister voor hofmuurtjes, minister voor keldergaten, minister voor zolderramen, voor het behoud van dialecten...
Tevens dient opgemerkt dat de portefeuille van cultuur, beheerd door Bert den Bleiter, veel te zwaar is voor één minister. Kan m.i. beter opgedeeld worden in klassieke en moderne cultuur!
En behoort het niet tot de mogelijkheden mettertijd te komen tot een afzonderlijke regering voor elke provincie?
Dat zou pas banen opleveren!!!
U hoeft mij niet te danken voor de suggesties, geef me gewoon het ministerie van zolderramen en ondergetekende is dik tevreden.
zandmannetje
PS. Ook om nieuwe belastingen te heffen heb ik reuzegoede ideeën, maar die ga ik nu niet opsommen. Pas als ik mijn benoeming vastheb!
Aan de heer Van de Termen( of zoiets), opperhoofd Vlaamse regering,
Geachte heer,
aangezien het feit in aanmerking genomen gehad hebbende, dat U de macht heeft kwistig met lukratieve jobs rond te strooien, had ik bij deze graag mijn aanvraag gedaan om een post als minister te bekomen, al dan niet met portefeuille...
Ondergetekende is verkeerdelijk lang van oordeel geweest dat het aantal ministers in België de spuigaten uitliep, omdat vroeger met slechts 8 ministers het land ook bestuurd werd, maar ondergetekende is recentelijk van dat idee teruggekomen. Ik besef nu dat het integraal deel uitmaakt van het ambitieuze banenplan, om 200.000 werkzoekenden van de straat te houden, en heeft als grote voordeel dat mensen die voor enigerlei productieve arbeid totaal ongeschikt zijn, uit het doplokaal worden gehouden!
Waar ikzelf in eerste instantie een job als secretaris of klerk ambiëerde, besef ik nu dat ik hiervoor niet de vereiste diploma's bezit. Dus doe ik mijn aanvraag voor een post waarbij geen getuigschriften benodigd zijn, de job van minister.
Indien U aanvoert dat alle ministerposten reeds ingevuld zijn, heeft U toch zonder mijn creativiteit gerekend. Zonder de minste moeite kan ik nog een tiental nieuwe ministersverantwoordelijkheden(30 letters) uit de grond stampen.
Minister voor hofmuurtjes, minister voor keldergaten, minister voor zolderramen, voor het behoud van dialecten...
Tevens dient opgemerkt dat de portefeuille van cultuur, beheerd door Bert den Bleiter, veel te zwaar is voor één minister. Kan m.i. beter opgedeeld worden in klassieke en moderne cultuur!
En behoort het niet tot de mogelijkheden mettertijd te komen tot een afzonderlijke regering voor elke provincie?
Dat zou pas banen opleveren!!!
U hoeft mij niet te danken voor de suggesties, geef me gewoon het ministerie van zolderramen en ondergetekende is dik tevreden.
zandmannetje
PS. Ook om nieuwe belastingen te heffen heb ik reuzegoede ideeën, maar die ga ik nu niet opsommen. Pas als ik mijn benoeming vastheb!
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !
-
Gast
Geachte Heer Zandmannetje
Regelmatig zijn we op zoek naar freelance docenten voor diverse onderwerpen zoals informatica, bedrijfsbeleid, boekhouding, management, ... Aangezien u beweert laaggeschoold te zijn verzoeken we u zo spoedig mogelijk u te melden bij Randstad of bij de dichtstbijzijnde school om avondonderwijs te volgen.
Begin 2004 lanceerde wij een campagne, iets in de trend van een wedstrijd voor een nieuwe naam voor Levenslang en Levensbreed Leren. Tot 26 maart kon u een voorstel opsturen. De belangstelling (en inspiratie) was groot! We ontvingen maar liefst 169 voorstellen! Bedankt! Deze positie is reeds ingenomen door de Heer Habiba die vervolgens in zijn kabinet de Heer Eduard heeft aangesteld om zijn rechterhand te wezen die op zijn beurt een zekere Brombeer tot zijn secretaris benoemd heeft.
Trouwens, wat zou u in de Vlaamse regering moeten gaan zoeken? De Vlaamse Minister van Werkgelegenheid worden? De hefbomen voor het arbeidsmarktbeleid liggen federaal. Als u echt iets wil veranderen dan is het daar en niet in de Vlaamse regering. De huidige legislatuur voerde een nieuwe ministerportefeuille op federaal niveau in, specifiek voor de sociale economie. Eén van de initiatieven is het instellen van een overlegproces met de platformen die representatief zijn voor de sociale economie. Misschien kan u uw kandidatuur nog indienen om Rotondewachter, flitsrollekes vervanger of Burgervader te worden?
Als er een burgemeestersstoel vrijkomt, geven ikzelf of mijn kabinetschef voorlichting en advies aan de gemeenteraad om u in gedachten te houden want we hebben tenslotte ook goede tuinmannen nodig.
Sollicitatiebrieven moeten worden gericht aan Hare Majesteit de Koningin of aan mij toegestuurd. Mijn kabinet maakt voor de betrokken gemeente en voor de Tweede-Kamerleden, die burgemeestersbenoemingen in hun portefeuille hebben, een overzicht van het aantal sollicitanten, hun politieke kleur en hun globale achtergrond. In overleg met de gemeente gaat die informatie ook naar de pers en komt die op verschillende websites te staan.
Kandidaten waarvan ik vind dat zij in aanmerking kunnen komen voor een benoeming, worden door mij uitgenodigd voor een gesprek. Op basis hiervan kies ik 7 kandidaten voor de tweede ronde: een gesprek met de vertrouwenscommissie uit de gemeente. De vertrouwenscommissie bepaalt of zij met mijn selectie meegaat of ook dat zij nog andere kandidaten wil spreken.
Bovendien denk ik eigenlijk dat de functie van havenzanger leuker is voor u dan die van minister. Een minister is publiek eigendom, kan afgebrand worden, en heeft nauwelijks meer een privé-leven. Daarnaast: het hoeft niet, we hebben genoeg bestuurders.
U van dienst te zijn geweest verblijf ik met hooghartige groeten in Brussel
Regelmatig zijn we op zoek naar freelance docenten voor diverse onderwerpen zoals informatica, bedrijfsbeleid, boekhouding, management, ... Aangezien u beweert laaggeschoold te zijn verzoeken we u zo spoedig mogelijk u te melden bij Randstad of bij de dichtstbijzijnde school om avondonderwijs te volgen.
Begin 2004 lanceerde wij een campagne, iets in de trend van een wedstrijd voor een nieuwe naam voor Levenslang en Levensbreed Leren. Tot 26 maart kon u een voorstel opsturen. De belangstelling (en inspiratie) was groot! We ontvingen maar liefst 169 voorstellen! Bedankt! Deze positie is reeds ingenomen door de Heer Habiba die vervolgens in zijn kabinet de Heer Eduard heeft aangesteld om zijn rechterhand te wezen die op zijn beurt een zekere Brombeer tot zijn secretaris benoemd heeft.
Trouwens, wat zou u in de Vlaamse regering moeten gaan zoeken? De Vlaamse Minister van Werkgelegenheid worden? De hefbomen voor het arbeidsmarktbeleid liggen federaal. Als u echt iets wil veranderen dan is het daar en niet in de Vlaamse regering. De huidige legislatuur voerde een nieuwe ministerportefeuille op federaal niveau in, specifiek voor de sociale economie. Eén van de initiatieven is het instellen van een overlegproces met de platformen die representatief zijn voor de sociale economie. Misschien kan u uw kandidatuur nog indienen om Rotondewachter, flitsrollekes vervanger of Burgervader te worden?
Als er een burgemeestersstoel vrijkomt, geven ikzelf of mijn kabinetschef voorlichting en advies aan de gemeenteraad om u in gedachten te houden want we hebben tenslotte ook goede tuinmannen nodig.
Sollicitatiebrieven moeten worden gericht aan Hare Majesteit de Koningin of aan mij toegestuurd. Mijn kabinet maakt voor de betrokken gemeente en voor de Tweede-Kamerleden, die burgemeestersbenoemingen in hun portefeuille hebben, een overzicht van het aantal sollicitanten, hun politieke kleur en hun globale achtergrond. In overleg met de gemeente gaat die informatie ook naar de pers en komt die op verschillende websites te staan.
Kandidaten waarvan ik vind dat zij in aanmerking kunnen komen voor een benoeming, worden door mij uitgenodigd voor een gesprek. Op basis hiervan kies ik 7 kandidaten voor de tweede ronde: een gesprek met de vertrouwenscommissie uit de gemeente. De vertrouwenscommissie bepaalt of zij met mijn selectie meegaat of ook dat zij nog andere kandidaten wil spreken.
Bovendien denk ik eigenlijk dat de functie van havenzanger leuker is voor u dan die van minister. Een minister is publiek eigendom, kan afgebrand worden, en heeft nauwelijks meer een privé-leven. Daarnaast: het hoeft niet, we hebben genoeg bestuurders.
U van dienst te zijn geweest verblijf ik met hooghartige groeten in Brussel
-
Gast
Ed, als je zelf een muis was, dan zou je ook wel van ellende naar binnen zijn gekomen. Neem haar dat dus niet kwalijk, heb er alle begrip voor. Het is al erg genoeg om als muis geboren te worden en je hele leven lang praktisch clandestien te moeten opereren. Hier was het ongeveer hetzelfde gegaan met dat grijze ondier. De muis was met dat overdreven barkoude winterweer naar binnen gekomen, we hadden de deur maar beter dicht moeten houden, ze had zich in de gang genesteld, vlak in de buurt van mijn schilderij. Ze was bescheiden want ze nam de woonkamer niet in, ze behoefde de slaapkamers niet en had geen ambitie om de keuken binnen te komen, met de gang was ze tevreden. Vandaar kon ze trouwens met een pijlsnelle vaart die alleen maar bewondering oproept, Gaston Roelants is een povere poging tot snelheid, met een behendigheid die aan het ongelooflijke grensde, aan het miraculeuze, via een minuscuul gaatje naast de buis van de centrale verwarming de garage binnenduikelen en daar had je dan verder het zoeken naar haar. Ze kon achter de bergkast zitten, onder de auto verdwijnen, alles was mogelijk. Tussen de melkflessen ? Dit volstond om gedurende veertien dagen alle melkverbruik in huis lam te leggen. Het kan natuurlijk ook zijn dat ze in de schakelkast van de elektriciteit zat. Waarom niet, de tactiek van een muis is ondoorgrondelijk.
Was ze al ribbedebie? Dat zou best kunnen zijn, terwijl ik heel goed wist dat zo een muis wel goed kon zijn maar niet gek. Ze was nu eenmaal binnengeraakt en vooraleer het lente werd, zou ze wel krankzinnig moeten zijn om in de tuin te gaan zitten, er waren betere plekken. ’s Avonds ontmoette ik haar geregeld, welhaast met de regelmaat van een klok. Ik denk dat ze gevoel voor beleefdheid en dankbaarheid had, dat ze mij ’s avonds, vooraleer ik wilde gaan slapen, nog eens ultiem wilde groeten. Je kon er donder op zeggen, wanneer ik uit mijn werkkamer kwam en tegen middernacht de gang plots in een fel wit licht zette, dan zat ze vlak bij de grote spiegel, op haar achterste omhoog gezeten, met de twee voorpootjes bij elkaar zoals in de sprookjesboeken, naar mij te kijken. Ik had zelfs de indruk dat ze dan telkens heel even knikte. Daarna verroerde ze geen vin meer en ik ook niet. Ik stond dan telkens na te denken wat ik nu wel zou moeten doen. Een stok grijpen en toeslaan? Dan had ik met die stok uit mijn kamer moeten komen, want elke beweging die ik nu nog mocht maken, zou fataal zijn. Eén beweging van mijn voet, één onzekerheid van mijn hand en als een bliksemschicht schoot de muis naar het gaatje langs de verwarmingsbuis en ik hoorde haar binnen in de vreemd onbekende ingewanden van het huis naar mij zitten lachen. Ik gunde het haar. De eerste avond gunde ik het haar, de tweede en de derde keer al iets minder en de vierde keer ontwaakte het instinct van de grote onverbiddelijke jager in de mens, de niet te bedwingen oerdrift uit verre tijden. Van de holbewoners misschien nog, de drift om te vangen wat er voor je voeten beweegt. Misschien kon ik morgenavond de windbuks op haar richten. In de jungle is het schot tussen de beide glimmende groene ogen van de Bengaalse tijgers het enig dodelijke. En omdat de mens in de stad geen jungle en geen Bengaalse tijgers meer heeft, moeten die driften dan maar in de gang op een muis worden gekoeld. Mijn jongste zoon was ertegen. “Zo’n muis kan je tam maken,” zei hij, die leert ons kennen en wij haar. De muis moet het gezien hebben, mijn Katanazwaard, misschien is zo’n muis wel de reïncarnatie van iemand die wij vroeger heel goed gekend hebben. Stel je voor, niet om aan te denken, dat je een groottante uit je kindertijd met een haai van het zwaard of een windbuks, tussen de beide gitzwarte muizenoogjes… schei uit, niet verder denken. De muis was er niet meer, ze had lont geroken. Twee dagen niet, drie, vier dagen niet, de vijfde hoorde ik ze knagen achter de verzamelde werken van Maria Rosseels. Normaal begint een vrouw dan te gillen doch hier lag Maria Rosseels weerloos vastgeankerd in woorden en in papier en in letters, zij kon niet van haar plaats, tot haar gruwelijk ellende misschien. De muis moest dus toegeslagen hebben. Op een onbewaakt ogenblik waarop iemand van de huisgenoten de deur van mijn werkkamer had laten openstaan, was de muis naar binnen gewandeld, geglipt, geschoten, gebliksemd. Een muis is snel en ongrijpbaar.
Elke avond hoorde ik haar. Soms achter de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in zes delen. Wie weet in hoeveel auteurs zij reeds haar kleine knaagtandjes had gezet, een hapje uit Ernest Claes, bijten in het Verdriet van België, een weerloze Louis Seynave in zijn kuiten knagen. ’s Nachts wandelde de muis in het stikkedonker rond de houten klapvalletjes, op een dag lacht zij zich misschien dood met die valletjes, wie zal het weten? Terwijl ik dit schrijf, luistert zij mee achter Leven en Dood in den Ast van Stijn Streuvels. Een mens wordt daar zenuwachtig onder. Het is een strijd geworden, ofwel ik hààr ofwel zij mij. Tot nog toe is het zij mij. Maar ik ga ophouden met schrijven. Ik ga diep zitten nadenken over wat mij na de val te doen staat. Van literatuur kan een mens niet blijven leven, een muis ook niet. Zelfs Nobelprijswinnaars komen je op de duur de strot uit. Ik heb de tijd, het geduld is aan mijn kant. Ik haat die muis, geef mij maar van die optische muizen. Je rammelt eens ermee of zwiert ze buiten.
Was ze al ribbedebie? Dat zou best kunnen zijn, terwijl ik heel goed wist dat zo een muis wel goed kon zijn maar niet gek. Ze was nu eenmaal binnengeraakt en vooraleer het lente werd, zou ze wel krankzinnig moeten zijn om in de tuin te gaan zitten, er waren betere plekken. ’s Avonds ontmoette ik haar geregeld, welhaast met de regelmaat van een klok. Ik denk dat ze gevoel voor beleefdheid en dankbaarheid had, dat ze mij ’s avonds, vooraleer ik wilde gaan slapen, nog eens ultiem wilde groeten. Je kon er donder op zeggen, wanneer ik uit mijn werkkamer kwam en tegen middernacht de gang plots in een fel wit licht zette, dan zat ze vlak bij de grote spiegel, op haar achterste omhoog gezeten, met de twee voorpootjes bij elkaar zoals in de sprookjesboeken, naar mij te kijken. Ik had zelfs de indruk dat ze dan telkens heel even knikte. Daarna verroerde ze geen vin meer en ik ook niet. Ik stond dan telkens na te denken wat ik nu wel zou moeten doen. Een stok grijpen en toeslaan? Dan had ik met die stok uit mijn kamer moeten komen, want elke beweging die ik nu nog mocht maken, zou fataal zijn. Eén beweging van mijn voet, één onzekerheid van mijn hand en als een bliksemschicht schoot de muis naar het gaatje langs de verwarmingsbuis en ik hoorde haar binnen in de vreemd onbekende ingewanden van het huis naar mij zitten lachen. Ik gunde het haar. De eerste avond gunde ik het haar, de tweede en de derde keer al iets minder en de vierde keer ontwaakte het instinct van de grote onverbiddelijke jager in de mens, de niet te bedwingen oerdrift uit verre tijden. Van de holbewoners misschien nog, de drift om te vangen wat er voor je voeten beweegt. Misschien kon ik morgenavond de windbuks op haar richten. In de jungle is het schot tussen de beide glimmende groene ogen van de Bengaalse tijgers het enig dodelijke. En omdat de mens in de stad geen jungle en geen Bengaalse tijgers meer heeft, moeten die driften dan maar in de gang op een muis worden gekoeld. Mijn jongste zoon was ertegen. “Zo’n muis kan je tam maken,” zei hij, die leert ons kennen en wij haar. De muis moet het gezien hebben, mijn Katanazwaard, misschien is zo’n muis wel de reïncarnatie van iemand die wij vroeger heel goed gekend hebben. Stel je voor, niet om aan te denken, dat je een groottante uit je kindertijd met een haai van het zwaard of een windbuks, tussen de beide gitzwarte muizenoogjes… schei uit, niet verder denken. De muis was er niet meer, ze had lont geroken. Twee dagen niet, drie, vier dagen niet, de vijfde hoorde ik ze knagen achter de verzamelde werken van Maria Rosseels. Normaal begint een vrouw dan te gillen doch hier lag Maria Rosseels weerloos vastgeankerd in woorden en in papier en in letters, zij kon niet van haar plaats, tot haar gruwelijk ellende misschien. De muis moest dus toegeslagen hebben. Op een onbewaakt ogenblik waarop iemand van de huisgenoten de deur van mijn werkkamer had laten openstaan, was de muis naar binnen gewandeld, geglipt, geschoten, gebliksemd. Een muis is snel en ongrijpbaar.
Elke avond hoorde ik haar. Soms achter de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in zes delen. Wie weet in hoeveel auteurs zij reeds haar kleine knaagtandjes had gezet, een hapje uit Ernest Claes, bijten in het Verdriet van België, een weerloze Louis Seynave in zijn kuiten knagen. ’s Nachts wandelde de muis in het stikkedonker rond de houten klapvalletjes, op een dag lacht zij zich misschien dood met die valletjes, wie zal het weten? Terwijl ik dit schrijf, luistert zij mee achter Leven en Dood in den Ast van Stijn Streuvels. Een mens wordt daar zenuwachtig onder. Het is een strijd geworden, ofwel ik hààr ofwel zij mij. Tot nog toe is het zij mij. Maar ik ga ophouden met schrijven. Ik ga diep zitten nadenken over wat mij na de val te doen staat. Van literatuur kan een mens niet blijven leven, een muis ook niet. Zelfs Nobelprijswinnaars komen je op de duur de strot uit. Ik heb de tijd, het geduld is aan mijn kant. Ik haat die muis, geef mij maar van die optische muizen. Je rammelt eens ermee of zwiert ze buiten.
-
Opa Brombeer
Ik voel me zeer vereerd en gevleid door het voorstel van Kwezel en ben dan ook geneigd om de me aangeboden post van secretaris op het ministerie van kultuur(veel kul,weinig tuur maar dit terzijde)te aanvaarden maar had hier toch enige voorwaarden aan gekoppeld.
Mag ik misschien eerst zeggen dat ik wel wat ervaring heb met het spelen van secretaris,ik was niet alleen speler trainer van de voetbalploeg maar nu herrinner ik me dat ik ook het administratieve probeerde te regelen.Lukte meestal niet maar gezien het hier om een openbaar ambt gaat zal dit wel geen onoverkomelijke hindernis zijn mag ik hopen.
Mijn c.v. hier komt het.Als manneke van amper 18,nog maar juist uit mijn korte broek gegroeid werd ik na een examen in het hotel van de Belgische Luchtmacht benoemd als contrabassist trombonist(een hele mond vol)benoemd in de Muziekkapel van de Belgissche Marine,ik had hiervoor wel de jury(de secretaris incluis) onder voorzittersschap van mijn latere kapelmeester moeten beduvelen.Uiteindelijk werd ik daar secretaris van het kaartersgezelschap,jaja ge kwam daar niet binnen als ge niet met de kaarten kon spelen of in het slechtste geval moest je het maar leren.
Na een jaar of drie werd ik dat op en af reizen naar Oostende een beetje beu,eigenlijk heel beu want ik had een schoon meiske leren kennen dicht bij huis,eigenlijk meer dan een maar dat mochten ze toen niet allemaal gelijk weten(ik hoop maar dat mijn vrouw dit niet leest,maar ze vindt momenteel haar bril niet dus ben nog effe gerust)en heb dan maar examen gedaan in het Nationaal Orkest van Belgie en als broekie van 21 jaar lukte ik toch wel zeker en nu zonder de jury te beduvelen maar hier hadden ze al weet van mijn kaarterscapaciteiten dus dat was mooi meegenomen.Ik werd dus andermaal secretaris van de kaartersclub maar deze keer was het wel een gemengde club wat de zaken er niet gemakkelijker op maakte maar ik kon dus alles in goede banen leiden.
En raar maar waar,hier deed ik ook mijn eerste politieke ervaringen op.Op een zekere dag beginnen de repetities voor een verjaardagsconcert met Toots Tielemans en onze toen nog recht in zijn schoenen staande minister Willy Claes(een tijdje later hebben ze de ingangspoort van de Lantingevangenis moeten verbreden,ze kregen er anders geen piano door)en natuurlijk is tijdens de pauze de club bezig met zijn geliefde tijdverdrijf,kleurenwiezen,hiermee kon ik het meeste bedrog doen.enfin,Willy komt de trap af en waarschijnlijk al denkend aan de volgende verkiezingen mengt hij zich onder het gepeupel en komt achter mij staan en nadat de kaarten gedeeld waren zegt hij al lachend,en wie is hier nu den beste tricheur(het was een gemengde club weet u nog,ook communotair)en ik draai me om met mijn alom bekende vranken teut en zei,zeg we zitten hier in de regering niet he.En verdorie hij kon er toch wel mee lachen, zeker alleen zijn waakhond van toen,Louis Tobback,die begon te brommen,moest ik het eens niet doen.
Zodus lieve Kwezel,ik heb ervaring op gebiedvan cultuur,politiek en ik kan met dekaarten spelen.Als nu in de toegangsexamens voor de ambtenaren het kaartspel opgenomen wordt en ik in de jury mag zetelen voor dit onderdeel,neem ik de mij voorgestelde post van secretaris met graagte ter harte(dit is geen toespeling op het kaartspel hartenjagen)
Uw toegenegen secretaris
Brombeer
Mag ik misschien eerst zeggen dat ik wel wat ervaring heb met het spelen van secretaris,ik was niet alleen speler trainer van de voetbalploeg maar nu herrinner ik me dat ik ook het administratieve probeerde te regelen.Lukte meestal niet maar gezien het hier om een openbaar ambt gaat zal dit wel geen onoverkomelijke hindernis zijn mag ik hopen.
Mijn c.v. hier komt het.Als manneke van amper 18,nog maar juist uit mijn korte broek gegroeid werd ik na een examen in het hotel van de Belgische Luchtmacht benoemd als contrabassist trombonist(een hele mond vol)benoemd in de Muziekkapel van de Belgissche Marine,ik had hiervoor wel de jury(de secretaris incluis) onder voorzittersschap van mijn latere kapelmeester moeten beduvelen.Uiteindelijk werd ik daar secretaris van het kaartersgezelschap,jaja ge kwam daar niet binnen als ge niet met de kaarten kon spelen of in het slechtste geval moest je het maar leren.
Na een jaar of drie werd ik dat op en af reizen naar Oostende een beetje beu,eigenlijk heel beu want ik had een schoon meiske leren kennen dicht bij huis,eigenlijk meer dan een maar dat mochten ze toen niet allemaal gelijk weten(ik hoop maar dat mijn vrouw dit niet leest,maar ze vindt momenteel haar bril niet dus ben nog effe gerust)en heb dan maar examen gedaan in het Nationaal Orkest van Belgie en als broekie van 21 jaar lukte ik toch wel zeker en nu zonder de jury te beduvelen maar hier hadden ze al weet van mijn kaarterscapaciteiten dus dat was mooi meegenomen.Ik werd dus andermaal secretaris van de kaartersclub maar deze keer was het wel een gemengde club wat de zaken er niet gemakkelijker op maakte maar ik kon dus alles in goede banen leiden.
En raar maar waar,hier deed ik ook mijn eerste politieke ervaringen op.Op een zekere dag beginnen de repetities voor een verjaardagsconcert met Toots Tielemans en onze toen nog recht in zijn schoenen staande minister Willy Claes(een tijdje later hebben ze de ingangspoort van de Lantingevangenis moeten verbreden,ze kregen er anders geen piano door)en natuurlijk is tijdens de pauze de club bezig met zijn geliefde tijdverdrijf,kleurenwiezen,hiermee kon ik het meeste bedrog doen.enfin,Willy komt de trap af en waarschijnlijk al denkend aan de volgende verkiezingen mengt hij zich onder het gepeupel en komt achter mij staan en nadat de kaarten gedeeld waren zegt hij al lachend,en wie is hier nu den beste tricheur(het was een gemengde club weet u nog,ook communotair)en ik draai me om met mijn alom bekende vranken teut en zei,zeg we zitten hier in de regering niet he.En verdorie hij kon er toch wel mee lachen, zeker alleen zijn waakhond van toen,Louis Tobback,die begon te brommen,moest ik het eens niet doen.
Zodus lieve Kwezel,ik heb ervaring op gebiedvan cultuur,politiek en ik kan met dekaarten spelen.Als nu in de toegangsexamens voor de ambtenaren het kaartspel opgenomen wordt en ik in de jury mag zetelen voor dit onderdeel,neem ik de mij voorgestelde post van secretaris met graagte ter harte(dit is geen toespeling op het kaartspel hartenjagen)
Uw toegenegen secretaris
Brombeer
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
't is terug... het inforno...
Waarschijnlijk een ingeving van de pleidooien naar de godsdienstbeleving van ons vlaamse volkje... nu dit ondergrondse hollandse goud uitgerekend op de taalgrens tot uitbarsting is gekomen.
Al die beelden op de tv, net Enschede...
... de oorzaak is nog onbekend (net als het mysterie van mijn pc overigens)... die van "onder de mat" (parket) zullen nog wel een jaartje zoet zijn aan dat onderzoek.
TLL
Waarschijnlijk een ingeving van de pleidooien naar de godsdienstbeleving van ons vlaamse volkje... nu dit ondergrondse hollandse goud uitgerekend op de taalgrens tot uitbarsting is gekomen.
Al die beelden op de tv, net Enschede...
... de oorzaak is nog onbekend (net als het mysterie van mijn pc overigens)... die van "onder de mat" (parket) zullen nog wel een jaartje zoet zijn aan dat onderzoek.
TLL
-
Gast
Aan onze aller dierbare vriend Zandmannetje
Het verlies van een dierbare is een traumatische ervaring die met grote stress gepaard gaat. Er is veel tijd nodig om over zo'n verlies heen te komen. Aanvaarden wat er is gebeurd is een moeizaam proces. Dat geldt ook voor het aanpassen aan de veranderingen door zo'n verlies in het leven. Mensen reageren heel verschillend op een sterfgeval: sommigen willen hun gevoelens met anderen delen, maar er zijn ook mensen die geneigd zijn alles op te kroppen. Rouw is het natuurlijke proces dat iemand doormaakt om een verlies te aanvaarden, terwijl treuren daar de uiterlijke verschijningsvorm van is. Het leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Het geluk zoals je dat als compleet gezin kende, komt niet meer terug. Voorgoed besef je hoe kwetsbaar het leven is. Je wilt de pijn niet voelen en toch is die pijn er. God geeft niet altijd een oplossing, hij laat ons leven met verdriet en met gemis. Je hebt meer steun aan mensen die naar je luisteren zonder commentaar te leveren, die je in je waarde laten.
Hierbij mijn lieve Zandmannetje wil ik je een hart onder de riem geven, en neem mijn dierbaar medeleven aan bij dit groot verlies wat je familie getroffen heeft. Als je een beetje terug een klare kijk op het leven hebt, willen we je graag terug zien in deze topic.
Het verlies van een dierbare is een traumatische ervaring die met grote stress gepaard gaat. Er is veel tijd nodig om over zo'n verlies heen te komen. Aanvaarden wat er is gebeurd is een moeizaam proces. Dat geldt ook voor het aanpassen aan de veranderingen door zo'n verlies in het leven. Mensen reageren heel verschillend op een sterfgeval: sommigen willen hun gevoelens met anderen delen, maar er zijn ook mensen die geneigd zijn alles op te kroppen. Rouw is het natuurlijke proces dat iemand doormaakt om een verlies te aanvaarden, terwijl treuren daar de uiterlijke verschijningsvorm van is. Het leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Het geluk zoals je dat als compleet gezin kende, komt niet meer terug. Voorgoed besef je hoe kwetsbaar het leven is. Je wilt de pijn niet voelen en toch is die pijn er. God geeft niet altijd een oplossing, hij laat ons leven met verdriet en met gemis. Je hebt meer steun aan mensen die naar je luisteren zonder commentaar te leveren, die je in je waarde laten.
Hierbij mijn lieve Zandmannetje wil ik je een hart onder de riem geven, en neem mijn dierbaar medeleven aan bij dit groot verlies wat je familie getroffen heeft. Als je een beetje terug een klare kijk op het leven hebt, willen we je graag terug zien in deze topic.
-
telloorlekker - Lid geworden op: 26 nov 2002, 17:46
Het is niet waar. Men maakt ons vanalles wijs en wij, nietige aardwormen, trappen daar nog in ook. Er zijn héél wat oude zegswijzen en spreuken verkracht; soms maar goed ook. De wetenschap dat wij niet alles weten maakt ons nietig klein; spijtig genoeg maken daar een aantal profeten dankbaar gebruik van om ons een en ander op de mauw te spelden. Waar ik naartoe wil met dit pleidooi ? Velen onder de lezers kénnen mij niet persoonlijk (én da's gelukkiglijk ook maar goed zo), maar zij die mij wél kennen weten dat ik niet makkelijk uit het lood te slaan ben. Nu ja, één loodje heb ik er inmiddels al wel bij neergelegd: het diepzeeloodje. De gordel hangt al geruime tijd aan de haak. De kruik gaat niet altijd zolang te water tot ze breekt. Misselijk hoeveel kruiken er nog op de zeebodem liggen die niét gebroken zijn. Mijn kruik is daarbij vergeleken een bodemloos vat, er kan méér in dan het volume ervan doet vermoeden. Soms loopt het de spuigaten uit die halve waarheden; je moet de koe bij de horens vatten, vandaar waarschijnlijk dat koeien met de waarheid veel gemeen hebben. "Het is een waarheid als een koe" , of is dit alweer een foutieve uitspraak ? Zou het niet "coup" moeten zijn, want alles lijkt mij meer een "coup de theatre". Welnu, één weet er wel van... miss M&M. Zij weet ondertussen wel dat de boog niet altijd gespannen mag staan, al is die dan figuurlijk bedoeld. De mijne staat altijd gespannen . Maar dat is dan weer het gevolg van de technische evolutie. 22 augustus nadert met rasse schreden en daarom heb ik mijn pees al ingevet. Met een beetje geluk én een hoofdvogel die meewil kan ik ook eens koning worden, tenminste... zolang ik op de trainingen de zijkant van de pijl nog kan waarnemen. Ziet men éénmaal de punt, dan is het te laat...
Kwezelke... hierbij nodig ik je uit om op die dag aanwezig te zijn én deze keer niet om te trakteren... áls ik koning wordt (ook anderen zijn welkom)
TLL
Kwezelke... hierbij nodig ik je uit om op die dag aanwezig te zijn én deze keer niet om te trakteren... áls ik koning wordt (ook anderen zijn welkom)
TLL
-
Gast
We zullen het wat rustig aan doen nu. Het verlof nadert met rasse schreden voor ons en dan doen we hopelijk een heleboel andere dingen. Maar dit wilde ik niemand onthouden.
Nu dat ik die aardbeientaart voor mij zie, denkt ik plots aan iets. Wie moet er niet al eens op een zondagmorgen vlug naar de bakker? Niet zolang geleden leek het alsof s’morgens niet meer dan drie kruimels in de broodtrommel aanwezig waren. Toen ik op die ochtend naar binnen stapte bij de warme bakker, kwam net iemand naar buiten die al menig medaille in het zwemmen veroverd had, doch nu hield hij een lang Frans stokbrood onder de arm en aan de andere kant een witte papieren zak met vermoedelijk lekkere doch wel zeer aardse dingen. “Nen mens leeft niet van metaal alleen” zei hij. Ik beaamde dat en trad de zorgeloze felblauwe zondag binnen. In de bakkerszaak stond zoveel volk dat iemand die niet tot de buurt behoorde, zou gaan denken dat het een gratis broodbedeling betrof. De bakker zelf was niet te zien, die verbleef vermoedelijk verderop in het huis waar in mijn verbeelding nog steeds het houtvuur hoog oplaait. Hij had twee vrouwen in witte schorten afgevaardigd en die hadden allebei het zweet op het voorhoofd staan. Een sinecure was het niet, van zwemmen wist ze alles en van verpleegkunde maar van slagroom aan de vingers, dat was een ander katje.
Een oude man wilde een half volkorenbroodje, gesneden, en de machine zette er nog voor de man zelf de tanden in. Tot mijn schrik zag ik dat ze ook hier die ellendige nieuwigheid in gebruik hadden genomen, met een handige draai van de plastieken zak werd er een rood
plastieken lusje omheen gekleefd dat je thuis slechts met de allergrootste moeite weer losgepeuterd kreeg. Gewoonlijk was het brood dan al ontaard tot een stapeltje korsten en brokken, maar een uitvinding was het wel. Een jongetje van een jaar of vier kwam uit het huis de winkel binnen, een jongetje dat bijzonder ontevreden keek. Voor hem was het geen mooie zondagochtend. “Wat kan ik doen?” vroeg het. Het trok een van de vrouwen bij de witte schort en vroeg toen op ongelukkige en erg zeurderige toon “Wat kan ik doen?” “Voetballen”, antwoordde de vrouw. Het was voor haar een zeer logische zaak. Voetballen. Ik was ineens ontzettend blij dat zij mijn moeder niet was geweest, stel je voor, voetballen. “ Ik voetbal niet graag” zei het kind. “ Wat moet ik dan doen?”.
De vrouw telde twaalf broodjes in een witte papieren tuut en toen ze luidop ‘twaalf’ had gezegd, keek ze naar wie toevallig tegenover haar achter de toonbank stond en ze vroeg:”Ja, wat dan? Wat is er nog?” Het was een jongeman, vooraan in de twintig, met koper gekleurd haar. “Volleybal,” zei die en de moeder herhaalde dat. “Hoor je wat meneer zegt? Volleybal”. Het leek voor het kind een gegeven om toch iets dieper over na te denken. Dat zou ik een leuke sport vinden dacht ik want onze jongste doet dat ook.
Er kwam een vrouw naast me staan, ze zei heel vriendelijk goeiendag en toen vroeg ze. “Hoe is het met je dochter? Die heeft al wel bijna gedaan zeker? Hoeveel jaar moet ze nog?” Het was een moeilijk moment want mijn dochter was er eigenlijk nooit geweest, het waren nog alleen zonen ten huizen Kwezel. “ Wat zeg je me nu, och sorry” zei die mevrouw toen, “…eeuh…wat gaat het tegenwoordig toch snel. Eenmaal de vijftig voorbij dan loopt de tijd als water tussen je vingers en het geheugen wordt een zeef.” Ik dacht aan de veertig die ik al gehaald had, dat zou dus al wel de waterval van Coo dan zijn.
Goddank bleek ik aan mijn beurt te zijn en ik probeerde tot het uiterste hoffelijk te blijven. “Het was voor de bestelling af te halen” zei ik, “die ik telefonisch doorgegeven heb”. Ach ja, die twee krentenbroden, zeker gesneden? En twaalf pistolees en vier croissants, nog een aardbeien vlaaike erbij? Juist, die bedoelde ik! De vrouw greep iets van een houten rek en toonde wat met het ‘vlaaike’ bedoeld werd. Een deegholletje met anderhalve aardbei erin en daar een slagroompunt op, je hapte één keer en het was weg. Het leek wel alsof de hele winkel naar mijn vlaaike keek. Terwijl ik het allemaal bij elkaar nam, scheurde ook nog een papieren zak zodat er twee croissants op de grond vielen. “Oei, oei” zei de vrouw. “Ach, laat maar” zei ik, “het had ook het vlaaike kunnen zijn, of het krentenmikske waar de krenten ingeschoten waren”.
Als ik vandaag weer heerlijke aardbeientaart eet, denk ik terug aan dat voorval in die bakkerswinkel. Volgende keer toch maar iets on-line bestellen? Dan kregen we het ook per e-mail toegestuurd.
Nu dat ik die aardbeientaart voor mij zie, denkt ik plots aan iets. Wie moet er niet al eens op een zondagmorgen vlug naar de bakker? Niet zolang geleden leek het alsof s’morgens niet meer dan drie kruimels in de broodtrommel aanwezig waren. Toen ik op die ochtend naar binnen stapte bij de warme bakker, kwam net iemand naar buiten die al menig medaille in het zwemmen veroverd had, doch nu hield hij een lang Frans stokbrood onder de arm en aan de andere kant een witte papieren zak met vermoedelijk lekkere doch wel zeer aardse dingen. “Nen mens leeft niet van metaal alleen” zei hij. Ik beaamde dat en trad de zorgeloze felblauwe zondag binnen. In de bakkerszaak stond zoveel volk dat iemand die niet tot de buurt behoorde, zou gaan denken dat het een gratis broodbedeling betrof. De bakker zelf was niet te zien, die verbleef vermoedelijk verderop in het huis waar in mijn verbeelding nog steeds het houtvuur hoog oplaait. Hij had twee vrouwen in witte schorten afgevaardigd en die hadden allebei het zweet op het voorhoofd staan. Een sinecure was het niet, van zwemmen wist ze alles en van verpleegkunde maar van slagroom aan de vingers, dat was een ander katje.
Een oude man wilde een half volkorenbroodje, gesneden, en de machine zette er nog voor de man zelf de tanden in. Tot mijn schrik zag ik dat ze ook hier die ellendige nieuwigheid in gebruik hadden genomen, met een handige draai van de plastieken zak werd er een rood
plastieken lusje omheen gekleefd dat je thuis slechts met de allergrootste moeite weer losgepeuterd kreeg. Gewoonlijk was het brood dan al ontaard tot een stapeltje korsten en brokken, maar een uitvinding was het wel. Een jongetje van een jaar of vier kwam uit het huis de winkel binnen, een jongetje dat bijzonder ontevreden keek. Voor hem was het geen mooie zondagochtend. “Wat kan ik doen?” vroeg het. Het trok een van de vrouwen bij de witte schort en vroeg toen op ongelukkige en erg zeurderige toon “Wat kan ik doen?” “Voetballen”, antwoordde de vrouw. Het was voor haar een zeer logische zaak. Voetballen. Ik was ineens ontzettend blij dat zij mijn moeder niet was geweest, stel je voor, voetballen. “ Ik voetbal niet graag” zei het kind. “ Wat moet ik dan doen?”.
De vrouw telde twaalf broodjes in een witte papieren tuut en toen ze luidop ‘twaalf’ had gezegd, keek ze naar wie toevallig tegenover haar achter de toonbank stond en ze vroeg:”Ja, wat dan? Wat is er nog?” Het was een jongeman, vooraan in de twintig, met koper gekleurd haar. “Volleybal,” zei die en de moeder herhaalde dat. “Hoor je wat meneer zegt? Volleybal”. Het leek voor het kind een gegeven om toch iets dieper over na te denken. Dat zou ik een leuke sport vinden dacht ik want onze jongste doet dat ook.
Er kwam een vrouw naast me staan, ze zei heel vriendelijk goeiendag en toen vroeg ze. “Hoe is het met je dochter? Die heeft al wel bijna gedaan zeker? Hoeveel jaar moet ze nog?” Het was een moeilijk moment want mijn dochter was er eigenlijk nooit geweest, het waren nog alleen zonen ten huizen Kwezel. “ Wat zeg je me nu, och sorry” zei die mevrouw toen, “…eeuh…wat gaat het tegenwoordig toch snel. Eenmaal de vijftig voorbij dan loopt de tijd als water tussen je vingers en het geheugen wordt een zeef.” Ik dacht aan de veertig die ik al gehaald had, dat zou dus al wel de waterval van Coo dan zijn.
Goddank bleek ik aan mijn beurt te zijn en ik probeerde tot het uiterste hoffelijk te blijven. “Het was voor de bestelling af te halen” zei ik, “die ik telefonisch doorgegeven heb”. Ach ja, die twee krentenbroden, zeker gesneden? En twaalf pistolees en vier croissants, nog een aardbeien vlaaike erbij? Juist, die bedoelde ik! De vrouw greep iets van een houten rek en toonde wat met het ‘vlaaike’ bedoeld werd. Een deegholletje met anderhalve aardbei erin en daar een slagroompunt op, je hapte één keer en het was weg. Het leek wel alsof de hele winkel naar mijn vlaaike keek. Terwijl ik het allemaal bij elkaar nam, scheurde ook nog een papieren zak zodat er twee croissants op de grond vielen. “Oei, oei” zei de vrouw. “Ach, laat maar” zei ik, “het had ook het vlaaike kunnen zijn, of het krentenmikske waar de krenten ingeschoten waren”.
Als ik vandaag weer heerlijke aardbeientaart eet, denk ik terug aan dat voorval in die bakkerswinkel. Volgende keer toch maar iets on-line bestellen? Dan kregen we het ook per e-mail toegestuurd.